Kunnen voorspellen of een patiënt reageert op chemotherapie zou heel waardevol zijn - Antoni 1-2020

19 weinig chromosomen te bevatten.’ Vervolgens onderzoekt Raaijmakers welke extra chromosomen in gezonde cellen problemen geven en welke niet. ‘In het algemeen geldt dat extra chromosomen die erg groot zijn, zoals chromo- soom 1, heel slecht verdragen worden. Terwijl bijvoorbeeld chromosoom 21, dat maar klein is, makkelijk een keer extra kan voorkomen.’ Raaijmakers bestudeert ook cellen met afwijkende chromosoomaantallen afzonderlijk. ‘Na 1 dag en na 7 dagen kijk ik om te zien welke chromosoom- verdubbelingen of chromosoomverliezen getole- reerd worden en welke niet. Ook kan ik zien wat voor stress de cellen precies ervaren door de extra chromosomen.’ CELLEN MET STRESS Heeft Raaijmakers al een idee hoe het kan dat kankercellen zo goed kunnen omgaan met afwij- kende aantallen chromosomen? ‘Ja, we weten bijvoorbeeld al dat het tumorgen p53 een belang- rijke rol speelt. Bij heel veel kankers werkt dat gen niet goed. Normaal gesproken produceert dit gen een eiwit dat ervoor zorgt dat een cel met te veel stress niet meer deelt. Bij tumorcellen werkt het p53-eiwit niet of minder goed, waardoor het delen gewoon doorgaat, ondanks de stress.’ Daarnaast zijn tumorcellen misschien beter in staat om de overtollige eiwitten die de extra chromosomen produceren af te breken. ‘Overtollige eiwitten in de cel zijn giftig’, legt Raaijmakers uit. ‘Als tumor- cellen ze sneller kunnen opruimen, dan hebben ze daar dus minder last van.’ PLEIDOOI VOOR FUNDAMENTEEL ONDERZOEK Wellicht komen er door Raaijmakers onderzoek nog andere mechanismen aan het licht waardoor tumorcellen zo ongevoelig zijn voor extra of ontbrekende chromosomen. Uiteraard hoopt ze dat patiënten dankzij haar onderzoek ooit betere behandelingen krijgen. ‘Maar het is nu erg vroeg om daarover te praten; op mogelijke toepassingen is nog niet direct zicht. Zelf vind ik het wel heel be- langrijk dat dit soort fundamenteel onderzoek, of- tewel onderzoek zonder directe toepassing, wordt gedaan. Ook al is van tevoren vaak niet duidelijk hoe het patiënten ooit kan helpen. Het is enigszins onvoorspelbaar onderzoek, maar in het verleden kwam daar juist heel veel nuttigs uit voort. Ik zal met mijn onderzoek in ieder geval bijdragen aan een beter begrip van kanker.’ ONDERZOEK NAAR GENETISCHE INSTABILITEIT BIJ KANKERCELLEN Dr. Jonne Raaijmakers werkt in de onderzoeksgroep van prof. dr. René Medema, die daarnaast ook voorzitter is van de Raad van Bestuur van het Antoni van Leeuwenhoek. ‘Mijn onderzoeksgroep houdt zich al jaren bezig met een beter begrip van genetische instabiliteit bij kankercel- len’, zegt Medema. ‘Jonne’s onderzoek helpt ons om te begrijpen hoe kankercellen zo goed kunnen omgaan met genetische instabiliteit. Dat kankercellen zoveel fouten maken bij de overdracht van genetische informatie geeft ze voordelen: ze kunnen zich gemakkelijk aanpassen aan de situatie. Je kunt het ver- gelijken met een kaartspel. Een tumor heeft zichzelf een ideale set kaarten verworven. Die kan altijd het spelletje winnen, want hij heeft de beste troefkaarten. Als een tumor bijvoorbeeld terechtkomt in een situatie waarin er minder zuurstof is, kan hij zich aanpassen zodat hij daarmee om kan gaan. Die genetische instabiliteit geeft dus voordelen. Maar ze heb- ben er ook last van, want ze verliezen nuttige informatie bij de celdeling. Te véél insta- biliteit leidt tot celdood, ook voor tumorcellen. Kankercel- len zoeken dus de optimale balans: een beetje genetische instabiliteit, maar niet te veel. Om in kaarttermen te blijven: als hij zijn kaarten weer schudt en zijn beste troeven kwijt- raakt voor de volgende deling, dan is dat natuurlijk heel erg ongunstig voor de tumorgroei. Dat is een belangrijke gedach- te achter het onderzoek in onze groep. Wij denken dat we de balans kunnen verstoren en zo de tumorcellen kunnen bestrijden.’

RkJQdWJsaXNoZXIy NTM3ODg0