Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video's van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video's op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Chirurgie bij vulvakanker (schaamlipkanker)

Operatie

Met een operatie bij vulvakanker wordt het tumorweefsel verwijderd, maar ook het schijnbaar gezonde weefsel daar rondom. Het is tijdens de operatie namelijk niet goed te zien of het weefsel buiten het tumorgebied vrij is van kankercellen.

Door 'ruim' te opereren, is de kans groter dat alle kankercellen weggenomen zijn. Met het verwijderen van de tumor moeten soms ook de kleine en grote schaamlippen verwijderd worden. En soms zelfs de clitoris. Vaak worden ook de lymfeklieren uit de liezen weggenomen, omdat vulvakanker zich uitzaait via de liesklieren.

 

Verloop van de behandeling

De anesthesioloog houdt tijdens de operatie met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Narcose

U krijgt een ruggenprik waarbij alleen uw onderlichaam verdoofd wordt of u gaat geheel onder narcose.

Sluiten Sluit icoon
De operatie wordt uitgevoegd door de chirurg en wordt ondersteund door twee assistenten.

Operatie

Naast de tumorweefsel wordt ook het schijnbaar gezonde weefsel daar rondom verwijderd. Het is tijdens de operatie namelijk niet goed te zien of het weefsel buiten het tumorgebied vrij is van kankercellen.

Sluiten Sluit icoon
De patholoog onderzoekt het weggehaalde weefsel, de randen ervan en de lymfeklieren op de aanwezigheid van kankercellen.

Effectiviteit

Na de operatie is de tumor verwijderd. Het weggehaalde weefsel, de randen ervan en de lymfeklieren worden onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.

Sluiten Sluit icoon
De gynaecoloog voert een gesprek met de patiënt in de spreekkamer

Bijwerkingen en gevolgen

De operatie heeft invloed op uw seksleven. U zal waarschijnlijk pijn hebben bij de geslachtsgemeenschap door een vernauwde vagina, minder vocht en het lymfoedeem in uw onderbuik en bovenbenen. Het ziekenhuis biedt u begeleiding om hiermee te leren omgaan.

Sluiten Sluit icoon

Wat gaat er gebeuren?

Een operatie bij vulvakanker is ingrijpend. Wat er gebeurt tijdens de operatie, leest u hieronder.

Hoe gaat de operatie bij vulvakanker in zijn werk?

Voorafgaand aan deze operatie krijgt u een preoperatieve screening. U krijgt een ruggenprik waarbij alleen uw onderlichaam verdoofd wordt of u gaat geheel onder narcose.

De operatie van de schaamlippen is een open operatie. Afhankelijk van de grootte van de tumor zal de arts de kleine en grote schaamlippen moeten verwijderen. Soms ook de clitoris. Als het nodig is, haalt de arts ook de lymfeklieren uit de liezen. Hiervoor maakt hij nog twee aparte sneden.

Hoewel we ‘ruim’ opereren, probeert de arts zo veel mogelijk gezond weefsel te behouden. Zo beperken we enigszins de problemen die u na de operatie kunt ondervinden.

Effectiviteit

Na de operatie is de tumor verwijderd. Het weggehaalde weefsel, de randen ervan en de lymfeklieren worden onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen.

Hiermee kunnen we het stadium van de ziekte bepalen en of verder behandeling noodzakelijk is. U blijft in ieder geval 5 jaar onder controle.

Preoperatieve screening

Voorafgaand aan uw operatie heeft u een afspraak met de anesthesioloog op de polikliniek voor een gesprek en kort onderzoek naar uw lichamelijk conditie en eventuele bijzonderheden. De spreekuurassistente meet bij u de hartslag en bloeddruk en vraagt naar uw lengte en gewicht; zo nodig worden deze gemeten.

Deze preoperatieve screening duurt ongeveer 20 minuten en vormt de basis voor het anesthesieplan. De anesthesioloog beluistert uw longen en uw hart. Daarnaast wordt uw mond en keel geïnspecteerd voor het beademingsbuisje dat bij de narcose in uw luchtpijp zal worden geplaatst. Ook vraagt de anesthesioloog u naar:

  • Of u eerder onder verdoving bent geweest
  • Welke aandoeningen u nog meer hebt
  • Of u al eerder kankermedicijnen heeft gehad
  • Of u al eerder bestraald bent
  • Welke allergieën u heeft
  • Of u rookt
  • Of u alcohol gebruikt
  • Welke medicijnen u gebruikt

Het is daarom van groot belang dat u precies kunt aangeven welke medicijnen u hoe vaak en in welke dosering gebruikt. Als er aanleiding voor is, krijgt u mogelijk nog meer onderzoeken. Dat kunnen zijn: een elektrocardiogram (ECG of hartfilmpje), een röntgenfoto van uw longen, een longfunctieonderzoek of bloedonderzoek.

Narcose en plaatselijke verdoving

Anesthesie bestaat uit narcose, een plaatselijke verdoving of een combinatie van beide. Bij een narcose bent u helemaal buiten bewustzijn. Bij een plaatselijke verdoving wordt een deel van uw lichaam gevoelloos en bewegingsloos gemaakt.

Narcose

Als u onder narcose gaat, is uw hele lichaam verdoofd. U bent tijdelijk buiten bewustzijn. De narcosemiddelen bestaan uit een slaapmiddel, een pijnstiller en soms een spierverslappend middel. U krijgt het toegediend via een infuus en dan valt u binnen een halve minuut in slaap. U wordt tijdens de hele narcose beademd.

Zodra u slaapt, brengen we daarom bij grote operaties via uw mond een beademingsbuis in uw luchtpijp; bij kleinere operaties wordt er doorgaans een kapje achter in uw keel op de ingang van de luchtpijp geplaatst. Bovendien houden we met bewakingsapparatuur uw hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur constant in de gaten.

Plaatselijke verdoving

Wordt u plaatselijk verdoofd, dan bent u bij bewustzijn. Meestal gaat dat via een ruggenprik: het gebied onder de plaats van de ruggenprik wordt tijdelijk uitgeschakeld. Soms wordt er een slangetje ingebracht om langere tijd – ook na de operatie – pijnstillers te kunnen toedienen.

Net als bij een narcose houdt de anesthesioloog uw bloeddruk, hartslag, ademhaling en temperatuur in de gaten om zo nodig de verdoving bij te kunnen sturen.

Bij grote, langdurige operaties worden plaatselijke en algehele verdoving vaak in combinatie toegepast.

Bijwerkingen en gevolgen

Veel vrouwen hebben pijnklachten en het kan een aantal weken duren voordat de wond genezen is. Tot die tijd wordt uw urine via een slangetje (urinekatheter) uit de blaas opgevangen. Het verwijderen van de lymfeklieren in de liezen kan vochtophoping in uw benen veroorzaken (lymfoedeem).

De operatie heeft ook invloed op uw seksleven. U zal waarschijnlijk pijn hebben bij de geslachtsgemeenschap door een vernauwde vagina, minder vocht en het lymfoedeem in uw onderbuik en bovenbenen. Het ziekenhuis biedt u begeleiding om hiermee te leren omgaan.

Nazorg

Deze operatie vergt veel van u, zowel geestelijk als lichamelijk. Het kost tijd om voldoende te herstellen en uw gebruikelijke bezigheden weer op te vatten. De vermoeidheid kan maandenlang aanhouden.

Deze behandeling wordt bij de volgende kankersoort toegepast

Daarom Antoni van Leeuwenhoek

Onze kwaliteit

Uit ons patiënttevredenheidsonderzoek blijkt dat patiënten ons gemiddeld waarderen met een 8.5!

8 .5

Doe mee

Om onze zorg te verbeteren horen wij graag hoe u het Antoni van Leeuwenhoek heeft ervaren.

Meer informatie

Deel dit onderwerp
 
We helpen u graag verder020 512 9111
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder