Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

Chirurgen hebben vaak moeite te bepalen waar een tumor die ze moeten wegsnijden begint en ophoudt. Nieuwe technologie biedt uitkomst.

28sep 2017

Terug naar het overzicht

Elsevier logo

Het is de nachtmerrie van iedere patiënt: een paar dagen na de operatie waarbij de tumor is verwijderd, blijkt uit onderzoek van de patholoog-anatoom dat er toch nog een stukje tumorweefsel is blijven zitten, wat een sterk verhoogde kans geeft op terugkeer van de kanker. Toch gebeurt dit nog geregeld, omdat chirurgen op het oog en gevoel de randen van de tumor soms moeilijk kunnen onderscheiden. Hierdoor wordt geregeld onnodig veel weefsel verwijderd, met soms ­cosmetische effecten, zoals bij borstkanker, of in het geval van bijvoorbeeld prostaatkanker doorgesneden zenuwbanen met erectie- of blaasproblemen als gevolg. Of er blijft juist te veel zitten.

Chirurgen kunnen bij twijfel tijdens de operatie een stukje weefsel naar de patholoog sturen, die binnen een half uur uitsluitsel geeft. Maar ook dat is verre van ideaal, met een patiënt die 'open' op de operatietafel ligt, en het is niet gezegd dat wanneer dat ene stukje in orde blijkt, al het achterblijvende weefsel goedaardig is.

Vandaar dat er diverse technologieën in ontwikkeling zijn om razendsnel te kunnen bepalen of weefsel kwaadaardig is of niet. Zo wordt in Groningen gewerkt aan een methode waarbij de patiënt fluorescerende antilichamen krijgt ingespoten die alleen binden aan tumorweefsel, waardoor dat - bekeken door een lichtgevoelige camera - oplicht.

De meeste tumoren zijn makkelijk te onderscheiden van gewoon weefsel, zegt Theo Ruers, hoogleraar oncologische chirurgie in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam en aan de Universiteit Twente. 'Ik vergelijk het met een knikker in een spons. Maar in zo'n 15 procent van de gevallen heb je te maken met een spons in een spons, dan kan techniek als deze uitkomst bieden.'

Een andere veelbelovende methode is een speciale pen, de MasSpec Pen, die de arts of verpleegkundige op het weefsel drukt en die binnen 10 seconden detecteert of het gaat om tumor- of gezond weefsel. Onderzoekers van de universiteit van Texas publiceerden er op 6 september over in het wetenschappelijke tijdschrift Science Translational Medicine.

De pen zuigt een beetje weefsel op en transporteert dat in een druppeltje via een slang naar een massaspectrometer. Dat apparaat bepaalt de massa van de in het druppeltje aanwezige moleculen. Tumorweefsel heeft andere moleculen dan gewoon weefsel, waardoor het apparaat ze van elkaar kan onderscheiden. 

Ze testten het apparaat op verwijderd tumorweefsel en op goed- en kwaadaardige weefsels uit onder meer longen, borsten en eierstokken. Ze wisten zo 96 procent van de tumoren te detecteren, en in 96 procent van de gevallen waarin de test aangaf dat de tumor kwaadaardig was, bleek dat ook te kloppen. In muizen toonden ze aan dat de methode ook werkt in weefsel dat nog niet is weggesneden.

Imperial College in Londen ontwikkelde de iKnife, die de rook analyseert die opstijgt wanneer een chirurg snijdt met een mes waar een klein beetje stroom op staat om de wond direct dicht te schroeien. De Britten hebben inmiddels een prototype ontwikkeld. Volgens de Amerikanen is het een nadeel dat er bij de iKnife zo'n schroeimes nodig is om rook te laten vrijkomen, maar volgens Ruers gebruiken chirurgen dat toch al vrijwel altijd. 

Ruers en zijn collega's pionieren zelf met een ander apparaat, ontwikkeld door Philips, dat onderscheid maakt op basis van lichtweerkaatsing. Feitelijk is dat wat de chirurg probeert te doen op het oog, maar dan preciezer. Met deze methode kunnen ze met 95 procent zekerheid zeggen of iets tumorweefsel is of niet, publiceerden ze in 2014. 'Onze methode is wat eenvoudiger, we hebben een minder groot apparaat nodig en deze techniek is waarschijnlijk goedkoper.'

Ruers durft niet te zeggen welke technologie het tot in de operatiekamers gaat schoppen. 'In onderzoekssituaties zijn ze veelbelovend, in de dagelijkse praktijk inbouwen is een volgende stap, die jaren duurt. Bij een mens is een tumor bijvoorbeeld veel moeilijker te bereiken dan bij een laboratoriummuis, en is de tumor vaak veel bloederiger.' 

Het mooie is volgens Ruers om te zien dat nieuwe technologie een plek krijgt in de operatiekamer. 'Tot een paar jaar geleden werkte je nog met praktisch dezelfde middelen als dertig jaar ervoor. Dat begint echt te veranderen.'

Het Antoni van Leeuwenhoek zet dan ook vol in op dit soort vooruitgang, zegt Ruers: 'We willen ernaar toe dat als een patiënt wordt geopereerd, we meteen weten dat we de tumor ook echt helemaal hebben verwijderd. Dit gaat gewoon binnen een paar jaar gebeuren.'

Bijna 5 procent van alle Nederlanders leeft met kanker of heeft in het verleden kanker gehad. Het gaat om ruim 790.000 mensen, 350.000 mannen en 440.000 vrouwen in 2016. Dit aantal stijgt snel, omdat steeds meer mensen genezen van kanker. Borstkanker komt het meest voor: bij 215.000 personen - ruim een kwart van het totaal -, gevolgd door huidkanker (136.000), darmkanker (103.000) en prostaatkanker (103.000). Door de verbetering van de overleving in combinatie met bevolkingsgroei en vergrijzing stijgt het aantal gevallen op één moment gemiddeld met 2,8 procent.

 Bron: Elsevier Weekblad

september 27, 2017

 

Deel dit onderwerp
 
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder