Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

DNA analyse kan helpen om patiënten met (zeldzame soorten) kanker toegang te bieden tot bestaande medicijnen

11sep 2017

Terug naar het overzicht

Dankzij DNA-analyse kunnen patiënten met bepaalde DNA-kenmerken behandeld worden met medicijnen die effectief zijn gebleken bij andere soorten kanker, maar met dezelfde DNA-kenmerken. De eerste resultaten van een Nederlands, nationaal 'multi-drug' en 'multi-tumor' onderzoek, die gepresenteerd zijn op het ESMO 2017 Congres te Madrid, dit weekend, laten zien dat het uitvoeren van een dergelijk onderzoek niet alleen praktisch uitvoerbaar is, maar bovendien in staat is om subgroepen van patiënten te identificeren voor wie behandeling met bestaande medicatie, buiten de geregistreerde indicatie, effectief kan zijn.

Binnen het Center for Personalized Cancer Treatment (CPCT), een netwerk van ruim 40 ziekenhuizen in Nederland, worden systematisch biopten verzameld van patiënten met uitgezaaide kanker. Deze biopten worden door de Hartwig Medical Foundation geanalyseerd middels Whole Genome Sequencing (WGS), om zo een nationale DNA database op te bouwen. Momenteel bevat deze database de gegevens van zo'n 2.000 patiënten met uiteenlopende diagnoses en behandelingen.

Overeenkomsten tussen tumoren
"Door het hele genoom van zoveel patiënten in kaart te brengen, vinden we overeenkomsten tussen tumoren en DNA-afwijkingen. Of er afwijkingen zijn in het ERBB2 gen, bijvoorbeeld, wordt normaals gesproken vooral onderzocht voor patiënten met borstkanker, terwijl we weten dat deze afwijkingen ook kunnen voorkomen in andere soorten kanker", aldus een van de  hoofdonderzoekers prof. Emile Voest vanuit het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam.

"Nu we deze patiënten kunnen identificeren, is de volgende vraag: hoe kunnen we hen laten profiteren van bestaande, mogelijk effectieve medicijnen? Deze vraag vormt de basis voor ons onderzoek, het 'Drug Rediscovery Protocol (DRUP)', waarin we momenteel 19 verschillende medicijnen van 10 farmaceutische bedrijven beschikbaar hebben."

70 patiënten
Sinds de studie eind 2016 van start is gegaan, zijn ruim 250 patiënten aangemeld ter beoordeling of de studie voor hen geschikt is. Ongeveer 70 hiervan zijn inmiddels gestart met de studie behandeling. Volwassen patiënten met verschillende vormen van kanker voor wie geen reguliere behandelopties meer voorhanden zijn, kunnen aan de studie meedoen. Patiënten worden op basis van tumor type, DNA-kenmerk en studie medicijn ingedeeld in verschillende parallelle onderzoeksgroepen .

"Op basis van preklinisch bewijs en casusbeschrijvingen weten we dat sommige medicijnen, die effectief zijn voor patiënten met een bepaald tumor type en genetisch kenmerk, evengoed effectief kunnen zijn voor patiënten met datzelfde genetische kenmerk maar met een ander soort tumor. Tegelijkertijd weten we dat het tumor type ook heel belangrijk is; daarom worden de cohorten niet alleen ingedeeld op basis van genetische kenmerken, maar ook op basis van het soort kanker" legt Voest uit.

Twee fasen
De effectiviteit van elk medicijn wordt per cohort in twee fasen geanalyseerd: "in fase één worden acht patiënten, met hetzelfde tumor type en genetische kenmerk, behandeld. Als deze groep goed op de behandeling reageert, wordt het cohort in fase twee uitgebreid naar 24 patiënten, om zo een beter beeld te krijgen van het behandel effect van dat medicijn voor die indicatie," volgens Voest. "Een goed effect is hierbij gedefinieerd als complete remissie, gedeeltelijke  respons (waarbij het tumor-volume minstens 50% afneemt), of stabilisatie van de ziekte gedurende minstens 16 weken."

Mooie resultaten
Tot nu toe reageert 37% van de patiënten goed op de behandeling, en zes van de 20 cohorten kunnen uitbreiden naar fase twee. "We hebben een aantal heel mooie resultaten gezien met verschillende medicijnen, waaronder immuuntherapie, een PARP-remmer en een antilichaam combinatie", aldus Voest. "Ons team is bijzonder enthousiast over deze resultaten. Iedereen weet dat het ontwikkelen van nieuwe medicijnen een lang en kostbaar proces is. Met deze studie bieden we een platform waarmee de indicaties van bestaande medicijnen uitgebreid kunnen worden, zodat we deze medicijnen optimaal kunnen benutten" volgens Voest. "Bestaande medicijnen breder inzetten op basis van DNA-analyse (sequencing) is een hele nieuwe aanpak om de geneeskunde te personaliseren. In overleg met de zorgautoriteiten bekijken we momenteel hoe we nieuwe bevindingen in dit veld zo snel mogelijk toepasbaar kunnen maken voor patiënten.

Deel dit onderwerp
 
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder