Chemotherapie bij trofoblasttumoren

Chemotherapie is een behandeling met stoffen die kankercellen doden of remmen. Als u chemotherapie krijgt, is het soms nodig ondersteunende medicijnen te gebruiken om de bijwerkingen zoveel mogelijk te beperken.

Wat gaat er gebeuren?

Chemotherapie is nodig bij trofoblastziekten die na een curettage niet verdwenen zijn, of bij ziekte die zich buiten de baarmoeder heeft verspreid. We gebruiken dan meestal methotrexaat of dactinomycine. Methotrexaat krijgt u via injecties op dag 1, 3, 5 en 7, gevolgd door een rustweek. Dactinomycine krijgt u via een infuus, eens per twee weken op de dagbehandeling.

Werken deze behandelingen onvoldoende, dan kan een combinatie van 5 soorten chemotherapie nodig zijn: Etoposide, Methotrexaat, Actinomycine-D, Cyclofosfamide en Oncovin (Vincristine). U krijgt deze toegediend via een infuus, waarvoor u elke week 1 of 2 dagen in het ziekenhuis moet blijven.

U krijgt meerdere chemokuren. We houden uw hCG goed in de gaten. Nadat uw hCG niet meer verhoogd is, krijgt u nog 2-3 consolidatiekuren voor de zekerheid. De prognose is over het algemeen goed.

Welke bijwerkingen zijn er?

Methotrexaat en dactinomycine geven meestal milde bijwerkingen, zoals klachten van mond, maag en darmen, huidafwijkingen en soms wat haaruitval. Bij de combinatiebehandeling zijn de bijwerkingen doorgaans heftiger. Uiteraard helpen we u om de chemotherapie zo goed mogelijk te verdragen.

onload