Cytostatica: mini CTC (cyclofosfamide, thiotepa, carboplatin)

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven heeft. Aangeraden wordt ook de algemene informatie over de perifere stamceltransplantatie te lezen.

1. Algemene informatie

Voorafgaand aan het teruggeven van uw stamcellen krijgt u als voorbereiding een kuur met hoge dosis chemotherapie: miniCTC (Cyclofosfamide / Thiotepa / Carboplatin). U wordt 4 dagen vóór de stamcelteruggave opgenomen op de verpleegafdeling 4B (dag – 4). Gedurende 2 dagen krijgt u de hoge dosis chemotherapie toegediend (dag – 3 en dag – 2) en 2 dagen later de stamcelinfusie (dag 0). De totale behandelduur is ongeveer 3 weken. U krijgt in totaal 2x een behandeling met miniCTC (miniCTC-1 en miniCTC-2).

2. Behandelschema miniCTC

Stof

Toedieningswijze

Dagen

Carboplatin

1 uur durend infuus in de bloedbaan (via PICC-lijn) 1 x per dag

-3, -2

Thiotepa

1 uur durend infuus in de bloedbaan (via PICC-lijn), 1 x per dag

-2

Cyclofosfamide

2 uur durend infuus in de bloedbaan (via PICC-lijn) ,1 x per dag

-3

Teruggeven van de stamcellen

Via infuus in de bloedbaan(PICC-lijn)

0

Specifieke maatregelen:

De hoge dosis chemotherapie wordt veilig toegediend via een Perifeer Ingebrachte Centrale Catheter) ingebracht (PICC-lijn). Deze katheter wordt op de opnamedag – 4 door een interventie radioloog op de afdeling interventie radiologie onder plaatselijke verdoving in een ader in de bovenarm geplaatst. Door deze katheter kunnen ook vloeistoffen en medicijnen in de bloedbaan worden toegediend en kan bloed worden afgenomen voor controles.

Mesna wordt gegeven om de blaas te beschermen tegen de effecten van de cyclofosfamide. De stofwisselingsproducten van de cyclofosfamide kunnen de blaas irriteren, waardoor er klachten kunnen ontstaan die lijken op een blaasontsteking. Op de dagen na de chemotherapie en voor de stamcelteruggave krijgt u nog extra vocht via het infuus toegediend.

Hoge dosis chemotherapie zal uw weerstand verlagen. Er ontstaat dan een verhoogd risico op infecties. Als uw weerstand sterk verlaagd is en uw afweercellen onder een bepaalde grens komt, is er sprake van een ‘neutropene fase’, ofwel ‘dip’ genoemd. Meestal zien we deze fase van verlaagde afweer optreden ongeveer 1 week na de chemotherapie. Deze fase kan 7 dagen of langer duren. Om infecties zoveel mogelijk te voorkomen, zijn bepaalde voorzorgsmaatregelen van belang. Daarom begint u 3 dagen voorafgaand het starten van de kuur met PDD-(Partiele Darm Decontaminatie)-medicatie (ciproxin 2 dd 500mg). Deze PDD-medicatie zorgt voor vernietiging van bacterien die van nature al in het maag-darmkanaal aanwezig zijn. Deze bacteriën zijn normaal gesproken onschuldig, maar kunnen bij een patiënt in de dip-periode een infectie veroorzaken. Op indicatie krijgt u ook medicijnen tegen bepaalde schimmels en virussen.

Er wordt regelmatig (drie keer per week, zonodig vaker) bloed bij u afgenomen om uw bloedwaarden te controleren.

Na de kuur is de kans groot dat u transfusies nodig heeft van rode bloedlichaampjes en bloedplaatjes.

De miniCTC vindt in het ziekenhuis plaats. Dat betekend dat u 14 dagen van de totaal 3 weken ligt opgenomen op afdeling 4B tot u hersteld bent (ongeveer tussen dag + 10 en dag +14 na teruggave van de stamcellen). Als u hersteld bent kunt u met ontslag en bent u vervolgens ongeveer 1 week thuis, om vervolgens weer op maandag (her-)opgenomen te worden voor uw 2e en laatste miniCTC. Dit traject ziet er precies hetzelfde uit als de miniCTC-1, echter verschilt op 2 punten, namelijk:

1. U krijgt extra pre-medicatie (dexamethason / clemastine / hydrocortison) toegediend voorafgaand het starten van miniCTC-2 met als doel een allergische reactie op cyclofosfamide, dan wel de carboplatin te voorkomen.

2. De mesna (blaasbeschermer) wordt langer gecontinueerd, ipv t/m 24u, wordt dit nu t/m 48u na cyclofosfamide gegeven.

2. Bijwerkingen

Zie hiervoor de patiënteninformatie over Perifere Stamceltransplantatie.

3. Waar kunt u met uw vragen terecht?

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen. U kunt hiermee terecht bij:

  • Uw behandelend arts;
  • Uw verpleegkundig specialist;
  • De verpleegkundige op de afdeling;
  • Het Centrum Patiënteninformatie.

Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • De situatie waarin u zich bevindt;
  • Uw ziekte en/of behandeling;
  • Hoe het thuis nu moet;
  • De mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige;
  • Of als u gewoon eens wilt praten.

Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

De KWF folder over chemotherapie en het boekje ’107 vragen over cytostatica’ zijn verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload