Behandelwijzer TPF- kuur bij peniscarcinoom

Inhoudsopgave

  • Waarom deze behandelwijzer?
  • Multidisciplinaire zorg en ondersteuning
  • Hoe werkt chemotherapie?
  • Het behandelschema Taxotere, Cisplatin en 5-FU (TPF)
  • Informatie over de bijwerkingen van cytostatica
  • Redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis
  • Cytostatica in de uitscheidingsproducten
  • Na de behandeling
  • Meer informatie

1.Waarom deze behandelwijzer?

Uw behandelend arts heeft u geadviseerd met een chemotherapie kuur te starten i.v.m. peniscarcinoom. U krijgt in een korte tijd veel mondelinge informatie over de behandeling. Deze informatie is in deze behandelwijzer voor u vastgelegd. Zo kunt u thuis alles nog eens rustig nalezen.

2. Multidisciplinaire zorg en ondersteuning

Voor een optimale zorg kan het noodzakelijk zijn tijdens de behandeling ondersteuning te krijgen van een van de verschillende hulpverleners in het Antoni van Leeuwenhoek, zoals bijvoorbeeld de diëtist of een maatschappelijk werker. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal.

Internist

Uw behandelend specialist zal u uitgebreid informeren en voorbereiden op de TPF behandeling (zie hoofdstuk 4). De behandeling zal u worden uitgelegd, recepten worden uitgeschreven en afspraken zullen worden gemaakt. Ook is er ruimte voor uw vragen. Wij raden u aan iemand mee te nemen die u steunt en met u meeluistert. Wanneer u voor de eerste keer op de afdeling wordt opgenomen, zal een verpleegkundige de behandeling nogmaals met u doornemen en u van verdere informatie voorzien. Dit gebeurt in het opnamegesprek.

Uroloog

Uw uroloog zal u, zo mogelijk, na de chemotherapiekuur opereren. Hij/zij zal u informeren over de operatie. Voor vragen over de operatie, het herstel na de operatie en wachttijden kunt u zich tot uw uroloog wenden.

Huisarts

Uw huisarts wordt schriftelijk op de hoogte gehouden van uw behandeling. Voor vragen, maar ook bij dringende problemen, kunt u uw huisarts bellen. Uw huisarts kan bij problemen altijd overleggen met de behandelend arts van het Antoni van Leeuwenhoek.

3. Hoe werkt chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met speciale medicijnen, zogenoemde cytostatica. De cytostatica grijpt in op het ontwikkelingsproces van kankercellen en remmen de celdeling. Hierdoor worden kankercellen vernietigd. Bij uw behandeling worden de cytostatica via een bloedvat in de arm door een infuus toegediend. Via het bloed worden de medicijnen door het hele lichaam verspreid en kan het kankercellen vrijwel overal in het lichaam bereiken.

4. Het behandelschema Taxotere, Cisplatin en 5-FU (TPF)

U zult, zo mogelijk, op termijn geopereerd worden om de peniskanker te verwijderen en/of lymfklieren te verwijderen, waarvan bewezen is dat deze cellen bevatten van het peniscarcinoom. Voorafgaand aan deze operatie krijgt u een combinatiebehandeling met drie cytostatica: Taxotere, Cisplatin en 5-FU (TPF), om de snelgroeiende kankercellen te remmen in hun groei en te verminderen. Voor deze kuur wordt u tenminste zes dagen op de vierde etage opgenomen. De kuren worden om de drie weken gegeven. De volgende kuur start drie weken na de toediening van de eerste cytostatica op dag 1. U zult maximaal vier chemotherapiekuren krijgen.

Cytostatica

Dag

Tijd

Tijdsduur

Hoeveelheid infusievloeistof

Taxotere

1

+11.00 uur

1 uur

1 zak van 250 ml

Cisplatin

1

+12.15 uur

1 uur

1 zak van 1000 ml

5-FU

1+2+3+4

+16.30 uur

4 dagen

4 zakken van 1000 ml

Na de laatste chemotherapie gift (dag 5 of 6) gaat u met ontslag. Dag 21 is de laatste dag van een gehele kuur. Daarna start u op dag 22 weer met de volgende kuur (dit is dus dag 1 van de volgende kuur). Voor de start van de chemokuur (dag 0) spreekt u uw internist op de polikliniek en wordt u verwacht op de verpleegafdeling, waar u met de verpleegkundige een opnamegesprek heeft. Vooraf aan de kuur wordt bloed afgenomen om te controleren of u voldoende witte bloedcellen heeft (zie hoofdstuk 5j) en of uw lever en nieren voldoende functioneren. Ook krijgt u van de verpleegkundige gedurende drie dagen tweemaal daags een Corticosteroidtablet (dexamethason). Hierdoor worden ongewenste effecten die na infusie met Taxotere kunnen optreden, voorkomen of minder; met name allergische reacties (huiduitslag, benauwdheid en verlaging van de bloeddruk) en het vasthouden van vocht (zwelling van de handen, voeten, benen of gewichtstoename). Het recept voor de Dexamethason voor de volgende kuur krijgt u van uw internist mee. Dit kunt u bij uw eigen apotheek inleveren.

Geneesmiddel

Dagdosis

Dag

Tijdstip

Toedieningswijze

Dexamethason

2 x 4 mg

0

11.00 + 23.00 uur

Tablet

Dexamethason

2 x 4 mg

1

08.00 + 20.00 uur

Tablet

Dexamethason

2 x 4 mg

2

08.00 + 20.00 uur

Tablet

Een verpleegkundige brengt ’s avonds een infuus in, waarna u start met het voorspoelen van twee liter vocht. Dit is noodzakelijk om de nieren te beschermen tegen de schadelijke werking van Cisplatin. Na de toediening van Cisplatin worden uw nieren met nog eens drie liter nagespoeld, om dezelfde reden. U zult regelmatig worden gewogen om te controleren of u niet te veel vocht vasthoudt. Wanneer u teveel vocht vasthoudt, krijgt u via het infuus een vocht afdrijvend medicijn (Furosemide). Als u na de kuur voldoende hersteld bent, mag u het ziekenhuis verlaten. Belangrijk is wel dat u in staat bent twee liter vocht en/of voeding te verdragen.

5. Informatie omtrent de bijwerkingen van cytostatica

Door de chemotherapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen minder. Het is niet voorspelbaar hoe dit bij u het geval zal zijn. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de behandeling op de ziekte.

Wij geven u onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan. De volgende bijwerkingen of veranderingen kunnen optreden:

  • misselijkheid en braken;
  • mondslijmvliesklachten;
  • grieperig gevoel;
  • vermoeidheid;
  • haaruitval;
  • huidveranderingen;
  • irritatie van de ogen;
  • nagelafwijkingen;
  • veranderingen van het ontlastingspatroon;
  • invloed op de werking van het beenmerg;
  • invloed op het gehoor;
  • invloed op het zenuwstelsel;
  • invloed op de functie van uw nieren;
  • invloed op de seksualiteit.

a. Misselijkheid en braken

Eén van de bijwerkingen van chemotherapie kan misselijkheid zijn. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis chemotherapie die u krijgt. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert van persoon tot persoon: de één is sneller misselijk dan de ander. Misselijkheid is beter te voorkomen dan te behandelen. U krijgt daarom al op voorhand middelen om misselijkheid en braken tegen te gaan.

Kytril® of granisetron

Kytril® (merknaam) of granisetron (werkende stof) is het beste middel tegen misselijkheid dat optreedt 24 uur na de toediening van Cisplatin. U krijgt daarom voor de toediening van de chemotherapie 1 mg Kytril. Kytril tabletten werken ongeveer twaalf uur; twee keer per dag één tablet is voldoende om de misselijkheid te bestrijden. U start hiermee op de dag van de toediening van Cisplatin en gaat hiermee door zolang de kuur duurt. Mocht u daarna toch nog last hebben van misselijkheid, krijgt u metoclopramide. De voornaamste bijwerking van Kytril is hoofdpijn en obstipatie. De hoofdpijn kan eventueel verminderd worden door het innemen van paracetamol. Tegen de obstipatie kunt u een middel gebruiken dat magnesiumoxide heet. Afhankelijk van de ernst van de obstipatie kunt u hiervan één tot tweemaal per dag twee tabletten innemen. U kunt met slikken stoppen als de ontlasting weer normaal is of als u diarree krijgt.

Primperan® of metocloperamide

Als de misselijkheid pas een paar dagen na de chemotherapie op komt zetten, kunt u thuis Primperan® (merknaam) of metroclopramide (werkende stof) gebruiken. Primperan is zowel in tabletvorm als in zetpilvorm te verkrijgen. Als u zo misselijk bent dat u tabletten niet binnenhoudt, dan kunt u het beste voor de zetpillen kiezen. U mag viermaal per dag één zetpil van 20 mg hebben. Als u wel in staat bent een tablet in te nemen, kunt u de Primperan tabletten van 10 mg gebruiken, tot viermaal per dag één tablet. Als u zich steeds misselijk voelt of als de misselijkheid regelmatig terug komt, is het verstandig de Primperan op vaste tijden in te nemen. (8.00, 12.00, 18.00 en 22.00 uur).U kunt er mee stoppen als de misselijkheid over is.

De voornaamste bijwerkingen van Primperan zijn het optreden van onrustige bewegingen en krampen. Als u hier last van heeft, moet u geen Primperan meer innemen en contact opnemen met uw arts.

Mochten deze middelen geen of onvoldoende resultaat hebben en u blijft misselijk, dan wordt u verzocht contact op te nemen met het ziekenhuis. U kunt bellen naar uw arts of naar de verpleegafdeling.

Het is belangrijk dat de misselijkheid onder controle blijft, zodat u voldoende kunt eten en drinken. Geef dit aan bij de verpleegkundige en arts bij een volgende opname voor de chemokuur als u thuis last heeft gehad van misselijkheid en/of braken. Het medicatiebeleid tegen misselijkheid en braken wordt dan aangepast.

  • Het is belangrijk dat u minimaal twee liter vocht en/of sondevoeding op een dag gebruikt om de extra afvalstoffen uit het lichaam te verwijderen. Dit is ongeveer twaalf kopjes of tien bekers. Probeer niet alleen water te drinken, maar wissel dit af met bijvoorbeeld bouillon, limonade, melkproducten, vruchtensap of groentesap. Hiermee kunt u eventuele tekorten aan voedingszouten (mineralen) die tijdens de kuur zijn ontstaan, weer aanvullen. Weet dat te weinig drinken een misselijk gevoel kan verergeren en bijdragen aan een vieze smaak in de mond.
  • Eet op tijdstippen dat u zich beter voelt.
  • Gebruik regelmatig kleinere maaltijden. Een lege maag kan ook een misselijk gevoel geven.
  • Vermijd geuren die misselijkheid bij u oproepen.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijvoorbeeld een koude maaltijdsalade. Deze smaakt dan beter en is even goed.
  • Laat uw maag weer langzaam wennen aan vast voedsel als u heeft overgegeven. Neem bijvoorbeeld een biscuitje of een klein portie sondevoeding.

b. Mondslijmvliesklachten

Cytostatica kan de sneldelende cellen van het mondslijmvlies beschadigen. Dit kan leiden tot een droge mond, smaakverlies, een gevoelige of pijnlijke mond, infecties van de mond en snel bloedend tandvlees. Bij klachten is het te adviseren om uw mond regelmatig te spoelen met zout water.

c. Grieperig gevoel

Door de behandeling kunt u een grieperig gevoel krijgen. Dit kan met de volgende klachten gepaard gaan: algehele malaise, koorts, hoofdpijn, spierpijn en pijn in de botten. Het begint enige uren na de toediening van de Taxotere en houdt meestal niet langer dan een tot twee dagen aan. U kunt paracetamol nemen ter bestrijding van de hoofdpijn, spierpijn en pijn in de botten.

d. Vermoeidheid/ verminderde energie

U zult merken dat u tijdens en na de behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald. Mogelijke factoren zijn pijn, angst, een slechte voedingstoestand en slecht slapen. Ook het regelmatig reizen naar het ziekenhuis kan een extra belasting zijn. Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven.

  • Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
  • Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten.
  • Als u hulp wordt aangeboden door familie of vrienden, accepteer deze. U kunt er op die manier voor zorgen dat u zelf meer tijd en energie overhoudt voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
  • Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
  • Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw arts of verpleegkundige.

e. Haarverlies

De behandeling die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. Dit begint ongeveer drie tot vier weken na de start van de behandeling. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook uw wenkbrauwen, wimpers, oksel-, lichaams- en schaambeharing kunnen uitvallen. Het uitvallen van veel haar tegelijk wordt door de meeste mensen als erg hinderlijk en confronterend ervaren. Uw haar van te voren kort knippen kan dan helpen. In alle gevallen is de haaruitval tijdelijk. U kunt overwegen een pruik aan te schaffen. Een pet, hoed, sjaal of muts kunnen een goed alternatief of een goede afwisseling zijn. Bij uw verpleegkundige en bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal kunt u informatie krijgen over de aanschaf van een haarwerk. Van uw specialist of verpleegkundige krijgt u een machtiging voor vergoeding.

Het is aan te raden naar de kapper te gaan vóór het haar gaat uitvallen. Kleur en model kunnen dan het beste op uw eigen haar worden afgestemd. Na het beëindigen van de behandeling begint uw haar na ongeveer 4 tot 6 weken weer te groeien. Na enkele maanden is de haargroei vaak goed hersteld. Wanneer uw haar weer aangroeit, kan het, vaak tijdelijk, verschil tonen met uw oorspronkelijke haar. Het kan anders zijn van kleur, sluiker zijn of juist meer slag hebben.

f. Huidveranderingen: droogheid, uitslag of jeuk

  • Draag geen knellende kleding en liefst kleding gemaakt van natuurlijke stoffen.
  • Gebruik liever geen zeep tijdens het baden of douchen, maar bad- of douche olie; douche en baad bij voorkeur met lauwwarm water.
  • Smeer de huid dagelijks in met een hydraterende en ongeparfumeerde lotion of crème;
  • Probeer felle zon te vermijden. Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een beschermingsfactor twaalf of hoger.
  • Geef jeuk aan bij uw arts of verpleegkundige; u krijgt dan een koelzalf tegen de jeuk.

g. Irritatie van de ogen

Uw ogen kunnen gaan irriteren. U merkt dit aan rode, pijnlijke of tranende ogen. Dit kan veroorzaakt worden door irritatie van het hoornvlies of doordat de traanklieren onvoldoende traanvocht produceren. Dit gaat vanzelf weer over.

  • Het dragen van contactlenzen wordt afgeraden.
  • Lees met voldoende achtergrondverlichting en neem voldoende afstand van de televisie;
  • Gun uw ogen rust door ze regelmatig voor korte tijd te sluiten.
  • Vraag eventueel aan uw arts of verpleegkundige oogdruppels (methylcellulose), als u last heeft van droge ogen.

h. Nagelafwijkingen

Door de behandeling kan de groei van de nagels worden vertraagd of verstoord. De nagels kunnen de volgende veranderingen vertonen:

  • afname groei;
  • splijten, breken of loslaten;
  • droger, brozer of zachter worden;
  • witte lijnen op nagelbed.

De veranderingen ontstaan heel geleidelijk en verdwijnen meestal ook weer langzaam na beëindigen van de behandeling.

  • Houd vinger- en teennagels kort. Goede nagelverzorging voorkomt infecties.
  • Het vijlen van de nagels kan het beste in één richting gebeuren, omdat bij het heen en weer vijlen de nagels kunnen splijten.
  • Het plakken van pleisters om de nagels kan helpen om te voorkomen dat uw nagels voortdurend blijven haken.
  • Plak de pleister wel op de huid en niet op de nagel. Vervang de pleister dagelijks.

i. Verandering van het ontlastingspatroon

Chemotherapie kan het slijmvlies van de darmen irriteren, waardoor u last krijgt van diarree of van verstopping.

Bij diarree

  • Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal twee liter vocht per 24 uur.
  • Gebruik extra bouillon en/of tomatensoep;
  • Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
  • Heeft u langer dan 24 uur diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun), gepaard met misselijkheid, waardoor u niet kunt eten of drinken, neem dan contact op met uw specialist of huisarts.

Bij verstopping

  • Zorg dat u voldoende blijft drinken. Streef naar minimaal twee liter vocht per 24 uur.
  • Vraag eventueel de diëtiste om advies over vezelrijke voeding.
  • Zorg voor voldoende beweging.
  • Neem de magnesiumoxide tabletten in volgens voorschrift van uw arts.
  • Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw specialist of huisarts.

j. Invloed van TPF op de werking van de aanmaak van bloedcellen

In het beenmerg worden witte bloedcellen (leukocyten), rode bloedcellen (erytrocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak bloedcellen, waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn.

Witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Een verminderd aantal witte bloedlichaampjes geeft een verhoogd risico op infectie. Dit risico is het grootst tien tot veertien dagen na cytostatica toediening. De kans bestaat dat u koorts krijgt. Als uw temperatuur 38.5 graden Celsius of hoger is, moet u uw specialist of verpleegkundige waarschuwen. U krijgt standaard op dag 5 na start van de kuur een antibioticakuur om u te kunnen beschermen tegen eventuele infecties. U moet gedurende tien dagen twee keer daags 500 mg Ciproxin innemen, u krijgt hier ook lactulose bij. U krijgt voor dit medicijn een recept bij ontslag. Ook zult u een dag na het einde van de 5-FU een injectie met een groeifactor voor witte bloedcellen, Neulasta, krijgen. U krijgt deze thuis toegediend. De verpleegkundige zal u hier nader over informeren. Ook krijgt u een aanvullende folder met informatie over Neulasta mee.

Bloedplaatjes zijn betrokken bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen en bloedend tandvlees. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, moet u uw specialist waarschuwen.

Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.

In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.

Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt voorafgaand aan iedere nieuwe kuur, en op indicatie, uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur aangepast moet worden of dat de kuur een aantal dagen uitgesteld wordt.

k. Invloed op het gehoor

Cisplatin kan het gehoor aantasten. Dit betekent dat u last kunt krijgen van een verminderd gehoor, met name voor de hoge tonen en/of van een zoemend geluid in het oor. Dit is meestal onomkeerbaar. Geef klachten meteen door aan uw specialist.

l. Invloed op het zenuwstelsel

Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel. U kunt last krijgen van:

  • doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen;
  • spierzwakte in armen of benen.

Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf niets doen om deze klachten tegen te gaan. Wel is het van belang de klachten aan uw arts te melden, omdat het soms nodig is de behandeling aan te passen.

m. Invloed op de nierfunctie

Cisplatin kan de functie van uw nieren beïnvloeden. Om die reden krijgt u veel vocht toegediend via het infuus voor en na de toediening in het ziekenhuis. Het is belangrijk dat u minimaal twee liter vocht per dag drinkt, ook wanneer u thuis bent. De nierfunctie zal regelmatig worden gecontroleerd via controle van de bloedwaarden.

n. Invloed op de seksualiteit en vruchtbaarheid

De meeste mensen hebben tijdens de behandeling minder zin in vrijen. De behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit is vaak groter dan voorheen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Het telefoonnummer van CKvL vindt u in hoofdstuk 9.

Cytostatica kan zorgen voor blijvende onvruchtbaarheid. Vraag uw arts eventueel naar mogelijkheden om uw sperma in te vriezen.

Chemotherapie kan aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor vrouwelijke en mannelijke patiënten tijdens en na de behandeling met chemotherapie zwangerschap te voorkomen door anticonceptie te gebruiken. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en de duur waarvoor ze gelden met uw behandelend arts. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden om een zwangerschap te voorkomen. Indien er een vermoeden van zwangerschap is, breng dan direct uw arts op de hoogte.

Aarzel niet problemen op dit gebied te bespreken met uw specialist of verpleegkundige.

Specifieke maatregelen:

Tijdens chemotherapie kun je vette vis eten. Vette vis is een belangrijke bron van eiwit en energie. Visvetzuren zijn goed voor hart en bloedvaten. Supplementen met visolie worden afgeraden vanaf 24 uur vóór, tot en met 24 uur ná de toediening van Cisplatine. De reden hiervoor is dat visoliesupplementen hoge concentraties van een specifiek vetzuur (PIFA) kunnen bevatten, wat mogelijk een negatief effect heeft op de behandeling. Meer informatie over voeding en kanker kunt u vinden op www.voedingenkanker.info

6. Redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis

U moet direct contact opnemen met uw specialist, indien u last heeft van de volgende klachten:

  • Blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich hebt gestoten.
  • Als een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt.
  • Koorts boven 38,5 graden Celsius, met of zonder koude rillingen.
  • Verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.

Verschijnselen waarvoor u uw specialist of dienstdoende arts moet waarschuwen als ze langer dan 24 uur aanhouden:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (3-4 keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken.
  • Diarree (4-6 keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken.
  • Langer dan vier dagen geen ontlasting.
  • Bloed in de ontlasting of urine.
  • Verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid.
  • Kortademigheid.
  • Pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken.
  • Een pijnlijk, brandend gevoel bij het plassen.
  • Elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.

7. Cytostatica in de uitscheidingsproducten

Inleiding

In dit deel van de behandelwijzer leest u adviezen over beschermende maatregelen in de thuissituatie na behandeling met cytostatica. Resten van cytostatica kunnen tot ongeveer een week na de kuur in het lichaam aanwezig zijn. Het aantal dagen verschilt per middel. Binnen die periode worden ze in het lichaam afgebroken en in geringe hoeveelheden afgevoerd via de uitscheidingsproducten: urine, ontlasting, wondvocht, transpiratie, speeksel en braaksel.

Uit onderzoek blijkt dat cytostatica schadelijk kunnen zijn voor gezonde mensen. Vooral verpleegkundigen, die hier tijdens hun werk veel mee in aanraking komen, lopen een risico. Mogelijk heeft u al gemerkt dat zij hiervoor extra beschermende maatregelen nemen, zoals het dragen van handschoenen. Omdat u thuis slechts korte tijd in aanraking komt met cytostatica, zijn de risico’s voor u en uw naasten heel klein. Toch vinden wij het belangrijk om u op een aantal zaken te wijzen. Heeft u hulp in de huishouding? Vertel hen waar zij op moeten letten.

Wegwerphandschoenen

Bij contact met urine, ontlasting en braaksel adviseren wij uw naasten om wegwerphandschoenen te dragen. Dit geldt ook voor schoonmaakwerkzaamheden rond uitscheidingsproducten en contact met wasgoed.

  • Toilet en was- / badgelegenheid kunt u tenminste een keer per week en na braken schoonmaken met een gewone zeepoplossing (allesreiniger).
  • Indien de vloer of de vloerbedekking bevuild is met braaksel, urine of andere lichaamsvloeistoffen kunt u deze schoonmaken met een gewone zeepoplossing.
  • De wc-borstel kunt u een keer per week reinigen in een sopje met een gewone zeepoplossing.

Wasgoed

Voor wasgoed dat in aanraking is gekomen met urine, ontlasting, braaksel of ernstige transpiratie adviseren wij de volgende stappen:

  • Verzamel het wasgoed in een aparte, goed afsluitbare plastic zak.
  • Gebruik eerst een koud spoelprogramma met alleen de zichtbaar 'besmette' kleding of beddengoed, dus geen ander wasgoed toevoegen.
  • Daarna een wasprogramma (inclusief een voorwas) dat geschikt is voor het materiaal. Hierbij mag u ander wasgoed toevoegen.

Urine en ontlasting

  • Ook mannen moeten zittend urineren. Dit veroorzaakt minder spatten.
  • Spoel het toilet na gebruik twee-maal door met gesloten deksel.
  • Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier.
  • Was de handen na toiletgebruik.
  • Als de patiënt een blaaskatheter heeft, adviseren wij u dagelijks de opvangzak te verwisselen. De opvangzak kunt u (in verband met mogelijke lekkage) in een dubbele plastic zak doen en daarna met het huisvuil weggooien.
  • Een urinaal of ondersteek spoelt u, na gebruik, eerst om met koud water. Ver¬volgens reinigt u deze meteen gewone zeepoplossing.
  • Alle uitscheidingsproducten kunnen via het riool worden afgevoerd.

Braaksel

De maatregelen bij het omgaan met braaksel zijn hetzelfde als bij ontlasting en urine. Leg een handdoek of wegwerponderlegger op uw kussen, als u misselijk bent of denkt te zullen braken.

  • Braaksel mag u weggooien in het toilet.
  • Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier.
  • Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met het deksel dicht.
  • Maak bij braken, indien mogelijk, gebruik van het toilet. Als dit niet mogelijk is, gebruik dan zoveel mogelijk wegwerpmateriaal. Denk hierbij aan een plastic draagtas in een emmer. Gooi de draagtas wel direct na gebruik weg in een aparte, dubbele plastic vuilniszak om lekkage te voorkomen.
  • Was de handen na het braken en/of het opruimen van het braaksel.

Afval

Afvalmaterialen zoals luiers, incontinentiemateriaal, bakjes met braaksel of stomamateriaal kunt u verzamelen in een plastic zak. Doe daar nog een extra plastic zak om heen om het risico op lekken te voorkomen. Gooi het vervolgens weg met het huisafval.

Overige gebruikte materialen

Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft u geen speciale maatregelen te nemen.

Lichamelijk contact/ seksualiteit

Veel vragen gaan over intiem contact, zoals het knuffelen of het geven van een zoen. Zover men weet, leidt dit niet tot schadelijke effecten. U hoeft intimiteit en lichamelijk contact niet te mijden.

Het is niet bekend of, en in welke mate cytostatica opgenomen worden in het sperma of het slijmvlies van de vagina. Gebruik daarom, gedurende de risicoperiode, bij het vrijen altijd een condoom.

Tot slot

Het is belangrijk uw familie en de bij u betrokken hulpverleners van bijvoorbeeld de thuiszorgorganisatie, te melden dat u behandeld wordt met cytostatica en hen op de hoogte te stellen van de hierboven besproken maatregelen. Met het opvolgen van deze maatregelen kunt u de risico’s tot een minimum beperken en hoeft u zich niet nodeloos ongerust te maken.

Cytostatica in uitscheidingsproducten

Tot en met zeven dagen na de laatste toediening zitten de medicijnen nog in uw uitscheiding.

8. Na de behandeling

Als de behandeling is afgerond (chemotherapie en operatie), blijft u nog een tijd onder controle. Afhankelijk de behandeling die u heeft gehad, kan dat vijf jaar, tien jaar of uw hele verdere leven zijn. De eerste tijd vindt de controle vaak elke drie maanden plaats. Later kan dat elke zes maanden of eens per jaar worden. Vraag uw arts hoe vaak u moet terugkomen, voor hoelang en welke onderzoeken hij voorstelt dan te doen. Laat u goed voorlichten waarop u wordt onderzocht. Vraag wanneer u de uitslag krijgt en op welke manier.

Als u zich tussentijds onzeker voelt over een bepaalde klacht of lichamelijk verschijnsel en bang bent dat de kanker is teruggekomen, vervroeg dan uw afspraak. Neem contact op met het ziekenhuis wanneer u zich ongerust maakt en vraag naar de mogelijkheden.

Na het beëindigen van de behandeling kunt u nog met veel klachten als gevolg van de chemotherapie en operatie zitten. Sommige klachten zijn tijdelijk en zullen heel geleidelijk verminderen. Andere klachten kunnen permanent zijn. Vraag uw behandelend arts als u meer informatie hierover wilt hebben.

Naarmate u meer last heeft van een klacht, zal de impact op de kwaliteit van uw leven groter zijn. Ook na de behandeling willen wij, samen met u, proberen deze klachten te verhelpen, tot een minimum te beperken of in te passen in uw leven.

Droge mond/ slijmvorming

U kunt langere tijd na de behandeling last houden van een droge(re) mond. Door een veranderde samenstelling of lagere productie van speeksel kunt u meer moeite hebben met spreken en slikken.

Vermoeidheid

Tot lang na de behandeling kan vermoeidheid nog een ernstig probleem zijn. Deze vermoeidheid kenmerkt zich door uit het niets op te duiken, lijkt op uitputting en de herstelperiode is langer dan normaal. Extreme vermoeidheid maakt ook dat u sneller geïrriteerd kunt raken of dat u meer moeite hebt met concentreren. Leven met weinig energie is een hele opgave.

Bespreek de impact die de vermoeidheid heeft op uw dagelijks functioneren en welbevinden met uw verpleegkundige. Vraag informatie aan de verpleegkundige of in het Centrum Patiënteninformatie over de revalidatieprogramma’s voor kankerpatiënten.

Pijn

Ook na de behandeling kunnen pijnklachten nog aanwezig zijn. Bespreek de pijn en de impact van de pijn op uw functioneren en welbevinden met uw arts en verpleegkundige.

Bouw pijnmedicatie af op geleide van klachten en in overleg met uw arts of verpleegkundige.

Gehoor

Cisplatin kan het gehoor beschadigen. De gehoorschade 'beperkt' zich hierbij in de regel tot de hoge tonen. Dit gehoorverlies is wel permanent. Bij sommige patiënten kan een hoortoestel uitkomst bieden. De logopediste kan u hierover meer informatie geven.

Werkhervatting

Kanker wordt als een chronische ziekte gezien. Aan de ziekte en behandeling kunt u beperkingen overhouden die gevolgen hebben voor deelname aan het arbeidsproces. Zeker na een behandeling met zowel chemotherapie als een operatie kan het moeilijk zijn de draad van het werk weer op te pakken. Uw arts kan u over de werkhervatting adviseren. Het algemene advies is om een gedetailleerd plan te maken met welke kleine stappen en in welk tempo terugkeer naar het werk mogelijk is. Ook kunt u een gesprek met de maatschappelijk werker regelen met werkhervatting als belangrijk gespreksonderwerp. Als u vragen heeft, kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal.

Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL)

Het krijgen van kanker en het ondergaan van een behandeling zijn ingrijpende gebeurtenissen. Niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel krijgt u veel te verwerken. Angst, onzekerheid, woede en verdriet, allemaal emoties die bij het ziektebeeld horen. Ook kunnen er vragen komen als: waarom ik, wat gebeurt er met mijn partner, kinderen en hoe moet ik nu verder?

Bij het CKvL werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over het omgaan met kanker, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met uw nieuwe situatie. Zij bieden persoonlijke begeleiding bij verwerkingsprocessen, het omgaan met de ziekte en behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen ook tijdens de herstelperiode na de behandeling. Tevens bemiddelen en adviseren zij bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis en bieden materiële hulpverlening, gerelateerd aan ziekte en behandeling. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat CKvL. Het telefoonnummer vindt u in hoofdstuk 9.

Sociale contacten

Sommige familieleden of vrienden kunnen het moeilijk vinden om te gaan met iemand die kanker heeft. Vaak is dat geen kwestie van onwil, maar van onmacht. Neem zelf contact op als die mensen u dierbaar zijn. Laat weten dat u, ondanks uw ziekte, nog altijd dezelfde bent. Bij verminderde energie kan het onderhouden van sociale contacten u tegenstaan. Probeer toch samen met familieleden of vrienden oplossingen te bedenken. Praat erover. Het CKvL kan u helpen hier een goed evenwicht in te vinden.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload