Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website toont video’s van YouTube. Deze partij plaatst cookies (third party cookies). Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. U kunt dan geen video’s op deze website zien. Wij plaatsen zelf ook cookies om onze site te verbeteren. Deze gegevens worden niet aan derden verstrekt. Lees meer over het cookiebeleid

Deze website maakt gebruik van cookies om video's te tonen en het gebruikersgemak te verbeteren. Als u deze cookies niet wilt, dan kunt u dat hier aangeven. Lees meer over het cookiebeleid

Ga direct naar de inhoud, het hoofdmenu, het servicemenu of het zoekveld.

17 miljoen voor onderzoek naar 'zogenaamde borstkanker'

10feb 2017

Terug naar het overzicht

de Volkskrant


Patholoog Jelle Wesseling van het Antoni van Leeuwenhoek krijgt een Brits-Nederlandse prijs van ruim 17 miljoen euro om onderzoek te doen naar een afwijking die wordt beschouwd als borstkanker maar dat vaak niet blijkt te zijn. Het gaat om DCIS, een woekering van cellen die zich beperkt tot de melkgangen. Vorig jaar kreeg een op de zeven vrouwen met borstkanker die diagnose. Ze werden allemaal geopereerd terwijl dat vermoedelijk lang niet altijd nodig is.

Het aantal diagnoses van DCIS is de afgelopen decennia sterk toegenomen, vooral door betere screening. Vorig jaar kregen 2675 vrouwen de diagnose, ruim 15 procent van alle vrouwen met borstkanker. In 1990, voordat het bevolkingsonderzoek werd ingevoerd, ging het om slechts 375 gevallen (4 procent van het totaal). Vrouwen met DCIS voelen meestal geen knobbeltje in hun borst. De afwijking wordt vaak ontdekt omdat die gepaard gaat met kalkspatjes die op foto's goed te zien zijn.

In de meeste gevallen, zegt Wesseling, blijven de onrustige cellen in de melkgangen zitten, waar ze geen kwaad kunnen. Soms groeien ze door naar het borstweefsel en ontwikkelen ze zich tot kanker. Artsen weten nu niet bij welke vrouwen de cellen mogelijk de verkeerde kant opgaan en kunnen daardoor geen goede informatie geven over de risico's. Het onderzoek van Wesseling moet daarin verandering brengen. Doel is om onnodige belastende ingrepen te voorkomen. Nu worden alle vrouwen met DCIS behandeld alsof ze kanker hebben. Dat betekent een borstsparende operatie, gevolgd door bestralingen en soms zelfs een amputatie.

Beter onderscheid

Wesseling gaat uitzoeken hoe beter onderscheid kan worden gemaakt tussen de ongevaarlijke en de gevaarlijke vorm. Nu kan weliswaar onder de microscoop onderscheid worden gemaakt tussen 'slaperige', weinig actieve en actieve cellen, legt hij uit, maar dat geeft te weinig houvast voor een besluit over de behandeling. Wesseling gaat onder meer kijken naar dna-kenmerken en naar eigenschappen die het gedrag van cellen bepalen. Vreemd genoeg, zegt Wesseling, wordt er bij kanker volop genetisch onderzoek gedaan, terwijl dat bij DCIS nauwelijks het geval is. Hij hoopt dat het in de toekomst mogelijk wordt om bij vrouwen met DCIS een biopt van afwijkende cellen af te nemen om dan, op basis van een rij eigenschappen, het verloop van de ziekte te voorspellen.

Deze maand is de Amsterdamse patholoog met een internationaal team in dertig Europese ziekenhuizen begonnen aan vergelijkend onderzoek. Vrouwen bij wie de DCIS-cellen er onder de microscoop weinig actief uitzien worden in twee groepen verdeeld: de ene groep krijgt de gangbare behandeling (opereren en bestralen), bij de andere groep wordt afgewacht. Doel is om aan te tonen dat het inderdaad veilig is om niet in te grijpen bij die weinig actieve afwijkingen. Met een jaarlijkse borstfoto kan dan de situatie bij de vrouwen in de gaten worden gehouden.

Geld voor het onderzoek komt voor de helft van Cancer Research UK, de grootste fondsenwervers ter wereld op het gebied van kanker. De andere helft is beschikbaar gesteld door KWF Kankerbestrijding.

kLlhIfgAe80

Bron artikel: de Volkskrant 10 februari 2017

Het onderzoek dat in de Volkskrant wordt benoemd, is de LORD-trial (Low Risk DCIS). In deze trial worden vrouwen met laaggradig DCIS verdeeld over twee groepen. De ene groep krijgt de gangbare behandeling (opereren en, bij een sparende operatie, bestralen), de andere groep wordt jaarlijks gecontroleerd. Doel is om aan te tonen dat het inderdaad veilig is om niet in te grijpen bij laaggradig DCIS. Vrouwen kunnen aan hun behandelend arts vragen of ze voor deze trial in aanmerking komen. Op dit moment is de trial in het Antoni van Leeuwenhoek gestart en zal de komende maanden ook worden uitgerold in ruim 30 andere ziekenhuizen in Nederland.

De LORD-trial maakt deel uit van het grotere onderzoek naar DCIS. Hiervoor worden weefselmonsters onderzocht van vrouwen die in het verleden voor DCIS zijn behandeld.

Deel dit onderwerp
 
 
contact
020 512 9111
We helpen u graag verder