’Hier mogen werken, maakt mij trots’

28 aug 2019 11:47

Alleen met de juiste vragen vind je ook de juiste antwoorden. Een motto even simpel als complex, zegt René Medema. Anders vertaald: als we alle antwoorden al hadden, zouden er geen vragen meer overblijven. „Ik mag ervoor zorgen dat de allerbeste mensen hun allerbeste ideeën kunnen ontplooien.”

René Medema (54) is voorzitter van de raad van bestuur en directeur wetenschapsbeleid bij het Antoni van Leeuwenhoek. Daarnaast leidt hij in het Nederlands Kanker Instituut (NKI), het onderzoeksinstituut van het AVL een onderzoeksgroep die de genetische instabiliteit van cellen bestudeert. Hij is hoogleraar in de celbiologie en chemicus.

 

René Medema 2 Fotograaf Erna Faust
Wij zoeken onderzoekers die grenzen durven te verleggen en er is een groot risico dat het niet lukt, maar als het wel lukt, is dat fantastisch.
René Medema Voorzitter raad van bestuur en directeur wetenschapsbeleid

Het gesprek begint terloops over Italië, waar zijn vrouw vandaan komt. „We hebben er wel eens over nagedacht om in Italië te gaan wonen. Dat eten hè, het landschap... Maar voor mijn werkgebied is het niet optimaal. In Nederland krijg je meer kansen, heb je minder hiërarchie. In Italiaanse ziekenhuizen heb je bijvoorbeeld nog echt ’il Primario’, de hoofddokter. Hij is haast een soort heilige. Dat is niet goed in een setting van onderzoek. Daar moet je juist ruimte geven aan nieuwe ideeën. Aan mensen die tegen mij moeten kunnen zeggen: dat is onzin wat jij vindt. Hiërarchie is fnuikend voor dat type creativiteit. Mijn onderzoeksgroep is succesvol als ik mensen aanneem die slimmer zijn dan dat ik ben.”

Voordat Medema in 2012 aan het hoofd van het AVL kwam, gaf hij leiding aan het Laboratorium Experimentele Oncologie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Daarvoor werkte Medema, die oorspronkelijk uit Benthuizen komt en in Leiden heeft gestudeerd, ook al in het NKI. Tussen 2000 en 2004 was hij er (eveneens) onderzoeksleider.

Hoe wordt een onderzoeker vervolgens directeur?

„Ik was altijd heel erg gepassioneerd over onderzoek. Maar dan ga je je afvragen: wat is de betekenis ervan? Als onderzoeker alleen red je het niet. Als je dingen mag gaan aansturen, is dat heel mooi. Niet omdat ik zo’n rasbestuurder ben, maar ik wil er graag voor zorgen dat wij zo goed mogelijk patiënten kunnen helpen. Met zijn allen zorgen dat we van behandelingen een succes maken. Daarvoor zoeken we naar slimme mensen. Ik mag ervoor zorgen dat de allerbeste mensen hun allerbeste ideeën kunnen ontplooien.”

Dat moet ook onder de beste omstandigheden kunnen.

„Die moeten wij creëren. Als onze faciliteiten van hoge kwaliteit zijn, kunnen onze onderzoekers en artsen maximaal presteren. Voor mij is een belangrijk selectiecriterium bij het aannemen van onderzoeksleiders: inspireer jij mij? Dan zijn ze ook inspirerend naar anderen. Daarvan gaan mensen goed presteren.”

En hoe raakt u geïnspireerd?

Door originaliteit. Als ik gedurfde plannen hoor met een andere invalshoek. Want zo komt er op een gegeven moment een doorbraak: als iemand op een andere manier naar een probleem is gaan kijken. Als dat werkt, zie je erna vaak kopieergedrag. Maar dat is niet het interessantste. Als die ontdekking er eenmaal is, moet die worden toegepast. Het allerbelangrijkste is dat er daarna weer nieuwe doorbraken komen. Wij zoeken onderzoekers die grenzen durven te verleggen er is een groot risico dat het niet lukt, maar als het wel lukt, is dat fantastisch.”

Welke doorbraken komen voor rekening van het NKI?

„De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat belangrijke doorbraken in de behandeling van kanker vaak tot stand komen door onderzoek van velen in een keten van mondiaal onderzoek en voortkomend uit jarenlang fundamenteel onderzoek. Wij leveren belangrijke bijdragen aan die keten. We achterhalen bijvoorbeeld in het lab waarom bepaalde therapieën niet werken en kunnen op basis van die kennis die therapie wel werkend maken. Onze kracht ligt echt in de samenwerking tussen lab en kliniek.”

U klinkt wat bescheiden. Dit is uw kans om alle successen uit te dragen.

„Beeldgestuurde radiotherapie was twintig jaar geleden een heel belangrijke doorbraak, waarbij onze onderzoekers een cruciale rol hebben gespeeld. Waar is precies de dosis bestraling terechtgekomen? Was dat wel zo goed? Wij sturen nu op de verdere ontwikkeling daarvan.”

„Tien jaar geleden bleek van immuuntherapie dat het werkt: een grote groep kankerpatiënten heeft er baat bij. Dan is de volgende kwestie: maar dus lang niet iedereen. Hoe kunnen wij dat verbeteren? Daar zijn we ons ook heel erg hard op aan het richten. Wij proberen de biologie daarachter te begrijpen. We zijn ook bezig om immuuntherapie naar voren te halen in de behandeling. Ik kan nog niet zeggen dat dat mensenlevens gaat redden, maar recent onderzoek bij melanoom geeft hoopgevende resultaten.”

„Verder lopen hier nu een aantal unieke klinische studies op basis van ons eigen labonderzoek naar combinaties van medicijnen die voor bepaalde tumortypes effectief zouden kunnen zijn. We hebben een patholoog, Jelle Wesseling, die kijkt naar patiënten met een voorstadium van borstkanker. Voorheen werd meteen rigoureus ingegrepen, met een operatie. De vraag is of dat nodig is.” En daarom: „Ik vind het geweldig om hier te mogen werken. Het maakt mij trots.”

Bij dat streven naar het beste van het beste moet u wel binnen het budget blijven. Dat wringt.

„Dat wringt altijd. We hebben veel meer goede ideeën dan dat we geld hebben. Ons jaarlijks budget in het NKI is 85 miljoen euro. Daar moeten we alles mee financieren: het onderzoek, de mensen, het gebouw, de materialen. Als je dat vergelijkt met de budgetten van enkele buitenlandse instituten: dat scheelt zo een factor vier, tot wel tien.”

„Het betekent dat we slimme keuzes moeten maken. Ons onderzoek moet altijd relevant zijn. Mag niet op de plank belanden. Wat ik daarmee bedoel: als een onderzoeker hier overtuigend bewijs levert dat een nieuwe behandeling effectief zou kunnen zijn, moet er hier ook een arts rondlopen die daarmee aan de slag wil. Dat zijn we ook verplicht aan onze donateurs, waarvan KWF Kankerbestrijding een zeer belangrijke en gewaardeerde is. En ik denk dat wij dat inmiddels goed doen, maar het kan altijd nog beter.”

Hoe laveert u tussen de belangen van de overheid die op kosten stuurt, de farmaceuten die op winst sturen en die van het NKI, dat ruimte voor onderzoek wil?

„Door die belangen te scheiden. We betalen niets met donaties uit de collectebus wat door de zorgverzekeraar betaald moet worden. Als wij iets doen wat in het belang van de farmaceutische industrie is, rekenen we geld. Dat snappen ze daar ook.”

„Tegelijk is het lastig voor farmaceuten dat medicijnen vaak maar in heel kleine groepen patiënten effectief zijn dat is een ingewikkeld verdienmodel. Wij kunnen ze daarbij vaak helpen, door sneller te achterhalen bij welke patiëntengroep het middel werkzaam kan zijn. In de DRUP studie, mede geleid door onze medisch directeur Emile Voest, worden geneesmiddelen bijvoorbeeld eerst gratis verstrekt door de farmaceut en op het moment dat ze bij iemand blijken te werken, gaat de verzekeraar op maat betalen. Dan is iedereen blij.”

Is dat zo? Medicijnen voor kanker zijn duur.

„Ze zijn heel erg duur. De discussie of ze ook zo duur moeten zijn, loopt nu. Daar proberen we wat aan te doen.”

Daar heeft het NKI invloed op?

„Dat proberen we. In een klinische studie gaan miljoenen, zo niet miljarden om. Daar zijn standaard heel grote groepen patiënten voor nodig. Die methode willen we nu deels doorbreken, bijvoorbeeld door die DRUP-studie. Daarin wordt het middel aan tientallen mensen gegeven, en niet aan honderden, en ook dan kan de effectiviteit blijken. Het kan ook niet anders, want het gaat om zeldzame tumoren. Als straks de Amerikaanse FDA en het Europees Geneesmiddelen Agentschap die werkwijze ook accepteert, kunnen we heel veel besparen.”

Tegelijk blijft u ook zelf nog onderzoeker.

„Van huis uit ben ik chemicus. Wij zijn in wezen niet meer dan een stel moleculen. Dat die daar zoiets bijzonders van kunnen maken als de mens, intrigeert mij enorm. Ik tracht te begrijpen hoe de chemie van het leven werkt en kanker is een ontsporing van dat leven.”

„In onze groep onderzoeken we hoe cellen omgaan met genetische instabiliteit. Een kankercel is heel instabiel. Maar waarom is dat nou? Door die instabiliteit kan hij zich heel erg gaan misdragen, maar tegelijk is het ook zijn zwakte.

Waar moet je dan die cel breken, zodat hij doodgaat? Hoe deelt hij? En hoe kun je daarin ingrijpen?

Als we dat eenmaal weten, zullen we uiteindelijk misschien nooit meer kanker krijgen. „In theorie is het mogelijk de ontwikkeling van kanker al in een vroege fase af te stoppen. We zouden die kankercellen zo moeten 'fuiken’, dat ze ingesloten raken en kapot gaan. Maar zo ver is het voorlopig nog niet.”

Dit is het achtste artikel van een serie van acht over het Nederlands Kanker Instituut, het onderzoeksinstituut van het Antoni van Leeuwenhoek. De serie geeft een kijkje achter de schermen van het NKI waar zo’n 700 onderzoekers werken aan de opheldering van het probleem kanker. Samen met de artsen vinden zij steeds meer nieuwe aanknopingspunten voor behandeling.

Bron: Noordhollands Dagblad, katern FIT
Dit artikel verscheen ook in het Haarlems Dagblad, Gooi- en Eemlander en Leidsch Dagblad
© Holland Media Combinatie