Chemotherapie
Behandeling met 14-daagse ifosfamide
Uw arts heeft met u besproken dat u een behandeling met chemotherapie zult krijgen.
In dit document vindt u informatie over:
- Hoe werkt chemotherapie?
- Het behandelschema
- Informatie over de bijwerkingen van chemotherapie
- Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis
- Multidisciplinaire zorg en ondersteuning
- Na de behandeling
- Meer informatie
Bijlage 1. Maatregelen thuis tijdens en na de behandeling met chemotherapie
Bijlage 2. Medicatie tegen misselijkheid
Bijlage 3. Mondverzorging
Uw arts en verpleegkundige(n) geven u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan iemand mee te nemen die u steunt en met u meeluistert tijdens de gesprekken.
Deze informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie. U kunt thuis alles nog eens rustig nalezen.
1. Hoe werkt chemotherapie?
Chemotherapie is een behandeling met celdodende of celdeling remmende medicijnen ook wel cytostatica genoemd. Alle delende cellen (kankercellen, maar ook gezonde cellen) kunnen hierdoor getroffen worden. De gezonde cellen herstellen zich meestal weer na de chemotherapiekuur.
Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. Afhankelijk van de soort kanker kunnen één of meer cytostatica voor een behandeling worden gebruikt.
De cytostatica kunnen op verschillende manieren worden toegediend, per infuus, als tablet of via een injectie. Cytostatica verspreiden zich via het bloed door uw lichaam en kunnen daarom op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken.
Doel van de behandeling
Chemotherapie kan op verschillende manieren worden ingezet, namelijk als:
- curatieve behandeling: gericht op genezing;
- palliatieve behandeling: genezing is niet meer mogelijk, de behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering van de klachten;
- neo-adjuvante behandeling: hierbij krijgt u de chemotherapie voorafgaand aan een verdere behandeling (bijvoorbeeld een operatie/bestraling). Het doel van de chemotherapie is de tumor te verkleinen;
- adjuvante behandeling: hierbij krijgt u de behandeling na de operatie.
Uw internist of verpleegkundig specialist heeft met u het doel van uw behandeling besproken.
2. Het behandelschema
Voordat u start met de kuren zal een zogenaamde porth a cath worden geplaatst voor toediening van de cytostatica.
U wordt voorafgaand aan de start van de kuur gezien door de verpleegkundig specialist op de polikliniek. Daarna volgt een afspraak op de Dagbehandeling voor het aansluiten van de folfusorpomp met het middel ifosfamide.
De folfusorpomp is een draagbaar infuuspompje dat de medicatie geleidelijk en met de juiste snelheid toedient.
Wat zijn de voordelen van een folfusorpomp?
- Wanneer een folfusorpomp wordt gebruikt, hoeft de patiënt niet opgenomen te worden in het ziekenhuis.
- De folfusorpomp beperkt de patiënt niet in het gewone dagelijkse leven.
- Omdat de folfusorpomp een kleine pomp is, kan het gemakkelijk in een draagtasje onder de kleding worden gedragen.
- Er is geen latex in de pomp verwerkt, daardoor is er geen gevaar voor een allergische reactie.
- De harde behuizing is doorzichtig waardoor de toediening van de medicatie kan worden gevolgd.
- De folfusorpomp is bestemd voor eenmalig gebruik.
U krijgt nog een aparte folder mee over de folfusorpomp.
Opnameduur: een dagdeel op de Dagbehandeling
Dag 1 aansluiten van de pomp
Dag 8 omwisselen van een nieuwe pomp
Dag 15 afkoppelen van de pomp
Frequentie van de kuur: 28 dagen waarvan 14-daagse toediening van ifosfamide met de folfusorpomp. Daarna 14 dagen rust.
Verwacht aantal kuren: Na iedere twee kuren wordt ter evaluatie een CT-scan gemaakt. Afhankelijk van de uitslag wordt bepaald of de volgende twee kuren doorgaan.
Behandelschema cytostatica
Cytostatica | Toedieningswijze | Dag van toediening | Tijdstip van toediening | Hoeveelheid vloeistof bij infuus | Inloopsnelheid bij infuus |
Ifosfamide | folfusor pomp | Dag 1-14 | nvt | … | +/-30ml/dag |
Mesna | folfusor pomp | Dag 1-14 | nvt | … |
Geneesmiddel | Dagdosis | Dag | Tijdstip | Toedieningswijze |
Thiamine | 3 x 100mg | 1-14 | 8.00-14.00-22.00 | Tablet, via de mond |
Mesna (uromitexan) | 1000mg/m2 | 1-14 | 8.00 | Tablet, via de mond |
Natrium bicarbonaat | Zo nodig 1000mg | 1-14 | 8.00 en 20.00 uur | Tablet, via de mond wanneer pH<6,5 in urine |
Natriumbicarbonaat
Ifosfamide heeft een negatief effect op de blaas. Daarom wordt gevraagd om 2 x per dag de urine te testen op de zuurgraad (pH), dit kan met een stickje. Wanneer de pH-waarde lager is dan 6,5 neemt u 1000mg bicarbonaat in.
Om de misselijkheid te bestrijden die tijdens de kuur op kan treden, kunt u onderstaande medicatie gebruiken:
middel | Dosering | Dag | |
Beleid tijdens kuur | metoclopramide | 3x 10mg | 1-14 |
Bij falen van beleid | Zn granisetron | 1 | Zn |
Specifieke maatregelen
We adviseren u om per 24 uur minimaal 1,5 liter te drinken. Dit om uw nierfunctie te beschermen.
3. Informatie over de bijwerkingen van chemotherapie
Door de chemotherapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere mensen weinig. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de chemotherapiekuur op de ziekte. U ontvangt onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan. Bespreek altijd alle bijwerkingen of klachten met uw internist of verpleegkundig specialist. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bijwerkingen genoemd.
De volgende bijwerkingen of veranderingen kunnen mogelijk optreden bij uw kuur.
Bijwerkingen aan het beenmerg zoals:
- Bloedarmoede;
- Leukopenie = tekort aan witte bloedcellen;
- Trombocytopenie = tekort aan bloedplaatjes.
- Blaaswandbeschadiging
- Haarverlies
- Misselijkheid en braken
- Mondslijmvliesontsteking
- Nierfunctiestoornis
- Seksualiteit
- Smaakverandering
- Bijwerkingen met betrekking tot de urine:
- Verkleuring.
- Veranderd gedrag
- Vermoeidheid
- Vruchtbaarheid
Bijwerkingen aan het beenmerg
In het beenmerg worden rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak van deze cellen, waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn.
Bloedarmoede
Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
Extra vitaminen en/of ijzertabletten hebben meestal geen invloed op het herstel van het beenmerg.
Leukopenie
Witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Door een verminderd aantal witte bloedlichaampjes heeft u een verhoogd risico op infectie. Als u koorts krijgt (temperatuur 38.5 graden of hoger), dient u uw internist of verpleegkundig specialist te waarschuwen.
Trombocytopenie
Bloedplaatjes zijn nodig bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, dient u uw internist of verpleegkundig specialist te waarschuwen.
Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt regelmatig uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur wordt aangepast of dat de kuur een aantal dagen wordt uitgesteld.
Blaaswandbeschadiging
Door de chemotherapiekuur kan er een beschadiging aan de blaaswand ontstaan. Hierdoor kunnen de volgende klachten optreden:
- Pijn bij het plassen;
- Pijn in de onderbuik;
- Bloed of bloedstolsels bij de urine;
- Vaker plassen;
- Niet goed kunnen plassen.
- Om dit te voorkomen, moet u minimaal 1,5 liter vocht per dag drinken. Dit zijn ongeveer 16 kopjes. Daarnaast wordt aan de infuusvloeistof een medicijn, Mesna, toegevoegd om de blaaswand te beschermen. Ook wordt u gevraagd om 2 x per dag de urine te ‘sticken’, wanneer de PH lager is dan 6,5 worden extra mesna tabletten ingenomen.
- Bij onderstaande klachten dient u contact op te nemen met uw internist:
- Wanneer er bloed bij de urine te zien is;
- Wanneer u pijn heeft bij het plassen;
- Wanneer u frequent kleine beetjes plast.
Darmen
Cytostatica kunnen het slijmvlies van de darmen irriteren. Daardoor kunt u last krijgen van verstopping of van diarree. Hieronder staan een aantal punten waar u zelf rekening mee kunt houden wanneer u last krijgt van verstopping of diarree. Bespreek uw klachten altijd met uw internist of verpleegkundig specialist. Soms krijgt u preventief medicatie om verstopping tegen te gaan.
U heeft last van verstopping als u minder dan eenmaal in de drie dagen ontlasting heeft of als de ontlasting hard is en de stoelgang pijnlijk is. Bij verstopping kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
- Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding.
- Zorg voor voldoende beweging.
- Neem magnesiumoxide tabletten in volgens voorschrift van uw internist.
- Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw internist of huisarts.
U heeft last van diarree als u vier tot zes keer per dag waterdunne ontlasting heeft. Bij deze klacht kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
- Gebruik extra bouillon en/of tomatensoep.
- Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
- Heeft u langer dan 24 uur diarree en misselijkheid waardoor u niet kunt eten of drinken, neem dan contact op met uw internist of huisarts.
Haaruitval
De chemotherapiekuur die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. Dit begint ongeveer drie tot vier weken na de start van de chemotherapiekuur. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook overige lichaamsbeharing kan uitvallen. In alle gevallen is de haaruitval tijdelijk. U kunt overwegen een haarwerk te nemen. Een pet, hoed, sjaal of muts kunnen een goed alternatief of een goede afwisseling zijn. Een deel van de kosten voor een haarwerk worden vergoed door de zorgverzekeraar. U heeft hiervoor een machtiging nodig. Deze kan de verpleegkundige voor u uitschrijven.
In het Centrum Patiënteninformatie kunt u meer informatie krijgen, onder andere adressen voor haarwerkers, sjaaltjes en mutsjes. Hier vindt u ook informatie over de workshop uiterlijke verzorging van de Stichting Look Good… Feel Better. Deze workshop wordt iedere maand in het ziekenhuis gegeven. Meer informatie vindt u in de folder die verkrijgbaar is in het Centrum Patiënteninformatie, bij de Dagbehandeling of op de verpleegetage.
Misselijkheid en braken
Na toediening van de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van misselijkheid. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis cytostatica die u krijgt. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert per persoon. Misselijkheid is moeilijk te behandelen. Daarom is het belangrijk om misselijkheid zo veel mogelijk te voorkomen. U krijgt voorafgaand aan het toedienen van de chemotherapiekuur medicijnen om misselijkheid en braken te voorkomen. In Bijlage 2 leest u hoe u de medicijnen tegen misselijkheid bij deze chemotherapiekuur in moet nemen.
Mondslijmvliesontsteking
Cytostatica kan het mondslijmvlies beschadigen. Daardoor kunnen er problemen ontstaan bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel.
Een goede mondverzorging tijdens de chemotherapiekuur is daarom belangrijk. U kunt al veel problemen voorkomen door na het eten de mond te spoelen met zout water.
Als u klachten heeft in de mond kan dit het verloop van uw behandeling met chemotherapie beïnvloeden. Daarom dient u deze klachten altijd te melden bij uw internist of, verpleegkundig specialist
Mondslijmvliesklachten kunnen op verschillende manieren tot uiting komen. Dit verschilt per persoon. U kunt last krijgen van de volgende klachten:
- droge mond;
- smaakverlies;
- gevoelige of pijnlijke mond;
- infecties;
- snel bloedend tandvlees.
U kunt de meeste van deze bijwerkingen zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks uw mond, zodat u tijdig uw klachten kunt aangeven.
In bijlage 3 vindt u informatie over de mondverzorging. U kunt ook contact opnemen met de mondhygiëniste.
Nierfunctiestoornis
Door de chemotherapiekuur kan er een beschadiging aan het nierweefsel ontstaan waardoor de functie van de nier achteruit kan gaan. Om uw nieren zoveel mogelijk te beschermen is vooral belangrijk dat u thuis voldoende, minimaal 1,5 liter vocht, drinkt. Bij extra vochtverlies door een andere oorzaak, zoals warm weer, diarree of koorts, is het wenselijk dat u nog een liter extra drinkt. Probeer niet alleen water te drinken, maar ook vruchtensap, tomatensap, bouillon of een sportdrank. Om een verslechtering van de nierfunctie vroegtijdig op te sporen, wordt voorafgaand aan iedere chemotherapiekuur uw bloed onderzocht.
Seksualiteit
Veel mensen ervaren een grote behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit maar hebben tijdens de chemotherapiekuur minder zin in seksueel contact. Dit kan mede worden veroorzaakt door een aantal lichamelijke klachten als gevolg van de chemotherapiekuur, zoals een drogere vagina. Als deze klacht zich voordoet, kunt u tijdens seksueel contact een glijmiddel gebruiken. Aarzel niet om vragen op het gebied van seksualiteit te bespreken met uw specialist of verpleegkundige. U kunt in het Antoni van Leeuwenhoek terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Meer informatie vindt u in het Centrum Patiënteninformatie. In het Centrum Patiënteninformatie kunt u ook het boekje ‘80 vragen over kanker en seksualiteit’ vinden.
Smaakverandering
Door de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van smaakverandering of smaakvermindering. Smaakverandering of - vermindering kan leiden tot verminderde eetlust.
- Wanneer u voldoende drinkt, minimaal 1.5 liter per dag, voorkomt u uitdroging en treedt een vieze smaak minder snel op. Bovendien zorgt u er zo ook voor dat de nieren alle afvalstoffen kunnen afvoeren.
- Voeding die u eerst aangenaam vond, smaakt nu misschien niet meer. En voeding die u normaal gesproken niet aangenaam vond, smaakt u nu misschien juist wel. Experimenteer zo veel mogelijk met voeding om uit te vinden welke voeding het beste bij uw veranderde smaak past.
- Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
Veranderd gedrag
Ifosfamide kan soms de functie van de hersenen beïnvloeden. Dit kan zich uiten in veranderd gedrag en een veranderd bewustzijn. Als dit optreedt, wordt eerst gekeken of dit al dan niet door de ifosfamide veroorzaakt wordt. Standaard slikt u tijdens de duur van kuur thiamine tabletten (vitamine).
Vermoeidheid
U zult merken dat u tijdens en na de chemotherapiekuur minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven. Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
- Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten.
- Als familie of vrienden hulp aanbieden, accepteer deze hulp dan. Zo kunt u zelf meer tijd en energie overhouden voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
- Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
- Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw internist of verpleegkundig specialist.
Vruchtbaarheid
Chemotherapie kan zorgen voor blijvende onvruchtbaarheid. Vraag uw internist eventueel naar mogelijkheden om uw sperma in te vriezen of uw eicellen te preserveren.
Daarnaast kan cytostatica bij een zwangerschap aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor vrouwelijke en mannelijke patiënten om, tijdens en een bepaalde tijd na de behandeling met chemotherapie, anticonceptie te gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en de duur waarvoor ze gelden met uw internist. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Als u het vermoeden hebt dat u zwanger bent, breng dan direct uw internist op de hoogte.
4. Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis?
Het kan zijn dat er situaties ontstaan waardoor het noodzakelijk is om direct of op korte termijn een zorgverlener in het ziekenhuis te waarschuwen.
Bij de volgende klachten dient u direct uw internist of verpleegkundig specialist te waarschuwen:
- Blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich heeft gestoten;
- Wanneer een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt;
- Koorts boven 38,5 graden, met of zonder koude rillingen;
- Verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.
- Wanneer onderstaande klachten langer dan 24 uur aanhouden, dient u direct uw internist, of verpleegkundig specialist te waarschuwen:
- Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (drie tot vier keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken;
- Diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken;
- Langer dan vier dagen geen ontlasting;
- Hevige menstruatie;
- Bloed in de ontlasting of urine;
- Verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid;
- Kortademigheid;
- Pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken;
- Een pijnlijk, branderig gevoel bij het plassen;
- Tintelingen of een verdoofd gevoel in uw vingertoppen en/of tenen;
- Elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.
De bereikbaarheid van de zorgverleners vindt u in de tabel in hoofdstuk 7.
5. Multidisciplinaire zorg en ondersteuning
De behandeling van kanker is complex en vraagt om een gespecialiseerde en multidisciplinaire aanpak.
Internist
Uw internist is eindverantwoordelijk voor de behandeling met chemotherapie en zal u in een behandelgesprek informeren en voorbereiden op de chemotherapiekuur. Tijdens dit gesprek kunt u ook uw vragen stellen. Tijdens de behandeling heeft u regelmatig overleg met uw internist in de polikliniek. Hij of zij kijkt hoe u de chemotherapiekuur verdraagt en bespreekt met u wat er aan eventuele klachten gedaan kan worden.
Verpleegkundig specialist
Verpleegkundig specialisten zijn (oncologie)verpleegkundigen die extra opgeleid zijn. Zij zijn kundig en bevoegd om aan de hand van bloeduitslagen te bepalen of de kuur kan doorgaan. De verpleegkundig specialist kan bij klachten lichamelijk onderzoek verrichten en overlegt zo nodig de bevindingen met de internist. Er is ook een telefonisch spreekuur beschikbaar, openingstijden vindt u op www.avl.nl/dagbehandeling.
Verpleegkundige
U heeft ook een gesprek met de verpleegkundige van de polikliniek. Tijdens dit gesprek wordt de verpleegkundige zorg tijdens en na de behandeling besproken. De verpleegkundige bespreekt met u de gekozen behandelingsoptie, de praktische aspecten en de gevolgen van uw behandeling.
Diëtiste
Voeding levert een positieve bijdrage aan de algemene conditie en bevordert uw herstel. Het is van belang tijdens de chemotherapiekuur een goede voedingstoestand te behouden. De diëtiste kan u hierbij adviseren.
Als gevolg van uw ziekte of de behandeling kunt u klachten krijgen die het eten moeilijker maken. Bespreek uw klachten of vragen met de internist, of verpleegkundig specialist zij kunnen contact voor u opnemen met één van de diëtisten.
Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL)
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, een psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen.
Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis. Voor meer informatie kunt u de folder ‘Centrum voor Kwaliteit van Leven’ lezen. Deze folder kunt u vinden op de verpleegetage en in het Centrum Patiënteninformatie.
De Stoppen met Roken poli
Het ontstaan van een aantal soorten kanker is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met tabak vergroot u zelf uw kans op genezing. Het verslavende effect van nicotine kan het stoppen moeilijk maken. De verpleegkundigen van de Stoppen Met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen.
Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Folders over stoppen met roken zijn te verkrijgen in het Centrum Patiënteninformatie.
Centrum Patiënteninformatie
In het Centrum Patiënteninformatie van het Antoni van Leeuwenhoek is informatie verkrijgbaar over verschillende vormen van kanker, de behandelingsmogelijkheden, psychosociale zorg, revalidatie en nazorg. Ook beschikt het Centrum Patiënteninformatie over adressen voor hulpmiddelen, patiëntenverenigingen en andere relevante instellingen en organisaties. U vindt het Centrum Patiënteninformatie op de begane grond in de centrale hal.
Huisarts
Uw huisarts wordt schriftelijk op de hoogte gehouden van uw behandeling. Voor vragen of problemen die niet zijn gerelateerd aan de behandeling in het ziekenhuis dient u contact op te nemen met uw huisarts. Uw huisarts kan bij problemen altijd overleggen met de behandelend arts van het Antoni van Leeuwenhoek.
6. Na de behandeling
Als de chemotherapiekuur is afgerond, blijft u nog een tijd onder controle. Afhankelijk van de soort kanker en de behandeling die u hebt gehad, kan dat vijf jaar, tien jaar of uw hele verdere leven zijn. Uw internist bespreekt met u wanneer en hoe lang u terugkomt in de polikliniek voor controle en welke onderzoeken er tijdens de controle worden uitgevoerd. Laat u goed voorlichten waarop u wordt onderzocht. Vraag wanneer u de uitslag krijgt en op welke manier.
Als u zich tussentijds onzeker voelt over een bepaalde klacht of lichamelijk verschijnsel en bang bent dat de kanker is teruggekomen, neem dan contact op met het ziekenhuis. Ook wanneer u zich ongerust maakt.
Na het beëindigen van de chemotherapiekuur kunt u klachten houden als gevolg van de behandeling. Sommige klachten zijn tijdelijk en zullen heel geleidelijk verminderen. Andere klachten kunnen permanent zijn. Bespreek dit met uw internist als u meer informatie hierover wilt hebben.
Revalidatie
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De afdeling Revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.
U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend internist of verpleegkundig specialist kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener. Meer informatie vindt u in de folder ‘Oncologische revalidatie’ die u kunt vinden op de verpleegafdeling en in het Centrum Patiënteninformatie.
In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject. Soms moet u echter een eigen bijdrage betalen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken, is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten.
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Lange termijnklachten
Naarmate u meer last heeft van een klacht, zal de impact op de kwaliteit van uw leven groter zijn. Ook na de behandeling willen wij samen met u proberen deze klachten te verhelpen, tot een minimum te beperken of deze in te passen in uw leven.
Droge mond/slijmvorming
U kunt langere tijd na de behandeling last houden van een droge(re) mond. Door een veranderde samenstelling of lagere productie van speeksel kan u meer moeite hebben met spreken en slikken.
Vermoeidheid
Bij een deel van de patiënten veroorzaakt chemotherapie op langere termijn vermoeidheid. Waardoor dit komt, is onbekend. De vermoeidheid lijkt moeilijk te beïnvloeden. De moeheid treedt vaak onvoorspelbaar op. Ze wordt anders ervaren dan gewone moeheid na zware inspanning. Het is inmiddels duidelijk dat deze moeheid niet 'tussen de oren zit', maar een reëel probleem is. De moeheid is moeilijk te behandelen. Veel rusten blijkt niet te helpen, maar conditieverbetering wel. Hoe beter de lichamelijke conditie is dankzij activiteiten in de buitenlucht, hoe beter iemand bestand is tegen de moeheid. Vraag informatie aan de verpleegkundige over de verschillende revalidatieprogramma’s voor kankerpatiënten. In het Centrum Patiënten informatie kunt u meer informatie krijgen over revalidatieprogramma’s in Nederland.
Schade aan het zenuwstelsel
Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel waardoor u last kunt krijgen van:
- Een doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen;
- Spierzwakte in armen of benen.
Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf nietsdoen om deze klachten tegen te gaan. Wel is het van belang de klachten aan uw internist te melden.
Concentratieverlies
Het komt voor dat de concentratie achteruit is gegaan na behandeling van kanker. De oorzaak hiervan is niet helemaal duidelijk. Er zijn verschillende factoren van invloed, chemotherapie kan een medeoorzaak zijn. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de oorzaken en hoe hiermee om te gaan.
Bijlage 1. Maatregelen tijdens en na de behandeling met chemotherapie
Hieronder vindt u adviezen over beschermende maatregelen in de thuissituatie na de chemotherapiekuur. Resten van de cytostatica die u toegediend heeft gekregen kunnen tot ongeveer 3 dagen na het toedienen van de kuur in uw lichaam aanwezig zijn.
Binnen die periode worden ze in het lichaam afgebroken en in geringe hoeveelheden afgevoerd via de uitscheidingsproducten: urine, ontlasting, wondvocht, transpiratie, speeksel en braaksel.
Omdat u thuis slechts korte tijd in aanraking komt met cytostatica(resten), zijn de risico’s voor u en uw naasten heel klein. Toch vinden wij het belangrijk om u op een aantal zaken te wijzen.
Medicijnen
Indien u thuis cytostaticatabletten moet innemen, let dan op het volgende:
- Neem bij voorkeur zelf (zonder hulp) de cytostaticatabletten in;
- Cytostaticatabletten moeten in principe heel ingenomen worden. Indien de inname niet lukt, neem dan contact op en bespreek dit met uw internist of verpleegkundig specialist
- Was de handen na inname van de cytostaticatabletten.
Wegwerphandschoenen
Bij contact met urine, ontlasting en braaksel adviseren wij degenen die de patiënt verzorgen/helpen, om wegwerphandschoenen te dragen. Dit geldt ook voor schoonmaakwerkzaamheden rond uitscheidingsproducten en contact met wasgoed.
- Toilet en was-/badgelegenheid kunt u tenminste één keer per week en na braken schoonmaken met een gewone zeepoplossing (allesreiniger);
- Indien de vloer of de vloerbedekking bevuild is met braaksel, urine of andere lichaamsvloeistoffen kunt u deze schoonmaken met een gewone zeepoplossing;
Wasgoed
Voor wasgoed dat in aanraking is gekomen met urine, ontlasting, braaksel of ernstige transpiratie adviseren wij de volgende stappen:
- Verzamel het wasgoed in een aparte, goed afsluitbare plastic zak;
- Gebruik eerst een koud spoelprogramma voor alleen de zichtbaar ‘besmette’ kleding of beddengoed, dus geen ander wasgoed toevoegen;
- Daarna een wasprogramma (inclusief een voorwas) dat geschikt is voor het materiaal. Hierbij mag u ander wasgoed toevoegen.
Urine en ontlasting
- Ook mannen moeten zittend urineren; dit veroorzaakt minder spatten;
- Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met gesloten deksel;
- Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier;
- Was de handen na toiletgebruik;
- Als de patiënt een blaaskatheter heeft, adviseren wij u dagelijks de opvangzak te verwisselen. De opvangzak kunt u (in verband met mogelijke lekkage) in een dubbele plastic zak doen en daarna met het huisvuil weggooien;
- Een urinaal of ondersteek spoelt u na gebruik, eerst om met koud water. Vervolgens reinigt u deze met een gewone zeepoplossing;
- Alle uitscheidingsproducten kunnen via het riool worden afgevoerd.
Braaksel
De maatregelen bij het omgaan met braaksel zijn hetzelfde als bij ontlasting en urine. Extra voorzichtigheid is geboden als u het cytostaticum als tablet, capsule of in drankvorm hebt gekregen. Tot twee uur na inname is het cytostaticum nog in hoge concentratie aanwezig in het braaksel.
- Leg een handdoek of wegwerponderlegger op uw kussen als u misselijk bent of denkt te zullen braken;
- Braaksel mag u weggooien in het toilet;
- Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier;
- Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met het deksel dicht;
- Maak bij braken, indien mogelijk, gebruik van het toilet. Als dit niet mogelijk is, gebruik dan zoveel mogelijk wegwerpmateriaal. Denk hierbij aan een plastic draagtas in een emmer. Gooi de draagtas wel direct na gebruik weg in een aparte, dubbele plastic vuilniszak om lekkage te voorkomen;
- Was de handen na het braken en/of het opruimen van het braaksel.
Afval
Afvalmaterialen zoals bijvoorbeeld luiers, incontinentiemateriaal, bakjes met braaksel of stomamateriaal kunt u verzamelen in een plastic zak. Doe daar nog een extra plastic zak om heen om het risico op lekken te voorkomen. Gooi het vervolgens weg met het huisvuil.
Overige gebruikte materialen
Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft u geen speciale maatregelen te nemen.
Intimiteit en seksualiteit
Veel vragen gaan over intiem contact, zoals knuffelen of het geven van een zoen. Zover men weet, leidt dit niet tot schadelijke effecten. U hoeft intimiteit en lichamelijk contact niet te mijden. Het is niet bekend of, en in welke mate cytostatica opgenomen worden in het sperma of het slijmvlies van de vagina. Gebruik daarom, gedurende de risicoperiode, bij het vrijen een condoom.
Voorkomen van zwangerschap
Cytostatica kunnen aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor zowel vrouwelijke als mannelijke patiënten om, tijdens en na de behandeling met chemotherapie, anticonceptie te gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en hoelang deze toegepast moeten worden met uw internist. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Als u het vermoeden hebt dat u zwanger bent, breng dan direct uw internist op de hoogte.
Tot slot
Het is belangrijk uw familie en de bij u betrokken hulpverleners, van bijvoorbeeld de thuiszorgorganisatie, te melden dat u behandeld wordt met cytostatica en hen op de hoogte te stellen van de hierboven besproken maatregelen. Met het opvolgen van deze maatregelen kunt u de risico’s tot een minimum beperken en hoeft u zich niet nodeloos ongerust te maken.
Naam cytostaticum | Het aantal dagen na de laatste toediening dat er nog resten van dit cytostaticum in uw uitscheidingsproducten zitten | U moet de maatregelen thuis, na chemotherapie, in acht nemen tot en met …. datum |
dagen | …….-…….20…. | |
dagen | …….-…….20…. | |
dagen | …….-…….20…. | |
dagen | …….-…….20…. | |
dagen | …….-…….20…. |
Bijlage 2. Medicijnen tegen misselijkheid en braken
Eén van de veelvoorkomende bijwerkingen van chemotherapie is misselijkheid. De ernst en duur van de misselijkheid hangen af van de soort chemotherapie die u krijgt. Door misselijkheid kunt u minder goed gaan eten en drinken. Daardoor gaat uw conditie achteruit of kunt u uitdrogen. Voorkómen van misselijkheid door chemotherapie is dus belangrijk.
U hebt van uw internist, of verpleegkundig specialist informatie ontvangen over medicijnen tegen misselijkheid en braken. Hieronder staan die medicijnen nog eens beschreven.
Kytril (Granisetron) is een middel tegen misselijkheid die optreedt vlak na de toediening van chemotherapie. Het is daarom verstandig één uur voor de toediening van de chemotherapie een tablet Kytril (1mg) in te nemen.
Kytril tabletten werken ongeveer twaalf uur; twee keer per dag één tablet Kytril is voldoende om de misselijkheid te bestrijden. U gebruikt de Kytril op de dag van de chemotherapie tot en met de tweede dag na de chemotherapiebehandeling.
De voornaamste bijwerkingen van Kytril zijn hoofdpijn en obstipatie (ontlasting die hard is en te weinig frequent komt). De hoofdpijn kan verminderd worden met Paracetamol en tegen de obstipatie kunt u magnesiumoxide tabletten gebruiken.
Afhankelijk van de ernst van de obstipatie kunt u hiervan twee tot drie keer per dag een tot drie tabletten gebruiken tot uw ontlasting weer normaal komt.
Zofran (Ondansetron) is een middel tegen misselijkheid die optreedt vlak na de toediening van chemotherapie. Het is daarom verstandig één uur voor de toediening van de chemotherapie een tablet Zofran (8 mg) in te nemen.
Zofran tabletten werken ongeveer acht tot tien uur; hiervan hebt u twee tot drie keer per dag een tablet nodig om de misselijkheid tegen te gaan. U gebruikt de Zofran op de dag van de chemotherapie tot en met de tweede dag na de chemotherapiebehandeling.
Er bestaan ook Zofran zetpillen van 16 mg voor rectaal gebruik. Deze werken ongeveer 24 uur. Een zetpil heeft de voorkeur als u moeilijk kunt slikken of als u zo misselijk bent dat u tabletten niet goed binnen kunt houden.
De voornaamste bijwerkingen van Zofran zijn hoofdpijn en obstipatie (ontlasting die hard is en te weinig frequent komt). De hoofdpijn kan verminderd worden met Paracetamol en tegen de obstipatie kunt u magnesiumoxide tabletten gebruiken. Afhankelijk van de ernst van de obstipatie kunt u hiervan twee tot drie keer per dag een tot drie tabletten gebruiken tot uw ontlasting weer normaal komt.
Primperan (Metoclopramide) wordt gebruikt bij chemotherapie die weinig misselijkheid veroorzaakt of als andere middelen, zoals Kytril of Zofran niet toereikend zijn of te veel bijwerkingen veroorzaken. Primperan is zowel in tabletvorm als zetpil te verkrijgen.
Primperan tabletten (10 mg) kunt u één tot vier keer per dag gebruiken. Als u zich steeds misselijk voelt of als de misselijkheid regelmatig terugkomt, is het verstandig de Primperan regelmatig in te nemen: een half uur voor het eten en een half uur voor het slapen gaan (maximaal vier keer per dag).
De zetpillen (20 mg) werken ongeveer acht uur. Dit betekent dat drie keer per dag een zetpil voldoende moet zijn om de misselijkheid te bestrijden.
De voornaamste bijwerkingen van Primperan zijn onrustige bewegingen, onwillekeurige trekkingen van bijvoorbeeld de mondspieren. Primperan kan soms ook wat krampen veroorzaken.
Motilium/Emend zijn alternatieve middelen tegen de misselijkheid. Deze worden op indicatie voorgeschreven.
Bijlage 3. Mondverzorging
Mondverzorging voor patiënten met een eigen gebit | |
Doel van mondzorg bij chemotherapie:
| |
| |
Eén keer per dag | Bekijk en inspecteer uw mond op:
|
Eén keer per dag | Flos alleen als u gewend bent dit te doen en het kan uitvoeren zonder het tandvlees te beschadigen. |
Twee tot vier keer per dag |
|
Na elke poetsbeurt | Spoel uw tandenborstel na gebruik grondig af met stromend water en bewaar de tandenborstel in een beker met de borstelkop naar boven gericht. Vervang uw tandenborstel elke maand; tenzij u een ander advies gekregen heeft. |
Vier tot zes keer per dag |
|
Vier keer per dag | Smeer uw lippen royaal in met vaseline. Gebruik vaseline die alleen door u voor uw lippen gebruikt wordt. |
Zo nodig | Als u witte aanslag op uw tong hebt, poets dan uw tong met een zachte tandenborstel en schoon water of met een tongschraper. |
Bereiding zout water | Zout water maakt u thuis door een liter water te koken. Voeg een afgestreken eetlepel keukenzout toe en laat het zoute mengsel afkoelen. Ververs het dagelijks. Spoel na met water om een zoute nasmaak te voorkomen. |
Bij droge mond |
|
Vermijd beschadigingen mondslijmvlies |
|
Mondverzorging voor patiënten met een volledige of gedeeltelijke gebitsprothese | |
Doel van mondzorg bij chemotherapie:
| |
| |
Eén keer per dag | Bekijk en inspecteer uw mond op:
|
Vier keer per dag |
|
Na elke poetsbeurt | Spoel uw tandenborstel na gebruik grondig af met stromend water en bewaar de tandenborstel in een beker met de borstelkop naar boven gericht. Vervang uw tandenborstel elke maand; tenzij u een ander advies gekregen heeft. |
Vier tot zes keer per dag |
|
Vier keer per dag | Smeer uw lippen royaal in met vaseline. Gebruik vaseline die door u alleen voor uw lippen gebruikt wordt. |
Zo nodig | Als u witte aanslag op uw tong hebt, poets dan uw tong met een zachte tandenborstel en schoon water of met een tongschraper. |
Bereiding zout water | Zout water maakt u thuis door een liter water te koken. Voeg een afgestreken eetlepel keukenzout toe en laat het zoute mengsel afkoelen. Ververs het dagelijks. Spoel na met water om een zoute nasmaak te voorkomen. |
Bij droge mond |
|
Vermijd beschadigingen mondslijmvlies |
|
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.