5FU en radiotherapie bij rectumcarcinoom

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven hebben.

In het eerste gedeelte wordt het verloop van de kuur uitgelegd. In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.

Over de radiotherapie (bestraling) wordt u geïnformeerd door de voorlichtingslaborant van de afdeling radiotherapie.


1. Het verloop van de kuur

De medicamenten die toegediend worden zijn:

Dag

1 t/m 7

8 t/m 14

15 t/m 21

22 t/m 28

29 t/m 33

Week

1

2

3

4

5

5-Fluorouracil (5FU) via infuus

gedurende 5 dagen in week 1 en 5*

5 dagen

dag 1 t/m 5

5 dagen

dag 29 t/m 33

Radiotherapie = bestraling

gedurende 5 dagen in week 1 t/m 5*

5 dagen

5 dagen

5 dagen

5 dagen

5 dagen

*meestal op werkdagen van maandag t/m vrijdag

De behandeling start meestal op een maandag = dag 1

Toediening:

  • Voor de kuur in week 1 en week 5 wordt u in het ziekenhuis opgenomen.
  • Voor de toediening van de 5FU (chemotherapie) wordt een infuus ingebracht.
  • Uw bloed wordt wekelijks gecontroleerd. Afhankelijk van de uitslagen wordt bepaald of de behandeling gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.

2. Bijwerkingen

De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen. Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven op te treden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard.

De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.

De bijwerkingen van de radiotherapie worden u uitgelegd door de radiotherapeut en de voorlichtingslaborante van de afdeling Radiotherapie. Zij zullen u schriftelijk voorlichtingsmateriaal verstrekken (behandelwijzer RT).

Bijwerkingen

  • Verminderde eetlust, misselijkheid en braken
  • Smaakverandering
  • Invloed op de werking van het beenmerg
  • Vermoeidheid/verminderde energie
  • Haaruitval in zeer lichte mate
  • Invloed op blaas en nieren
  • Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
  • Diarree
  • Huidreacties
  • Invloed op de seksualiteit
  • Menstruatiestoornissen
  • Algehele malaise/ griepachtig gevoel
  • Irritatie van de ogen

Opmerkingen en adviezen m.b.t de bijwerkingen

  • Geven de bijwerkingen aan
  • Geven de adviezen aan

1. Verminderde eetlust, misselijkheid en braken

  • Door onder andere irritatie van het maagslijmvlies kan misselijkheid en braken ontstaan.
  • Vraag uw arts om medicijnen tegen misselijkheid en braken.
  • Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
  • Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
  • Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
  • Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
  • Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
  • Probeer in elk geval per dag 1,5 à 2 liter vocht te drinken.
  • Er bestaat een informatiefolder over medicatie tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.
  • U krijgt een afspraak bij de diëtiste.

Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten

  • Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
  • Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijvoorbeeld een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even gezond.
  • Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name cola of ginger-ale.
  • Drink koffie en thee liever met melk.

2. Smaakverandering

  • Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust. Hier is weinig tegen te doen.
  • Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

3. Invloed op de werking van het beenmerg

  • Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) geeft verhoogde kans op infecties (koorts).
  • Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten) geeft verhoogde kans op spontane blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
  • Verminderd aantal rode bloedlichaampjes (erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
  • Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is tijdelijk van aard.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.

U moet contact opnemen met uw arts in het ziekenhuis:

Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig optreden van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts hoger dan 38,5 °C of snel duizelig worden (sterretjes zien), waarschuwt u uw arts of de dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek. Het telefoonnummer vindt op de laatste pagina van deze informatie.

4. Vermoeidheid/ verminderde energie

  • U zult merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
  • Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te bewegen, maar ook om te rusten.
  • Wandelen is een activiteit die de meeste mensen het langste volhouden. Probeer dagelijks even buiten te wandelen.

5. Haaruitval

  • Het haar kan wat dunner en slapper worden, zelden treedt kaalheid op (niet alleen van het hoofdhaar, maar ook van wenkbrauwen, wimpers, oksel- en schaamhaar). Na de behandeling zal het haar na ongeveer een maand weer gaan groeien.
  • Verzorg het haar voorzichtig.
  • Was het haar met niet te heet water.
  • Gebruik een milde shampoo en crèmespoeling.
  • Droog het haar voorzichtig.
  • Het nemen van een permanent of het haar verven is af te raden.
  • Aanschaf van een pruik is bij deze behandeling meestal niet nodig. Als het toch nodig is, kunt u bij de verpleegkundige een machtiging voor vergoeding krijgen. Een adressenlijst van kappers/ haarwerkers die pruiken verzorgen en folders met tips kunt u krijgen bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal.

6. Invloed op het hart; 5FU kan de hartfunctie beïnvloeden

  • Klachten die kunnen optreden zijn pijn op de borst bij inspanning, hartritmestoornissen en hartfalen. Deze bijwerking komt zeer zelden voor.
  • Raadpleeg uw arts direct als u vocht vasthoudt (dikke enkels), hartkloppingen heeft of pijn op de borst krijgt.

7. Pijnlijke mond, tong en/of keel door irritatie en/of ontsteking van het mond/keelslijmvlies

  • Soms ontstaan blaasjes aan de onderlip en soms ontstaat later een vuurrode kleur van de slijmvliezen. U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie, last hebben van taai slijm in uw mond en soms last krijgen van wondjes in uw mond.

Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies:

  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
  • Spoel uw mond 4 tot 6 maal per dag met zout water (1 theelepel op 250 ml water).
  • Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
  • Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
  • Een waterijsje of zuigen op een ijsklontje kan prettig zijn bij een droge of pijnlijke mond.
  • Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

NB: Een slecht gebit kan de klachten verergeren. Daarom is het verstandig dat u, indien nodig, vóór u aan de behandeling begint, uw tandarts uw gebit laat controleren en eventueel behandelen. Overleg met uw arts, wanneer u tijdens de behandeling met chemotherapie naar de tandarts moet, en meld dan dat u met cytostatica wordt behandeld.

8. Diarree

  • Dit wordt veroorzaakt door irritatie van het darmslijmvlies.
  • Zorg voor voldoende vochtinname: 1,5 tot 2 liter per dag.
  • Waarschuw uw arts als u niet voldoende kunt drinken.
  • Gebruik zacht toiletpapier en probeer de huid rondom de anus zo droog mogelijk te houden. Door de bestraling is deze huid erg kwetsbaar.
  • Een speciaal dieet is niet zinvol.
  • Neem bij aanhoudende klachten contact op met uw arts voor eventuele medicatie tegen diarree.

9. Huidreacties

  • Door de bestraling: met name roodheid, jeuk, droge, schilferige huid, ontstekingsreacties.
  • Door de 5FU: met name bultjes op armen en benen, jeuk, huidverkleuring/bruine vlekjes (ophoping van pigment) vooral na blootstelling aan zonlicht, nagelaandoening (uw nagels kunnen broos worden of afbrokkelen), droge huid. Ook kan de fluorouracil (5FU) een bruinverkleuring geven van de bloedvaten. Hier is verder niet veel tegen te doen. Na het stoppen van de 5FU zal dit na verloop van tijd weer herstellen.
  • Draag geen schurende kleding, vermijd direct zonlicht of erge kou.
  • Was de huid voorzichtig, alleen met water, en dep deze droog.
  • Scheer de bestraalde huid niet en plak geen pleisters op de bestraalde huid. De doktersassistente van de afdeling radiotherapie zal u informeren over de beste manier om deze huidreacties te behandelen. Meldt het altijd wanneer deze bijwerking optreedt.
  • Vermijd de felle zon. Omdat u behandeld wordt met 5FU is uw huid gevoeliger voor het zonlicht (tot meerdere maanden na de behandeling) en is het mogelijk dat uw huid sneller verbrandt. U kunt nog steeds in de zon lopen, maar het is verstandig u goed te beschermen door een zonnecrème met een hoge beschermingsfactor te gebruiken, bedekkende kleding te dragen en een hoed of pet op te zetten.
  • De nagels zullen zich enkele maanden na beëindiging van de behandeling herstellen.

NB: Zelden treedt het zogenaamde hand-voet-syndroom op. Verschijnselen: de handen en voeten zijn pijnlijk, rood en gezwollen en kunnen tintelen of doof aanvoelen. De huid kan afschilferen en er kunnen zweren of blaren op de huid ontstaan. Waarschuw uw arts als u deze verschijnselen bemerkt.

10. Invloed op de seksualiteit

  • Ook tijdens een cytostaticakuur blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
  • Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
  • Het gebruik van een glijmiddel kan mogelijk helpen.

11. Zwangerschap en borstvoeding

  • Deze behandeling met bestraling en chemotherapie is schadelijk voor het ongeboren kind.
    Vrouwen mogen niet zwanger worden, zwanger zijn of borstvoeding geven als ze deze behandeling krijgen. Ook mannen die behandeld worden mogen hun partner niet zwanger maken. Tijdens een behandeling met chemotherapie is dus een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.
  • Zowel mannen als vrouwen moeten een goede vorm van anticonceptie gebruiken. Aanvaardbare geboortebeperkende maatregelen zijn bijvoorbeeld onthouding, dubbele
    barrièremethodes (bijvoorbeeld een condoom plus zaaddodend middel of condoom plus pessarium met zaaddodend middel), intra-uteriene middelen (bijvoorbeeld een spiraaltje) of een partner die een sterilisatie heeft ondergaan. Het gebruik van de anticonceptiepil zonder andere middelen wordt afgeraden.
  • Ga met de anticonceptie door tot zes maanden na afloop van de behandeling. Bespreek dit met uw arts.

12. Menstruatiestoornissen

  • Dit varieert van “een keer overslaan” tot wegblijven.
  • Het kan gepaard gaan met (vervroegde) overgangsklachten.
  • Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.

13. Irritatie van de ogen

  • De ogen kunnen tranen of juist heel droog en branderig zijn.
  • Oogdruppels, vraag uw arts hiernaar.
  • Lensdragers kunnen beter een bril dragen om de kans op irritatie te verminderen.

Andere veel gestelde vragen:

Mag ik wanneer ik deze behandeling krijg autorijden?
Soms krijgt u tegen de bijwerkingen medicijnen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Ook vermoeidheid en duizeligheid hebben invloed op uw rijvaardigheid. Bespreek daarom altijd met uw arts of u mag rijden.

Mag ik wanneer ik deze behandeling krijg alcohol drinken?
Alcohol irriteert de slijmvliezen van het maag-darmkanaal. Het vergroot daardoor de kans op bijwerkingen op de maag en de darmen. Gebruik daarom liever geen alcohol tijdens de behandeling zolang u last heeft van uw maag en darmen.

Mag ik wanneer ik deze behandeling krijg alles eten?
U kunt alles eten wat uw maag verdraagt. Bepaalde soorten voedsel zijn echter af te raden als u last heeft van uw maag.

Zijn er maatregelen die ik thuis in acht moet nemen?
Voor mensen in uw directe omgeving, zoals huisgenoten, is het verstandig contact te vermijden met uw lichaamsvloeistoffen. Dit betekent niet dat aanraken of zoenen verboden is. Het gaat alleen om maatregelen om te voorkomen dat zij in aanraking komen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel, omdat het geneesmiddel hierin aanwezig kan zijn. Over de maatregelen thuis na chemotherapie is een informatiebrief beschikbaar. U krijgt deze apart uitgereikt of u kunt er zelf om vragen bij uw verpleegkundige of arts.

Wanneer waarschuwen:

In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (vochtverlies) ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Bij benauwdheid, pijn of een drukkend gevoel op de borst.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
  • Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
  • Bij koorts boven 38,5 oC.
  • Bij aanhoudende diarree (vochtverlies).
  • Bij andere klachten waar u zich zorgen over maakt.

‘s Avonds, ’s nachts en in het weekend kunt u via het algemene telefoonnummer contact opnemen met de dienstdoende arts en/of het Weekend-, Avond- of Nachthoofd via telefoonnummer: 020 512 9111.

3. Waar kunt u met uw vragen terecht

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen. U kunt hiermee terecht bij:

  • uw behandelend arts
  • huisarts
  • de verpleegkundige op de afdeling
  • de voorlichtingslaborante van de afdeling Radiotherapie
  • het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven
Bij de maatschappelijk werker kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • de (thuis)situatie waarin u zich bevindt;
  • uw ziekte en/of behandeling;
  • de mogelijkheid van inschakeling van thuishulp;
  • of als u gewoon eens wilt praten.

Meer informatie

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload