Dose Dense AC

Deze informatie is een aanvulling op de uitleg van uw arts en verpleegkundige.

Het eerste deel legt uit hoe uw behandeling verloopt.

Het tweede deel geeft informatie over mogelijke bijwerkingen. U leest ook wat u zelf kunt doen.

In het derde deel vindt u de contactgegevens van de afdelingen en medewerkers. Daar kunt u terecht met uw vragen.

1. Het verloop van de kuur

U krijgt de volgende medicijnen:

Medicamenten

Kleur

Dag

Toedieningswijze

Tijdsduur

A = adriamycine (doxorubicine)

rood

1

Bolus injectie door de verpleegkundige.

5 à 10 minuten

C = cyclofosfamide (Endoxan)

helder

1

Via infuuspomp

ongeveer 20 minuten

Deze kuur kan flinke misselijkheid veroorzaken. Meestal is deze goed te dempen of te voorkomen door de voorgeschreven medicatie tegen misselijkheid. Gebruik deze zoals uw arts of verpleegkundige het u heeft uitgelegd. U krijgt het recept voor deze medicijnen tijdens het voorbereidende gesprek met uw arts. Vraag gerust om een folder met uitleg over deze medicatie.

U krijgt 24 tot 48 uur na de toediening van de kuur, thuis een injectie met Neulasta. Deze injectie zorgt voor een sneller herstel van het beenmerg. Daardoor maakt uw lichaam meer bloedcellen aan. Uw bloedwaarden zijn daardoor op tijd hersteld voor de volgende kuur. Deze Neulasta injectiespuit haalt u op de kuurdag op bij de oncotheek op de 1e etage van het AVL (dezelfde etage als de dagbehandeling). De oncotheek sluit om 16.30 uur.

Uw volgende kuur begint twee weken na de eerste behandeldag.

Toediening:

  • Deze kuur wordt gegeven op de dagbehandeling.
  • Voor elke kuur controleren we uw bloed.
  • De uitslag van uw bloedonderzoek bepaalt of de kuur doorgaat. Soms stellen we de kuur uit.
  • Voor de behandeling brengen we een infuus in.

2. Bijwerkingen

Hieronder leest u welke bijwerkingen vaak voorkomen bij deze kuur. U leest ook wat u zelf kunt doen om de klachten te verminderen.

U kunt deze bijwerkingen krijgen, maar dat hoeft niet. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen. Anderen hebben er bijna geen last van. De meeste bijwerkingen verdwijnen weer na een tijd.

De adviezen zijn bedoeld als hulp. Ze werken niet voor iedereen. De adviezen zijn gebaseerd op onze ervaring en op de ervaringen van andere patiënten.

De hoeveelheid bijwerkingen zegt niets over het resultaat van uw behandeling.

Bijwerkingen met een * komen zelden voor.

Bijwerkingen:

  • Misselijkheid en braken
  • Smaakverandering
  • Invloed op de werking van het beenmerg
  • Onprettige smaak tijdens toediening
  • Vermoeidheid/verminderde energie
  • Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
  • Haaruitval
  • Invloed op de seksualiteit
  • Menstruatiestoornissen
  • Klachten die lijken op een blaasontsteking *
  • Roodverkleuring van de urine
  • Pijn en roodverkleuring van de huid *
  • Invloed op werking van de hartspier *
  • Roodverkleuring huid/zwaar gevoel in arm
  • Irritatie van de ogen
  • Mogelijke bijwerkingen Neulasta

Opmerkingen en adviezen met betrekking tot de bijwerkingen

  • Een streepje geven de bijwerkingen aan
  • Een bolletje geven de adviezen aan

1. Misselijkheid en braken

  • Door onder andere irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken. De arts zal u hiervoor anti-misselijkheid medicatie voorschrijven. U krijgt van tevoren uitleg over hoe en wanneer deze in te nemen.
  • Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
  • Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
  • Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
  • Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
  • Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
  • Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
  • Vraag zo nodig advies van een diëtist.
  • Er bestaat een folder over medicijnen tegen misselijkheid en braken. Vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten

  • Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
  • Niet met een lege maag naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijvoorbeeld een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is net zo gezond.
  • Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name cola of gingerale.
  • Drink koffie en thee liever met melk.

2. Smaakverandering

  • Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
  • Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

3. Invloed op de werking van het beenmerg

  • Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten), geeft verhoogde kans op infecties.
  • Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten), geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
  • Verminderd aantal rode bloedlichaampjes (erytrocyten), geeft kans op bloedarmoede.
  • Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is tijdelijk van aard.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts hoger dan 38,5 °C of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u uw arts of de dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.

4. Onprettige smaak tijdens toediening

  • Tijdens de toediening kan een metaalachtige smaak ontstaan ten gevolge van de cyclofosfamide.
  • Het zuigen op een pepermuntje of zuurtje kan soms helpen.
  • Vraag de verpleegkundige of hij/zij het infuus langzamer wil zetten.

5. Vermoeidheid/verminderde energie

  • U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
  • Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven. Neem voldoende tijd om te rusten.

6. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies

  • U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
  • U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
  • U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
  • Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
  • Spoel uw mond vier- tot zesmaal per dag met zout water (een theelepel zout op 250ml water).
  • Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
  • Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
  • Vertel bij een bezoek aan de tandarts dat u een behandeling met cytostatica (medicijnen tegen kanker) krijgt.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
  • U krijgt van de verpleegkundige en waterijsje tijdens het toedienen van de roodgekleurde Adriamycine. Dit kan de gevoeligheid van het mondslijmvlies voor ontsteking verkleinen.
  • Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging. Vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

7. Haaruitval

  • Haaruitval begint meestal in de derde week na de eerste kuur. Dit kan samengaan met een gevoelige hoofdhuid. Hoofhuidkoeling heeft bij deze kuur bijna nooit effect en wordt niet aangeraden.
  • U kunt overwegen een pruik aan te schaffen. Bij de verpleegkundige kunt u dan een machtiging voor vergoeding krijgen en een adressenlijst van kappers die haarwerken verzorgen.
  • Het is aan te raden voordat de haaruitval begint naar zo’n kapper te gaan, zodat hij/zij uw eigen model ziet.
  • Behalve het hoofdhaar kan overige lichaamsbeharing ook uitvallen.
  • In de brochure “Look Good Feel Better” (www.lookgoodfeelbetter.nl) staan adviezen over uiterlijke verzorging, haarwerken, sjaals en make-up. Look Good Feel Better biedt workshops aan op verschillende ziekenhuislocaties door heel Nederland. Ook is het mogelijk om deel te nemen aan een interactieve online workshop.
  • Meer informatie hierover kunt u krijgen bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal.

8. Invloed op de seksualiteit

  • Ook tijdens een cytostaticakuur (chemokuur) blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
  • Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
  • Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
  • Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.

9. Menstruatiestoornissen

  • Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven.
  • Kan samengaan met overgangsklachten.
  • Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.

10. Klachten die lijken op een blaasontsteking*

  • Door irritatie van het blaasslijmvlies kan het plassen pijnlijk zijn of in frequentie toenemen.
  • Het is belangrijk thuis voldoende te drinken.
  • Drink daarom 1,5 tot 2 liter per dag. Hieronder wordt ook verstaan yoghurt, vla, ijs, soep, enzovoort.
  • Een enkele keer een alcohol houdend drankje heeft geen invloed op deze klachten.
  • Wanneer het plassen pijnlijk is kan het soms helpen om tijdens en erna te spoelen met lauw water.
  • Meldt de blaasklachten bij een volgend ziekenhuisbezoek.

11. Roodverkleuring van de urine

  • Tot enige dagen na de toediening. Dit is onschuldig.

12. Pijn en roodverkleuring van de huid*

  • Eerder bestraalde huid kan soms reageren met pijn en roodheid.
  • Raadpleeg uw arts of verpleegkundige.

13. Invloed op de werking van de hartspier *

  • Komt zelden voor, alleen na langdurig gebruik van adriamycine.
  • Klachten kunnen zijn: kortademigheid, dikke voeten ’s avonds, ritmestoornissen.
  • Bij bovenstaande klachten contact opnemen met uw specialist of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
  • Zo nodig zal een hartfunctieonderzoek gedaan worden.

14. Roodheid van de huid/zwaar gevoel in arm

  • Tijdens toediening van adriamycine.

15. Irritatie van de ogen

  • De ogen kunnen tranen of juist heel droog en branderig zijn.
  • Oogdruppels, vraag uw arts hiernaar.
  • Lensdragers kunnen beter een bril dragen om de kans op irritatie te verminderen.
  • In zeldzame gevallen kan het traanvocht door de adriamycine rood verkleurd zijn. Daardoor kunnen ook de lenzen verkleuren. Draag de dag van toediening en de dag erna in ieder geval geen contactlenzen.

16. Mogelijke bijwerkingen Neulasta

  • Botpijn in bijvoorbeeld benen, armen, nek of rug
  • Pijn en roodheid op de injectieplaats
  • Hoofdpijn
  • Misselijkheid
  • Paracetamol 1000 mg (twee tabletten van 500 mg) rond het tijdstip van injectie helpt om de ergste klachten te voorkomen. Eventueel na ongeveer acht uur herhalen tot de klachten weg blijven.
  • Medicijnen tegen pijnklachten of misselijkheid, vraag uw arts hierom.

Wanneer waarschuwen

In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
  • Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
  • Bij koorts hoger dan 38,5 °C.

3. Waar kunt u met uw vragen terecht

Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, stel ze gerust. U kunt hiermee terecht bij:

  • Uw behandelend arts
  • De verpleegkundige op de afdeling
  • De verpleegkundige op de Dagbehandeling
  • Het Centrum Patiënteninformatie
  • Het telefonisch spreekuur: informatie over bereikbaarheid van de spreekuren vindt u op www.avl.nl/spreekuren

Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • De situatie waarin u zich bevindt
  • Uw ziekte en/of behandeling
  • Hoe het thuis nu moet
  • De mogelijkheid om een gezinshulp of een wijkverpleegkundige in te schakelen.
  • Of als u gewoon eens wilt praten.

Aanvullende informatie

De KWF-folder over chemotherapie en het boekje ‘107 vragen over cytostatica’ zijn verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload