Doxorubicine / Ifosfamide kuur
Deze informatie is bedoeld aanvullend op de informatie die uw arts en verpleegkundige u geeft. In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd. In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.
1. Het verloop van de kuur
De medicamenten die toegediend worden, zijn:
Medicamenten | Dag | Toedieningswijze |
Doxorubicine | 1 | via een 10-15 min durend infuus via een PICC lijn |
Ifosfamide | 1, 2, 3, 4 | via een 4 uur durend infuus via een PICC lijn gedurende 4 dagen |
Mesna | 1, 2, 3, 4 | toegevoegd in de literzakken met Ifosfamide |
Mesna | 1, 2, 3, 4, en 5 | Als voor- en naspoelmedicatie voor en na de ifosfamide, gedurende 20 uur per dag. |
De kuur begint met de toediening van doxorubicine, op dag 1. Soms wordt deze dosering over meerdere dagen verdeeld. De toediening Ifosfamide met mesna is opgelost in 3 tot 4 liter, en wordt gedurende 3 a 4 dagen gegeven. Per dag wordt er een liter Ifosfamide met mesna gegeven, en daarna wordt er met 2 liter met mesna gedurende 20 uur nagespoeld. Het aantal dagen Ifosfamide kan variëren, dit beslist de arts. De volgende kuur start in principe 3 weken na de start van de vorige kuur.
De afbraakproducten van Ifosfamide kunnen de blaaswand erg irriteren, vandaar dat het van belang is om te spoelen met veel vocht rondom de toediening van de Ifosfamide. Tevens wordt er Mesna gegeven wat de blaaswand beschermt.
24 tot 48 uur na de laatste chemotherapie krijgt u een onderhuids injectie toegediend met een stof toegediend die G-CSF heet, een afkorting van granulocyte colony stimulating factor (neupogen, Neulasta). Dit middel zorgt ervoor dat met name de aanmaak van witte bloedlichaampjes in het beenmerg zich sneller van de chemotherapie herstelt. Dit middel wordt meestal thuis toegediend.
In het totaal zult u gedurende 5 dagen in ons ziekenhuis opgenomen worden voor deze kuur. Als u zich goed voelt na de kuur, mag u naar huis. Als u veel last ondervindt van de toediening van de kuur kan de opname langer duren totdat u zover hersteld bent dat u op een verantwoorde wijze naar huis kan gaan.
Indien u aanvullende therapieën, voedingssupplementen of dieet volgt, dit graag met uw behandelend arts bespreken.
2. Bijwerkingen
De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen.
Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven voorkomen. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen in mindere mate. De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.
- Smaakveranderingen en misselijkheid.
- Invloed op de werking van het beenmerg
- Vermoeidheid/verminderde energie
- Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
- Haaruitval
- Invloed op de seksualiteit
- Menstruatiestoornissen
- Verminderde spermaproductie
- Roodverkleuring van de urine
- Blaasirritatie
- Pijnlijk gevoel bij toediening in de loop van de ader
- Verhoogde gevoeligheid van de huid.
- Invloed op de werking van de hartspier*
- Veranderd gedrag
- Irritatie van de ogen
Opmerkingen en adviezen m.b.t. de bijwerkingen.
Bijwerkingen met een * komen zelden voor:
- Geven de bijwerkingen aan
- Geven de adviezen aan
1. Smaakveranderingen en misselijkheid
Smaakverandering
- Smaakverandering ontstaat meestal door de invloed van de chemotherapie op de slijmvliezen, en kan leiden tot verminderde eetlust.
- Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
- Hier is weinig tegen te doen. Probeer gevarieerd te eten, en ook juist andere dingen als die u meestal lekker vindt.
- Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
Misselijkheid
- Door o.a. irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken
- Gebruik de medicijnen tegen misselijkheid en braken zoals voorgeschreven is. Indien dit niet afdoende helpt, kunnen andere medicijnen geprobeerd worden, in overleg met de arts.
- Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
- Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
- Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
- Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht. Probeer actief te blijven en dagelijks even naar buiten te gaan.
- Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
- Vraag zo nodig advies van een diëtist.
- Er bestaat een informatiefolder over medicatie tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.
Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.
- Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
- Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
- Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
- Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of Ginger-ale.
- Drink koffie en thee liever met melk.
2. Invloed op de werking van het beenmerg
- Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
- Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
- Verminderd aantal rode bloedlichaampjes(erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
- Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is van tijdelijke aard.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts > 38,5 o C of snel kortademig en duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u, als u dit thuis overkomt, direct uw arts of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek. Vaak moet u dan komen voor bloedafname.
- Na deze kuur zult u waarschijnlijk een aantal keren een transfusie nodig hebben van bloedplaatjes en rode bloedlichaampjes
- Als er koorts optreedt in de periode dat u laag aantal witte bloedlichaampjes heet, krijgt u via een infuus antibiotica toegediend
- In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
3. Vermoeidheid/verminderde energie
- U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem ook tijd om te rusten.
- Probeer dagelijks 30 min actief te bewegen, het liefst in de buitenlucht. Probeer uw conditie op peil te houden en afbraak van spieren te voorkomen. Hierdoor blijft u zich sterker voelen en herstelt u gemakkelijker.
4. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
- U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
- U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
- U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
- Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
- Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
- Spoel uw mond 4 tot 6 maal per dag met zout water (1 theelepel op 250 cc-water).
- Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
- Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
- Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
- Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
- Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
- Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.
5. Haaruitval
- Haaruitval begint na ± 3 - 6 weken. Dit kan gepaard gaan met een gevoelige hoofdhuid.
- Behalve het hoofdhaar kan overige lichaamsbeharing ook uitvallen.
- De haaruitval die optreedt is meestal zodanig dat het dragen van een pruik of een andere hoofdbedekking wenselijk kan zijn. Het is aan te raden voordat de haaruitval begint naar een gespecialiseerde kapper te gaan zodat hij/ zij uw eigen model ziet, u kunt overleggen over een te nemen pruik.
- In het boek “Look Good...Feel Better” staan adviezen over uiterlijke verzorging m.b.t. bijvoorbeeld sjaals, pruiken en make-up.
6. Invloed op de seksualiteit
- Ook tijdens een cytostaticakuur blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
- Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
- Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
- Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.
7. Menstruatiestoornissen
Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven, en kan gepaard gaan met overgangsklachten. Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.
8. Verminderde spermaproductie
Er bestaat een mogelijkheid tot invriezen van sperma, dit moet gedaan worden voordat de eerste kuur gegeven wordt.
Na beëindiging van de kuren kan de spermaproductie zich weer herstellen.
9. Roodverkleuring van de urine door de doxorubicine
Doxorubicine is een rode stof. Na de toediening van de doxorubicine kan de urine een rode kleur hebben t/m/ ongeveer 48 uur na de laatste toediening.
10. Blaasirritatie ten gevolge van Ifosfamide
Dit uit zich in klachten die kunnen passen bij een blaasontsteking: pijn bij plassen, soms wat bloed bij de urine (dit ziet er anders uit dan de roodheid door doxorubicine, de urine heeft een specifieke kleur zonder klachten van de blaas), moeilijk kunnen plassen, zeer vaak moeten plassen met kleine hoeveelheden. Om de kans hierop te verminderen, krijgt u de stof Mesna toegediend. Als u desondanks toch last krijgt van de blaas, moet u uw arts waarschuwen. Deze kan de urine laten onderzoeken om te bekijken waar de klachten door veroorzaakt worden.
11. Pijnlijk gevoel bij toediening in de loop van de ader
Bij toediening van doxorubicine kan u een pijnlijk gevoel in de ader krijgen waar dit ingespoten wordt. Zeg dit tegen de verpleegkundige of de arts die het geeft: bij langzamer geven gaat het meestal beter. U mag geen erge pijn ervaren als de doxorubicine toegediend wordt. In dat geval moet u onmiddellijk waarschuwen en er moet gecontroleerd worden of het infuus nog goed in de ader zit. Bij inspuiten mag ook geen onderhuidse bobbel ontstaan.
12. Verhoogde gevoeligheid van de huid
De huid wordt gevoeliger door de chemotherapie. De huid wordt sneller droog en geïrriteerd. Verzorg u huid daarom goed, met bijvoorbeeld bodylotion. Ook wordt de huid gevoeliger voor zonlicht. Dit betekent niet dat u de zon volledig moet mijden, maar wel dat u een goede beschermende zalf moet gebruiken en dat u moet opletten dat uw huid niet rood wordt, niet verbrandt.
13. Invloed op de werking van de hartspier*
Doxorubicine kan boven een bepaalde dosis de pompfunctie van het hart verminderen. Dit kan zich o.a. uiten in kortademigheid, het ontstaan van dikke voeten, enkels, het niet meer plat kunnen liggen en hartritmestoornissen. In overleg wordt de hartfunctie gecontroleerd voor het start van de kuur.
14. Veranderd gedrag*
Ifosfamide kan soms de functie van de hersenen beïnvloeden. Dit kan zich uiten in veranderd gedrag en een veranderd bewustzijn. Als dit optreedt, wordt eerst gekeken of dit door de ifosfamide wordt veroorzaakt wordt of niet. Als het door ifosfamide wordt veroorzaakt, kan dit bestreden worden met een stof die methyleenblauw heet (het is een blauwe stof) of eventueel vit. C.
15. Irritatie van de ogen
Door de chemotherapie kan de productie van traanvocht verminderd worden, waardoor de ogen geïrriteerd kunnen zijn. Oogdruppels kunnen verlichting brengen. Het wordt aangeraden tijdens de toediening van doxorubicine geen lenzen te dragen, omdat soms ook het traanvocht iets rood kan zijn, waardoor de lenzen kunnen verkleuren.
Wanneer waarschuwen als u thuis bent
In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:
- Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of puntbloedingen van de huid.
- Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
- Kortademigheid
- Huidafwijkingen
- Koorts boven 38.5 graden Celsius en/of koude rilling
3. Waar kunt u met uw vragen terecht
Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen. U kunt hiermee terecht bij:
- Uw behandelend arts
- De verpleegkundige op de afdeling
- De verpleegkundige op de dagverpleging
- Het Centrum Patiënten informatie
- Het telefonisch spreekuur, informatie over bereikbaarheid van de spreekuren vindt u op www.avl.nl/spreekuren.
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:
- De situatie waarin u zich bevindt;
- Uw ziekte en/of behandeling;
- Hoe u thuis ondersteuning kunt krijgen.
Aanvullende informatie
De KWF folder over chemotherapie is verkrijgbaar op de verpleegafdeling en in het Centrum Patiënten informatie. Het boekje ’107 vragen over cytostatica’ is verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.