B(P)SO: Bilaterale (Preventieve) Salpingo Ovariëctomie
Verwijderen van de eierstokken en eileiders
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen. Het kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan in dit document wordt beschreven. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken, want het team dat u begeleidt (zoals onze artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten e.a.) informeert u altijd volledig over uw specifieke situatie. Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie en kunt u gebruiken als naslagwerk. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met zorgverleners.
In dit document vindt u informatie over het verwijderen van de eierstokken en eileiders. Het preventief verwijderen van de eierstokken en de eileiders verlaagt het risico op eierstokkanker tot bijna nul. Het risico wordt niet helemaal nul, omdat er heel zelden een soort eierstokkanker van het buikvlies ontstaat. Het buikvlies dat aan de binnenkant van de buik zit heeft van oorsprong hetzelfde type weefsel als de eierstokken. Het risico hierop wordt geschat op 1-2% en is bijna gelijk aan dat van de populatie vrouwen zonder verhoogd risico.
1. De ingreep
De laparoscopie (kijkoperatie) wordt uitgevoerd met enkele dunne buizen die door de huid in de buikholte worden ingebracht. Met de kijkbuis (laparoscoop) kan de arts vrijwel alle organen en weefsels in de buikholte en het bekken bekijken. De gynaecoloog maakt een snede van één à twee cm in de buikwand (meestal in de onderrand van de navel). In de buikholte wordt eerst koolzuurgas geblazen om meer ruimte te krijgen. Daarna wordt de kijkbuis ingebracht. Dan worden twee sneden van één à twee cm in de buikwand gemaakt om de dunne hulpinstrumenten in te brengen, waarmee de operatie wordt uitgevoerd. De eierstokken en eileiders worden verwijderd via één van de kleine sneden van de buik. Na de operatie laat de arts het gas weer naar buiten lopen. De wondjes worden gehecht. Deze ingreep duurt ongeveer één uur. Het herstel duurt ongeveer één tot twee weken.
Mocht het zo zijn dat het om technische redenen niet lukt om via de kijkoperatie de eierstokken en eileiders te verwijderen, dan kan besloten worden om de eierstokken en eileiders via een grotere snede te verwijderen (laparotomie). Technische redenen kunnen zijn dat er verklevingen zijn of dat er een beschadiging optreedt aan de darmen of de blaas die tijdens een kijkoperatie niet goed te herstellen is. De kans hierop is ongeveer 1%. Dit wordt ook met u op de polikliniek besproken wanneer de ingreep aan u uitgelegd wordt. Omdat het voorafgaand aan de kijkoperatie niet goed te voorspellen is of er verklevingen zijn, wordt er aan u toestemming gevraagd om in dit geval over te gaan tot het verrichten van een grotere operatie. Bij de laparotomie wordt tijdens de operatie een horizontale (in sommige gevallen een verticale) snede in de buik gemaakt, waarna de eierstokken en eileiders worden verwijderd. Deze operatie duurt ook ongeveer één uur. U gaat via de uitslaapkamer terug naar de afdeling. Doordat bij deze ingreep een grotere wond wordt gemaakt, duurt het herstel ongeveer drie weken langer.
Gevolgen van de operatie
Hormoonhuishouding
Als u nog niet in de overgang was, betekent de ingreep dat u plotseling in de overgang komt. Dit is vaak een moeilijk te verwerken situatie in een periode dat al zoveel van uw emotionele en psychische draagkracht wordt gevraagd. Overgangsklachten zijn niet bij iedereen hetzelfde, kunnen erg wisselend zijn en treden niet altijd op. Het meest op de voorgrond staan de klachten van opvliegers, nachtelijke transpiratieaanvallen, (tijdelijke) veranderingen van stemming of humeur en droogheid van de slijmvliezen van de vagina. Hormoonvervangende medicijnen worden in overleg met uw arts voorgeschreven.
Omdat de kans op botontkalking (osteoporose) kan toenemen, worden gezonde lichaamsbeweging, voldoende buitenlicht en een goede voeding (1000 mg calcium per dag) geadviseerd. Als u door het verwijderen van de eierstokken in de overgang komt, neemt het risico op hart- en vaatziekten toe. U kunt de volgende preventieve maatregelen nemen: niet roken, gezond gewicht, voldoende bewegen, gezonde voeding (weinig verzadigd vet, weinig zout, voldoende fruit/groente en vezels) en ontspanning. Bij vragen over uw risico op hart- en vaatziekten is het verstandig om contact met uw huisarts op te nemen.
Zwangerschap
Als beide eierstokken en eileiders zijn verwijderd, is het niet meer mogelijk zwanger te worden.
Seksualiteit
Het verwijderen van uw eierstokken is een ingrijpende behandeling, die onder meer van invloed zal zijn op uw seksuele activiteit. U mag geslachtsgemeenschap hebben wanneer u daar weer aan toe bent, maar het kan soms lang duren tot de zin in gemeenschap weer terugkomt. Daar komt bij dat de schede minder vochtig kan worden bij seksuele opwinding, waardoor gemeenschap stroever verloopt of pijnlijk is. Het gebruik van glijmiddel kan dan een oplossing bieden. Aanpassing aan de nieuwe situatie kan moeilijk zijn, zowel voor uzelf als voor uw partner.
De diagnose en behandeling van (een verhoogd risico op) kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van vragen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Menstruatie
Wanneer u ten tijde van de operatie nog niet in de overgang was, kan er na het verwijderen van de eierstokken nog een eenmalige menstruatie optreden. Als er daarna weer bloedverlies optreedt, moet u contact opnemen met uw huisarts.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking, blaasontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties.
Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Opengaan van de wond;
- Nabloeding;
- Het niet op gang komen van de darmen;
- Als het met een laparoscoop niet lukt om de eierstokken en eileiders te verwijderen vanwege verklevingen of door het optreden van een complicatie, vindt aansluiteind aan de kijkoperatie een grotere ingreep plaats (zie ook laparotomie).
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden. Het risico op één van de genoemde complicaties is klein.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt verwijderd, wordt door de patholooganatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek op de polikliniek. Bij ontslag krijgt u hiervoor een afspraak mee.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is er soms een aantal aanvullende onderzoeken noodzakelijk. Uw gynaecoloog of verpleegkundig specialist heeft u hierover geïnformeerd.
Poliklinische voorbereiding:
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De gynaecoloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
Operatie op dagchirurgie in de Boerhaave kliniek Amsterdam via Amsterdam UMC
Het Antoni van Leeuwenhoek werkt samen met Amsterdam UMC afdeling gynaecologie. In overleg kan u verwezen worden voor het verwijderen van eierstokken en eileiders naar een gynaecoloog verbonden aan Amsterdam UMC. In de Boerhaave kliniek in Amsterdam wordt deze preventieve operatie vaak uitgevoerd voor patiënten van het Antoni van Leeuwenhoek. Vooraf heeft u contact met de gynaecoloog en met de arts die de narcose geeft (anesthesioloog) verbonden aan Amsterdam UMC. De anesthesioloog neemt met u een vragenlijst door, doet het vooronderzoek (preoperatieve screening) en bespreekt met u de narcose. Pas nadat de anesthesioloog u heeft goedgekeurd voor operatie, wordt de ingreep op dagchirurgie in overleg met u gepland in de Boerhaave kliniek. Het weefselonderzoek wordt vervolgens verricht door een patholoog van Amsterdam UMC. U krijgt 2 weken na de operatie hiervan de uitslag telefonisch medegedeeld door de gynaecoloog die de operatie heeft uitgevoerd. De controle na de operatie vindt meestal telefonisch plaats na 6 weken
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie.
Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt
de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname-/operatiedatum telefonisch of schriftelijk via de mail contact met u op.
Dag van opname
U wordt op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Als u voor half 9 komt legt de receptionist uit waar u naar toe moet. Na half 9 brengt een van de gastvrouwen of -heren u naar de afdeling. U kunt zich melden bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige opgehaald.
Op de dag van de operatie wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende het verblijf op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.
Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. De verpleegkundige coördineert de zorg en biedt u ondersteuning tijdens uw verblijf of de afdeling
- De verpleegkundige vertelt u ook welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg/uroloog/gynaecoloog.
Voorbereiding op de dag van opname door u
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.
Naar de operatiekamer of behandelruimte
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. De gynaecoloog komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat. Op de verpleegafdeling komen de afdelingsarts en gynaecoloog bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe poliafspraken gemaakt.
Katheter en infuuslijn
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd op de operatiekamer of op de uitslaapkamer.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt eventueel tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Soms kan schouderpijn ontstaan na de operatie. Deze wordt veroorzaakt door het koolzuurgas wat tijdens de operatie in de buikholte is ingebracht. Dat gas prikkelt het middenrif, waardoor u schouderpijn krijgt. Het gas wordt geleidelijk opgenomen door het lichaam, waarna de pijn zal afnemen.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Lichamelijke activiteit
Op de dag van de ingreep mag u direct uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Voeding
U mag weer normaal eten en drinken.
4. Het ontslag
De verwachting is dat u in de loop van de dag het ziekenhuis kunt verlaten. Het is aan u om vervoer te regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of elders. Bij ontslag krijgt u een belafspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek.
Ook krijgt u een afspraak voor een poliklinisch bezoek bij de gynaecoloog 6 weken na de behandeling. Via een brief zal uw huisarts op de hoogte worden gesteld van de operatie en het verloop van de ziekenhuisopname. Hier kan enige tijd overheen gaan.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog. U mag met de eventuele hechtpleisters (steristrips) douchen. De hechtpleisters vallen eraf of mag u zelf verwijderen op de derde dag na de ingreep.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
Via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de polikliniek.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat deze weer normaal is.
Voeding
U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt; in ieder geval anderhalf tot twee liter per dag. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau. Gedurende zes weken kunnen er lichte buikklachten bestaan. Bij acute hevige buikklachten moet u contact opnemen.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten.
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënten informatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals psychiaters, psychologen, maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met (verhoogd risico op) kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- Pijn in het wondgebied, die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Pijn in de buik;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, contact op met de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.