Been - Perfusie
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Praktische informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over perfusie van een been.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor een perfusie van uw been. Deze operatieve ingreep wordt uitgevoerd bij een kwaadaardige tumor van de huid of van het steunweefsel. Hierbij wordt een hoge dosis van een cytostaticum (kankercel dodend middel) en het middel TNF via de bloedvaten alleen in de regio van de tumor ingebracht.
Techniek
Bij perfusie sluit de chirurg de bloedcirculatie van het been tijdelijk af van de normale bloedsomloop en vervolgens wordt deze aangesloten op een hart- longmachine. Het been wordt daarna gedurende een tot twee uur doorspoeld met de geneesmiddelen. Door deze plaatselijke toediening kunnen de geneesmiddelen zeer hoog gedoseerd worden en wordt de rest van het lichaam gespaard. De ingreep vindt plaats onder algehele narcose en duurt ongeveer vier tot vijf uur.
Soms worden tijdens dezelfde operatie ook de lymfklieren uit de lies verwijderd, de chirurg informeert u hierover.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Roodheid van de huid;
- Oedeem (vochtophoping);
- Doofheid van de huid
- Blaarvorming (soms)
- Infectie (soms);
- Zenuwbeschadiging waardoor bewegings- en gevoelsstoornissen ontstaan (zelden);
- Opengaan van de wond (zelden);
- Bloeding (zelden);
- Teennagels en eelt van de voetzool kan tijdelijk afgestoten worden, maar groeit later weer aan
- Afsterven van spieren door zwelling (uiterst zeldzaam);
- Afsterven van (deel van) tenen (uiterst zeldzaam);
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden en is het een veilige en goed verdragen procedure. De kans is zeer groot dat u weer lopend het ziekenhuis verlaat na ontslag.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek of telefonisch. Hiervoor wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.
2. De periode voor de ingreep
U wordt twee weken voordat de operatie plaats vindt gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg heeft u hierover geïnformeerd.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die u nadere uitleg geeft over de ingreep, opname in het ziekenhuis en de tijd na ontslag. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele controle op de polikliniek.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt u naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De (bel)afspraak met de verpleegkundige op de polikliniek dient ter voorbereiding op de opname. De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. Ook heeft u gelegenheid om vragen te stellen en zo nodig wordt aanvullende informatiegegeven. De verpleegkundige kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen en u vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- Er wordt bloed afgenomen en er wordt soms een longfoto en hartfilmpje gemaakt.
- Indien nodig worden er nog aanvullende onderzoeken gedaan.
Dag van opname
U wordt een dag voor de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De verpleegkundige voert met u het opnamegesprek. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is.
- De fysiotherapeut zal u informeren over het functioneren van alle spieren en houding van uw hoofd, arm en schouder na de ingreep. Het is belangrijk dat u voor de ingreep al start met oefeningen met uw ademhaling en spieren. De fysiotherapeut zal u hiervoor de instructies geven. Problemen als longontsteking en bewegen kunnen hierdoor voorkomen worden.
- De fysiotherapeut geeft u ademhalingsoefeningen om problemen met de longen na de ingreep te voorkomen. Ook begeleidt de fysiotherapeut indien nodig u bij het mobiliseren na de ingreep
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw behandelend specialist.
- De chirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep. Het kan ook zijn dat u de chirurg kort voor de ingreep op de operatiekamer ziet in plaats van op de afdeling.
Ter voorbereiding op de operatie vindt een aantal handelingen plaats:
- U krijgt de gelegenheid om samen met uw naasten de intensive care (IC) te bezoeken om een indruk te krijgen van deze afdeling, waar u direct na de operatie verblijft.
- D.m.v. een volumemeting wordt het volume van uw been gemeten en wordt de dosering van het cytostaticum bepaald.
- In verband met een mogelijk verhoogde kans op infectie na de operatie is het raadzaam uw teennagels kort te knippen.
Dag van ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
Op de dag van de ingreep wordt u gevraagd zich te douchen. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding. Vanwege de epiduraalkatheter wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
De chirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. De operateur controleert nogmaals de te opereren zijde. Soms vindt dit markeren nog plaats op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u minimaal één dag op de intensive care, waar de anesthesioloog verantwoordelijk is voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de chirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegafdeling.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw behandelend specialist over het verloop van uw herstel. Uw specialist komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), tot vier weken na OK. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich meestal in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig tijdens de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt gemiddeld na een tot drie dagen verwijderd.
- Een of meerdere wonddrains in het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd. Dit is gemiddeld na een tot drie dagen.
Besmetting
Tijdens de operatie is een hoge dosis cytostatica genaamd Melfalan in de regio van de tumor ingebracht. Dit middel wordt direct opgenomen in het weefsel. De hoeveelheid van het middel die terecht komt in de uitscheidingsproducten van het lichaam (urine, ontlasting, braaksel, zweet, etc.) is zo laag, dat het niet schadelijk is voor uw omgeving. Er zijn dus geen voorzorgsmaatregelen nodig.
Pijn
Uw been kan soms rood zijn en dik, warm en/of zwaar aanvoelen. U zult een dekenboog in bed hebben om de druk van de dekens op het been te vermijden.
Goede pijnbestrijding is belangrijk voor uw herstel. Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
Griepachtige symptomen
Door het middel TNF (Tumor Necrose Factor) dat bij de perfusie wordt gebruikt kunt u direct na de operatie last krijgen van griepachtige verschijnselen. Deze zijn mild en verdwijnen doorgaans na enkele uren.
Misselijkheid
Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks uw been en de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond(en) worden (indien niet oplosbaar) 14 dagen na de ingreep verwijderd.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. De huid kan verdoofd aanvoelen. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen grotendeels.
Mobiliteit en fysieke activiteit
De arts zal u vertellen in welke mate u uw been mag gebruiken. De belastbaarheid van uw been is afhankelijk van de reactie van uw been op de behandeling. U wordt begeleid door de fysiotherapeut. Uw been zal met een hulpmiddel hoog gelegd worden in bed om de zwelling te minimaliseren. Daarna wordt het bewegen langzaam uitgebreid. De fysiotherapeut zal oefeningen met u doen om de bewegingsmogelijkheden van uw been zo optimaal mogelijk te houden. Na enkele dagen kunt u gaan lopen met gebruik van krukken onder begeleiding van de fysiotherapeut. Indien de lymfeklieren in de lies zijn verwijderd heeft u een verhoogde kans op het krijgen van lymfeoedeem (ophoping van vocht in het weefsel vocht). Bij het zitten is het hiervoor van belang uw been hoog te leggen om het ontstaan van een gezwollen been te voorkomen. De fysiotherapeut en verpleegkundige zullen u hierbij ondersteuning bieden. De fysiotherapeut zal u informeren over de maatregelen die u in acht moet houden om lymfoedeem en infecties te voorkomen.
Bloedverdunners
Door de operatie aan uw bloedvaten heeft u een verhoogde kans op het ontstaan van een bloedstolsel in de bloedvaten (trombose). Om dit te voorkomen krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine. Deze moet u tot na zes weken na de operatie gebruiken. De verpleegkundige zal u leren om uzelf de infecties toe te dienen. Indien u zelf niet in staat bent om deze injecties toe te dienen, kunnen wij dit aan iemand uit uw omgeving leren. Zo nodig kunnen wij wijkverpleging in schakelen
Kwetsbare huid
De eerste week mag uw been niet gewassen worden. De huid is namelijk erg kwetsbaar en gevoelig. Gemiddeld mag u na een enkele dagen tot een week weer douchen. U mag in de eerste fase geen zeep gebruiken en de huid moet voorzichtig worden drooggedept. Als uw huid droog en schilferig wordt mag deze na een week, als de reactie van het been verminderd is, worden ingesmeerd met zoete olie. Er kunnen soms enkele blaren ontstaan. De verpleegkundige zal deze verbinden om infectie te voorkomen.
Stoelgang
Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Gebruik van vezelrijke voeding en een ruime vochtinname bevordert de darmwerking.
Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het van belang dat uw voeding voldoende calorieën, vitaminen en eiwitten bevat. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- Goede pijnbestrijding;
- Ademhalingsoefeningen;
- Het ophoesten van slijm;
- Halfzittende houding in bed;
- Niet te roken.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer 5 tot 7 dagen het ziekenhuis verlaten.
Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg. Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de operatie, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De gevoeligheid en het branderige gevoel in het behandelde lichaamsdeel die enkele patiënten ervaren na de operatie, kan soms langer aanhouden, meestal weken, soms maanden. Zolang de pijn uw functioneren belemmerd is het raadzaam de pijnmedicatie met regelmaat in te nemen. Om pijn te verzachten is het belangrijk de huid zoveel mogelijk te ontzien. Probeert u druk van dekens te vermijden. Draag geen schurende en knellende kleding. Gebruik geen harde douchestraal en voorkom onverwachte aanrakingen. Koud water kan verlichting geven evenals de koele lucht van een ventilator: Bij dit laatste moeten open wondjes worden afgedekt.
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat de pijn bij het mobiliseren dragelijk is.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Diclofenac. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Diclofenac.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 tot 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.
Jeuk
Soms ontstaat er jeuk in de herstelperiode. De huid kan droog worden. Uw voetzool kan gaan vervellen. Deze nieuwe huid kan gevoelig en pijnlijk zijn. De droge huid kan worden ingesmeerd met ongeparfumeerde olie of vaseline. Dit kan tevens de jeuk verminderen. Vanwege de dunne huid is het raadzaam niet te krabben. Gebruik van mentholpoeder kan verlichting geven evenals het koelen van de huid met koud water. Eventueel kunt u uw huisarts om een recept voor een medicijn tegen jeuk vragen.
Wond
Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige verteld u wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.
De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
Via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de polikliniek of de wondverpleegkundige.
Drain
Soms wordt er een wonddrain geplaatst tijdens de operatie. Na het verwijderen van de drain moet het lichaam een andere manier vinden om het vocht af te voeren. Dit kan enige tijd duren. Er kunnen dan vochtophopingen ontstaan in de lies. Indien dit hard aanvoelt, pijn veroorzaakt of u belemmert in het bewegen neemt u dan contact op met de wondverpleegkundige van het Antoni van Leeuwenhoek Mogelijk wordt het vocht verwijderd met behulp van een spuit en naald (punctie).
Kwetsbare huid
De huid van uw been is dun en kwetsbaar. Gebruik liever geen zeep en dep de huid voorzichtig droog. Zolang de huidreactie aanwezig is het beter uw huid niet aan zonlicht of een zonnebank bloot te stellen. Voorkom infectie van het behandelde been door tijdens het lopen schoeisel te dragen.
Lymfoedeem en infectie
Als de lymfeklieren verwijderd zijn heeft u een vergrote kans op het krijgen van lymfoedeem (ophoping van vocht in het weefsel) door verminderde afvloed van vocht. Dit kan ook chronisch zijn. Ook heeft u een grotere kans op het krijgen van infecties doordat de afweer verminderd is en lymfoedeem een voedingsbodem voor bacteriën is.
Over de maatregelen die u kunt nemen om oedeem en infectie te voorkomen bent u geïnformeerd door de fysiotherapeut. Wij verwijzen u naar het informatiemateriaal van de fysiotherapeut en de folder Lymfoedeem bij kanker van het KWF voor meer informatie.
Activiteit
In principe mag u uw been gebruiken zoals u gewend was voor de operatie. Dit zal niet altijd lukken omdat uw been soms nog dik, zwaar en gevoelig kan zijn. De roodheid en de zwelling zullen langzaam afnemen. Raadpleeg uw huisarts indien de klachten toenemen.
Sporten mag. Het is verstandig dit langzaam op te bouwen. U zult zelf uw grenzen hierin moeten leren kennen en stellen. Om toename van zwelling van uw been te voorkomen is het beter niet lange tijd achtereen te staan en tijdens het zitten het been hoog te leggen.
Het is belangrijk veel te oefenen om de gewrichten soepel te houden. De fysiotherapeut kan u hierbij ondersteunen. Voorkom dat de voet in rust gestrekt wordt. Door verbindweefseling en oedeemvorming kan de voet verstijven en in een dwangstand komen te staan. Stop de dekens niet te strak in of gebruik een dekenboog. Oefen regelmatig de spieren door in rust de tenen naar u toe te trekken. Het dragen van een schoen is noodzakelijk om steun te geven bij het lopen en om de huid te beschermen. Door de dikte van het been is dit vaak niet mogelijk. De schoen mag namelijk niet knellen. Een sandaal of een pantoffel met harde zool kan een oplossing zijn. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie
Bloedverdunners
Om trombose te voorkomen krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine. Deze moet u tot na zes weken na de operatie gebruiken. De verpleegkundige heeft u of iemand uit uw omgeving geleerd om uzelf de injecties toe te dienen. U krijgt een recept mee waarmee u bij de apotheek de medicijnen kunt ophalen. Wees voorzichtig met gebruik van alcohol. Indien u last krijgt van spontaan bloedend tandvlees, bloed bij de urine of wondjes die niet binnen vijf minuten stoppen met bloeden, neemt u dan contact op met uw huisarts.
Voeding
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Revalidatie
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.
U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener.
Meer informatie vindt u in de folder ‘Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënten informatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënten informatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten.
Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur via ons algemene telefoonnummer. Informatie over de bereikbaarheid van de telefonische spreekuren vindt u op: www.avl.nl/spreekuren. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.