Bep kuur

Uw arts heeft met u besproken dat u een behandeling met chemotherapie gaat krijgen in de vorm van BEP kuren.

In deze informatiefolder vindt u informatie over:

1. Het verloop van de kuur

2. Bijwerkingen en adviezen hierbij

3. Wanneer u direct contact op moet nemen met een arts

4. Meer informatie

1. Het verloop van de kuur

Van uw arts en in Mijn AvL staat vermeld op welke afdeling en op welk tijdstip u verwacht wordt.

De BEP kuur bestaat uit 3 verschillende medicijnen, deze worden 5 dagen achtereen gegeven. U wordt daarom 6 nachten opgenomen.

De volgende kuur vindt altijd precies 3 weken later plaats.

De medicamenten worden volgens het volgende schema toegediend:

Medicamenten

Dag

Toedieningswijze

Cisplatin

1,2,3,4,5

via infuus, ongeveer 4 uur durend

Etoposide

1,2,3,4,5

via infuus, ongeveer 1-2 uur durend

Bleomycine1

2, 9, 16

via infuus, ongeveer 30 minuten durend

1 Er kan voor gekozen worden de bleomycine uit het schema te halen, alleen op dag 2 te geven, of dit op dag 8 en 15 te geven. Dit zal met u besproken worden voor de kuren starten.

De bleomycine op dag 9 en 16 (of op dag 8,15) wordt op de dagbehandeling gegeven.

Tijdens de opname heeft u continu een infuus voor extra vocht. Door dit vocht worden uw nieren beschermd tegen de effecten van de cisplatin. Het is ook van belang dat u goed blijft drinken en plassen. Daarom wordt uw gewicht 3x daags gecontroleerd. Als u teveel vocht vasthoudt, krijgt u daar medicatie voor.

2. Bijwerkingen en adviezen

Door de chemotherapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere mensen weinig. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de chemotherapiekuur op de ziekte. Bespreek altijd alle bijwerkingen of klachten met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige van de afdeling.

U ontvangt onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen herkent, en weet, hoe u er het beste mee om kunt gaan. Deze staan geschikt op alfabetische volgorde:

  • Bijwerkingen aan bloed en beenmerg
  • Darmfunctie
  • Gehoorproblemen
  • Haaruitval
  • Hoofdpijn
  • Huidproblemen
  • Koorts en rillingen na toediening bleomycine
  • Kortademigheid
  • Misselijkheid en braken
  • Mondslijmvlies-irritatie
  • Nierfunctiestoornis
  • Ogen
  • Oorsuizen
  • Overgevoeligheid of allergische reactie
  • Seksualiteit
  • Smaakveranderingen
  • Tintelingen in handen en voeten
  • Vermoeidheid
  • Vruchtbaarheid

1. Bijwerkingen aan het bloed/ beenmerg

In het beenmerg worden rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak van deze cellen, waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn. Dit betekent dat u klachten kunt krijgen van:

  • Bloedarmoede: de rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn. Extra vitaminen en/of ijzertabletten hebben meestal geen invloed op het herstel van het beenmerg.
  • Leukopenie: witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Door een verminderd aantal witte bloedlichaampjes heeft u een verhoogd risico op infectie. Als u koorts krijgt (temperatuur 38,5 graden Celsius of hoger), waarschuw dan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
  • Trombocytopenie: bloedplaatjes zijn nodig bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees. Bij blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, waarschuw dan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.

Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt regelmatig uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur wordt aangepast of dat de kuur een aantal dagen wordt uitgesteld.

2. Darmfunctie

Cytostatica kunnen het slijmvlies van de darmen irriteren. Hierdoor kunt u last krijgen van obstipatie (verstopping) of van diarree. Ook de medicatie die u tegen de misselijkheid krijgt, zoals Granisetron en/of Aprepitant kan obstipatie veroorzaken. Bespreek uw klachten altijd met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.

U krijgt preventief medicatie om obstipatie tegen te gaan.

Als u minder dan eenmaal in de drie dagen ontlasting heeft of als de ontlasting hard is en de stoelgang pijnlijk is, praten we over obstipatie. Om dit te voorkomen kunt u de volgende adviezen opvolgen:

  • Zorg dat u voldoende blijft drinken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur;
  • Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding;
  • Zorg voor voldoende beweging;
  • Neem de laxans in volgens voorschrift van uw internist.

Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.

U heeft last van aanhoudende diarree als u vier tot zes keer per dag waterdunne ontlasting heeft. Bij deze klacht kunt u de volgende adviezen opvolgen:

  • Zorg dat u voldoende blijft drinken. Streef naar 2 tot 3 liter vocht per 24 uur.
  • Gebruik daarbij ook bouillon en/of (tomaten)soep.
  • Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd daarbij laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
  • 3. Gehoorproblemen

Cisplatin kan de gehoorzenuw beschadigen. Dit veroorzaakt oorsuizen, minder horen of een hoge pieptoon in de oren. Deze klachten aan het gehoor kunnen blijvend zijn. Daarom is het van belang iedere verandering aan het gehoor door te geven aan uw arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige bij de volgende controle.

4. Haaruitval

Bij de BEP kuur krijgt u haaruitval. Dit begint ongeveer drie tot vier weken na de start van de chemotherapiekuur. De hoofdhuid kan hierbij gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook overige lichaamsbeharing valt uit. In alle gevallen is de haaruitval tijdelijk. U kunt overwegen een haarwerk te nemen. Een pet, hoed, sjaal of muts kunnen een goed alternatief of een goede afwisseling zijn. Een deel van de kosten voor een haarwerk wordt vergoed door de zorgverzekeraar. U heeft hiervoor een machtiging nodig, die de arts of verpleegkundige uit kan schrijven.

Bij het Centrum Patiënteninformatie kunt u meer informatie krijgen over haaruitval en hoofdbedekking. Hier vindt u ook informatie over de workshop uiterlijke verzorging van de Stichting Look Good Feel Better. Deze workshop wordt op verschillende locaties door het land gegeven.

5. Hoofdpijn

Door de chemotherapiekuur of door antimisselijkheidsmedicatie kunt u last krijgen van hoofdpijn. Dit kan gepaard gaan met een overgevoeligheid voor prikkels zoals licht en geluid. Bij deze klachten kunt u de volgende adviezen opvolgen:

  • Vermijd een prikkelende omgeving, zorg voor een rustige, eventuele verduisterde ruimte;
  • Probeer met koude kompressen de hoofdpijn te verlichten;
  • Gebruik paracetamol;
  • Vermeld het voorkomen van hoofdpijn altijd bij het volgende polibezoek.

6. Huidproblemen

Om een droge huid, uitslag of jeuk als gevolg van de chemokuur zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij u rekening te houden met de volgende punten:

  • Draag geen knellende kleding en liefst kleding gemaakt van natuurlijke stoffen;
  • Gebruik liever geen zeep tijdens het baden of douchen en gebruik bij voorkeur lauwwarm water. U kunt douche- of badolie gebruiken in plaats van zeep;
  • Smeer de huid dagelijks in met een hydraterende en ongeparfumeerde lotion of crème;
  • Vermijd felle zon. Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger);
  • Probeer kleine wondjes en kloofjes te voorkomen;
  • Geef jeukklachten aan bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. U krijgt dan een koelzalf tegen de jeuk.

Verkleuring van de huid en huiduitslag, die met name ten gevolge van de etoposide en bleomycine kan ontstaan, bestaat meestal uit donkere vlekjes door extra pigment in de huid, donkere verkleuring van de bloedvaten waar het infuus in heeft gezeten, of donkerder worden van de handlijnen en nagels. Deze afwijkingen kunnen maanden zichtbaar zijn, maar verdwijnen meestal weer.

Als u huidafwijkingen ontwikkelt als u thuis bent, neemt u dan contact op met uw behandelend arts. Deze kan beoordelen of de huidafwijkingen inderdaad veroorzaakt worden door de gegeven middelen of dat ze een andere oorzaak hebben.

Wees ook voorzichtig met zonlicht: u kunt sneller verbranden dan u gewend bent. U hoeft de zon niet volledig te vermijden, maar gebruik wel een goede beschermingsfactor en let erop dat u niet verbrandt.

7. Koorts en rillingen binnen 24 uur na toediening van bleomycine

De toediening van bleomycine kan een koortsreactie teweeg brengen gepaard gaande met rillingen. Dit gebeurt binnen 24 uur na de toediening. Het slikken van 2 tabletten paracetamol kan deze reactie verminderen.

Als u desondanks veel last hebt van deze rillingen overleg dan met uw arts. Er zijn nog meer medicijnen die dan gegeven kunnen worden. Als de koorts optreedt 24 uur na de bleomycine, wordt deze waarschijnlijk niet veroorzaakt door de bleomycine. Neemt u dan contact op met het ziekenhuis.

8. Kortademigheid Bleomycine kan in zeldzame gevallen kortademigheid veroorzaken door een allergische reactie van de long op dit middel. Indien u zich kortademig voelt, neem dan contact op met de behandelend arts. Deze kan beoordelen of dit inderdaad door de bleomycine komt of een andere oorzaak heeft, b.v. een infectie.

9. Misselijkheid en braken

Na toediening van de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van misselijkheid. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis cytostatica die u krijgt. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert per persoon. Misselijkheid is moeilijk te behandelen. Daarom is het belangrijk om misselijkheid zo veel mogelijk te voorkomen. U krijgt voorafgaand aan het toedienen van de chemotherapiekuur medicijnen om misselijkheid en braken te voorkomen. Vraag voor meer informatie naar de folder ‘Medicijnen tegen misselijkheid’ bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. Neem deze medicatie zoveel mogelijk als voorgeschreven is, zo voorkomt u de misselijkheid zoveel mogelijk.

10. Mondslijmvlies beschadigingen

De cytostatica kan het mondslijmvlies beschadigen. Daardoor kunnen er problemen ontstaan bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel. Een goede mondverzorging tijdens de chemotherapiekuur is daarom belangrijk.

U kunt veel problemen voorkomen door uw mond 4 tot 6 keer per dag te spoelen met zout water, niet doorslikken. De zoutoplossing kun u zelf maken. Los 1 afgestreken eetlepel zout (= 9 gram) op in één liter lauw (evt. gekookt) water. Indien u misselijk wordt van deze zoutoplossing, maakt u dan een oplossing van één liter lauw water waarin u één theelepel zout met één theelepel bakpoeder (natriumbicarbonaat) oplost. Maak iedere dag een verse oplossing. Als u een gebitsprothese hebt, verwijder deze dan voor het spoelen.

Als u klachten heeft in de mond kan dit het verloop van uw behandeling met chemotherapie beïnvloeden. Daarom dient u deze klachten altijd te melden bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. Mondslijmvliesklachten kunnen op verschillende manieren tot uiting komen. Klachten die hierbij horen zijn:

  • droge mond;
  • smaakverlies;
  • gevoelige of pijnlijke mond;
  • infecties;
  • snel bloedend tandvlees.
  • U kunt de meeste van deze bijwerkingen zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks uw mond, zodat u tijdig uw klachten kunt aangeven.
  • Vraag voor meer informatie naar de folder ‘Mondverzorging’ bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.

11. Nierfunctiestoornis

Door de chemotherapiekuur kan er een beschadiging aan het nierweefsel ontstaan, waardoor de functie van de nieren achteruit gaat. Om uw nieren zoveel mogelijk te beschermen krijgt u tijdens de behandeling veel vocht toegediend via het infuus. Het is vooral belangrijk dat u thuis voldoende, minimaal 2 liter vocht, drinkt. Bij extra vochtverlies door een andere oorzaak, zoals warm weer, diarree of koorts, is het nodig dat u nog een liter extra drinkt.

Probeer niet alleen water te drinken, maar ook vruchtensap, tomatensap, bouillon of een sportdrank om daarmee de nodige lichaamszouten vast te houden.

Om ook uw nierfunctie in de gaten te houden, wordt voorafgaand aan iedere chemotherapiekuur uw bloed onderzocht.

12. Ogen

Door uitdroging van uw oogslijmvlies kunnen uw ogen gaan irriteren. U merkt dit aan rode, pijnlijke of tranende ogen. Dit gaat vanzelf weer over. Tijdens de behandeling adviseren wij u rekening te houden met de volgende punten:

  • Het dragen van contactlenzen wordt afgeraden.
  • Lees met voldoende achtergrondverlichting en neem voldoende afstand van de televisie.
  • Gun uw ogen rust door ze regelmatig voor korte tijd te sluiten. Ook het dragen van een zonnebril kan het kijken wat rustiger maken.
  • Vraag eventueel advies aan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige oogdruppels als u last heeft van uw ogen.

13. Oorsuizen

Cisplatin kan de gehoorzenuw beschadigen. Dit veroorzaakt oorsuizen, minder horen of een hoge pieptoon in de oren. Deze klachten beginnen vaak met af en toe voorkomend, maar kunnen steeds erger worden.

Als u dit merkt kunt dit het volgende poli bezoek direct melden, dit kan de dosering van de chemotherapie beïnvloeden.

14. Overgevoeligheid of allergische reactie tijdens toediening

Cytostatica en/of de vloeistof waarin deze worden opgelost, leiden soms tot een allergische reactie. Een allergische reactie begint vaak met:

  • roodheid en huiduitslag, soms ook jeuk over het hele lichaam;
  • verwijding van de bloedvaten.
  • Een allergische reactie treedt meestal op tijdens de toediening.
  • Als dit gebeurt, kunnen de volgende verschijnselen optreden:
  • bleekheid of juist roodheid;
  • gezwollen oogleden en een opgezet gezicht;
  • beklemmend gevoel op de borst;
  • duizeligheid en bloeddrukdaling;
  • rillen;
  • misselijkheid en darmkrampen;
  • kortademigheid;
  • prikkelingen in de neus;
  • gevoel van onrust;
  • rugpijn.

De klachten verdwijnen na het beëindigen van de chemotherapiekuur. Wanneer u tijdens de toediening last krijgt van één of meer van de bovenstaande verschijnselen, meldt dit dan meteen aan de verpleegkundige. Bij deze klachten wordt de toediening tijdelijk onderbroken of gestopt en u krijgt indien nodig medicijnen toegediend om de verschijnselen te bestrijden. Als u thuis ook last heeft gehad van één van deze klachten, meldt dit dan aan de verpleegkundige bij opname voor de volgende kuur.

15. Seksualiteit

Veel mensen ervaren een grote behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit, maar hebben tijdens de chemotherapiekuur minder zin in seksueel contact. Dit kan mede worden veroorzaakt door een aantal lichamelijke klachten als gevolg van de chemotherapiekuur, zoals een drogere vagina. Als deze klacht zich voordoet, kunt u tijdens seksueel contact een glijmiddel gebruiken. Aarzel niet om problemen op het gebied van seksualiteit te bespreken met uw specialist of verpleegkundige. U kunt in het Antoni van Leeuwenhoek terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Meer informatie en het boekje ‘80 vragen over kanker en seksualiteit’ vindt u bij het Centrum Patiënteninformatie.

16. Smaakverandering

Door de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van smaakverandering of smaakvermindering. Smaakverandering of -vermindering kan leiden tot verminderde eetlust. Wanneer u voldoende drinkt, minimaal 2 liter per dag, voorkomt u uitdroging en treedt een vieze smaak minder snel op. Bovendien zorgt u er zo ook voor dat de nieren alle afvalstoffen kunnen afvoeren. Voeding die u eerst aangenaam vond, smaakt nu misschien niet meer. En voeding die u normaal gesproken niet aangenaam vond, smaakt u nu misschien juist wel. Experimenteer zoveel mogelijk met voeding om uit te vinden welke voeding het beste bij uw veranderde smaak past. Als u weinig smaak heeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

17. Tintelingen in handen en voeten

Cisplatin kan de gevoelszenuwen van vingers en tenen aantasten. Dit veroorzaakt een tintelend, soms doof gevoel in vingers en/of tenen. Als u dit merkt, moet u ons waarschuwen. We passen dan zonodig de behandeling aan.

18. Vermoeidheid

U zult merken dat u tijdens en na de chemotherapiekuur minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald. Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven.

  • Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag.
  • Bouw rustmomenten in. Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel uw eigen prioriteiten.
  • Als familie of vrienden hulp aanbieden, accepteer deze hulp dan. Zo kunt u zelf meer tijd en energie overhouden voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
  • Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent.

Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw behandeld arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. Zij kunnen u doorverwijzen naar speciaal hiervoor ontwikkelde fysiotherapie-programma’s.

19. Vruchtbaarheid

Chemotherapie kan zorgen voor blijvende onvruchtbaarheid. Vraag uw internist eventueel naar mogelijkheden om uw sperma in te vriezen of uw eicellen te preserveren.

Daarnaast kan cytostatica bij een zwangerschap aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor vrouwelijke en mannelijke patiënten om tijdens en een bepaalde tijd na de behandeling met chemotherapie, anticonceptie te gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en de duur waarvoor ze gelden met uw behandelend arts. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Als u het vermoeden hebt dat u zwanger bent, breng uw arts dan direct op de hoogte.

Interactie met andere medicatie en supplementen:

  • Overleg het gebruik van andere medicatie en/of voedingssupplementen altijd met uw behandelend arts.
  • In verband met de toediening van cisplatin dienen omega3-supplementen, zoals bijv visolie vermeden te worden vanaf 24 uur voor de toediening van de cisplatin tot 24 uur na de toediening.
  • Als u incidenteel een pijnstiller wilt gebruiken, neem dan bij voorkeur paracetamol. Bij regelmatige of langdurige pijnklachten overleggen met uw arts.

3. Wanneer waarschuwen als u thuis bent

In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen;
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of puntbloedingen van de huid;
  • Bij het voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus;
  • Kortademigheid;
  • Huidafwijkingen;
  • Aanhoudende diarree of obstipatie;
  • Koorts boven 38,5 graden Celsius en/of koude rillingen.

4. Waar kunt u met uw vragen terecht

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen.

U kunt hiermee terecht bij:

  • Uw behandelend arts;
  • De verpleegkundige op de afdeling;
  • De verpleegkundige op de dagverpleging;
  • Het Centrum Patiënteninformatie;
  • Het telefonisch spreekuur: informatie over bereikbaarheid vindt u op www.avl.nl/spreekuren.

Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • Eventuele spanningen die optreden door de invloed van de ziekte en behandeling op het leven van u en uw naasten;
  • De mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige.

Aanvullende informatie

  • De KWF-folder over chemotherapie is verkrijgbaar op de verpleegafdeling en in het Centrum Patiënteninformatie;
  • Het boekje ’107 vragen over cytostatica’ is verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie;
  • Boekjes over antihormonale therapie bij patiënten met kanker zijn verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie;
  • Informatie over middelen tegen de misselijkheid, haaruitval en mondzorg zijn verkrijgbaar via uw verpleegkundigen of arts.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload