Bevacizumab en Folfiri

poliklinisch schema

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven heeft. In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd.

In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.


Het verloop van de kuur


De medicamenten die toegediend worden zijn:

Medicament

Dag

Toedieningswijze

Tijdsduur

Granisetron

1 mg

Dag 1,2,3

Oraal

(via de mond)

Dexamethason

8 mg

Dag 1

Infuus of oraal

Push

(in korte tijd)

Atropine

0,25 mg

Dag 1

Subcutane injectie

(prik onder de huid)

Bevacizumab (avastin)

Dag 1

Infuus

15 - 30 minuten

Irinotecan

Dag 1

Infuus

90 minuten

Leucovorin

Dag 1

Infuus

15 minuten

5-FU 

Dag 1

Infuus

10 minuten

5-FU

Dag 1 t/m 2

Folfusor

(elastomeerpomp)

46 uur

De volgende kuur start 2 weken na kuur 1.

Toediening

  • Deze kuur wordt poliklinisch gegeven.
  • Uw bloed wordt regelmatig gecontroleerd. Afhankelijk van de uitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.
  • Voor de toediening van de cytostatica wordt een infuus aangebracht via de Port a Cath of PICC-line. Ook de elastomeerpomp wordt aangesloten op de Port a Cath of PICC-line
  • Op dag 3 wordt de kuur beëindigd en wordt het infuus verwijderd

Specifieke maatregelen:

  • U kunt vette vis (haring, bokking, makreel, zalm, sardientjes en ansjovis), eten wanneer u met chemotherapie wordt behandeld. Vette vis is een belangrijke bron voor eiwit en energie.
  • Neem geen supplementen met visolie vanaf 24 uur voor tot en met 24 uur na de toediening van de specifieke middelen Irinotecan, Carboplatin, Cisplatin en Oxaliplatin. Uw arts en oncologieverpleegkundige weten ook welke chemotherapie u krijgt en of dit advies dan geldt.
  • Het volledig voedingsadvies is te lezen op de website van “Voeding en kanker info” (www.voedingenkankerinfo.nl). Gebruik de zoekterm vette vis’ om de informatie te vinden.

Bijwerkingen

Deze bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen.

Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven voorkomen.

De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet. De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling.

De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.

  • Smaakverandering
  • Verminderde eetlust, lichte misselijkheid
  • Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
  • Diarree
  • Invloed op de werking van het beenmerg
  • Vermoeidheid/ verminderde energie
  • Droge huid
  • Invloed op de seksualiteit
  • Menstruatiestoornissen*
  • Verminderde spermaproductie
  • Irritatie van de ogen
  • Haaruitval

Bijwerkingen vermeld met een * komen zelden voor.

Opmerkingen en adviezen m.b.t. de bijwerkingen

  • Geven bijwerkingen aan
  • •Geven adviezen aan

1. Smaakverandering

  • Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
  • Hier is weinig aan te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

2. Verminderde eetlust, misselijkheid en braken

  • Door onder andere irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken. Medicatie wordt hiertegen gegeven.
  • Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
  • Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
  • Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
  • Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
  • Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
  • Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
  • Vraag zo nodig advies van een diëtist.

Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.

  • Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
  • Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
  • Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of Ginger-ale.
  • Drink koffie en thee liever met melk.

3. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies

U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.

  • U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond
  • U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
  • Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
  • Spoel uw mond 4 tot 6 maal per dag met zout water (1 theelepel op 250 cc-water).
  • Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
  • Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
  • Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuw u uw huisarts.
  • Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
  • De informatiefolder over mondverzorging wordt uitgereikt.

4. Diarree

  • De chemokuur kan diarree veroorzaken. Er zijn twee soorten diarree die zich onderscheiden naar het tijdstip waarop zij optreden.
  • ‘Vroege’ diarree begint binnen een dag na start van het infuus.
  • De vroege diarree kan gepaard gaan met de volgende verschijnselen: zweten, buikkrampen, waterige ogen, wazig zien, duizeligheid, lage bloeddruk, een ziek gevoel en speekselvloed.
  • De bijwerkingen zijn alle van voorbijgaande aard en zullen verminderen met de aanwijzingen en de geneesmiddelen die uw behandelend arts u zal geven.
  • Wanneer u last krijgt van vroege diarree, dient u onmiddellijk contact op te nemen met uw behandelend arts of verpleegkundige. Zij zullen u adviseren over een passende behandeling. Meld alle bij u voorkomende verschijnselen aan uw arts. Begin niet met de geneesmiddelen die uw arts heeft voorgeschreven voor de ‘late’ diarree.
  • ‘Late’ diarree begint méér dan 24 uur na het infuus. Indien de late diarree optreedt, is dit vaak rond de vijfde dag na start van de behandeling.
  • Wanneer u last krijgt van late diarree dient u zo snel mogelijk met de gepaste behandeling te beginnen en uw behandelend arts en /of verpleegkundige te waarschuwen.

De behandeling van de ‘late’ diarree bestaat uit het innemen van loperamide (Imodium®). Zodra er dunne ontlasting optreedt, begint u met het innemen van 1 capsule van 2 mg loperamide en vervolgens elke 2 uur 1 capsule. Dit doet u alleen indien er binnen 2 uur opnieuw dunne ontlasting optreedt.

Wijzig het schema alleen in overleg met uw behandelend arts. De totale tijd dat u loperamide mag gebruiken is maximaal 48 uur (dus maximaal 16 capsules verdeeld over 48 uur).

Mocht de diarree ondanks de behandeling met loperamide langer aanhouden dan 48 uur, dan moet u op dat moment weer contact opnemen met uw behandelend arts. Deze zal dan beslissen of u met een antibioticumkuur moet starten.

  • Om het vochtverlies dat gepaard gaat met diarree op te vangen dient u veel (± 2 liter/dag) te drinken, bij voorkeur bouillon, ORS, maar ook thee, koffie, water, etc.
  • Waarschuw uw behandelend arts direct wanneer u niet of weinig kunt drinken of uw medicijnen niet in kunt nemen.
  • Bij het verlaten van het ziekenhuis dient een recept loperamide en een antibioticum in uw bezit te zijn. Haal deze medicijnen direct in huis.

5. Invloed op de werking van het beenmerg

  • Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
  • Verminderd aantal bloedplaatjes (thrombocyten) geeft verhoogde kans op spontane blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
  • Verminderd aantal rode bloedlichaampjes (erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
  • Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes in het beenmerg is van tijdelijke aard
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts > 38,5 C of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u uw arts of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.

6. Vermoeidheid/ verminderde energie

  • U zult merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn).
  • Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te rusten maar zorg ook voor voldoende beweging.

7. Droge huid

  • Droge, schilferige huid, soms met rode, jeukerige plekjes. Er kunnen ook kloofjes ontstaan aan de handen en soms ook aan de voeten.
  • De fluorouracil (5-FU) kan een bruinverkleuring van de vaten geven. Hier is verder niet veel tegen te doen. Na het stoppen van de 5-FU zal dit na verloop van tijd weer herstellen.
  • Was de huid voorzichtig, alleen met water en dep deze droog.
  • Draag geen schurende kleding, vermijd direct zonlicht of erge kou.
  • Gebruik een vette crème.
  • Bij de volgende kuur melden aan de arts

8. Invloed op de seksualiteit

  • Ook tijdens een behandeling met cytostatica blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
  • Door irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
  • Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
  • Tijdens een behandeling met chemotherapie en bevacizumab is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk. Bespreek dit met uw arts. (Zie ook de specifieke bijwerkingen van bevacizumab)

9. Menstruatiestoornissen*

  • Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven
  • Kan gepaard gaan met overgangsklachten
  • Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen

10. Verminderde spermaproductie

  • Er bestaat een mogelijkheid tot invriezen van sperma.
  • Dit moet gedaan worden voordat de eerste kuur gegeven wordt
  • Na beëindiging van de kuren kan de spermaproductie zich weer herstellen.

11. Irritatie van de ogen.

  • De ogen kunnen tranen of juist heel droog en branderig zijn.
  • Oogdruppels, vraag uw arts hiernaar.
  • Lensdragers kunnen beter een bril dragen om de kans op irritatie te verminderen

12. Haaruitval

  • Begint na ± 3-6 weken en is meestal compleet. Dit kan gepaard gaan met een gevoelige hoofdhuid.
  • Behalve het hoofdhaar kan overige lichaamsbeharing ook uitvallen.
  • U kunt overwegen een pruik aan te schaffen. Bij de verpleegkundige kunt u dan een machtiging voor vergoeding krijgen en een adressenlijst van kappers die pruiken verzorgen.
  • Het is aan te raden voordat de haaruitval begint naar desbetreffende kapper te gaan zodat hij/zij uw eigen model ziet.
  • In het boek ‘Look Good...Feel Better’ staan adviezen over uiterlijke verzorging met betrekking tot bijvoorbeeld sjaals, pruiken en make-up.
  • Voor vragen over haaruitval of over informatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.

De specifieke bijwerkingen van de bevacizumab (Avastin)

  • Kans op (kleine) bloedingen van de slijmvliezen (bij 20-40%) en invloed op de wondgenezing
  • Kans op verhoging van de bloeddruk (22-32%) De bloeddruk wordt voor elke toediening gecontroleerd. Als deze te hoog is kan het zijn dat het middel niet kan worden toegediend.
  • Er kan eiwitverlies in de urine optreden (23%). Daarom zal uw urine indien nodig hierop worden getest.
  • Buikpijn.
  • Er is een kleine kans op een maag- of darmperforatie (1%).
  • Er is een kleine kans op een overgevoeligheidsreactie (< 3%).
  • Er is een iets verhoogd risico op verstopping van slagaders door een bloedstolsel, waardoor bijv. een hersen- of hartinfarct kan ontstaan.
  • U mag niet zwanger worden tijdens de behandeling met bevacizumab tot tenminste zes maanden na de laatste toediening. Bevacizumab kan de vorming van nieuwe bloedvaten tegengaan, waardoor het ongeboren kind ernstige schade kan worden berokkend. Uw arts zal u adviseren over anticonceptie als u in de vruchtbare leeftijd bent.
  • U mag geen borstvoeding geven tijdens de behandeling met Avastin en gedurende zes maanden na de laatste toediening. Bevacizumab kan de groei en ontwikkeling van uw kind verstoren

Wanneer waarschuwen:

In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
  • Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
  • Bij koorts > 38,5 graden Celsius
  • Wanneer de diarree lang blijft aanhouden.

3. Waar kunt u met uw vragen terecht

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen.

U kunt hiermee terecht bij:

  • Uw behandelend arts
  • Vast contactpersoon
  • De verpleegkundige op de afdeling
  • Het Centrum Patiënteninformatie.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload