Weefsel verwijderen uit de blaas met of zonder blaasspoeling
(Trans Urethrale Resectie blaastumor- TUR-blaas) spoeling
Inleiding
In verband met een operatie wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De operatie
- De periode voor de operatie
- De periode na de operatie
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de operatie en het ontslag. We vragen u de folder te lezen zodat u weet wat u kunt verwachten.
Het kan zijn dat uw situatie anders is dan in deze folder beschreven. Uw behandelaar zal u informeren over uw situatie. Deze folder is een aanvulling op het gesprek wat u heeft gehad met uw behandelaar zodat u de informatie nog eens rustig terug kunt lezen.
1. De operatie
Tijdens de operatie zal een holle buis met camera (cystoscoop) via de plasbuis naar binnen worden gebracht. Hiermee kan de uroloog de blaas bekijken en weefsel wegnemen. De operatie duurt ongeveer één uur.

Mogelijke complicaties
Bij deze operatie heeft u kans op:
- Bloeding van de wond in de blaas
- Bloed in de urine met stolsels
- Gaatje in de blaaswand (perforatie)
- Blaaskrampen door het spoelen van de katheter
- Blaasontsteking
De kans op deze complicaties is groter als u ook andere ziekten heeft, zoals diabetes of hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten de kans op deze complicaties.
Wij doen er alles aan om de operatie goed te laten verlopen.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de operatie wordt weggenomen, wordt onderzocht. Dit onderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag hiervan telefonisch. Bij ontslag uit het Antoni van Leeuwenhoek wordt daar een afspraak voor gemaakt.
2. De periode voor de operatie
Poliklinische voorbereiding: onderzoeken
Ter voorbereiding van de operatie zijn een aantal onderzoeken nodig. De uroloog heeft u hierover geïnformeerd.
Voor de operatie die u krijgt, kunnen de volgende onderzoeken worden uitgevoerd:
- Cystoscopie: inwendig onderzoek van de blaas en plasbuis met flexibele slang
- Bloedafname
- Urinekweek
- Urineonderzoek op kwaadaardige cellen (urinecytologie)
- Het kan zijn dat deze onderzoeken al zijn uitgevoerd in de periode voordat u deze informatie heeft gekregen.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om voor de operatie te stoppen met roken om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van nicotine en ook van alcohol kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Opnameplanning
De opnamedatum en/of operatiedatum wordt door een medewerker van de afdeling opname aan u doorgegeven. Dit zal vanaf twee weken voor de geplande opname- /operatiedatum zijn. Daarnaast krijgt u van de medewerker te horen of u nuchter moet zijn. Dit zal telefonisch en/of digitaal gebeuren via het MijnAVL patiëntenportaal.
Dag van opname
Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende het verblijf op de verpleegafdeling. Bagage en kleding wordt door de verpleegkundige tijdelijk opgeslagen in een locker. U krijgt u deze terug na de operatie. Wij adviseren u om waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.
Voorbereiding op de dag van opname door u
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
De anesthesioloog of de medewerker van de afdeling opname heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt, omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u voor de ingreep een tablet zodat u zich beter kunt ontspannen.
Naar de operatiekamer
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.
De wijze van verdoving is met u besproken door de anesthesioloog. Meestal vindt de operatie plaats onder algehele narcose.
Aan het einde van de operatie wordt een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine en om de blaas te spoelen. Deze zal worden verwijderd als de urine niet meer of weinig bloederig is.
Het kan zijn dat de uroloog besluit dat na de operatie de blaas moet worden gespoeld met chemotherapie (mitomycine). Dit is een middel dat voorkomt dat losse tumorcellen opnieuw tot uitgroei komen. Omdat het middel lokaal in de blaas wordt toegediend, zal het weinig tot geen klachten geven. Het middel wordt NIET opgenomen in het lichaam en leidt dus niet tot bijvoorbeeld kaalheid en of misselijkheid.
3. De periode na de operatie
Na de operatie blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. Een van de urologen komt u ook na de operatie bezoeken.
Katheters, lijnen
Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicijn toediening. Dit infuus bevindt zich in een bloedvat van een arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicijnen via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine en om de blaas te spoelen. Deze zal worden verwijderd als de urine niet of weinig bloederig is. Meestal wordt de dag na de operatie de blaaskatheter verwijderd.
Pijn
Bij deze ingreep is pijnmedicatie die u via tabletten kunt innemen vaak voldoende. De verpleegkundige stemt met u op een aantal momenten per dag af hoe u zich voelt en of er een aanpassing van de pijnmedicatie gewenst is. Bij ontslag krijgt u een advies mee over de te gebruiken pijnmedicatie en eventueel recepten hiervoor. Verderop in de folder vindt u informatie over het afbouwen van de bij ontslag voorgeschreven pijnmedicatie.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Snel na de ingreep zult u uit bed komen. U heeft nog wel een aantal leefregels voor de periode na de operatie. Zie hiervoor de informatie verder op in de folder.
Voeding
Na de operatie mag u gewoon weer eten en drinken.
4. Het ontslag
De verwachting is dat u na één dag het ziekenhuis kunt verlaten.
Als u ten gevolge van de ingreep thuis verpleegkundigezorg nodig heeft, dan zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Bij voorkeur is hierbij een naaste aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de uroloog.
Via een brief zal uw huisarts op de hoogte worden gesteld van de operatie en het verloop van de ziekenhuisopname. Hier kan enige tijd overheen gaan.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de ibuprofen. Als u Pantozol (maagbeschermer) voorgeschreven heeft gekregen om te gebruiken in combinatie met de ibuprofen, kunt u met de Pantozol stoppen zodra u gestopt bent met de ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie- tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Plassen
Het kan zijn dat u door de operatie wat vaker moet plassen. Ook kan er bloed bij de urine zitten, licht bloedverlies bij de urine kan tot wel 6 weken na de operatie aanhouden. Het plassen kan wat branderig aanvoelen, dat komt door de wondjes in de blaas of plasbuis. Dit is normaal. Bij hevige bloedingen en stolsels in de urine, is het verstandig om contact op te nemen met het ziekenhuis (zie lijst hoofdstuk 5).
Drink voldoende
Drink ongeveer 1,5-2 liter vocht per dag om bloedstolsels te voorkomen en het plassen te vergemakkelijken. Als de urine bloederig is dan mag u dit ophogen naar 2 tot 2,5 liter.
Vermijd zware inspanning
Doe geen zwaar werk, til niet meer dan 5 kg en vermijd inspannende sporten zoals hardlopen, werken in de tuin gedurende de de eerste 4 tot 6 weken.
Voorkom persen
Hard persen bij de stoelgang kan druk uitoefenen op het operatiegebied. Eet vezelrijk om de ontlasting zacht te houden en overleg met de arts over laxeermiddelen indien nodig.
Bewegen
Lichte beweging zoals wandelen is belangrijk om trombose te voorkomen. Bouw dit rustig op, aangezien uw conditie verminderd kan zijn.
Fietsen en autorijden
Wacht met fietsen en autorijden tot u zich weer beter voelt; dit kan tot 4-6 weken na de operatie zijn. Controleer zekerheidshalve bij uw eigen autoverzekering of er aanvullende restricties zijn ten aanzien van autorijden na een operatie.
Bijzonderheden
- Bloed in de urine: Het is normaal om de eerste weken (tot 6 weken) na de operatie bloed of bloedstolseltjes te plassen. Dit wordt minder in het verloop van uw herstel en naarmate u voldoende drinkt zoals eerder geadviseerd.
- Na een blaasspoeling: Als u ook een blaasspoeling heeft gekregen, zijn er extra voorzorgsmaatregelen nodig voor de eerste 48 uur om huidcontact met de urine te vermijden. Vraag hiervoor naar de aanvullende folder bij de verpleging.
De diagnose kanker
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in uw dagelijkse activiteiten en sociale contacten beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. Ga hierover in gesprek met uw behandelaar (medisch specialist of verpleegkundig specialist) zij of hij kan u advies geven of u verwijzen.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw persoonlijke situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Seksualiteit en intimiteit
We raden u aan om tot ongeveer 3 weken na de ingreep geen geslachtsgemeenschap te hebben. Hierna zijn er geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medisch specialist, verpleegkundig specialist of seksuoloog van de polikliniek Seksualiteit en kanker of centrum voor kwaliteit van leven. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Uw behandelend specialist of verpleegkundig specialist kunnen u naar deze poliklinieken verwijzen.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- niet kunnen plassen of duidelijk meer bloed en of stolsels in de urine heeft dan bij het ontslag.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/ behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd.
Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntnummer bij de hand.
Informatie op internet:
www.allesoverurologie.nl
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.