Blaasverwijdering en omleidingen van de urinewegen
Inleiding
In verband met een ingreep waarbij de blaas, lymfeklieren in het bekken en de inwendige geslachtsorganen wordt verwijderd, wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het behandelteam geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk. U kunt ook op internet ons voorlichtingsfilmpje bekijken via de link: https://youtu.be/_2bJJwU-lyI
1. De ingreep
De blaasverwijdering (cystectomie)
Normaal gesproken wordt de urine door de beide urineleiders naar de blaas getransporteerd en in de blaas opgeslagen. Omdat bij de man en de vrouw aparte organen in het bekken worden verwijderd zullen we deze apart bespreken:
- Bij de man op pagina 4
- Bij de vrouw op pagina 5
Op de afbeelding hieronder ziet u de urinewegen van de man en de vrouw.


Operatietechnieken
De operatie kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Welke operatie techniek bij u kan worden uitgevoerd wordt bepaald door individuele zaken zoals de plaats en de omvang van de tumor, uw medische voorgeschiedenis en uw eigen wens. Uw uroloog of verpleegkundig specialist bespreekt met u welke manier voor u van toepassing is. Onderstaande manieren van opereren vinden altijd plaats onder algehele verdoving.
- De open procedure (laparotomie): hierbij wordt de operatie uitgevoerd via een snede in de buik van net boven de navel tot op het schaambeen.
- De kijkoperatie (laparoscopie) ondersteund door de Da Vinci robot:
- Hierbij wordt de operatie uitgevoerd via een aantal, meestal 4, kleinere incisies (sneetjes) en 1 grotere incisie in de buik. Door de incisies worden de operatie-instrumenten ingebracht waarna de buikholte wordt opgeblazen. Door de wat grotere incisie wordt het operatie preparaat (o.a. de zieke blaas) verwijderd.

Fox Chase Cancer Center. Robotic salvage prostatectomy: An option for men whose prostate cancer has returned after initial treatment [Internet]. Philadelphia: Fox Chase Cancer Center; 2018 https://www.foxchase.org/blog/2018-03-13-robotic-salvage-prostatectomy-option-men-whose-prostate-cancer-has-returned-after-initial
Bij de man
Blaas- en prostaatverwijdering bij de man
De blaas, prostaat en zaadblaasjes worden bij deze ingreep verwijderd. De zenuwen die voor de erecties zorgen raken beschadigd. Na de operatie kunt u geen spontane erectie meer krijgen. Het is bij stimulatie nog wel mogelijk, om ondanks de slappe penis, een orgasme te krijgen. Er vindt dan geen zaadlozing plaats, daardoor is het niet meer mogelijk om op natuurlijke wijze kinderen te verwekken. Vaak is het met behulp van hulpmiddelen of medicijnen nog mogelijk om een erectie te bewerkstelligen. Uw hormonale situatie verandert niet.
Zenuwsparende blaas- en prostaatverwijdering bij de man
De blaas, prostaat en zaadblaasjes worden bij deze ingreep verwijderd maar de zenuwen die voor de erectie zorgen, blijven behouden. Desalniettemin is het uiteindelijke resultaat wat betreft behoud en duur van de erectie soms teleurstellend. U kunt wel een orgasme krijgen maar u heeft daarbij geen zaadlozing meer, daardoor is het niet meer mogelijk om op een natuurlijke wijze kinderen te verwekken. Uw hormonale situatie verandert niet.
Seksualiteit-sparende blaasverwijdering bij de man
De prostaat, zaadblaasjes en de zenuwen die voor de erectie zorgen blijven behouden. Uw hormonale situatie verandert niet. In principe kunt u nog op een natuurlijke wijze kinderen verwekken. Het is wel mogelijk dat u een veranderde zaadlozing heeft. Bij het orgasme (klaarkomen) wordt het zaad, indien u een neoblaas heeft, richting de nieuwe blaas gestuurd, in plaats van door de plasbuis naar buiten. Met de eerste keer dat u urineert spoelt het zaad mee naar buiten. Medisch gezien is dat geen enkel bezwaar. De uroloog of verpleegkundig specialist kan u uitleggen hoe dit in zijn werk gaat.
Als u voor de ingreep goede erecties had mag u ervan uitgaan dat dit na de ingreep zo blijft.
Bij de vrouw
Verwijdering van de blaas en inwendige geslachtsorganen bij de vrouw
De blaas, baarmoeder en eierstokken worden verwijderd. Als u nog niet in de overgang was voor de ingreep bent u dit na de operatie wel. U kunt dan te maken krijgen met overgangsklachten zoals stemmingswisselingen, opvliegers etc. Om dit te voorkomen kan de arts hormoonvervangende medicijnen voorschrijven. U bent niet meer vruchtbaar en de menstruaties blijven uit. Nadat de wond in de schede genezen is, is er weer gemeenschap mogelijk. Dit is meestal zes weken na de ingreep het geval. Het is mogelijk dat de schede wat nauwer en korter is en bij seksuele opwinding niet meer vochtig wordt. U kunt dan een glijmiddel gebruiken. Ook kan het dat u uw orgasme anders ervaart.
Eierstok sparende blaasverwijdering bij de vrouw
Uw eierstokken blijven indien u nog niet in de overgang was behouden. De baarmoeder wordt bij de ingreep verwijderd. Uw hormonale situatie verandert niet. U bent niet meer vruchtbaar en de menstruaties blijven uit. U kunt wel aan de cyclus gerelateerde verschijnselen ervaren zoals gespannen borsten en hoofdpijn. Nadat de wond in de schede genezen is, is gemeenschap weer mogelijk. Dit is meestal zes weken na de ingreep het geval. Het is mogelijk dat de schede bij seksuele opwinding niet meer vochtig wordt. U kunt dan een glijmiddel gebruiken. Ook kan het dat u uw orgasme anders ervaart.
Seksualiteit-sparende blaasverwijdering bij de vrouw
De baarmoeder en eierstokken blijven behouden. Uw hormonale situatie verandert niet. U blijft, indien u nog niet in de overgang was, vruchtbaar en menstrueren. Uw seksueel functioneren hoeft door de ingreep niet te veranderen.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast bestaat bij deze ingreep ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Wondproblemen;
- Nabloeding;
- Naadlekkage van de darm;
- Het langzaam op gang komen van de darmen, wat gepaard gaat met darmkrampen;
- Complicaties rondom de omleiding van de blaas zoals: urinelekkage, urineweginfectie, verstoord herstel van de stoma;
- Lymfevocht ophoping in het bekken. Dit vocht kan weer door het lichaam worden opgenomen en geen klachten veroorzaken, maar kan ook gaan ontsteken of pijn veroorzaken. Adviezen hoe met eventuele klachten om te gaan wordt verderop in deze folder besproken;
- Uiterst zelden overlijdt er iemand ten gevolge van de operatie.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd als u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt 10 werkdagen . De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u een telefonische afspraak mee bij uw operateur voor het bespreken van de uitslag. Heeft u liever een poliklinische afspraak dan kunt u dit aangeven bij de verpleging.
De omleidingen van de urinewegen (urinedeviaties)
Een omleiding van de urinewegen wordt een urinedeviatie genoemd. In het Antoni van Leeuwenhoek worden de volgende urinedeviaties uitgevoerd:
- Urinedeviatie volgens Bricker
- Neoblaas
- Indiana Pouch
1. Urinedeviatie volgens Bricker
Een urinedeviatie volgens Bricker wordt ook wel een incontinent urinestoma of urostoma genoemd. Dit is een omleiding van de urinewegen via een nieuwe uitgang naar buiten. Tijdens de ingreep worden de urineleiders losgemaakt van de blaas en aangesloten op een stukje darm. Hiervoor wordt een klein stukje dunne darm gebruikt. De darm wordt vervolgens door een opening in de buik naar buiten geleid en vastgehecht aan de buikwand. Op deze wijze loopt een voortdurende stroom urine vanuit de nieren door de urineleiders en de nieuwgevormde uitgang (stoma genaamd) naar buiten. De voorkeursplaats van de urinestoma is op de rechterhelft van uw onderbuik. Hiernaast ziet u een afbeelding van de urinedeviatie volgens Bricker.
Dit betekent voor u:
- Dat u niet meer via de natuurlijke weg kunt urineren;
- Dat u het urineren niet meer onder controle heeft;
- Dat u een zakje moet dragen om de urine op te vangen: dit kan overdag via een kraantje aan het zakje geleegd worden in het toilet en ’s nachts worden aangesloten op een grotere nachtopvangzak;
- Dat u altijd reservestomamateriaal bij u moet hebben.
Voordelen vergeleken met de andere deviaties:
- U kunt ’s nachts doorslapen omdat de urinezak is aangesloten op een nachtopvangzak;
- Aan het gewicht van het zakje voelt u wanneer u het moet legen.
Nadelen vergeleken met de andere deviaties:
- Uw uiterlijk is veranderd, niet alleen vanwege de stoma, maar ook door het dragen van een uitwendig zakje;
- Er kunnen lekkage of huidproblemen optreden;
- Het zakje kan bij het dragen voelbaar zijn.
2. Neoblaas
Een neoblaas wordt ook wel orthotope blaasvervanging genoemd. Een neoblaas is een urinereservoir dat ligt op de plaats van de verwijderde blaas en is aangesloten op de natuurlijke plasbuis. Tijdens de ingreep worden de urineleiders van de blaas losgemaakt en aangesloten op het nieuwe reservoir; de neoblaas. Dit reservoir wordt van een stuk dunne darm gemaakt. Op deze wijze loopt de urine vanuit de nieren naar de neoblaas. De kringspier blijft hierbij intact. Dit zorgt ervoor dat de natuurlijke controle over het urineren behouden blijft. Het ledigen van de neoblaas gebeurt door het ontspannen van de kringspier en de druk van de buikspieren. Hiernaast ziet u een afbeelding van de neoblaas.
Dit betekent voor u:
- Dat u via de natuurlijke weg kunt urineren;
- Dat u het urineren, als de neoblaas en de spieren goed functioneren, zelf onder controle heeft;
- Dat u altijd een medisch paspoort bij u draagt met uitleg over het reservoir.
Voordelen vergeleken met de andere deviaties:
- U heeft controle over het urineren;
- U urineert via de natuurlijke weg;
- Uw uiterlijk wordt niet veranderd door een stoma of een zakje.
Nadelen vergeleken met de andere deviaties:
- De kans bestaat dat u, bij nog onvoldoende krachtbeheersing van uw bekkenbodemspieren, tijdelijk onvoldoende controle over het urineren heeft;
- De kans bestaat dat u, bij onvoldoende vermogen om uw neoblaas te ledigen, de achtergebleven urine via een zelf ingebrachte blaaskatheter door de plasbuis moet laten aflopen;
- Het is mogelijk dat u ’s nachts naar het toilet moet om te urineren;
- Er is een kleine kans dat u ’s nachts blijvend in enige mate incontinent bent;
- Het plassen duurt meestal langer (vijf á tien minuten) per keer;
- Iets verhoogde kans op urineweginfecties vanwege de opslagfunctie van de neoblaas.
Een neoblaas is niet voor iedereen mogelijk. U komt niet in aanmerking voor een neoblaas als:
- Uw kringspier en/of plasbuis om medische redenen niet behouden kan/kunnen worden of uw kringspier voor de operatie al niet goed meer functioneert;
- U over onvoldoende darm beschikt;
- U lijdt aan een nierfunctiestoornis;
- U niet in staat bent om uzelf te katheteriseren.
3. Indiana Pouch
Een Indiana Pouch wordt ook wel een continent urinereservoir genoemd. Bij een Indiana Pouch worden de urinewegen via een nieuwe uitgang naar buiten geleid. Daarbij wordt een inwendig reservoir gemaakt. Tijdens de ingreep worden de urineleiders van de blaas losgemaakt en aangesloten op een stuk darm dat als reservoir dient. Voor dit reservoir wordt dat deel van de darm gebruikt waar de dunne darm overgaat in de dikke darm. Het uiteinde van de dunne darm wordt via een opening door de buikwand naar buiten geleid en vastgehecht aan de buikhuid. Op deze wijze loopt de urine vanuit de nieren naar het reservoir. Door een klep die zich van nature tussen de dunne en dikke darm bevindt, kan de urine niet meer naar buiten stromen. Het reservoir dient regelmatig via de toegang naar het reservoir (stoma) geleegd te worden met behulp van een slangetje (katheter). De voorkeurs-plaats van de stoma is de rechter-helft van de onderbuik, onder uw broek of rok. Hiernaast ziet u een afbeelding van de Indiana Pouch.
Dit betekent voor u dat u:
- Niet meer via de natuurlijke weg kunt urineren;
- Het urineren door het ledigen van het reservoir zelf onder controle heeft;
- Altijd een katheter bij zich draagt;
- Een pleister draagt over de stoma ter bescherming van uw kleding;
- Een medisch paspoort bij u draagt met uitleg over het reservoir.
Voordelen vergeleken met de andere deviaties:
- U hebt controle over het urineren;
- Uw uiterlijk is wel veranderd, maar dit is minder opvallend omdat u geen uitwendig zakje draagt, maar alleen een pleister.
Nadelen vergeleken met de andere deviaties:
- U dient rekening te houden met het op tijd ledigen van het reservoir;
- U dient ook ’s nachts het reservoir te ledigen;
- In de beginperiode kunnen lekkages van urine uit de stoma optreden;
- In de loop van de tijd kan de toegang naar het reservoir zich vernauwen, waarvoor soms een correctie noodzakelijk is;
- Iets verhoogde kans op urineweginfecties vanwege de opslagfunctie van de indiana pouch.
Een Indiana Pouch is niet voor iedereen mogelijk. U komt niet in aanmerking voor een Indiana Pouch als:
- U beschikt over onvoldoende (gezonde) darm;
- U lijdt aan een nierfunctiestoornis;
- U niet in staat bent zelf uw reservoir te legen.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg of verpleegkundig specialist zal u hierover informeren.
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De uroloog is eindverantwoordelijk voor de chirurgische behandeling. Hij of zij zal het behandelplan en de verschillende mogelijkheden voor urinedeviaties met u bespreken. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie krijgt u een advies van de uroloog of kunt u zelf een voorkeur uitspreken. Vragen over de ingreep kunt u aan de uroloog stellen.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek. Drie weken na de operatie belt hij of zij u op om met u te bespreken hoe u herstel verloopt. Tijdens dit gesprek wordt met u afgestemd hoe de vervolgafspraken zullen verlopen, telefonisch of poliklinisch.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care (IC) wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de IC de behandelend arts.
- De stomaverpleegkundige is een verpleegkundige die o.a. is gespecialiseerd in de zorg voor patiënten met een urinedeviatie. Zij geeft u en uw naaste(n) uitgebreide informatie over de verschillende omleidingen van de blaas en begeleidt u (indien van toepassing) bij het maken van een keuze. U ontvangt naast de mondelinge informatie ook schriftelijke informatie. Zo heeft u de gelegenheid om na het gesprek met de stomaverpleegkundige alle informatie nog eens rustig door te nemen. Tevens bestaat de mogelijkheid om in contact te komen met een lotgenoot of patiëntenvereniging. Na ontslag wordt u op de polikliniek verder begeleid door de stomaverpleegkundige in het leren omgaan met uw urinedeviatie.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Voeding
Kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor.
Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl.
Opname
Als uw opname- en/of operatiedatum vaststaat, krijgt u ongeveer één tot twee weken vóór uw opname of operatie een bericht van de afdeling Opname via mijnAVL.
Dag van opname
U wordt een dag voor de ingreep opgenomen. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven en vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met de uroloog.
- De uroloog spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen hebt over de ingreep.
- De stomaverpleegkundige tekent de plaats af waar de eventuele urinestoma komt, en beantwoordt uw laatste vragen.
Ter voorbereiding op de ingreep vindt een aantal handelingen plaats:
- Indien met u is afgesproken dat u 1 nacht op de Intensive Care (IC) verblijft krijgt u de gelegenheid om samen met uw naasten de IC te bezoeken, om een indruk te krijgen van deze afdeling, waar u direct na de ingreep verblijft.
De dag van de ingreep
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. Het scheren van het operatiegebied is niet meer nodig. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep verblijft u een korte periode op de uitslaapkamer. In de meeste gevallen gaat u hierna terug naar de verpleegafdeling, tenzij met u is afgesproken dat u de nacht van de operatie op de IC verblijft. Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de uroloog over het verloop van uw herstel. De uroloog of dienstdoend uroloog komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw bovenbeen of bovenarm), tot en met vier weken na de operatie. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Als u na de ingreep wakker wordt op de uitslaapkamer heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen bevinden. Zodra u in staat bent voldoende te drinken, geen medicatie via het infuus nodig heeft en de epiduraal verwijderd is, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Dit is gemiddeld na vijf dagen.
- Twee splints (dunne drains) die de urine vanuit de nieren naar buiten leiden. De splints worden na gemiddeld 14 dagen verwijderd.
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd. Dit is gemiddeld na twee dagen.
- Een sonde via de neus in de maag voor de afvloed van maagsappen. Deze wordt in principe de dag na de operatie verwijderd.
Indien u een neoblaas of een Indiana Pouch heeft gekregen komen daar nog een of twee ‘slangen’ bij: katheters die in de neoblaas of de Indiana Pouch liggen om de urine af te laten lopen. Zodra u een ‘slang’ niet langer nodig heeft wordt deze, na overleg met de arts, door de verpleegkundige verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u minimaal drie keer per dag vragen om uw pijn te beschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. In principe zijn de hechtingen oplosbaar. Mocht dit niet het geval zijn worden de hechtingen van de wond tien dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na 21 dagen verwijderd.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.
De blaasvervanging
De afdelingsverpleegkundige geeft u in de dagen na de operatie instructie over de verzorging van de (eventueel) aangelegde urinestoma en het gebruik van het opvangmateriaal. U zal de stomazorg geleidelijk zelf aanleren, zodat u dit bij ontslag zelf kunt. Indien u een neoblaas of Indiana pouch heeft leert u hoe u de deze kunt legen en spoelen. U krijgt tevens uitgelegd hoe vaak u dit moet doen. De fysiotherapeut komt bij u langs om bekkenbodemoefeningen aan te leren en u te instrueren hoe u door middel van uw lichaamshouding de neoblaas kunt ledigen.
De stomaverpleegkundige komt regelmatig tijdens de opname bij u langs om samen met u te kijken welk materiaal voor de stoma voor u geschikt is om thuis te gebruiken. Als u een neoblaas of een Indiana Pouch hebt spreekt ze met u door hoe u daar thuis mee om kunt gaan. De benodigde materialen welke u thuis nodig heeft worden door de stomaverpleegkundige bij een medisch speciaalzaak besteld. Deze materialen worden vergoed door de verzekering. De psychosociale begeleiding komt tijdens de bezoeken van de stomaverpleegkundige ook aan de orde. Na ontslag krijgt u regelmatig poliafspraken gepland bij haar.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Vanaf de eerste dag na de ingreep gaat u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen.
Onder begeleiding van de verpleegkundige zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden. U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk driemaal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Soms is de ontlasting in het begin erg hard of juist heel dun; dit is normaal en heeft meestal niet met uw voeding te maken. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Afhankelijk van het herstel van de maag en de darmen, uw klachten en het op gang komen van de stoelgang start u met drinken en eten. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. Tijdens de opname kan de verpleegkundige u indien nodig in contact brengen met de diëtiste. Indien u met ontslag bent en nog problemen heeft met de voeding kunt u contact opnemen met de verpleegkundig specialist. Zij kan u indien nodig verwijzen naar de diëtiste van het ziekenhuis of een diëtiste in de eerste lijn.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- Goede pijnbestrijding;
- Ademhalingsoefeningen;
- Het ophoesten van slijm;
- Halfzittende houding in bed;
- Niet te roken.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL. Mocht u na ontslag behoefte hebben aan emotionele ondersteuning, dan kan u contact opnemen met de verpleegkundig specialist zodat zij u kan adviseren en in overleg een verwijzing kan verzorgen.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel. Als alles goed gaat, kunt u over het algemeen na ongeveer vijf tot twaalf dagen het ziekenhuis verlaten. Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste(n). Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een aantal afspraken mee:
- Na 3 weken neemt de verpleegkundig specialist contact met u op om te informeren naar uw herstel en eventuele vragen te beantwoorden;
- Na ongeveer 6 weken heeft u zowel een afspraak met de uroloog als met de stomaverpleegkundige. Getracht wordt deze afspraak op 1 dag te laten plaatsvinden;
- Indien u een neoblaas of Indiana Pouch heeft volgt een intensieve begeleidingsperiode door de stomaverpleegkundige.
Mocht u problemen ervaren met de blaasvervangende voorziening dan kunt u contact opnemen met de stomaverpleegkundige via hun doordeweekse telefonisch spreekuur of via BeterDichtbij.
De periode na het ontslag
Wanneer u weer thuis bent, kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de operatie, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling. Houdt u er rekening mee dat de nachtrust in deze fase nog onderbroken zal zijn als u een neoblaas of een Indiana Pouch heeft.
Wij geven u graag een aantal adviezen mee.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten.
Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Indien u Ibuprofen gebruikt, verminder en stop deze dan als eerste. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf paracetamol viermaal daags 1000mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door deze driemaal daags in te nemen en vervolgens de middaginname over te slaan. Daarna kunt u naar tweemaal daags 500mg gaan en vervolgens stoppen.
Wond
Indien de hechtingen niet oplosbaar zijn en deze tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is kunt u in bad gaan en zwemmen. Dep de wond na afloop droog. Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond eenmaal daags bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 °Celsius).
Via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek
020 512 9111. U wordt dan doorverbonden naar de betreffende zorgverlener.
Blaasvervangende voorziening
Neem contact op met de stomaverpleegkundige in de volgende gevallen:
- Veranderingen aan de stoma;
- Problemen met de huid rondom de stoma;
- Lekkage van stoma materialen;
- Koorts en sterk ruikende urine;
- Pijn in de nierstreek;
- Problemen met de stoelgang;
- Problemen met het katheteriseren.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken. Sommige etenswaren vallen misschien minder goed op dit moment. Iets wat u nu nog niet zo goed verdraagt kunt u later altijd opnieuw proberen. Als u vragen heeft over voeding, smaakverlies of ongewenst gewichtsverlies dan kunt u overleggen met uw verpleegkundig specialist of uroloog. Zij kunnen u zo nodig verwijzen naar een diëtiste.
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Lymfevocht ophoping
Doordat de lymfeklieren verwijderd zijn, is er een onderbreking in het lymfesysteem in het bekken ontstaan. Het lymfesysteem heeft de mogelijkheid om zichzelf te herstellen. Er worden dan omleidingen gemaakt naar overgebleven lymfeklieren in de omgeving. Deze aanpassing vraagt echter tijd. Tot deze tijd, ongeveer 6 weken, kan het lymfevocht zich ophopen in het bekken en een aantal klachten geven.
Klachten waarover u zich niet ongerust hoeft te maken:
- Een bollere buik;
- Zwelling van scrotum, penis of schaamlippen;
- Verlies van vocht uit penis of vagina.
Klachten waarvoor u met ons contact moet opnemen:
- Pijn in de onderbuik wat in de loop van de dagen na ontslag ontstaat;
- Koorts 38.5 °C of hoger;
- Obstipatie;
- Misselijkheid en/of braken.
Wat kunt u de eerste periode zelf doen aan het verminderen van vochtophoping:
In scrotum, penis of schaamlippen:
- Draag een wat strakkere onderbroek zodat er wat druk van buitenaf wordt aangebracht. Let op het ondergoed mag niet knellen.
- Bij vochtophoping in de penis en/of scrotum kan in de onderbroek een washandje onder het scrotum worden gelegd zodat het scrotum en de penis wat hoger komen te liggen.
Nemen deze klachten binnen 6 weken niet af en heeft u hier veel last van, neemt u dan contact op met het spreekuur van de verpleegkundig specialist urologie voor overleg.
Bij bollere buik uitvoeren ademhalingsoefeningen:
- Doe deze oefening bij voorkeur ieder wakker uur;
- Ga plat op bed liggen met opgetrokken benen en voeten plat op matras;
- Adem rustig door de neus in waarbij naar de buik toe wordt ingeademd;
- Hou de adem 5 tellen vast en adem dan rustig uit door getuite lippen;
- Herhaal dit ongeveer 5x;
- Met deze adembeweging laat u de in de buik overgebleven lymfeklieren beter pompen zodat het overtollige vocht wordt weggenomen.
Zoals bij het herstel wordt geadviseerd, is bewegen goed voor uw herstel. Bewegen heeft echter wel invloed op het ontwikkelen van lymfevocht. Luister en kijk daarom goed naar uw lijf. Neemt de vochtophoping in buik, scrotum of schaamlippen toe bij inspanning pas deze dan aan in intensiteit en duur zodat u de zwelling ook de tijd geeft om af te nemen. Blijft u na 6 weken vochtophoping houden in buik, scrotum of schaamlippen dan kan u contact opnemen met uw uroloog of verpleegkundig specialist urologie en kunnen zij u een verwijzing geven voor een oedeemtherapeut bij u in de buurt.
Activiteiten
De eerste zes weken mag u niet zwaarder tillen dan 5 kg.
Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet.
Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar (huishoudelijk) werk kunt verrichten, zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen. Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).
Blijft het opbouwen van uw conditie achter en vraagt u zich af of dit passend is, ga dan in gesprek met uw uroloog of verpleegkundig specialist urologie. Zij kunnen u adviseren omtrent bewegen na uw behandeling.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met de uroloog en/ of verpleegkundig specialist en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie of de verpleegkundig specialist urologie.
Intimiteit en seksualiteit
In hoofdstuk 1 staat informatie over de mogelijke gevolgen van de operatie op uw seksueel functioneren. Het hangt mede af van wat de uroloog al dan niet aan seksuele functies kan sparen.
Hoe dit voor u zal zijn, bespreekt uw uroloog en/ of verpleegkundig specialist met u. Over het algemeen is het normaal als u merkt dat u in de eerste periode na de ingreep weinig behoefte heeft aan seksueel contact.
De diagnose en behandeling van kanker kan veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. De ziekte kan velerlei gevoelens met zich meebrengen (angst, onzekerheid, woede, verdriet enz.).
Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. De ervaring leert dat veel patiënten (en hun partner) dan ook vragen en problemen hebben op het gebied van seksualiteit en intimiteit. Voor veel mensen is dit een moeilijk onderwerp om over te praten. Mocht u over intimiteit en seksualiteit in gesprek willen, bespreek dit dan met uw uroloog of verpleegkundig specialist urologie. Zij kunnen u dan in overleg met u verwijzen naar de polikliniek seksualiteit of het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
De medewerkers van deze poliklinieken hebben veel ervaring in het bespreken van deze problemen en vragen van kankerpatiënten en hun partners.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u in de eerste weken na het ontslag onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- Aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
- Het niet genezen van de wond;
- Obstipatie (langer dan twee dagen geen ontlasting);
- Aanhoudende pijn in de buik die niet met de voorgeschreven pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Combinatie van riekende, troebele urine; pijn in de flank, temperatuursverhoging boven de 38,5 gaden Celsius, rillerigheid of koude rilling wat kan wijze op een infectie van de nog aanwezige urinewegen.
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111 Via onderstaande link kunt u zien welke zorgverlener op welke momenten bereikbaar is. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
Telefonisch spreekuur
Als u de wond-stomaverpleegkundige persoonlijk wilt spreken kunt u terecht op het telefonisch spreekuur.
U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren. Alleen in zeer dringende situaties kunt u buiten de spreekuurtijden bellen via ons algemene telefoonnummer.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.