Bovenkaakresectie
U wordt binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek voor een ingreep. In deze folder vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- De kloswisseling
- Meer informatie
Het doel van deze folder is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In deze folder vindt u informatie over het verwijderen van een tumor van de bovenkaak.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor het verwijderen van een tumor van de bovenkaak. Als een deel van de bovenkaak verwijderd wordt, heet dit een partiële bovenkaakresectie. Als uw bovenkaak in z’n geheel verwijderd wordt, is dit een totale bovenkaakresectie.
Er zijn verschillende methodes om deze operatie uit te voeren.
- Benadering via de mond. U krijgt geen uitwendige littekens;
- Benadering via een snede langs uw neus;
- Benadering via een snede langs uw neus en onder uw oog;
- Benadering via een snede door de kin en in de hals.
Na het verwijderen van de tumor en het deel van de bovenkaak ontstaat er een holte. Deze holte kan op verschillende manieren hersteld worden.
- Met een klosprothese;
- Met een Thierschplastiek en een klosprothese;
- Met een vrije lap reconstructie (met bot en/of weke delen zoals spier).
De hoofd-halschirurg en tandarts-prothetist zullen u informeren welke methode er bij u gevolgd zal worden.
Toelichting:
- Een klosprothese wordt gemaakt van thermoplastisch materiaal, en wordt kortweg ‘klos’ genoemd. In samenwerking met de tandarts-prothetist wordt de klosprothese gemaakt en in de holte geplaatst. De klosprothese vult de hele holte van de bovenkaak. De klosprothese wordt met ijzerdraadjes vastgezet aan het jukbeen of met haakjes/ijzerdraad aan uw tanden en kiezen. Ook kan er gebruik gemaakt worden van implantaten, om de klosprothese beter te bevestigen. Vaak zal de tandarts enkele tanden of kiezen moeten trekken.
- Soms wordt de holte eerst bedekt met een huidplastiek (Thierschplastiek). Dit is een dun laagje huid, dat van uw bovenbeen gehaald wordt en getransplanteerd wordt naar de wond van de bovenkaak. De huidplastiek wordt door de klosprothese op de goede plaats vastgehouden.
Deze operatie heeft consequenties voor de functies als spreken, zoenen, ademhalen door de neus, slikken en kauwen. Ook de smaak en het gevoel in het operatiegebied kunnen deels, soms tijdelijk, uitvallen.
De operatie zal meestal circa twee tot vijf uur duren.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), nabloeding, longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Ademhalingsproblemen;
- Slikproblemen;
- Spraakproblemen;
- Nabloeding;
- Verstoorde wondgenezing;
- Kaakklem: kaakgewricht zit vast of beweegt minder goed;
- Ruiken uit de mond (foetor ex ore);
- Verstopte traanbuis (dit wordt met behulp van een siliconen buisje verholpen of voorkomen).
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholooganatoom onderzocht. De uitslag van dit onderzoek zal circa drie weken na de operatie definitief bekend zijn. Het onderzoek duurt langer dan normaal. Dit komt omdat het botweefsel eerst een bewerking van ontkalking moet ondergaan voordat het onderzocht kan worden. De uitslag wordt door de hoofd-halschirurg op de polikliniek met u besproken. Hij vertelt u dan ook wat deze uitslag betekent voor de nabehandeling.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk. Uw chirurg heeft u hierover geïnformeerd.
De volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:
- Biopsie of cytologische punctie voor het stellen van de juiste diagnose;
- MRI-scan van het hoofdhalsgebied en de longen, soms ook een CT-scan of PET-scan;
- Echografie van de hals, waarbij soms ook een punctie gedaan wordt van verdachte klieren;
- Röntgenfoto’s van de kaak (OPG) en longen;
- Algemeen bloedonderzoek;
- Klinische foto;
- Eventueel een ECG;
- Eventueel een longfunctie-onderzoek.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen. De hoofd-halschirurg gaat u opereren.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Tijdens het laatste bezoek aan de polikliniek heeft u een aantal formulieren meegekregen: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze formulieren geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om de twee formulieren in te vullen en mee te nemen naar dit poliklinische gesprek. De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werkster, psychiatrisch verpleegkundige) inschakelen. De HHV zal u ook vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- De tandarts is verantwoordelijk voor het optimaal herstellen van uw gebit of gebitsprothese. Tijdens de operatie is hij aanwezig voor het maken van de klosprothese.
De Stoppen met Roken poli
Het merendeel van de tumoren in het hoofd-halsgebied is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door alcohol en tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met alcohol en tabak vergroten veel patiënten met hoofd-halstumoren zelf hun kans op genezing. Stoppen met roken en alcohol verkleint namelijk de kans op terugkeer van de tumor op dezelfde plek of het ontstaan van een nieuwe tumor elders in mond of keel. Ook neemt de kans op complicaties af. Het voorkomen van het opnieuw ontstaan van tumoren is belangrijk, omdat deze vaak moeilijker te behandelen zijn.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie.
Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Nasopure neusdouche
Na de operatie heeft u een Nasopure neusdouche nodig. Met dit apparaat kunt u op een eenvoudige manier uw neus en bijholten reinigen. Na de operatie is de kans op uitdroging van de slijmvliezen en korstvorming. Om dit te voorkomen is het reinigen van uw neus en bijholten nodig. U krijgt de Nasopure neusdouche op de afdeling als u opgenomen wordt. De verpleegkundigen op de afdeling geven u instructie hoe deze te gebruiken.
Dag van opname
Afhankelijk van de grootte van de ingreep wordt u een dag voor de ingreep of op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De verpleegkundige op de polikliniek heeft met u een opnamegesprek gevoerd. Als u vragen heeft naar aanleiding van dit gesprek kunt u deze met de verpleegkundige op de afdeling bespreken. Hij of zij neemt met u nog een keer de informatie van de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
- Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
- De hoofd-halschirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep. Dit kan ook nog plaatsvinden op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.
- De diëtiste adviseert u zo nodig over de voeding. In sommige gevallen geeft zij een sondevoedingsadvies door aan de verpleegkundige.
Ter voorbereiding op de operatie vindt de volgende handeling plaats:
- Voor de nacht krijgt u de medicatie, die door de anesthesioloog is afgesproken.
Dag van ingreep
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak moet u verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden. Als u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw hoofd-halschirurg over het verloop van uw herstel. De hoofd-halschirurg komt twee keer per week bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm of in de voet bevinden. Zodra u voldoende vocht en voeding via de sonde krijgt en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Eventueel heeft u een voedingssonde via de neus naar de maag voor het toedienen van sondevoeding. Zodra u in staat bent voldoende te eten en te drinken, wordt de voedingssonde verwijderd.
- Eventueel heeft u een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt na één of twee dagen verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u drie keer per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt via het infuus en via de voedingssonde pijnmedicatie op vaste tijden toegediend. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Klosprothese en de verzorging
De klosprothese voelt als iets vreemds in uw mond. De prothese lijkt te groot en zit daardoor in de weg. De prothese zit op enkele punten vast en kan daarom de eerste weken niet verwijderd worden. De klos of het bevestigingsmateriaal kan pijn en druk geven. De arts zal uw mond en de klosprothese regelmatig controleren. Deze eerste klos is een hulpprothese. Na zes weken zal deze vervangen worden door een nieuwe klosprothese, die inmiddels gemaakt is door de tandarts-prothetist. De nieuwe prothese zal beter passen. De wond en de huidplastiek zijn nu genezen. Informatie over de kloswisseling staat beschreven in hoofdstuk 5.
Tracheotomie
Bij sommige patiënten wordt uit voorzorg, om ademhalingsproblemen te voorkomen, een tracheotomie verricht. U wordt dan wakker met een gaatje in de luchtpijp en een buisje erin (canule). Dit is lastig met hoesten, en in het begin kunt u dan ook niet spreken. De tracheotomie kan na enkele dagen weer gesloten worden (op de afdeling).
Huidplastiek en donorsite
Een huidplastiek is een transplantatie van een stukje huid van uw bovenbeen. Dit wordt soms gebruikt om de wond en holte van uw bovenkaak te bedekken. Door de klosprothese wordt de huidplastiek vastgedrukt en op de goede plaats gehouden. De wond op uw been is de donorsite, een soort schaafwond. De donorsite kan de eerste dagen pijnlijk zijn. Genezing duurt tien tot veertien dagen. Er wordt speciaal verband gebruikt dat enkele dagen kan blijven zitten. Het verband mag niet nat worden, u kunt er dus niet mee onder de douche. De verpleegkundige informeert u hierover.
Wond met hechtingen
Als u langs uw neus, onder uw oog of op uw kin een wond heeft gekregen, dan is deze met hechtingen gesloten. De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond. De hechtingen worden acht dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald, worden de hechtingen na tien dagen verwijderd. Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. Vaak blijft de wang deels gevoelloos.
Mondverzorging
Na een ingreep in het hoofdhalsgebied is het belangrijk om uw mond en klosprothese goed te verzorgen en schoon te houden. Tanden poetsen is de eerste dagen niet goed mogelijk. De verpleegkundige zal u helpen met het verzorgen van uw mond. De eerste dagen wordt uw mond gespoeld met een fysiologische zoutoplossing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een monddouche. Deze krijgt u na de operatie en wordt uw eigendom. De monddouche neemt u ook mee naar huis voor de verzorging van uw mond in de thuissituatie. De verpleegkundige informeert u hoe u uw mond zelf kunt verzorgen en de werking van de monddouche. De mondhygiënist zal ook gevraagd worden u te helpen en informeren. U mag de eerste dagen niet eten, u mag wel proberen te drinken (zie verder: Voeding).
Het spoelen van de neusholte
De dag na de operatie kunt u beginnen met het spoelen van de neusholte met de Nasopure neusdouche, tenzij de arts iets anders afspreekt. Dit is belangrijk om de slijmvliezen vochtig te houden, oud bloed weg te spoelen en bloedkorstjes te voorkomen. De werkwijze kunt u lezen in de patiënten folder Neuszorg. Deze krijgt u op de afdeling. De verpleegkundige geeft u de eerste keer ook uitleg.
Mobiliteit en fysieke activiteit
’s Avonds na de ingreep mag u al uit bed, of als dit niet lukt een dag later. Mobiliseren is heel belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu meer inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u wat beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. Onder begeleiding van de verpleegkundige zult u in de dagen die volgen steeds zelfstandiger worden. U zult steeds vaker en langer uit bed komen.
Houding in bed
In bed kunt u het beste half zittend liggen en slapen.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Soms is de ontlasting in het begin erg hard of juist heel dun. Dit is normaal en heeft meestal niet met uw voeding te maken. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Als u een partiële bovenkaakresectie heeft ondergaan, zult u weer snel mogen eten en drinken. Dit kan moeilijk zijn door de klosprothese of door de pijn. Als u een totale bovenkaakresectie heeft ondergaan, zult u meer moeite hebben met eten en drinken. U kunt uw mond niet goed gebruiken door de grote klosprothese en de zwelling. U krijgt dan tijdelijk sondevoeding via een neus-maagsonde. De neus-maagsonde wordt tijdens de operatie ingebracht. U krijgt via de sonde de sondevoeding, water en medicijnen toegediend. Sondevoeding is vloeibare volwaardige voeding. De diëtiste geeft een sondevoedingsadvies door aan de verpleegkundige.
De logopediste komt langs om u te helpen bij het oefenen van het slikken en eten en het trainen van de mondopening. Als u weer voldoende kunt eten en drinken zal de sondevoeding gestopt worden en de sonde verwijderd. De diëtiste adviseert u over de voeding. Soms is het nodig om tijdelijk vloeibare of gemalen voeding te gebruiken.
Uiterlijk en functiebeperking
Als u zich voor de eerste keer weer in de spiegel ziet, kunt u schrikken van uw veranderde uiterlijk. Uw gezicht (wangen, bovenlip, rondom de neus en ogen) kan gezwollen zijn. Misschien kunt u uw mond niet helemaal sluiten door de klosprothese. Afhankelijk van de grootte van de holte en de klosprothese kunt u problemen ervaren met slikken en spreken. De zwelling, het sluiten van uw mond en het slikken en spreken zullen verbeteren. Dit kan wel enkele weken duren. De logopediste kan u helpen met oefeningen. Het is voor het verwerken en accepteren van deze veranderingen belangrijk hierover te praten met uw familie en/of verpleegkundige. Een maatschappelijk werkster kan u hierbij ook ondersteunen.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. U kunt met ontslag als u zelf uw mond en klosprothese kunt verzorgen en voldoende voeding eet.
Wanneer u thuis nog zorg nodig heeft in de vorm verpleging of verzorging brengt de verpleegkundige u in contact met de transferverpleegkundige. De transferverpleegkundige bespreekt met u welke zorg u nodig heeft na de ziekenhuisopname en vraagt die zorg voor u aan. De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij hoofd-halschirurg, de tandarts en de hoofd-halsverpleegkundige. Eventueel krijgt u ook een afspraak met de mondhygiëniste, logopediste, en diëtiste. Na ongeveer zes weken krijgt u een afspraak voor de kloswisseling (zie hoofdstuk 5). Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij rustmomenten worden ingelast na activiteiten. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten en bewegen.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf paracetamol drie- tot vier keer per dag 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Mond en klosprothese
Het is belangrijk om uw mond en de klosprothese goed te verzorgen en schoon te houden. Spoel uw mond na iedere maaltijd en zonodig tussendoor. U kunt hiervoor (kraan)water of een fysiologische zoutoplossing gebruiken. U kunt zelf een fysiologische zoutoplossing maken door één theelepel keukenzout in één liter gekookt water op te lossen en dit vervolgens te laten afkoelen. Poets daarnaast twee keer per dag uw gebit. Ook moet u de neusholte regelmatig spoelen met de Nasopure neusdouche. Door een beginnende infectie, het aankoeken van vuil aan de prothese, de bevestigingsdraden en in ruimtes aan de rand van de prothese kan het gaan ruiken uit uw mond. Dit is voor u zeer onaangenaam. De hoofd-halschirurg, tandarts en mondhygiëniste adviseren u wat u hieraan kunt doen. Ook moet u voorkomen dat er kaakklem ontstaat en de mond regelmatig wijd openen en trainen. De mondhygiëniste kan u informatie geven over de mondverzorging en de materialen.
Donorsite
Het verband (Mepilex) op de donorsite bovenbeen kan maximaal vijf dagen blijven zitten. Als het verband verzadigd is met wondvocht moet het verband vervangen worden. Het verband mag niet nat worden. Ongeveer acht dagen na de operatie kunt u de wond beoordelen:
- Is de huid nog niet dicht en droog, dan kunt u een Mepitel-verband gaan gebruiken, afgedekt met een gaasje. Verschoon elke dag het gaasje. Mepitel-verband mag drie dagen op de wond blijven zitten. U mag er mee onder de douche. Als de Mepitel eraf valt moet u een nieuwe aanbrengen. De verpleegkundige zal u hierover informeren.
- Als de donorsite dicht en droog is hoeft er geen verband meer op. Houdt u de huid dan soepel en zacht: verzorg de huid twee keer per dag met bodylotion of huidcrème.
Als u twijfelt neem dan contact op met de hoofdhalsverpleegkundige of wondverpleegkundige.
Communicatie
Als het spreken op het moment van ontslag nog niet goed genoeg is, kan de logopediste u poliklinisch hulp bieden. Zij kan u ook verwijzen naar een logopediste bij u in de buurt.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het kan zijn dat u nog niet alles kunt eten, en aangewezen bent op vloeibare of gepureerde voeding. De diëtiste informeert u hierover. Zij kan u adviseren om caloriedranken te gebruiken, zij stuurt dan een aanvraag voor de vergoeding naar uw verzekering. Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Uiterlijk en functiebeperking
Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of het veranderde uiterlijk om te gaan. Ook is het confronterend andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder af te staan van de mensen om u heen, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan.
U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U zult de eerste tijd niet intensief kunnen sporten of zwaar huishoudelijk werk doen. Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal.
Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied.
Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Bij het CKvL werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en een psychiatrisch verpleegkundige. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer www.careforcancer.nl. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Problemen met de wond en klosprothese;
- Tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
- Aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
- Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Benauwdheid en hoesten;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek (020 512 9111) contact op met de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Kloswisseling
Ongeveer zes weken na de bovenkaakresectie wordt de klos of hulpprothese gewisseld. Het wisselen van de klosprothese (‘kloswisseling’) kan poliklinisch door de tandarts-prothetist gedaan worden. Als u een grote klos heeft, vindt de kloswisseling op de operatiekamer plaats. U krijgt dan een korte narcose. Hiervoor wordt u een dag opgenomen. De klosprothese wordt verwijderd, de holte van uw bovenkaak wordt schoongemaakt en geïnspecteerd. De tandarts-prothetist heeft een nieuwe klosprothese, die hij goed passend heeft gemaakt en in brengt. Deze klosprothese is compleet, met de gebitselementen (tanden en kiezen) die u miste. De operatie duurt een half uur tot een uur.
Mogelijke complicaties
Bij deze ingreep is de kans op een complicatie erg klein.
Poliklinische voorbereiding
De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:
- Algemeen bloedonderzoek;
- Eventueel stollingsonderzoek;
- ECG (als u ouder bent dan 60 jaar);
- Eventueel een longfunctie-onderzoek.
Dag van ingreep
De dag van opname verloopt zoals beschreven staat in hoofdstuk 2.
U kunt zich op dezelfde manier voorbereiden als daar staat beschreven.
De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u een korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. De verpleegkundigen van de verpleegetage komen u ophalen.
Infuus
U heeft een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken, geen medicatie via het infuus nodig heeft en geürineerd heeft, wordt het infuus verwijder
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u drie keer per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Voeding
U mag direct weer drinken, en als u niet misselijk bent, ook eten. Omdat de klosprothese nu beter aangepast is en deze niet meer vast zit met fixatiedraden, kan het zijn dat het kauwen en eten makkelijker gaat.
Mobiliseren
Als u goed wakker bent mag u weer opstaan.
Mondverzorging
Na de kloswisseling blijft het belangrijk om uw mond en de klosprothese goed te verzorgen en schoon te houden. U krijgt een afspraak bij de mondhygiëniste. De tandarts-prothetist en de mondhygiëniste instrueren u hoe u de klosprothese zelf kunt verwijderen en weer inbrengen. U kunt de klosprothese verzorgen en poetsen zoals een normale gebitsprothese.
Het ontslag
Enkele uren na de ingreep komt de hoofd-halschirurg en tandarts-prothetist u informeren over het verloop. Hierna kunt u naar huis. We adviseren u niet alleen naar huis te gaan of zelf auto te rijden. De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg en tandarts-prothetist. Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld over de ingreep.
Alcohol en roken
Het is niet verstandig om deze avond alcohol te gebruiken. Het advies is ook om niet te roken.
6. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.