Behandelwijzer cabazitaxel (Jevtana) bij prostaatkanker
Inhoud
- Waarom deze behandelwijzer?
- Multidisciplinaire zorg en ondersteuning
- Informatie over cabazitaxel
- Het behandelschema cabazitaxel en prednison
- Informatie omtrent de bijwerkingen van cabazitaxel
- Cytostatica in de uitscheidingsproducten
- Na de behandeling
- Redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis
- Meer informatie
1. Waarom deze behandelwijzer?
Uw arts stelt u een behandeling voor met cabazitaxel in verband met uitgezaaide prostaatkanker. U krijgt in een korte tijd veel mondelinge informatie over de behandeling. In deze behandelwijzer kunt u thuis alles nog eens nalezen.
2. Multidisciplinaire zorg en ondersteuning
U wordt tijdens uw behandeling door verschillende zorgverleners gezien.
Internist
Uw behandelend specialist informeert gaat u uitgebreid informeren en voorbereiden op de behandeling. Recepten worden uitgeschreven en afspraken worden gemaakt. Ook is er ruimte voor uw vragen. Wij raden aan om iemand mee te nemen die u steunt en met u meeluistert. Wanneer u voor de eerste keer op de dagbehandeling komt, neemt een verpleegkundige de behandeling nog een keer met u door en voorziet u van verdere informatie.
Verpleegkundig specialist
Tijdens het behandeltraject wordt u naast uw behandelend specialist ook regelmatig gezien door de verpleegkundig specialist (VS). De VS heeft de rol van vast contactpersoon. Hier kunt u terecht voor vragen over de behandeling. Er wordt geprobeerd om uw afspraken zoveel mogelijk bij dezelfde persoon in te plannen.
Ondersteuning
Voor de beste zorg kan het nodig zijn om tijdens de behandeling hulp te krijgen van verschillende specialisten in het Antoni van Leeuwenhoek (AVL). Dit kan bijvoorbeeld een diëtist of een maatschappelijk werker zijn. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het Centrum voor Kwaliteit van Leven of het Centrum Patiënteninformatie.
3. Informatie over cabazitaxel
Cabazitaxel is een vorm van chemotherapie die gegeven wordt bij de behandeling van uitgezaaide, hormoon-ongevoelige prostaatkanker nadat behandeling met docetaxel en mogelijk andere middelen niet (meer) werkt. Cabazitaxel wordt gegeven in combinatie met het middel prednison of prednisolon.
Uit onderzoek is gebleken dat cabazitaxel in staat is de groei van prostaatkankercellen die niet meer reageren op docetaxel verder te remmen, waardoor de verergering van de ziekte voor kortere of langere tijd kan uitstellen en het een bijdrage kan leveren aan uw kwaliteit van leven.
4. Het behandelschema cabazitaxel met prednison
Cabazitaxel wordt toegediend per infuus en vindt plaats op de Dagbehandeling. Dit gebeurt één keer in de drie weken. Gedurende deze drie weken gebruikt u daarnaast dagelijks 2x per dag 5 mg prednison of prednisolon. Een periode van drie weken noemen wij 1 kuur.
Week 1 | Week 2 | Week 3 | |
Cabazitaxel 20 mg of 25 mg / m2 per infuus | Dag 1 | ||
Prednison 2x daags 5 mg per tablet | Dag 2 t/m 7 | Dag 8 t/m 14 | Dag 15 t/m 21 |
Cetirizine 1x 10mg en dexamethason 8 mg 1 uur voorafgaand aan kuur 1 innemen, vanaf kuur 2 is dit 4 mg 1 uur voorafgaand aan iedere kuur | Dag 1 |
Voor de start van de volgende kuur spreekt u uw internist of verpleegkundig specialist op de polikliniek. Voorafgaand aan dit bezoek laat u eerst bloed afnemen om onder andere te controleren of u voldoende witte bloedcellen heeft (zie hoofdstuk 5 over de bijwerkingen). De inlooptijd van cabazitaxel is een uur. Houd er rekening mee dat het hele proces ongeveer een halve dag kan duren. Dit komt doordat we moeten wachten op uw bloeduitslagen en de behandeling moet worden klaargemaakt na het gesprek met de internist of verpleegkundig specialist. Op de dag dat de kuur wordt toegediend neemt u 1 uur vooraf een tablet cetirizine 10 mg en twee tabletten dexamethason 4 mg (totaal dus 8 mg). Dit is om te voorkomen dat u een allergische reactie krijgt tijdens de toediening. Zodra de behandeling met cabazitaxel stopt, wordt ook de prednison of prednisolon gestopt. Dit gebeurt middels een afbouw schema. U wordt geïnformeerd welk schema voor u geldt.
5. Informatie over de bijwerkingen van cabazitaxel
Cabazitaxel kan bijwerkingen veroorzaken. Over het algemeen zijn veel bijwerkingen ten gevolge van cabazitaxel te verminderen of zelfs te voorkomen met behulp van andere medicijnen. Belangrijk daarbij is dat u tijdig uw arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige hierover inlicht. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen minder. Het is niet voorspelbaar hoe dit bij is. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de behandeling op de ziekte. Wij geven u onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan. De volgende bijwerkingen of veranderingen kunnen optreden:
- Misselijkheid en braken;
- Mondslijmvlies klachten;
- Vermoeidheid;
- Haaruitval;
- Veranderingen van het ontlastingspatroon;
- Invloed op de werking van het beenmerg;
- Invloed op het zenuwstelsel;
- Allergische reactie of overgevoeligheid.
a. Misselijkheid en braken
Eén van de bijwerkingen van chemotherapie kan misselijkheid zijn. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis chemotherapie die u krijgt.
De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert van persoon tot persoon: de een is sneller misselijk dan de ander. Misselijkheid is beter te voorkomen dan te behandelen. U krijgt daarom al op voorhand middelen om misselijkheid en braken tegen te gaan.
Metoclopramide
Metoclopramide kunt u gebruiken als u misselijk bent. Dit is zowel in tabletvorm als in zetpilvorm te verkrijgen. Als u zo misselijk bent dat u tabletten niet binnenhoudt, dan kunt u het beste voor de zetpillen kiezen. U mag viermaal per dag één zetpil van 10 mg nemen. Als u wel in staat bent een tablet in te nemen, kunt u de metoclopramide tabletten van 10 mg gebruiken, tot viermaal per dag één tablet.
Als u zich steeds misselijk voelt of als de misselijkheid regelmatig terugkomt, is het verstandig de metoclopramide op vaste tijden in te nemen (bv. 8.00-12.00-18.00 en 22.00 uur). U kunt er mee stoppen als de misselijkheid over is. Als u geen of onvoldoende resultaat heeft en misselijk blijft, dan wordt u verzocht om contact op te nemen met de dagbehandeling.
Het is belangrijk dat u minimaal 2 liter vocht drinkt om de extra afvalstoffen uit het lichaam te verwijderen. Bij braken is het advies
2 – 2,5 liter. Dit is ongeveer 10 – 13 koppen of glazen van 150 ml. Probeer niet alleen water te drinken, maar wissel dit af met bijvoorbeeld thee, bouillon, limonade, melkproducten, vruchtensap of groentesap. Hiermee kunt u eventuele tekorten aan voedingszouten (mineralen) die tijdens de kuur zijn ontstaan, weer aanvullen. Te weinig drinken kan een misselijk gevoel verergeren en bijdragen aan een vieze smaak in de mond.
- Eet op tijdstippen dat u zich beter voelt.
- Gebruik regelmatig kleinere maaltijden. Een lege maag kan ook een misselijk gevoel geven.
- Vermijd geuren die misselijkheid bij u oproepen.
- Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijvoorbeeld een koude maaltijdsalade. Deze smaakt dan beter en is even voedzaam.
- Laat uw maag weer langzaam wennen aan vast voedsel als u heeft overgegeven. Neem bijvoorbeeld een biscuitje.
b. Mondslijmvliesklachten
Cytostatica kan de snel delende cellen van het mondslijmvlies beschadigen. Dit kan leiden tot een droge mond, smaakverlies, een gevoelige of pijnlijke mond, infecties van de mond en snel bloedend tandvlees. Bij klachten is het te adviseren om uw mond regelmatig te spoelen met zout water, in ieder geval na iedere inname van voeding.
c. Vermoeidheid
U kan merken dat u tijdens en na de behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald. Mogelijke factoren zijn pijn, angst en onzekerheid, een slechte voedingstoestand en slecht slapen. Ook het regelmatig reizen naar het ziekenhuis kan een extra belasting zijn. Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven.
- Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
- Als u hulp wordt aangeboden door familie of vrienden, accepteer deze. U kunt erop die manier voor zorgen dat u zelf meer tijd en energie overhoudt voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
- Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
- Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
d. Haarverlies
De behandeling die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. Dit begint ongeveer drie tot vier weken na de start van de behandeling. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook uw wenkbrauwen, wimpers, snor en baard, oksel-, lichaams- en schaambeharing kunnen uitvallen. Het uitvallen van veel haar tegelijk wordt door de meeste mensen als hinderlijk en confronterend ervaren. Uw haar van tevoren kort knippen kan dan helpen. In alle gevallen is de haaruitval tijdelijk. U kunt overwegen een pruik aan te schaffen. Een pet, hoed, sjaal of muts kunnen een goed alternatief of een goede afwisseling zijn. Meer informatie en adressen kunt u krijgen bij uw verpleegkundige en bij het Centrum Patiënten informatie in de centrale hal. Van uw specialist of verpleegkundige krijgt u een machtiging voor vergoeding.
U kunt ook overwegen om tijdens de toediening gebruik te maken van hoofdhuidkoeling. Door de hoofdhuid te koelen kan haaruitval verminderd of voorkomen worden. Indien u hierin geïnteresseerd bent kunt u dit aangeven aan uw arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. Zij kunnen u hierover verder informeren.
e. Verandering van het ontlastingspatroon
Chemotherapie kan het slijmvlies van de darmen irriteren, waardoor u last krijgt van diarree.
- Zorg dat u voldoende blijft drinken. Streef naar minimaal 2 – 2,5 liter vocht per 24 uur.
- Gebruik extra bouillon.
- Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
- Heeft u langer dan 24 uur diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun), neem dan contact op met uw arts of verpleegkundig specialist.
f. Invloed op de werking van de aanmaak van bloedcellen
In het beenmerg worden witte bloedcellen (leukocyten), rode bloedcellen (erytrocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak van bloedcellen. Witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Een verminderd aantal witte bloedlichaampjes geeft een verhoogd risico op infectie. Dit risico is het grootst tien tot veertien dagen na cytostatica toediening. De kans bestaat dat u koorts krijgt. Als uw temperatuur 38.5 graden celsius of hoger is, moet u uw arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige waarschuwen.
Bloedplaatjes zijn betrokken bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen en bloedend tandvlees. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, moet u waarschuwen. Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn. In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg. Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt voorafgaand aan iedere nieuwe kuur, en op indicatie, uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur aangepast moet worden of dat de kuur een aantal dagen uitgesteld wordt.
g. Invloed op het zenuwstelsel
Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel. U kunt last krijgen van:
- Doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen.
- Spierzwakte in armen of benen.
Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf niets doen om deze klachten tegen te gaan. Wel is het van belang de klachten aan uw arts te melden tijdens de behandeling, omdat het soms nodig is deze aan te passen.
h. Allergische reactie of overgevoeligheid
Door de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van overgevoeligheid en/of een allergische reactie. Overgevoeligheid en/of een allergische reactie treedt meestal op tijdens of vlak na de toediening. Om dit te voorkomen krijgt u voorafgaand aan de toediening van de chemotherapie medicatie voorgeschreven, cetirizine 10 mg. Dit moet u een uur voor de toediening innemen. Hier kunt u iets slaperig van worden. Daarnaast wordt het middel dexamethason via het infuus voorafgaand aan de kuur toegediend. Als u ondanks deze voorzorgmaatregelen toch klachten krijgt, kunnen de volgende verschijnselen optreden:
- Roodheid en huiduitslag, soms ook jeuk over het hele lichaam;
- Bleekheid;
- Gezwollen oogleden en een opgezet gezicht;
- Beklemmend gevoel op de borst;
- Duizeligheid;
- Rillen;
- Misselijkheid en darmkrampen;
- Kortademigheid/benauwdheid;
- Gevoel van onrust;
- Pijn in de rug.
Waarschuw uw arts of verpleegkundige als u tijdens of vlak na de toediening van chemotherapie een van bovenstaande klachten hebt, zodat hierop gehandeld kan worden. De klachten kunnen verminderen door het toedienen van andere geneesmiddelen.
6. Cytostatica in de uitscheidingsproducten
In dit deel van de behandelwijzer leest u adviezen over beschermende maatregelen in de thuissituatie na behandeling met cytostatica. Resten van cabazitaxel kunnen tot ongeveer zeven dagen na de kuur in het lichaam aanwezig zijn. Binnen die periode worden ze in het lichaam afgebroken en in geringe hoeveelheden afgevoerd via de uitscheidingsproducten: urine, ontlasting, wondvocht, transpiratie, speeksel en braaksel.
Uit onderzoek blijkt dat cytostatica schadelijk kunnen zijn voor gezonde mensen. Vooral verpleegkundigen, die hier tijdens hun werk veel mee in aanraking komen, lopen een risico. Zij nemen hiervoor beschermende maatregelen, zoals het dragen van handschoenen. Omdat u slechts korte tijd in aanraking komt met cytostatica, zijn de risico’s voor u en uw naasten heel klein. Toch vinden wij het belangrijk om u op een aantal zaken te wijzen.
Wegwerphandschoenen
Bij contact met urine, ontlasting en braaksel adviseren wij uw naasten om wegwerphandschoenen te dragen. Dit geldt ook voor schoonmaakwerkzaamheden rond uitscheidingsproducten en contact met wasgoed.
- Toilet en was- / badgelegenheid kunt u tenminste een keer per week en na braken schoonmaken met een gewone zeepoplossing (allesreiniger).
- Indien de vloer of de vloerbedekking bevuild is met braaksel, urine of andere lichaamsvloeistoffen kunt u deze schoonmaken met een gewone zeepoplossing.
Wasgoed
Voor wasgoed dat in aanraking is gekomen met urine, ontlasting, braaksel of ernstige transpiratie adviseren wij de volgende stappen:
- Verzamel het wasgoed in een aparte, goed afsluitbare plastic zak.
- Gebruik eerst een koud spoelprogramma met alleen de zichtbaar 'besmette' kleding of beddengoed, dus geen ander wasgoed toevoegen.
- Daarna een wasprogramma (inclusief een voorwas) dat geschikt is voor het materiaal. Hierbij mag u ander wasgoed toevoegen.
Urine en ontlasting
- U moet zittend urineren. Dit veroorzaakt minder spatten.
- Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met gesloten deksel.
- Was de handen na toiletgebruik.
- Als u een blaaskatheter heeft, adviseren wij u dagelijks de opvangzak te verwisselen. De opvangzak kunt u (in verband met mogelijke lekkage) in een dubbele plastic zak doen en daarna met het huisvuil weggooien.
- Een urinaal of ondersteek spoelt u, na gebruik, eerst om met koud water. Vervolgens reinigt u deze met een gewone zeepoplossing.
- Alle uitscheidingsproducten kunnen via het toilet worden afgevoerd.
Braaksel
De maatregelen bij het omgaan met braaksel zijn hetzelfde als bij ontlasting en urine. Leg een handdoek of wegwerponderlegger op uw kussen, als u misselijk bent of denkt te braken.
- Braaksel mag u weggooien in het toilet.
- Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier.
- Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met het deksel dicht.
- Maak bij braken, indien mogelijk, gebruik van het toilet. Als dit niet mogelijk is, gebruik dan zoveel mogelijk wegwerpmateriaal. Denk hierbij aan een plastic draagtas in een emmer. Gooi de draagtas wel direct na gebruik weg in een aparte, dubbele plastic vuilniszak om lekkage te voorkomen.
- Was de handen na het braken en/of het opruimen van het braaksel.
Afval
Afvalmaterialen zoals bijvoorbeeld incontinentiemateriaal, bakjes met braaksel of stomamateriaal kunt u verzamelen in een plastic zak. Doe daar nog een extra plastic zak om heen om het risico op lekken te voorkomen. Gooi het vervolgens weg met het huisafval.
Overige gebruikte materialen
Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft u geen speciale maatregelen te nemen.
Lichamelijk contact/ seksualiteit
Veel vragen gaan over intiem contact, zoals het knuffelen of het geven van een zoen. Zover men weet, leidt dit niet tot schadelijke effecten. U hoeft intimiteit en lichamelijk contact niet te mijden.
Het is belangrijk uw familie en de bij u betrokken hulpverleners van bijvoorbeeld de thuiszorgorganisatie, te melden dat u behandeld wordt met cytostatica en hen op de hoogte te stellen van de hierboven besproken maatregelen. Met het opvolgen van deze maatregelen kunt u de risico’s tot een minimum beperken en hoeft u zich niet nodeloos ongerust te maken.
7. Na de behandeling
Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Het krijgen van kanker en het ondergaan van een behandeling zijn ingrijpende gebeurtenissen. Niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel krijgt u veel te verwerken. Angst, onzekerheid, woede en verdriet, allemaal emoties die bij het ziektebeeld horen. Ook kunnen er vragen komen als: waarom ik, wat gebeurt er met mijn partner, kinderen en hoe moet ik nu verder? Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en creatief therapeuten.
Zij hebben veel ervaring met patiënten met kanker en weten veel over hoe om te gaan met de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met uw nieuwe situatie. Zij bieden persoonlijke begeleiding bij verwerkingsprocessen, het omgaan met de ziekte en behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen ook tijdens de herstelperiode na de behandeling. Ook bemiddelen en adviseren zij bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis en bieden materiële hulpverlening, gerelateerd aan ziekte en behandeling. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat van de CKvL. Het telefoonnummer vindt u in hoofdstuk 9.
8. Redenen om contact op te nemen met het ziekenhuis
U moet direct contact opnemen met uw specialist, indien u last heeft van de volgende klachten:
- Blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich hebt gestoten.
- Als een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt.
- Koorts boven 38,5 graden Celsius, met of zonder koude rillingen.
- Verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.
Verschijnselen waarvoor u uw specialist of dienstdoende arts moet waarschuwen als ze langer dan 24 uur aanhouden:
- Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (3-4 keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken.
- Diarree (4-6 keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken.
- Langer dan vier dagen geen ontlasting.
- Bloed in de ontlasting of urine.
- Verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid.
- Kortademigheid.
- Pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken.
- Een pijnlijk, brandend gevoel bij het plassen.
- Elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.
9. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonische spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.