Capecitabine en bestraling

bij patiënten met een maag/slokdarm/maagingang-carcinoom die geopereerd zijn

Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie die u hebt gekregen van uw arts. Om het effect van de bestraling op de kankercellen te versterken, wordt de bestraling gecombineerd met chemotherapie. U krijgt een gesprek met de maag-, darm- en leveroncoloog (MDL-arts of internist-oncoloog), de radiotherapeut, de verpleegkundig specialist en de radiotherapeutisch laborant. Zij lichten u voor over de behandeling, de te verwachten bijwerkingen en waar u op moet letten.


1. Het verloop van de kuur

Kuurschema 1 voor mensen die voor de maagoperatie al chemotherapie hebben gekregen:

dag

  1. 5

8 - 12

15 -19

22 - 26

29 - 33

week

1

2

3

4

5

Radiotherapie (bestraling)

25 keer

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

Capecitabine (Xeloda®)

op bestralings-dagen

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

Kuurschema 2 voor mensen die voor de maagoperatie geen chemotherapie hebben gekregen:

dag

1-14

15-21

22-26

29-33

36-40

43-47

50-54

week

1+2

3

4

5

6

7

8

Radio-therapie (bestraling)

25 keer

geen

geen

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

XXXXX

Capecita-

bine (Xeloda®)

XXXX

XXX

XXXX

XXX

= 14 dagen

geen

XXXXX

op bestra-lings

dagen

XXXXX

op bestra-lings

dagen

XXXXX

op bestra-lings

dagen

XXXXX

op bestra-lings

dagen

XXXXX

op bestra-lings

dagen

De behandeling ziet er globaal als volgt uit:

De behandelperiode strekt zich uit over vijf of acht weken:

  • Vijf weken voor mensen die wel eerder zijn behandeld met chemotherapie (zie kuurschema 1).
  • Acht weken voor mensen die niet eerder behandeld zijn met chemotherapie (zie kuurschema 2).
  • De behandeling wordt in principe poliklinisch gegeven. U neemt de capecitabine-tabletten thuis in.
  • Op de werkdagen wordt u op poliklinische basis bestraald.
  • U wordt in totaal 25 keer dagelijks bestraald, behalve in het weekend en op feestdagen.
  • Elke week wordt er bloed afgenomen en wordt u gezien op de polikliniek door de radiotherapeut en de maag-, darm- leveroncoloog of de verpleegkundig specialist.

2. Specifieke informatie over de bestraling en de capecitabine

De bestraling

In deze folder is geen informatie opgenomen over de bestraling. Hierover wordt u apart, mondeling, geïnformeerd door de radiotherapeut (bestralingsarts) en de radiotherapeutisch laborant. U krijgt uitleg over de bestraling en specifieke bijwerkingen en u krijgt schriftelijke informatie (behandelwijzer) mee. Van de afdeling radiotherapie krijgt u elke donderdag een schema met de bestralingstijden voor de daaropvolgende week.

Inname capecitabine

Het medicament dat u gaat innemen heet capecitabine = Xeloda®.

Capecitabine behoort tot de groep geneesmiddelen, die bekend staan als cytostatica. Dit zijn middelen die de groei stoppen van kankercellen. Capecitabine wordt ingenomen in de vorm van tabletten. Twee keer per dag: ’s morgens binnen een half uur na het ontbijt en twaalf uur later, ook weer binnen een half uur nadat u iets gegeten hebt zoals een beschuit, vla of iets dergelijks. De hoeveelheid tabletten die u moet slikken hangt af van uw lichaamsgewicht en lengte. Er zijn twee verschillende soorten tabletten: een tablet van 150 mg en een tablet van 500 mg. U kunt de capecitabine-tabletten thuis innemen.

Xeloda 150 mg, CapecitabineXeloda 500 mg, Capecitabine

Lengte: 16mm, Breedte: 8,5mm Lengte: 11mm, Breedte: 5,5 mm

Dikte: 6mm, Kleur: roze Dikte: 4mm, Kleur: roze

Hieronder ziet u een schema waarin u of uw arts de hoeveelheid tabletten die u moet innemen kunt invullen.

capecitabine

Binnen 30 minuten na het ontbijt

twaalf uur na de ochtend-inname, binnen 30 minuten nadat u iets gegeten hebt.

Dag 1-14

Dit geldt alleen voor patiënten die niet eerder met chemo-therapie behandeld zijn

……tabletten van 500 mg

……tabletten van 150 mg

…….tabletten van 500 mg

…….tabletten van 150 mg

Tijdens de bestraling:

Dag 22-26, dag 29-33, dag 36-40, dag 43-47 en

dag 50-54

……tabletten van 500 mg

……tabletten van 150 mg

…….tabletten van 500 mg

…….tabletten van 150 mg

Bijwerkingen capecitabine

  • Als u tijdens het slikken van capecitabine last krijgt van rode handpalmen of voetzolen, diarree of huiduitslag moet u stoppen met het innemen van de tabletten en met uw vaste contactpersoon overleggen.
  • Als u hebt gebraakt na de inname van de tabletten, kunt u deze inname laten vervallen en hoeft u niet te proberen de tabletten alsnog later in te nemen. Indien het mogelijk is, slikt u de volgende tabletten capecitabine op het volgende geplande tijdstip na het ontbijt of ’s avonds.
  • Wanneer het u twee keer achter elkaar niet lukt om de tabletten goed in te nemen, dient u met uw vaste contactpersoon te overleggen.
  • Bij een klein percentage mensen kan capecitabine pijn op de borst veroorzaken door het samenknijpen van de kransslagaderen van het hart. Als u pijn op de borst krijgt tijdens het slikken van capecitabine: onmiddellijk stoppen met het gebruik van het middel en de MDL-oncoloog of vaste contactpersoon waarschuwen.

3. Algemene informatie over de bijwerkingen

De bijwerkingen die het meest bij deze behandeling voorkomen, worden toegelicht en voorzien van adviezen. Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven op te treden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.

  • Misselijkheid en braken;
  • Smaakverandering;
  • Onprettige smaak tijdens toediening;
  • Invloed op de werking van het beenmerg;
  • Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies en/of de slokdarm;
  • Invloed op de nieren;
  • Haaruitval;
  • Vermoeidheid/verminderde energie;
  • Huidreacties;
  • Invloed op de seksualiteit;
  • Menstruatiestoornissen;
  • Diarree*;
  • Tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en tenen*;
  • Obstipatie;
  • Irritatie van de ogen.

Zie ook de bijlage ‘capecitabine, veel voorkomende bijwerkingen’ aan het einde van deze informatie.

*Bijwerkingen vermeld met een * komen zelden voor.

  • Geven de bijwerkingen aan.
  • Geven de adviezen aan.

Opmerkingen en adviezen m.b.t. de bijwerkingen

1. Misselijkheid en braken

  • Door o.a. irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken.
  • Door de capecitabine kunt u wat last hebben van misselijkheid, soms braken.
  • Vraag uw arts om medicijnen tegen misselijkheid en braken.
  • Probeer zelf uit waar u wel en niet tegen kunt. Dit kan voor iedereen anders zijn.
  • Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
  • Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
  • Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
  • Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
  • Probeer in elk geval per dag 1,5 a 2 liter vocht te drinken.
  • Vraag zo nodig advies van een diëtist.
  • Er bestaat een folder over medicijnen tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts of verpleegkundig specialist hierom.

Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.

  • Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
  • Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
  • Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name cola.
  • Drink koffie en thee het liefst met melk.

2. Smaakverandering

  • Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
  • Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

3. Onprettige smaak tijdens toediening

  • Tijdens de toediening kan een metaalachtige smaak ontstaan.
  • Bij deze kuur is dit niet van toepassing, aangezien u thuis tabletten slikt en geen infuus krijgt toegediend in het ziekenhuis.
  • Tijdens de behandeling kan een metaalachtige smaak ontstaan. In dit geval kan het zuigen op een pepermuntje of zuurtje soms helpen.

4. Invloed op de werking van het beenmerg

  • Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
  • Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
  • Verminderd aantal rode bloedlichaampjes (erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
  • Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is tijdelijk van aard.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts hoger dan 38,5 graden Celsius of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u uw vaste contactpersoon of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.

5. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies

  • U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
  • U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
  • U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
  • Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
  • Spoel uw mond viermaal tot zesmaal per dag met zout water (1 theelepel op 250 cc water).
  • Vet regelmatig uw lippen in, zodat er minder snel kloofjes ontstaan.
  • Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
  • Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw vaste contactpersoon.
  • Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
  • Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundig specialist hierom.

6. Invloed op de nieren

  • Het is belangrijk thuis voldoende te drinken.
  • Drink daarom 1,5 tot 2 liter per dag. Hieronder valt alles wat vloeibaar is, zoals bijvoorbeeld yoghurt, vla, ijs, soep, etc.
  • Neem contact op met de arts als u niet voldoende kunt drinken.

7. Haaruitval

  • Bij de meeste mensen treedt geen of milde haaruitval op, waardoor het dragen van een pruik niet noodzakelijk is. Het haar kan wel dunner en slapper worden.
  • Verzorg het haar voorzichtig.
  • Was het haar met niet te heet water.
  • Gebruik een milde shampoo en crèmespoeling.
  • Droog het haar voorzichtig.
  • Het nemen van een permanent of het haar verven is af te raden.
  • Overleg met uw kapper als het haar slapper of dunner wordt, over een ander model van uw haar, zodat het slapper/dunner worden minder opvalt.
  • In het boek ‘Look Good…Feel Better’ staan adviezen over de uiterlijke verzorging, m.b.t. pruiken, sjaals en make-up.

8. Vermoeidheid/verminderde energie

  • U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
  • Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te rusten.

9. Huidreacties

Van de bestraling

  • Zoals roodheid, jeuk, droge, schilferige huid, ontstekingsreacties.
  • Was de bestraalde huid voorzichtig alleen met water en dep de huid droog.
  • Draag geen schurende kleding. Vermijd direct zonlicht of erge kou.
  • Scheer de bestraalde huid niet en plak geen pleisters op de bestraalde huid.
  • De voorlichtingslaborant van de afdeling radiotherapie informeert u over de beste manier om deze huidreacties te behandelen.
  • Meld het altijd als deze bijwerking optreedt.

Van de capecitabine:

  • Het optreden van rode handpalmen en voetzolen: tijdens het gebruik van capecitabine kunnen de handpalmen en voetzolen pijnlijk en rood worden. Dit noemt men het hand-voetsyndroom.
  • Vermijd het dragen van knellende schoenen.
  • Vermijd langdurige druk op handpalmen of voetzolen (b.v. langdurig > één uur zware tassen dragen, langdurig > twee uur lopen zonder pauze, zéér langdurig staan).
  • Als het hand-voetsyndroom optreedt tijdens het slikken van de tabletten capecitabine: de inname van tabletten stoppen en de vaste contactpersoon waarschuwen. Indien het mild is en optreedt na afloop van de kuur: meld dit aan de vaste contactpersoon.
  • Koelende zalf zoals cetomacrogol kan soms verlichting geven van de klachten.

10. Invloed op de seksualiteit

  • Ook tijdens deze behandeling blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
  • Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn. Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
  • Voorkomen van zwangerschap: anticonceptie.
  • Vrouwen en mannen in de vruchtbare periode van hun leven moeten voorbehoedsmiddelen toepassen tijdens de behandeling met chemotherapie en bestraling. Ook een bepaalde periode daarna.
  • Chemotherapie is namelijk schadelijk voor het ongeboren kind.
  • De volgende vormen van anticonceptie zijn daarvoor geschikt: condoom, onthouding, sterilisatie van u of uw partner. Bespreek dit met uw arts.
  • Als u zwanger wordt terwijl u wordt behandeld met chemotherapie en bestraling krijgt, moet u dit onmiddellijk aan uw arts melden.
  • Borstvoeding geven tijdens chemotherapie is niet toegestaan.

11. Menstruatiestoornissen

  • Dit wisselt van ‘één keer overslaan’ tot wegblijven.
  • Kan gepaard gaan met overgangsklachten.
  • Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.

12. Diarree*

  • Zowel de capecitabine als de bestraling kunnen diarree veroorzaken door irritatie van het darmslijmvlies. In overleg met uw vaste contactpersoon of arts kunt u, in geval van hinderlijke diarree, loperamide gebruiken.
  • Door irritatie van het darmslijmvlies.
  • Zorg voor voldoende vocht inname: 1,5 tot 2 liter per dag.
  • Een speciaal dieet is niet zinvol.

13. Tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en tenen door de capecitabine*

  • Waarschuw uw vaste contactpersoon of meld dit s.v.p. bij een volgend ziekenhuisbezoek. Mogelijk moet de dosis chemotherapie worden aangepast of onderbroken.

14. Obstipatie

  • Overleg met uw arts als u denkt dat uw ontlasting veel minder vaak komt dan u gewend bent.
  • Overleg met uw vaste contactpersoon of arts als u meer dan twee dagen geen ontlasting hebt gehad.
  • Vraag om laxeermiddelen.
  • Drink minstens 1,5 liter per dag.
  • Probeer elke dag te bewegen door bijvoorbeeld een stukje te lopen.

15. Irritatie van de ogen

  • Capecitabine kan prikkelende ogen veroorzaken, lichtschuwheid of tranende ogen.
  • Hiervoor kunt u oogdruppels krijgen. Bespreek dit met uw vaste contactpersoon.

Wanneer waarschuwen

In principe neemt u contact op met uw vaste contactpersoon of dienstdoende arts van het Antoni van Leeuwenhoek:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
  • Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
  • Bij koorts hoger dan 38,5 graden Celsius en/of koude rillingen.
  • Wanneer u ernstige diarree hebt en/of braakt en daardoor veel vocht verliest.

4. Waar kunt u met uw vragen terecht

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen? Stel ze gerust. U kunt hiermee terecht bij:

  • Uw verpleegkundig specialist, de MDL-oncoloog de bestralingsarts;
  • De radiotherapeutisch laborant van de afdeling Radiotherapie;
  • Het Centrum Patiënteninformatie.

Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • De situatie waarin u zich bevindt;
  • Uw ziekte en/of behandeling;
  • Hoe het thuis nu moet;
  • De mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige;
  • Of als u gewoon eens wilt praten.

5. Meer informatie

De KWF-folders over chemotherapie en radiotherapie en het boekje ’107 vragen over cytostatica’ zijn verkrijgbaar bij het Centrum Patiënteninformatie. Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Bijlage 1. Capecitabine, veel voorkomende bijwerkingen

Voornaamste bijwerkingen van capecitabine (Xeloda)

Stop direct met inname van de capecitabine tabletten als een van de volgende bijwerkingen optreedt en neem contact op met verpleegkundig specialist of behandelend arts.

Antoni van Leeuwenhoek: 020 512 9111

Capecitabine diarree

Elke dag toename van vier keer
of vaker ontlasting ten opzichte van normaal.

Capecitabine Diarree 's nachts

Diarree ’s nachts.

Capecitabine mondproblemen Knipsel

Pijnlijke mond en/of rode en gezwollen mond; zweertjes in de mond.

Capecitabine hand voet syndroom Knipsel

Pijnlijke, gezwollen en rode handen (handpalmen en voeten, voetzolen (hand-voetsyndroom).

Capecitabine misselijkheid en braken

Verlies van eetlust, misselijkheid en braken
(meer dan 1 keer in de 24 uur).

capecitabine hartproblemen

Pijn en/of drukkend gevoel op de borst vooral als dit tijdens inspanning optreedt.

Capecitabine koorts Knipsel

Koorts 38.5 graden Celsius (of hoger) of andere verschijnselen van een infectie.

Bijlage 2. Medicijnen tegen misselijkheid en braken

Eén van de veelvoorkomende bijwerkingen van chemotherapie is misselijkheid. De ernst en duur van de misselijkheid hangen af van de soort chemotherapie die u krijgt. Door misselijkheid kunt u minder goed gaan eten en drinken. Hierdoor gaat uw conditie achteruit of kunt u uitdrogen. Het voorkomen van misselijkheid door chemotherapie is dus belangrijk.

U hebt van uw MDL-oncoloog en/of verpleegkundig specialist informatie ontvangen over medicijnen tegen misselijkheid en braken. Hieronder staan die medicijnen nog eens beschreven.

Metoclopramide (Primperan®) wordt gebruikt bij chemotherapie die weinig misselijkheid veroorzaakt of als andere middelen, zoals granisetron (Kytril®) of ondansetron (Zofran®) niet toereikend zijn of te veel bijwerkingen veroorzaken. Metoclopramide is zowel in tabletvorm als zetpil te verkrijgen. Metoclopramidetabletten (10 mg) kunt u één tot vier keer per dag gebruiken. Als u zich steeds misselijk voelt of als de misselijkheid regelmatig terugkomt, is het verstandig de metoclopramide regelmatig in te nemen: een half uur voor het eten en een half uur voor het slapen gaan (maximaal vier keer per dag).

De zetpillen (20 mg) werken ongeveer acht uur. Dit betekent dat drie keer per dag een zetpil voldoende moet zijn om de misselijkheid te bestrijden.

De voornaamste bijwerkingen van metoclopramide zijn onrustige bewegingen, onwillekeurige trekkingen van bijvoorbeeld de mondspieren. Metoclopramide kan soms ook wat krampen veroorzaken.

Sterkere middelen als de metoclopramide onvoldoende effect heeft:

Granisetron (Kytril®) is een middel tegen misselijkheid. De misselijkheid treedt op vlak na de toediening van chemotherapie. Het is daarom verstandig één uur voor de toediening van de chemotherapie een tablet granisetron (1mg) in te nemen.

Granisetron tabletten werken ongeveer twaalf uur; twee keer per dag één tablet granisetron is voldoende om de misselijkheid te bestrijden. De voornaamste bijwerkingen van granisetron zijn hoofdpijn en obstipatie (ontlasting die hard is en te weinig frequent komt). De hoofdpijn kan verminderd worden met paracetamol en tegen de obstipatie kunt u macrogolzakjes gebruiken. Afhankelijk van de ernst van de obstipatie kunt u hiervan tot drie keer per dag één tot drie zakjes gebruiken tot uw ontlasting weer normaal komt.

Ondansetron (Zofran®) is een middel tegen misselijkheid. De misselijkheid treedt op vlak na de toediening van chemotherapie. Het is daarom verstandig één uur voor de toediening van de chemotherapie een tablet granisetron (8 mg) in te nemen.

Ondansetron tabletten werken ongeveer acht tot tien uur. Hiervan hebt u twee tot drie keer per dag een tablet nodig om de misselijkheid tegen te gaan. Er bestaan ook ondansetron zetpillen van 16 mg voor rectaal gebruik. Deze werken ongeveer 24 uur. Een zetpil heeft de voorkeur als u moeilijk kunt slikken of als u zo misselijk bent dat u tabletten niet goed binnen kunt houden.

De voornaamste bijwerkingen van ondansetron zijn hoofdpijn en obstipatie (ontlasting die hard is en te weinig frequent komt). De hoofdpijn kan verminderd worden met paracetamol en tegen de obstipatie kunt u macrogolzakjes gebruiken. Afhankelijk van de ernst van de obstipatie kunt u hiervan tot drie keer per dag één tot drie zakjes gebruiken tot uw ontlasting weer normaal komt.

Domperidon (Motilium®) en aprepitant (Emend®) zijn andere alternatieve middelen tegen de misselijkheid, maar zelden zijn meer antimisselijkheidsmiddelen dan metoclopramide nodig.

Bijlage 3. Mondverzorging

Mondverzorging voor patiënten met een eigen gebit

Doel van mondzorg bij chemotherapie:

  • vochtig houden van de mond;
  • schoonhouden van de mond;
  • voorkomen van slijmvliesbeschadigingen.
  • Ga indien mogelijk voor de start van de kuren naar de tandarts om uw gebit na te laten kijken.
  • Overleg eventueel met de mondhygiënist over het reinigen van de ruimten tussen uw tanden en kiezen.
  • Vertel bij elk bezoek aan de tandarts dat u behandeld wordt of bent met chemotherapie.

Eén keer per dag

Bekijk en inspecteer uw mond op:

  • pijn in de mond;
  • snel bloedend tandvlees;
  • roodheid, zwelling of witte plekjes (zweertjes);
  • verdikt en taai speeksel.

Eén keer per dag

Flos alleen als u gewend bent dit te doen en het kan uitvoeren zonder het tandvlees te beschadigen.

Twee tot vier keer per dag

  • Poets uw tanden na elke maaltijd met een zachte (elektrische) tandenborstel en gebruik een fluoride tandpasta.
  • Plaats de borstel zo dat de overgang van tand naar tandvlees goed wordt gepoetst.
  • Druk de borstel niet te hard op tand en tandvlees.

Na elke poetsbeurt

Spoel uw tandenborstel na gebruik grondig af met stromend water en bewaar de tandenborstel in een beker met de borstelkop naar boven gericht. Vervang uw tandenborstel elke maand; tenzij u een ander advies gekregen heeft.

Vier tot zes keer per dag

  • Spoel uw mond krachtig met zout water;
  • Spoel altijd na elke maaltijd of tussendoortje en meteen na braken;
  • Als u ‘s nacht wakker wordt, spoel dan ook uw mond.

Vier keer per dag

Smeer uw lippen royaal in met vaseline. Gebruik vaseline die alleen door u voor uw lippen gebruikt wordt.

Zo nodig

Als u witte aanslag op uw tong hebt, poets dan uw tong met een zachte tandenborstel en schoon water of met een tongschraper.

Bereiding zout water

Zout water maakt u thuis door een liter water te koken. Voeg een afgestreken eetlepel keukenzout toe en laat het zoute mengsel afkoelen. Ververs het dagelijks. Spoel na met water om een zoute nasmaak te voorkomen.

Bij droge mond

  • Drink veel water of spray de mondholte frequent vochtig met een verstuiver gevuld met water.
  • Kauw of zuig op suikervrije kauwgom, zuurtjes of ijsklontjes.
  • Smeer, als u last heeft van een droge mond, de mondholte in met een speekselvervanger in gelvorm (oral balance/biotene of bio-x-tra). Te koop bij apotheek of de betere drogist.

Vermijd beschadigingen mondslijmvlies

  • Gebruik liever geen alcohol, nicotine of alcohol bevattende mondspoelmiddelen.
  • Vermijd heet, gekruid, hard, scherp of zure voeding.

Mondverzorging voor patiënten met een volledige of gedeeltelijke gebitsprothese

Doel van mondzorg bij chemotherapie:

  • vochtig houden van de mond;
  • schoonhouden van de mond;
  • voorkomen van slijmvliesbeschadigingen.
  • zorg voor een passende prothese voor aanvang van chemotherapie;
  • doe uw prothese ’s nachts uit en berg deze met een laagje water op in een bakje;
  • spoel uw prothese ‘s ochtends schoon en plaats hem weer vochtig in de mond;
  • doe uw prothese uit voor mondverzorging.

Eén keer per dag

Bekijk en inspecteer uw mond op:

  • pijn in de mond;
  • snel bloedend tandvlees;
  • roodheid, zwelling of witte plekjes (zweertjes);
  • verdikt en taai speeksel.

Vier keer per dag

  • reinig de prothese grondig met een tandenborstel, water en tandpasta;
  • spoel goed na met schoon water;
  • leg tijdens de verdere mondverzorging de prothese in een bakje met water en één keer per week voor een half uur in een bakje met azijn.

Na elke poetsbeurt

Spoel uw tandenborstel na gebruik grondig af met stromend water en bewaar de tandenborstel in een beker met de borstelkop naar boven gericht. Vervang uw tandenborstel elke maand; tenzij u een ander advies gekregen heeft.

Vier tot zes keer per dag

  • spoel uw mond krachtig met zout water;
  • spoel altijd na elke maaltijd of tussendoortje en meteen na braken;
  • als u ‘s nacht wakker wordt, spoel dan ook uw mond.

Vier keer per dag

Smeer uw lippen royaal in met vaseline. Gebruik vaseline die door u alleen voor uw lippen gebruikt wordt.

Zo nodig

Als u witte aanslag op uw tong hebt, poets dan uw tong met een zachte tandenborstel en schoon water of met een tongschraper.

Bereiding zout water

Zout water maakt u thuis door een liter water te koken. Voeg een afgestreken eetlepel keukenzout toe en laat het zoute mengsel afkoelen. Ververs het dagelijks. Spoel na met water om een zoute nasmaak te voorkomen.

Bij droge mond

  • drink veel water of spray de mondholte frequent vochtig met een verstuiver gevuld met water;
  • kauw of zuig op suikervrije kauwgom, zuurtjes of ijsklontjes;
  • smeer, als u last heeft van een droge mond, de mondholte in met een speekselvervanger in gelvorm (oral balance/biotene of bio-x-tra). Te koop bij apotheek of de betere drogist.

Vermijd beschadigingen mondslijmvlies

  • gebruik liever geen alcohol, nicotine of alcohol bevattende mondspoelmiddelen;
  • gebruik geen plakmiddelen of reinigingstabletten voor gebitsprotheses;
  • vermijd heet, gekruid, hard, scherp of zure voeding;
  • bij pijnlijk of beschadigd slijmvlies gebitsprothese ook overdag uitlaten.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload