Carboplatin / Etoposide (CE - Tiger trial)

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts, verpleegkundig specialist en verpleegkundige u al gegeven heeft. U wordt ook aangeraden de algemene informatie over de perifere stamceltransplantatie te lezen. In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd. In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.

1. Het verloop van de kuur

De medicamenten die toegediend worden, zijn:

Stof

Toedieningswijze

Dagen

Carboplatin

1 uur durend infuus in de bloedbaan via een PICClijn (zie uitleg hieronder), 1 x per dag

-5,-4,-3

Etoposide

2 uur durend infuus via een PICC-lijn, 1 x per dag

-5,-4,-3

Teruggeven van de stamcellen

via een PICC-lijn in de bloedbaan

0

De dag waarop de stamcellen worden teruggegeven wordt dag 0 genoemd. De dagen ervoor, dat zijn de dagen waarop de chemotherapie gegeven wordt, krijgen daardoor een ’negatief’ cijfer. U wordt op een woensdag opgenomen (dag –6). Op donderdag, dat is dag -5 start de kuur met carboplatin en etoposide. Dit duurt 3 dagen. Op dag –2 (zondag) en dag –1 (maandag) heeft u een “rustdag”en krijgt u geen chemotherapie, maar wel vocht via het infuus toegediend. Op dag 0 (dinsdag) worden de stamcellen teruggegeven.

Specifieke maatregelen:

Een PICC-lijn is een centraal infuus dat via een groot bloedvat in de bovenarm (perifeer, de vena brachialis) wordt ingebracht en het uiteinde in een groot bloedvat boven het hart ligt (centraal). Dit zodat ingespoten medicatie zich beter met het bloed vermengt. Een PICC-lijn kan worden gebruikt om antibiotica, chemotherapie (ikv PSCT moet dat een dubbellumen PICC-lijn zijn), voeding en andere medicatie veelvuldig en/of over een lange periode toe te dienen. Het voordeel van een PICC-lijn is dat deze minder irritatie aan het bloedvat veroorzaakt en daardoor langer kan blijven zitten dan een infuus. Daarnaast kan de PICC-lijn ook gebruikt worden voor transfusies en bloedafnames. Het plaatsen van de PICC-lijn gebeurt op de dag waarop u wordt opgenomen (in het voorbeeld woensdag, dag -6). Op donderdag dag -5 krijgt u een infuus met vocht als voorspoeling voor de start van de kuur.

Chemotherapie kan uw weerstand verlagen. Er ontstaat een verhoogd risico op infecties. Als uw weerstand sterk verlaagd is en uw afweercellen onder een bepaalde grens komt, is er sprake van een ‘neutropene fase’, ofwel ‘dip’ genoemd. Meestal zien we deze fase van verlaagde afweer optreden ongeveer 1 week na de chemotherapie. Deze fase kan 7 dagen of langer duren. Om infecties zoveel mogelijk te voorkomen, zijn bepaalde voorzorgsmaatregelen van belang. Drie dagen vooraf chemotherapie start u met PDD (Partiële Darm Decontaminatie) medicatie (ciproxin: 2 dd 500mg). Dit

zorgt voor vernietiging van bacteriën die van nature al in het maag-darmkanaal aanwezig zijn. Deze bacteriën zijn normaal gesproken onschuldig maar kunnen bij een patiënt in de dip-periode een infectie veroorzaken.

Er wordt regelmatig (3 keer per week, zo nodig vaker) bloed bij u afgenomen om uw bloedwaarden te controleren. Na deze kuur is de kans groot dat u transfusies nodig heeft van rode bloedlichaampjes en bloedplaatjes.

De kuur vindt in het ziekenhuis plaats. Na de kuur moet u hiervan herstellen. Als u de kuur goed verdragen heeft, kunt u tussendoor naar huis met frequente poliklinische controles (3 x per week), maar veel patiënten blijven in het ziekenhuis tot ze hersteld zijn. De totale opnameduur is ongeveer 3 weken. De duur tot een zodanig herstel dat u naar huis kunt of geen frequente poliklinische controles meer nodig heeft is ongeveer 10-14 dagen na de teruggave van de stamcellen.

Toediening:

De kuur wordt via de PICC-lijn toegediend. U krijgt extra vocht via de PICC-lijn, medicijnen tegen de misselijkheid en medicijnen die het maagslijmvlies beschermen.

2. Bijwerkingen

De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen. Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven voorkomen. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard.

Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen in mindere mate. De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.

Bijwerkingen vermeld met een * komen zelden voor.

  • Geven de bijwerkingen aan
  • Geven de adviezen aan
  • Misselijkheid en braken
  • Smaakverandering
  • Invloed op de werking van het beenmerg
  • Vermoeidheid/ verminderde energie
  • Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
  • Haaruitval
  • Invloed op de seksualiteit
  • Verminderde spermaproductie
  • Oogklachten
  • Rode, soms jeukende huidafwijkingen

Opmerkingen en adviezen m.b.t. de bijwerkingen

1. Misselijkheid en braken

  • Door o.a. irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken.
  • Medicijnen tegen misselijkheid en braken (granisetron, metoclopramide, lorazepam). Er bestaat een informatiefolder over medicatie tegen misselijk en braken, vraag uw arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige hierom.
  • Probeer waar u wel en waar u niet tegen kunt. Dit is voor iedereen weer verschillend
  • Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
  • Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" na de kuur in.
  • Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
  • Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
  • Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
  • Vraag zo nodig advies van een diëtist.

Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.

  • Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
  • Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
  • Licht verteerbaar eten werkt vaak goed en vermijd te gekruid eten.
  • Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of Ginger-ale.
  • Drink koffie en thee liever met melk.

2. Smaakverandering

  • Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
  • Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.

3. Invloed op de werking van het beenmerg

  • Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
  • Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
  • Verminderd aantal rode bloedlichaampjes(erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
  • Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is van tijdelijke aard.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts (temp > 38,5 graden Celsius) en/of koude rillingen of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u, als u dit thuis overkomt, uw arts of dienstdoende arts in het AvL. Als er koorts optreedt in de periode dat u laag aantal witte bloedlichaampjes heeft, krijgt u via een infuus antibiotica toegediend.
  • In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
  • Na deze kuur zult u waarschijnlijk een aantal keren een transfusie nodig hebben van bloedplaatjes en rode bloedlichaampjes

4. Vermoeidheid/ verminderde energie

  • U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
  • Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te rusten.

5. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies

  • U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
  • U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
  • U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
  • Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
  • Spoel uw mond 4 tot 6 maal per dag met zout water
  • (NaCl 0.9% te halen bij uw eigen apotheek ).
  • Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
  • Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
  • Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
  • Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
  • Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.

6. Haaruitval

  • Haaruitval begint na +/- 2 - 4 weken, als het haar nog niet eerder is uitgevallen door de kuren die u hiervoor heeft gehad. Dit kan gepaard gaan met een gevoelige hoofdhuid.
  • Behalve het hoofdhaar kan overige lichaamsbeharing ook uitvallen.
  • U kunt overwegen een pruik aan te schaffen. Bij de verpleegkundige kunt u dan een machtiging voor vergoeding krijgen en een adressenlijst van haarwerkers . Bij het Centrum Patiënten informatie kunt u ook terecht voor informatie en adressen.
  • Het is aan te raden voordat de haaruitval begint naar desbetreffende kapper te gaan zodat hij/zij uw eigen model ziet.
  • In het boek “Look Good… Feel Better” staan adviezen over uiterlijke verzorging m.b.t. bijvoorbeeld sjaals, haarwerken en make-up.

7. Invloed op de seksualiteit

  • Als gevolg van de bijwerkingen van de therapie kunt u minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap. Als u verder hersteld van de behandeling, herstelt dit zich meestal weer.
  • Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
  • Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
  • Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.
  • Indien u problemen blijft houden, kunt u een consult aanvragen bij de polikliniek Intimitiet Seksualiteit en kanker

8. Verminderde spermaproductie

  • Er bestaat een mogelijkheid tot invriezen van sperma.
  • Dit moet gedaan worden voordat de eerste kuur gegeven wordt.
  • Na beëindiging van de kuren kan de spermaproductie zich weer herstellen.

9. Oogklachten

  • De gegeven chemotherapie kan oogklachten geven: droog, zanderig gevoel in de ogen en lichtschuwheid. Er bestaan oogdruppels die deze klachten kunnen verlichten.

10. *Huidafwijkingen

Door een allergische reactie op de etoposide of carboplatin of de antibiotica die u krijgt, (dit is niet altijd goed uit te zoeken), kunnen huidafwijkingen ontstaan. Dit kan zich uiten in roodheid, jeuk of kleine blaasjes. Er bestaan medicijnen die de symptomen kunnen verlichten.

Als u huidafwijkingen ontwikkelt als u thuis bent, neemt u dan contact op met uw behandelend arts. Deze kan beoordelen of de huidafwijkingen inderdaad veroorzaakt worden door de gegeven middelen of dat ze een ander oorzaak hebben.

Wanneer waarschuwen als u thuis bent:

In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:

  • Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
  • Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of puntbloedingen van de huid.
  • Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
  • Kortademigheid.
  • Huidafwijkingen.
  • Koorts boven 38.5 graden Celsius en/of koude rilling.

3. Waar kunt u met uw vragen terecht?

Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen. U kunt hiermee terecht bij:

  • Uw behandelend arts;
  • Uw verpleegkundig specialist
  • De verpleegkundige op de afdeling;
  • De verpleegkundige op de dagverpleging;
  • Het telefonisch spreekuur, informatie over bereikbaarheid van de spreekuren vindt u op www.avl.nl/spreekuren.

Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • De situatie waarin u zich bevindt;
  • Uw ziekte en/of behandeling;
  • Hoe het thuis nu moet;
  • De mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige;
  • Of als u gewoon eens wilt praten.

Aanvullende informatie

  • KWF-folder over chemotherapie verkrijgbaar op de verpleegafdeling en in het Centrum Patiënten informatie.
  • Boekje ‘107 vragen over cytostatica’ verkrijgbaar in het Centrum Patiënten informatie.
  • Algemene informatie over een perifere stamceltransplantatie

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload