Cisplatine en Radiotherapie bij een cervixcarcinoom
(Poliklinische chemotherapie)
Deze schriftelijke informatie is bedoeld als aanvulling op de mondelinge informatie die u hebt gekregen van uw arts.
Om het effect van de bestraling op de kankercellen te versterken, wordt de bestraling gecombineerd met chemotherapie. U krijgt een gesprek met de internist, de radiotherapeut, de verpleegkundig specialist en de radiotherapeutisch laborant. Zij vertellen u over de behandeling, de te verwachten bijwerkingen en waar u op moet letten.
De behandeling ziet er globaal als volgt uit:
De bestralingsperiode strekt zich uit over vijf tot zeven weken. U wordt 25 keer dagelijks bestraald, behalve op zaterdagen, zondagen en feestdagen. Elke week wordt u gezien op de polikliniek door de internist, of verpleegkundig specialist. U wordt ook iedere week gezien door de radiotherapeut.
De behandeling begint elke week op maandag- of dinsdagochtend rond 8 uur voor het inbrengen van het infuus en het toedienen van vocht. De chemotherapie wordt daarna via het infuus toegediend waarna er wordt nagespoeld. De bestraling vindt plaats in de middag in de tijd dat u wordt nagespoeld. Nadat u bestraald bent en de naspoeling klaar is, kunt u weer naar huis, (rond 17.00 uur). De rest van de werkdagen wordt u poliklinische bestraald. Indien u zes maal chemotherapie krijgt is de laatste niet altijd op maandag of dinsdag maar op de dag vooraf aan de inwendige bestraling (de brachy).
In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd. In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.
Het verloop van de kuur
Kuurschema's zijn altijd persoonlijk en op maat gemaakt. Onderstaand schema wordt vaak gebruikt bij patiënten voor operatie. Patiënten na een operatie hebben soms vijfmaal chemotherapie nodig. De internist bespreekt het schema met u.
Week | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
Dag | 1-5 | 8-12 | 15-19 | 22-26 | 29-33 | 36-40 | 43-47 |
Cisiplatine 40 mg/m² | x- - - - | x- - - - | x- - - - | x- - - - | x- - - - | - x - - - | - - - - - |
Bestraling | xxxxx | xxxxx | xxxxx | xxxxx | xxxxx | - - - - - | - - - - - |
Brachytherapie | - - - - - | - - - - - | - - - - - | - - - - - | - - - - x | - - x - - | x - - - - |
Chemotherapie | Kleur | Dag | Toedieningswijze | Tijdsduur |
Cisplatine(Platinum) | kleurloos | 1 | infuus | 2 uur |
Nacl 0.9 % 1000 ml met minerale toevoegingen | kleurloos | 1 | infuus | Voor (2 uur) en na (2 uur) de Cisplatine |
Chemotherapie; Op dag 1 van elke periode van zeven dagen | ||||
Uitwendige bestraling: Gedurende 25 keer over een periode van vijfweken, alleen op werkdagen, dag 1-5, meestal van maandag t/m vrijdag | ||||
Inwendige bestraling (brachytherapie): Week 5: op vrijdag, week 6: op woensdag en in week 7: waarschijnlijk op maandag | ||||
De in- en uitwendige bestraling
In deze folder is geen informatie opgenomen over de bestraling. Hierover wordt u apart mondeling geïnformeerd door de radiotherapeut (bestralingsarts) en de radiotherapeutisch laborante. U krijgt dan ook schriftelijke informatie (dit heet de behandelwijzer).
De radiotherapeut vertelt u hoe vaak u uitwendig bestraald moet worden en of dit gevolgd wordt door inwendige bestraling. Daarnaast geeft de radiotherapeut uitleg over de specifieke bijwerkingen van de bestraling.
Toediening:
- De kuur wordt poliklinisch gegeven.
- Uw bloed wordt regelmatig, in ieder geval wekelijks gecontroleerd. Afhankelijk van de uitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.
- Voor de toediening van de chemotherapie wordt een infuusnaald ingebracht en daarna ook weer verwijderd.
Specifieke maatregelen:
- Op de dagen van de Cisplatine-toediening, maar vooral de dagen daarna en in het weekend is het van belang dat u goed drinkt (2 liter per dag). Dit doet u om invloed op de nieren en schade van de nieren te voorkomen.
- U krijgt als u wat teveel vocht vast houdt aan het einde van de dag een plastablet mee van de verpleegkundige om thuis in te nemen. Daarom moet u na de bestraling even terug komen naar de dagbehandeling om u te laten wegen met een lege blaas.
- Wanneer het u niet lukt voldoende te drinken of wanneer u veel braakt en/of diarree hebt en daarmee veel vocht verliest, is het belangrijk dat u uw behandelend arts waarschuwt. De behandelend arts kan adviseren dat u extra vocht krijgt toegediend via een infuusnaald op de afdeling of dagbehandeling.
- U mag geen pijnstillers die horen tot NSAID’s innemen vanwege mogelijk slechte invloed op de nieren. Tot deze medicijnen horen o.a. ibuprofen, diclofenac en naproxen. Paracetamol mag wel. Overleg altijd met uw arts over uw medicatie.
- Indien u Cisplatine toegediend krijgt wordt u geadviseerd om vanaf 24 uur voor toediening tot 24 uur na beëindiging van deze chemokuren geen vette vis en/of visoliesupplementen of producten die verrijkt zijn met omega-3-vetzuren te gebruiken.
- Deze producten zorgen voor een hoog gehalte aan bepaalde vetzuren in uw bloed en kan ervoor zorgen dat de chemotherapie minder werkzaam is.
- Het volledig voedingsadvies is te lezen op de website van ‘Voeding en kanker info’ (www.voedingenkankerinfo.nl). Gebruik de zoekterm ‘vette vis’ om de informatie te vinden.
Anti-misselijkheidsmedicatie
Beleid tijdens de kuur | Granisetron 1 mg | 2 x daags | Als tablet | *Dag 1,2,3 |
Dexamethason 4 mg | 1 x daags | Als tablet | Dag 1 | |
Macrogol tegen obstipatie (door de granisetron) | 1x daags | Sachets | Dag 1,2,3 | |
Aprepitant 125 mg | 1 uur voor de kuur | Capsule | Dag 1 | |
Dag 2 en Dag 3 | Aprepitant 80 mg | 1 x daags ‘s ochtends | Capsule | Dag 2 en dag 3 |
Bij falen van bovenstaande | Metocloperamide 10 mg | 3 x daags | Tablet / Zetpil / | Indien nodig |
Lorazepam | 1 x daags (Zo nodig in overleg met arts) | Tablet | Indien nodig |
*dag 1 is de dag van de Chemotherapie
Bijwerkingen
De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen, worden hieronder toegelicht. Daarnaast ziet u wat u het beste kan doen hiertegen. Het is goed om te weten dat deze bijwerken kunnen voorkomen maar dat dit niet altijd hoeft. De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet.
De adviezen hieronder zijn geen kant-en-klare oplossingen. Het zijn tips op basis van onze ervaringen en die van patiënten. Hoeveel last u heeft van bijwerkingen, zegt niets over hoe goed de behandeling werkt.
- Misselijkheid en braken;
- Smaakverandering;
- Onprettige smaak tijdens toediening;
- Invloed op de werking van het beenmerg;
- Irritatie en/ of ontsteking van het mondslijmvlies en/ of de slokdarm;
- Invloed op de nieren;
- Geen haaruitval;
- Vermoeidheid/ verminderde energie;
- Huidreacties;
- Invloed op de intimiteit;
- Menstruatiestoornissen;
- Diarree*;
- Tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en tenen*;
- Oorsuizen en/ of verminderd gehoor*;
- Obstipatie;
- Allergische reactie na eerdere behandeling met Cisplatine*.
Bijwerkingen vermeld met een * komen zelden voor.
Opmerkingen en adviezen met betrekking tot de bijwerkingen
1. Misselijkheid en braken
- Door o.a. irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken.
- Door de cisplatine kunt u last hebben van ‘late misselijkheid’ (optredend vanaf 3 dagen na de kuur).
- Medicijnen tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts hierom. Zie schema hierboven.
- Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
- Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
- Eet op tijdstippen als u minder misselijk bent. Zelfs 's nachts als u wakker bent.
- Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
- Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
- Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
- Probeer in elk geval per dag 2 liter vocht te drinken.
- Vraag zo nodig advies van een diëtist.
- U krijgt een folder uitgereikt over medicijnen tegen misselijkheid en braken.
Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.
- Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
- Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
- Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
- Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of gemberthee.
- Drink koffie en thee liever met melk.
2. Smaakverandering
- Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
- Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
- Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
3. Onprettige smaak tijdens toediening
- Tijdens de toediening kan een metaalachtige smaak ontstaan.
- Het zuigen op een pepermuntje of zuurtje kan soms helpen.
4. Invloed op de werking van het beenmerg
- Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leucocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
- Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
- Verminderd aantal rode bloedlichaampjes(erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
- Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is tijdelijk van aard.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts > 38,5 ° C of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u uw arts of dienstdoende arts in het AVL.
- In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
5. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
- U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
- U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
- U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
- Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
- Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
- Spoel uw mond vier tot zes maal per dag met zout water (een theelepel op 250 ml water).
- Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
- Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
- Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
- Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
- Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
- Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
- U krijgt een folder uitgereikt over mondverzorging.
6. Invloed op de nieren
- Zie ook specifieke maatregelen.
- Het is belangrijk thuis voldoende te drinken.
- Drink daarom het liefst 2 liter per dag. Hieronder valt alles wat vloeibaar is zoals yoghurt, vla, waterijs, soep, etc.
- Neem contact op met de arts als u niet voldoende kunt drinken.
- Neem geen pijnmedicatie als ibuprofen of diclofenac. (NSAID’s). Paracetamol mag wel als dit nodig is.
7. Geen haaruitval
- Het haar kan soms iets dunner worden.
- Verzorg het haar voorzichtig.
- Was het haar met niet te heet water.
- Gebruik een milde shampoo en crèmespoeling.
- Droog het haar voorzichtig.
- Het nemen van een permanent of het haar verven wordt afgeraden.
8. Vermoeidheid/verminderde energie
- U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te rusten.
9. Huidreacties
- Zoals roodheid, jeuk, droge, schilferige huid, ontstekingsreacties.
- Was de bestraalde huid voorzichtig. Alleen met water en dep de huid droog.
- Draag geen schurende kleding. Vermijd direct zonlicht of erge kou.
- Scheer de bestraalde huid niet en plak geen pleisters op de bestraalde huid.
- De voorlichtingslaborante van de afdeling radiotherapie informeert u over de beste manier om deze huidreacties te behandelen.
- Meld het altijd als deze bijwerking optreedt.
10. Invloed op de intimiteit
- Als gevolg van de diagnose en bijwerkingen kunt u minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
- Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
- Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.
11. Menstruatiestoornissen
- Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven.
- Kan gepaard gaan met overgangsklachten.
- Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.
12. Diarree*
- Door irritatie van het darmslijmvlies.
- Zorg voor voldoende vocht inname: 2 liter per dag.
- Een speciaal dieet is niet zinvol.
13. Tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en tenen*
- Melden bij een volgend ziekenhuisbezoek.
14. Oorsuizen en/ of verminderd gehoor*
- Het verminderen van het gehoor begint met de hoge tonen.
- Melden bij een volgend ziekenhuisbezoek.
15. Obstipatie
- Overleg met uw arts als u denkt dat uw ontlasting veel minder vaak komt dan u gewend bent.
- Overleg met uw arts als u meer dan twee dagen geen ontlasting hebt gehad.
- Vraag uw arts om laxantia
- Drink minstens 2 liter per dag.
- Probeer elke dag te bewegen in de vorm van bv. lopen.
16. Allergische reactie na eerdere behandeling met
cisplatine*
- Treedt op tijdens toediening of direct aansluitend op de kuur.
- Klachten kunnen zijn: jeuk, huiduitslag, kortademigheid, lage bloeddruk, warmtegevoel, koorts.
- Met de arts bespreekt u op welke wijze de behandeling voortgezet wordt.
Wanneer waarschuwen:
U dient contact op te nemen met uw specialist of dienstdoende arts:
- Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
- Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
- Bij koorts hoger dan 38,5 graden Celsius.
- Wanneer de diarree lang blijft aanhouden.
Waar kunt u met uw vragen terecht
Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet meelopen. U kunt hiermee terecht bij:
- Uw behandelend arts;
- De bestralingsarts de verpleegkundig specialist, of de internist;
- De verpleegkundige op de afdeling of tijdens het spreekuur;
- De voorlichtingslaborante van de afdeling Radiotherapie.
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:
- De situatie waarin u zich bevindt;
- Uw ziekte en/of behandeling;
- Hoe het thuis nu moet;
- De mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige;
- Als u gewoon eens wilt praten.
Aanvullende informatie
De KWF folders over chemotherapie en radiotherapie zijn verkrijgbaar op de verpleegafdeling en in het Centrum Patiënteninformatie. Het boekje ’107 vragen over cytostatica’ is verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.