Behandeling met TAS-102

Orale chemotherapie

Trifluridine/tipiracil (Lonsurf®)

Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven heeft.

In het eerste gedeelte wordt het behandelschema uitgelegd.

In het tweede gedeelte vindt u de informatie over de bijwerkingen en adviezen.

In het derde gedeelte instanties en personen waar u met uw vragen terecht kunt.

  1. Behandelschema van een cyclus

Een cyclus duurt in totaal 4 weken. U neemt in de eerste week gedurende 5 dagen 2x per dag tabletten in. Dan neemt u 2 dagen geen tabletten. In de tweede week doet u hetzelfde: en in de week erna 5 dagen tabletten, gevolgd door 2 dagen geen inname. In week 3 en 4 van een cyclus neemt u geen tabletten.

Week 1

Week 2

Week 3

Week 4

Dag 1 t/m 5

Dag 1 t/m 5

Geen inname

Geen inname

2x per dag

2x per dag

  • De tabletten neemt u binnen een uur na de maaltijd in, met een glas water. Slik de tabletten in z’n geheel door.
  • Neem de tabletten iedere dag op hetzelfde tijdstip in.
  • Indien u braakt na inname, neem dan geen nieuwe dosis in.
  • Indien u een dosis gemist hebt, haal deze dosis dan niet in
  • Bewaar de tabletten op kamertemperatuur en buiten bereik van kinderen.

De tabletten bestaan in verschillende sterkten van 15mg/6,14mg en 20mg/8,19mg.

Uw arts schrijft u de passende dosering voor.

Uw schema voor het slikken van de tabletten is:

trifluridine/tipiracil

Na ontbijt

Na avondeten

In week 1 en 2

Dag 1 tm 5

.. tabletten van 20mg/8,19mg

.. tabletten van 15mg/6,14mg

.. tabletten van 20mg/8,19mg

.. tabletten van 15mg/6,14mg

Voor elke kuur van start gaat, wordt uw bloed gecontroleerd. Afhankelijk van deze uitslag wordt bepaald of u kunt beginnen met een volgende kuur of dat dit moet worden uitgesteld of aangepast.

  1. Bijwerkingen en adviezen

De bijwerkingen die het meest (> 20 %) bij deze kuur voorkomen worden hieronder nader toegelicht en voorzien van adviezen.

De genoemde bijwerkingen kunnen maar hoeven niet voor te komen. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet. De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.

1. vermoeidheid / verminderde energie;

2. smaakverandering, verlies van eetlust;

3. irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies, infectie;

4. misselijkheid en braken;

5. diarree;

6. invloed op de werking van het beenmerg.

  • Geven de bijwerkingen aan.
  • Geven de adviezen aan.
  1. Vermoeidheid / verminderde energie
  • voortdurend een gevoel van uitputting hebben;
  • lichamelijke en geestelijke inspanning kost meer moeite;
  • een (groot) gebrek aan energie, u denkt niet meer te kunnen;
  • prikkelbaarheid;
  • emotionele labiliteit;
  • gebrek aan belangstelling voor de omgeving.
  1. Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust
  • Probeer veel verschillende producten uit.
  • Als u weinig proeft, is het belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
  1. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies,
  • U kunt hierdoor een erg droge mond hebben of juist een overmatige speeksel productie.
  • U kunt last krijgen van wondjes in de mond.
  • Een goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en het behandelen van irritatie en of ontsteking van het mondslijmvlies.
  • Poets regelmatig uw gebit met een zachte borstel en gebruik een milde tandpasta.
  • Spoel uw mond 4 tot 6 maal per dag met zout water (een eetlepel op 250cc).
  • Vet uw lippen regelmatig in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
  • Gebruik bij een droge mond, een zuurtje of kauwgum.
  • Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
  • Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts, voorkom uitbreiding.
  • Bij een pijnlijke mond met wit beslag, waarschuwt u uw huisarts.
  • Meld bij een bezoek aan een tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
  1. Misselijkheid en braken
  • kokhalzen en braken, keelpijn;
  • weinig of geen eetlust;
  • maagklachten, zoals een branderig gevoel, reflux, vol gevoel;
  • buikpijn of krampen, een opgezette buik, rommelingen in de buik.
  • Medicijnen kunnen de misselijkheid en het braken verminderen of voorkomen het is belangrijk dat u de medicijnen inneemt zoals u met uw arts heeft besproken. Houdt u aan de vaste inname tijden, ook als u niet misselijk bent.
  • Gebruik vaker een kleine maaltijd.
  • Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan, een alternatief is bijvoorbeeld een koude maaltijdsalade.
  • Probeer of het gebruik van koolzuurhoudende dranken helpt. De koolzuur kan helpen de overtollige lucht uit de maag te laten verdwijnen en zo het volle gevoel te laten afnemen.
  • Drink koffie en thee liever met melk.
  • Gebruik een zuurtje of een dropje tegen een vieze smaak in de mond.
  • Zorg voor een rustige omgeving en frisse lucht tijdens het eten, ga zo mogelijk rechtop zitten tijdens de maaltijden.
  1. Diarree

Is een waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 4 keer per dag naar het toilet moet. De opname van vocht en voedingsstoffen is dan verstoord. Dat komt door de irritatie van het slijmvlies van de darm en door de verandering in de stofwisseling in de dunne darm. Bij diarree worden de voedingsstoffen in de darmen minder goed opgenomen.

  • buikpijn en krampen;
  • vaker aandrang;
  • dunne ontlasting.
  • Als u last heeft van diarree is het belangrijk dat u veel drinkt om het vochtverlies aan te vullen en om uitdroging te voorkomen. Dit betekent dat u ongeveer 2 liter per dag moet drinken.
  • Het beste is om water, thee, bouillon (vooral zout) te drinken om de tekorten aan te vullen die de diarree veroorzaken.
  • Probeer prikkelende of scherpe voeding te vermijden.
  • Eet geen grote maaltijden en geen vet, geen grove vezels en gasvormende producten, zoals ui, knoflook, kool, prei.
  • Drink geen koolzuurhoudende drank (met prik), geen koffie en geen alcohol.
  • Een stoppend dieet heeft geen effect.
  • Vraag zo nodig advies aan een diëtist.

Neem bij de volgende klachten contact op met uw behandeld arts:

  • als u diarree heeft die langer dan 24 uur aanhoudt;
  • als er bloed bij de ontlasting zit;
  • als u diarree heeft in combinatie met braken.
  1. Invloed op de werking van het beenmerg

In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Door de behandeling kan de aanmaak van nieuwe bloedcellen door het beenmerg verminderen. Dan treedt een tekort aan verschillende bloedcellen op. Meestal merkt u daar weinig of niets van, maar het is wel belangrijk te weten op welke signalen of veranderingen u moet letten. Daarom is het raadzaam om bij ondergenoemde klachten en/of een temperatuur van 38,5 °C of hoger contact op te nemen met uw behandelend arts.

  1. Bloedarmoede

Bloedarmoede is een tekort aan rode bloedcellen. Een ander woord hiervoor is anemie. U kunt hier zelf niets aan doen. Deze vorm van bloedarmoede (die ontstaat door de behandeling van kanker) is niet te behandelen door anders te gaan eten dan u gewend bent.

  • kortademigheid en vermoeidheid, zelfs als u maar heel weinig hebt gedaan;
  • het zwart voor de ogen zien bij opstaan uit bed of stoel;
  • bleekheid, lusteloosheid;
  • duizeligheid, hoofdpijn;
  • niet goed kunnen slapen;
  • niet goed kunnen concentreren;
  • hartklachten of hartkloppingen;
  • koud gevoel, transpireren.
  1. Tekort aan bloedplaatjes

Door de behandeling kan er een tekort aan bloedplaatjes in het bloed ontstaan. Dit heet trombocytopenie. Bloedplaatjes (een ander woord is trombocyten) spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling. Door een daling van het aantal bloedplaatjes is het bloed dunner en stolt het minder snel.

  • sneller een bloedneus krijgen;
  • blauwe plekken;
  • bloed bij plassen;
  • bloed bij hoesten;
  • bloedend tandvlees;
  • puntvormige bloedinkjes in de huid;
  • bloed bij braken;
  • bloed in de ontlasting;
  • bij vrouwen kan de menstruatie anders zijn;
  • heel soms spontane bloedingen.
  • Pas op met stoten (blauwe plekken) en krab geen wondjes open.
  • Als u een wondje heeft, druk dit dan een tijdje stevig dicht (bijv. met een steriel gaasje).
  • Gebruik geen scherpe voorwerpen (elektrisch scheren is beter dan met een mesje).
  • Probeer de ontlasting soepel te houden door veel te drinken. Veel betekent dat u per dag 1½ tot 2 liter moet drinken.
  • Gebruik bij het tandenpoetsen een zachte borstel.
  • Neem de temperatuur op onder de arm of met een oorthermometer (en niet via de anus).
  1. Tekort aan witte bloedcellen

Door de behandeling kan er een tekort aan witte bloedcellen in uw bloed optreden. Een ander woord voor witte bloedcellen is leukocyten. Witte bloedcellen zorgen voor afweer tegen infecties. Heeft u te weinig witte bloedcellen, dan krijgt u eerder infecties. Ook verlopen de infecties heftiger dan normaal. 

  • een lichaamstemperatuur van 38,5 ºC of hoger, soms met koude rillingen;
  • slijm ophoesten;
  • pijn bij het plassen;
  • troebele urine;
  • vaker plassen;
  • pijnlijke plekken, zweren, in de mond of pijn bij het slikken;
  • buikpijn;
  • diarree;
  • infecties in de huid, lever of galwegen.

Andere bijwerkingen die kunnen voorkomen zijn:

  • haaruitval, uitslag, (kleur of textuurveranderingen van de huid, mogelijk blaar- en schilfervorming);
  • eiwit in de urine;
  • abnormaal hoge niveaus van enzymen die door de lever worden geproduceerd (wat betekent dat uw lever niet goed werkt);
  • rugpijn, spierpijn, pijn in gewrichten, jicht, griepachtige verschijnselen;
  • duizeligheid, gevoelloosheid en tintelingen.

Bijwerkingen die zeldzaam (< 3% ) optreden maar ernstig zijn:

  • hartaanval, hartspierschade, pijn op de borst, hart klopt te snel of te langzaam;
  • leverbeschadiging , gele kleur, van de huid of ogen (geelzucht);
  • nierschade, bloed in de urine;
  • effecten op de hersenen of zenuwfunctie, epileptische aanval, verminderd bewustzijn, bloedstolsel;
  • flauwvallen, bloedstolsel in de benen, verlaagde bloeddruk, opvliegers, shock;
  • bloedstolsel in de longen, moeilijkheden bij ademhaling, longontsteking, bloedneus;
  • ontsteking van de dikke darm, fistelvorming of afsluiting van dikke of dunne darm, vochtophoping in de buik.
  1. Waar kunt u met uw vragen terecht
  • Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen. U kunt hiermee terecht bij uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven kunt u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:

  • de situatie waarin u zich bevindt;
  • uw ziekte en/of behandeling;
  • hoe het nu thuis moet;
  • de mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige;
  • wanneer u gewoon eens wilt praten.

Uw arts kan u doorverwijzen naar het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

  1. Meer informatie

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer: 020 512 9111. Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact met ons opneemt, houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.




December 2018

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload