HERSTELPROGRAMMA na darmchirurgie
Inleiding
In verband met uw operatie wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
1. De operatie
2. De periode voor de operatie
3. De periode na de operatie
4. Activiteiten en schematisch overzicht van uw opname
5. Het ontslag
6. Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de operatie en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, oncologieverpleegkundigen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
U neemt deel aan een herstelprogramma. Het doel van dit programma is ervoor te zorgen dat u beter herstelt na de operatie met minder complicaties. Hierdoor bent u eerder in staat het ziekenhuis te verlaten en uw leven te hervatten.
Er wordt van u verwacht dat u vrijwel direct na de operatie start met drinken, eten en uit bed gaan om te mobiliseren. Deze extra inspanning van u leidt tot een beter en sneller herstel.
1. De operatie
De operatie vindt plaats via een open benadering, een kijkoperatie of een kijkoperatie met de robot. Bij de open benadering wordt een snede in de lengterichting van de buik gemaakt, zodat de darmen te zien zijn. De chirurg gaat op zoek naar het zieke gedeelte van de darm en zal deze verwijderen.
Bij de kijkoperatie en de robot operatie maakt de chirurg drie tot zes kleine sneetjes in de buikwand. Hierdoor worden dunne buisjes ingebracht. Door deze buisjes wordt CO2-gas geblazen, waardoor de buikwand van de inwendige organen wordt gescheiden. De chirurg heeft nu voldoende ruimte en zicht om door middel van chirurgische instrumenten, die door de buisjes worden geleid, de operatie uit te voeren. Voor het verwijderen van het zieke gedeelte van de darm wordt een wat grotere snede gemaakt.
Op de polikliniek is door de chirurg met u besproken welke procedure bij u wordt toegepast.
Na het verwijderen van het zieke gedeelte van de dikke darm, worden de twee darmuiteinden weer aan elkaar gehecht en/of wordt er een stoma aangelegd. Als er tijdens de operatie een stoma wordt aangelegd zal de behandelend arts dit vooraf op de polikliniek met u bespreken. U zult dan ook een informatiegesprek krijgen met de stomaverpleegkundige. Het verwijderde darmdeel wordt vervolgens door de patholoog-anatoom onderzocht en beoordeeld. De chirurg zal de uitslag hiervan met u bespreken zodra deze bekend is. U krijgt de uitslag hiervan tijdens het eerste polibezoek bij de chirurg twee weken na ontslag.
De operatie wordt verricht onder algehele narcose.
Bij de open benadering wordt deze narcose in sommige gevallen gegeven in combinatie met epidurale anesthesie (ruggenprik). Deze ruggenprik wordt op de operatiekamer, vlak voor de operatie, onder lokale verdoving ingebracht door de anesthesioloog.
Mogelijke complicaties
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Hieronder vindt u een overzicht van een aantal belangrijke complicaties die kunnen optreden na een darmoperatie.
Trombose
Trombose is de vorming van een stolsel in een bloedvat. Meestal ontstaat dit in een van de bloedvaten van de benen waardoor een trombosebeen kan ontstaan. Soms leidt dit tot een ernstigere complicatie en komt een stolsel in de longen terecht. Dit wordt een longembolie genoemd.
Om trombose te voorkomen krijgt u na de operatie dagelijks bloed verdunnende medicijnen toegediend met een klein prikje onder de huid. Afhankelijk van de grootte van uw operatie mag u hiermee stoppen als u met ontslag gaat of moet u thuis doorgaan met de injecties tot zes weken na de operatie. De verpleegkundige op de afdeling zal met u bespreken hoe lang u de bloed verdunnende medicijnen moet gebruiken.
Naadlekkage
Bij alle darmoperatie waarbij er twee uiteinden aan elkaar worden gemaakt, bestaat een risico op lekkage van deze darmnaad, een zogenaamde naadlekkage. Vaak moet in dat geval een nieuwe operatie plaatsvinden en is het alsnog nodig om een (tijdelijk) stoma aan te leggen.
Longontsteking
Na een darmoperatie kan een longontsteking ontstaat. Goed doorademen, rechtop zitten en hoesten als het nodig is kunnen helpen deze complicatie te voorkomen.
Nabloeding
Na een operatie kan in een heel enkel geval een nabloeding ontstaan. Dit houdt in dat er een bloeding ontstaat in de buikholte vlak na de operatie. U moet dan opnieuw worden geopereerd om de bloeding te stoppen.
Wondinfectie
Een wond kan soms gaan infecteren. De wond ziet dan rood en voelt warm. Vaak is dit oppervlakkig en hoef je dit niet te behandelen. Het beste is om de wond dagelijks met stromend water schoon te maken.
Ileus
Soms komen de darmen moeilijk op gang. In ernstigere gevallen liggen de darmen soms een tijdje helemaal stil. Dit heet een ileus. Er is geen medicijn om dit te verhelpen. Als de darmen langdurig stilliggen is het soms nodig om via een infuus voeding te geven totdat de darmen weer gaan werken.
Complicaties op lange termijn na endeldarmoperaties
Na operaties aan de endeldarm wanneer er geen stoma is aangelegd, of wanneer een tijdelijk stoma weer is opgeheven, kunnen problemen met de ontlasting ontstaan.
Daarnaast kunnen bij operaties aan de endeldarm plasproblemen en seksuele functiestoornissen ontstaan. Bij mannen erectiestoornissen of problemen ten aanzien van de zaadlozing, bij vrouwen veranderingen in het vochtig worden van de vagina. Als u na de operatie een van bovenstaande klachten ervaart kan u dat bespreekbaar maken met uw chirurg of met de verpleegkundig specialist. Er kan dan aanvullende informatie gegeven worden en er kan met u besproken worden wat er gedaan kan worden om deze klachten te verminderen of te verhelpen.
Door een groot aantal maatregelen rondom de operatie doen wij er alles aan om de risico’s te voorkomen of zo beperkt mogelijk te houden.
2. De periode voor de operatie
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de operatie is een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg of
verpleegkundig specialist heeft u hierover geïnformeerd.
Voor de operatie die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:
- Coloscopie;
- CT- scan of MRI- scan;
- bloedonderzoek.
Uw zorgverleners
Op de polikliniek spreekt u verschillende zorgverleners:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgisch medische behandeling en zal het
- behandelplan met u bespreken. Vragen over de operatie kunt u aan hem/haar stellen. Na de operatie ziet u de chirurg bij de nacontroles op de polikliniek.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die u nadere uitleg geeft over de operatie, opname in het ziekenhuis en de tijd na ontslag. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische voorgeschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist ook bij de na-controles op de polikliniek.
- De anesthesioloog is verantwoordelijk voor de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructies welke medicijnen eventueel gestopt moeten worden.
- Indien de chirurg verwacht dat er een kans bestaat dat er een tijdelijk of blijvend stoma wordt aangelegd, zal hij/zij u doorverwijzen naar de stomaverpleegkundige. De stomaverpleegkundige zal u de nodige informatie geven om met een eventueel stoma om te gaan. Omdat u aan een actief herstelprogramma deelneemt zal de stomaverpleegkundige u voorafgaand aan de operatie al oefenmateriaal meegeven zodat u zich thuis zo goed mogelijk kunt voorbereiden.
Voorbereiding thuis
Voor de operatie is het erg belangrijk dat u lichamelijk in een goede conditie bent. In de wachttijd tot de operatie kunt u uzelf trainen door bijvoorbeeld dagelijks een uur gaan wandelen.
Daarnaast is het belangrijk dat u in een goede voedingstoestand verkeert wanneer u wordt geopereerd. U kunt hieraan meewerken door gevarieerd en eiwitrijk te blijven eten. Ter voorbereiding op een operatie wordt geadviseerd 5 – 7 keer per dag een portie eiwitrijke voeding te nemen. Producten die veel eiwitten bevatten zijn: vlees, noten, vis, zuivel, eieren en vleesvervangers. Als dit door omstandigheden niet lukt kunt u dit aangeven bij de verpleegkundig specialist en kan er in overleg met u een consult bij de diëtist worden aangevraagd.
Om dorst en hongergevoelens te voorkomen en te zorgen voor een optimale stofwisseling mag u tot acht uur voor de operatie gewoon eten en tot vier uur voor de operatie heldere vloeistoffen drinken.
Om de kans op wondinfecties na de operatie te verkleinen is aan u een antibiotica-mengsel voorgeschreven om de hoeveelheid bacteriën in uw darmkanaal te verminderen. Hier ontvangt u van de verpleegkundig specialist apart informatie over.
In sommige gevallen is het nodig dat de darmen leeg zijn voor de operatie. Hiervoor krijgt u dan van de verpleegkundige een drankje op de afdeling. Vanaf het moment dat u start met het drankje mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken. Als uw darmen gespoeld moeten worden wordt dit op de polikliniek met u besproken en krijgt u hier ook apart informatie over mee van de verpleegkundig specialist.
Uit onderzoek is gebleken dat het op gang komen van de darmen na de operatie wordt bevorderd door het kauwen van kauwgom. Vanaf een aantal uur voor de operatie en in de week na de operatie, adviseren wij u dan ook om zoveel mogelijk kauwgom te kauwen. De kauwgom wordt niet op de afdeling verstrekt dus wij vragen u dit zelf mee te nemen. Het soort kauwgom mag u zelf bepalen (suikervrij, niet suikervrij etc.). Het gaat om het kauwen en niet om de ingrediënten.
In sommige gevallen is het nodig om de eerste dagen na de operatie ondersteuning te krijgen bij het eten en drinken door middel van sondevoeding. Dit is een slangetje dat via de neus wordt ingebracht op de dag voor de operatie.
Hiervoor bestaat noodzaak als u voor de operatie veel bent afgevallen. Mocht dat het geval zijn dan zal dat op de polikliniek met u worden besproken.
Indien u een stoma krijgt, heeft u een gesprek met de stomaverpleegkundige op de polikliniek gehad. U heeft materiaal meegekregen om mee te oefenen. Omdat de opnameduur relatief kort zal zijn, adviseren wij sterk om thuis de verstrekte informatie goed door te nemen en te oefenen met het stoma materiaal.
Tenslotte heeft u op de polikliniek een medicatiekaart ontvangen. Wij vragen u deze mee te nemen naar het ziekenhuis en in te leveren bij de verpleegkundige.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie.
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk contact met u op.
Dag van opname
Afhankelijk van de operatie wordt u één dag voor de operatie óf op de dag van de operatie opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De oncologieverpleegkundige beantwoordt uw laatste vragen over de operatie en informeert u over de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de klachten- en symptomenlijst. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de operatie is gepland; dit is een schatting.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht
- lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw
- situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
- De chirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de operatie.
- De stomaverpleegkundige tekent de plaats af waar het eventuele stoma komt en beantwoordt uw laatste vragen.
- De diëtiste adviseert u zo nodig over voeding. In sommige gevallen geeft zij een sondevoedingsadvies door aan de verpleegkundige.
Ter voorbereiding op de operatie vinden een aantal handelingen plaats:
- U krijgt indien nodig darmvoorbereiding om de darmen voor de operatie zoveel mogelijk leeg te maken. De verpleegkundige informeert u hierover. Vanaf het moment dat u start met het drankje mag u alleen nog heldere vloeistoffen drinken;
- Om het op gang komen van de darmen na de operatie te bevorderen vragen wij u kauwgom te kauwen vanaf 3 uur voor de operatie of wanneer u wakker bent in de ochtend voor de operatie;
- U krijgt de gelegenheid om samen met uw naasten de Intensive Care (IC) te bezoeken om een indruk te krijgen van deze afdeling, waar u direct na de operatie verblijft;
- Voor de nacht krijgt u de medicatie, die door de anesthesioloog is afgesproken.
Dag van operatie
Op de dag van de operatie kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voorafgaand aan de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de
voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de operatie krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend.
In sommige gevallen krijgt u ook een zeer dun slangetje (epiduraal-katheter) in de rug aangebracht. Via dit slangetje krijgt u tijdens en na de operatie pijnbestrijding. De verpleegkundig specialist en de anesthesioloog zullen dit vooraf met u bespreken als dit nodig is.
Tenslotte wordt er via de plasbuis een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
3. De periode na de operatie
De eerste uren na de operatie brengt u door op de uitslaapkamer ter observatie. Aansluitend gaat u weer terug naar uw eigen afdeling. Als u terug op de afdeling bent wordt u gelijk gestimuleerd om te eten en drinken. Voeding stimuleert de darm waardoor de werking van het maag-darmkanaal sneller op gang komt. Het snel starten met drinken en eten zorgt eveneens voor een betere stofwisseling waardoor de wonden en de darmnaad beter genezen. Het levert absoluut geen extra risico’s op. Ook als u sondevoeding krijgt mag u daarnaast gewoon eten en drinken.
Als u op de afdeling bent kunt u direct onder begeleiding van een verpleegkundige uit bed komen. De verpleegkundige zal u stimuleren om dit te doen. Het snel weer uit bed komen en weer oplopen bevordert het herstel en voorkomt complicaties. Hoe eerder u kan drinken, eten en uit bed bent, hoe sneller het herstel vaak verloopt en hoe eerder u bent teruggekeerd op het niveau van voor de operatie.
Katheters, lijnen en drains
Na de operatie heeft u een aantal slangen:
- Een infuus voor vochttoediening. Dit infuus bevindt zich op de hand of in de onderarm;
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de operatie;
- In sommige gevallen en epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt
- toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt op de vierde dag afgebouwd en ’s ochtends vroeg op de vijfde dag verwijderd;
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd op de derde dag;
- Wanneer het u nog niet lukt om voor uw ontslag zelfstandig te urineren bestaat de mogelijkheid
- dat u met deze katheter naar huis gaat. Dit wordt dan met u besproken door de verpleegkundige.
- In sommige gevallen een slangetje in de neus voor het toedienen van sondevoeding. Dit slangetje blijft zitten tot u volledig normaal kan eten en drinken.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te kunnen hoesten, te kunnen bewegen en in bed en uit bed te kunnen komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
Misselijkheid
Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de operatie. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond worden tien dagen na de operatie verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na drie weken verwijderd. Indien de wond onderhuids gehecht is, hoeven er geen hechtingen te worden verwijderd.
Stoma
De verpleegkundige geeft u in de dagen na de operatie instructie over de verzorging van het stoma en het gebruik van het opvangmateriaal indien nodig. De hechtingen van het stoma worden tien dagen na de operatie verwijderd op de polikliniek door de stomaverpleegkundige.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Reeds op de eerste dag na de operatie gaat u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
In het volgende hoofdstuk staat precies beschreven welke lichamelijke activiteiten per dag van u verwacht worden. U zult merken dat de activiteiten die voor de operatie vanzelfsprekend waren, nu mogelijk veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag.
Stoelgang
Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Soms is de ontlasting in het begin erg hard of juist heel dun; dit is normaal en heeft meestal niet met uw voeding te maken. Zodra u start met voeding krijgt u medicijnen om de ontlasting soepel te houden.
Voeding
In het volgende hoofdstuk staat schematisch beschreven wat er van u verwacht wordt ten aanzien van het starten met eten. Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. Ook wanneer u misselijk bent is het belangrijk om het eten en drinken zo snel mogelijk weer te starten. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden. Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Activiteiten en schematisch overzicht van uw opname
Uit het voorgaande zal het u duidelijk zijn geworden dat u een belangrijke bijdrage kunt leveren aan uw eigen herstel. Om u verder te stimuleren worden hieronder een aantal doelen gesteld waarop op u zich kunt richten gedurende de opname.
Het kan door omstandigheden voorkomen dat het u niet lukt om volgens dit schema te herstellen. In dat geval kan er uiteraard afgeweken worden van dit schema.
De dag voor de operatie
- U mag gewoon eten en drinken, tenzij u een laxeermiddel krijgt om de darmen leeg te maken.
- Lever uw medicatiekaart in bij de verpleegkundige.
De dag van de operatie
- Tot acht uur voor de operatie mag u gewoon eten en drinken, tenzij u een laxeermiddel krijgt om de darmen leeg te maken.
- Als u na de operatie voor twaalf uur terug bent op de afdeling wordt er van u verwacht dat u twee keer 15-90 minuten naast het bed op de stoel zit, als u na 16 uur terug bent op de afdeling is dit één keer 15-90 minuten.
- Als u terug bent op de afdeling mag u direct normaal eten en drinken. Daarbij wordt u gestimuleerd om twee pakjes eiwitrijke nutridrank te drinken.
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn.
- U krijgt een lijstje waarop u kan bijhouden hoeveel u drinkt.
- Indien u een stoma heeft gekregen start u vandaag al met het leren verzorgen van de stoma.
De eerste dag na de operatie
- Er wordt van u verwacht dat u zich zittend wast en uw eigen kleding aantrekt (zo nodig met hulp voor de infuuslijnen en rug).
- Er wordt van u verwacht dat u drie keer per dag twee uur op een stoel zit en drie keer per dag een rondje over de afdeling loopt.
- U mag een normaal dieet aanhouden. U mag eten zoals u thuis gewend bent.
- U drinkt wederom twee pakjes eiwitrijke nutridrink.
- U houdt op een lijstje bij hoeveel u drinkt.
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn.
- Indien u een stoma heeft gekregen wordt met u het verzorgen van de stoma geoefend.
- De verpleegkundige zal met u de thuissituatie bespreken en inventariseren of u na uw ontslag thuiszorg nodig heeft.
De tweede dag na de operatie
- U verzorgt uzelf onder de douche of aan de wastafel en trekt uw eigen kleding aan.
- U bent verdeeld over de dag acht uur uit bed, daarvan loopt u vier keer een rondje over de afdeling.
- U eet zoals u thuis gewend bent.
- U houdt op een lijstje bij hoeveel u drinkt.
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn.
- Indien u een stoma heeft gekregen wordt met u het verzorgen van de stoma geoefend.
De derde dag na de operatie
- U gaat zelfstandig onder de douche en trekt uw eigen kleding aan.
- U bent verdeeld over de dag acht uur uit bed, eet aan tafel en u loopt vier keer een rondje over de afdeling.
- U eet zoals u thuis gewend bent.
- U houdt op een lijstje bij hoeveel u drinkt.
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn.
- Als u epidurale pijnstilling heeft wordt deze gestaakt. U kan zo nodig extra pijnstilling krijgen via tabletten.
- Het infuus wordt verwijderd.
- Uw blaaskatheter wordt verwijderd.
- Indien u een stoma heeft gekregen wordt met u het verzorgen van de stoma geoefend.
- De verpleegkundige maakt met u een afspraak voor een ontslaggesprek.
De vierde dag na de operatie
- U gaat zelfstandig onder de douche en trekt uw eigen kleding aan.
- U bent verdeeld over de dag acht uur uit bed, eet aan tafel en u loopt vier keer een rondje over de afdeling.
- U eet zoals u thuis gewend bent.
- U houdt op een lijstje bij hoeveel u drinkt.
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn.
- Indien u een stoma heeft gekregen wordt met u het verzorgen van de stoma geoefend.
- U krijgt een ontslaggesprek met de verpleegkundige.
De vijfde of zesde dag: het ontslag
- U gaat met ontslag.
- U krijgt poli afspraken en recepten mee van de verpleegkundige.
- Indien u een stoma heeft krijgt u ook afspraken mee voor de stomaverpleegkundige.
- De verpleegkundige bespreekt met u hoe lang u de bloed verdunnende medicijnen nog moet gebruiken thuis.
5. Het ontslag
Indien er geen complicaties optreden, kunt u gemiddeld vijf dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Indien er een stoma is aangelegd zal de wijkverpleegkundige in sommige gevallen bij u thuis komen om u te ondersteunen bij de stomazorg, echter dit is niet standaard. Ongeveer een week na ontslag zult u gebeld worden door de verpleegkundig specialist om de eventuele klachten te inventariseren en vragen te beantwoorden.
U krijgt een poliklinische afspraak mee wanneer u op controle wordt verwacht bij de behandeld specialist. Tijdens deze controle afspraak krijgt u tevens de uitslag van het weefselonderzoek.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de operatie bent hersteld.
Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de operatie, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling. Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten. U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd. De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond.
Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek of de wondverpleegkundige (of indien niet bereikbaar met de verpleegkundig specialist van wie u het visitekaartje heeft ontvangen). Buiten kantooruren neemt u contact op met het centrale nummer van het ziekenhuis. Telefoonnummers staat in hoofdstuk 6 beschreven.
Stoma
Indien de hechtingen van het stoma tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.
Het kan voorkomen dat er te veel of te weinig ontlasting via het stoma komt. Neem contact op met de stomaverpleegkundige in de volgende gevallen:
- Langer dan 24 uur geen ontlasting via het stoma;
- Meer dan één liter ontlasting in 24 uur via het stoma en/of uitdrogingsverschijnselen (weinig
- Plassen, donker gekleurde urine, dorst, vermoeidheid, duizeligheid, prikkelbaarheid,
- Slaapstoornissen, spierkrampen).
Stoelgang
In de periode na de operatie kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de operatie. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken. Sommige etenswaren vallen misschien minder goed op dit moment. Iets wat u nu nog niet zo goed verdraagt kunt u later altijd opnieuw proberen. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt.
Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag.
Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Uiterlijk en functiebeperking
Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of veranderd uiterlijk om te gaan. Ook kan het confronterend zijn andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen.
Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Activiteit
Indien u een grote buikwond heeft mag u de eerste zes weken niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).
Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het voorlichtingscentrum.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen
wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het voorlichtingscentrum in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit, Seksualiteit en Kanker
Er zijn in principe geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. Aan vrouwen die aan de endeldarm geopereerd zijn wordt geadviseerd penetratie uit te stellen tot na het eerste polibezoek.
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuurverhoging boven de 38.5 graden Celsius.
- Aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week
- Afvallen.
- Diarree (vaker dan vijfmaal per dag waterdunne ontlasting of meer dan één liter ontlasting via het dunne darmstoma).
- Obstipatie (langer dan twee dagen geen ontlasting of langer dan 24 uur geen ontlasting via het stoma).
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is.
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
6. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.