De neoblaas in de thuissituatie
In deze schriftelijke informatie hebben we voor u een aantal adviezen verzameld voor de periode nadat u uit het ziekenhuis bent ontslagen. Na uw ontslag heeft u regelmatig contact met de stomaverpleegkundige, ongeveer 6 weken na ontslag uit het ziekenhuis heeft u een controleafspraak bij de uroloog, stomaverpleegkundige en bekkenfysiotherapeut op de polikliniek. Tussendoor heeft u telefonisch contact met de stomaverpleegkundige.
De neoblaas
De neoblaas is gemaakt van een deel van de dunne darm, deze heeft niet dezelfde eigenschappen als uw oorspronkelijke blaas:
- Er is geen gevoel van aandrang in de neoblaas.
- De neoblaas kan zich niet samentrekken tijdens het plassen.
Aandrang
Omdat het normale gevoel van aandrang er niet meer is, zult u na de operatie (als de urinekatheter verwijderd is) op vaste tijdstippen moeten gaan plassen. Er kan na de operatie nog een beperkte hoeveelheid urine in de neoblaas. Ongeveer om de drie uur gaat u plassen. U dient de neoblaas niet voller te laten worden dan ongeveer 400-500 ml. Als u de blaas te vol laat worden kan hij daardoor te veel uitrekken, waardoor er op den duur problemen kunnen ontstaan met goed leegplassen en daardoor o.a. infecties kunnen ontstaan. Ook ’s nachts is het van belang om te plassen. Probeer dat niet vaker dan 2 keer per nacht te doen. U heeft uw nachtrust hard nodig voor een goed herstel. Ons advies is de wekker te zetten voor ongeveer halverwege de nacht. Als er te lang gewacht wordt met plassen ontstaat door terugstroom van urine flankpijn (krampachtige pijn in uw linker- of rechterzij (flank)). Dit is niet goed voor de nieren. In de loop van de tijd is het wel mogelijk dat u weer een vullingsgevoel van de neoblaas waarneemt.
Plassen
- Ga goed rechtop op het toilet zitten. Zet uw beide voeten plat op de grond en de benen ontspannen. Ga niet ‘hangen’ op een verhoogd toilet. Zet eventueel een voetenbankje onder uw voeten.
- Zorg ervoor dat uw broek helemaal naar beneden is, ter hoogte van de enkels en niet knelt rondom de knieën.
- Begin voor het plassen met het ontspannen van de bekkenbodemspieren. Ga in een goede houding zitten; met beide voeten plat op de grond. Kantel het bekken wat naar voren, zodat de blaas boven de plasbuis komt te liggen.
- Neem de tijd, het duurt vaak wel tien minuten voordat de blaas leeg is.
- Tijdens het plassen drukt u zachtjes mee met de buikspieren, de bekkenbodem blijft ontspannen. Laat de urine zoveel mogelijk vanzelf stromen. Dit kunt u doen door zo goed mogelijk te ontspannen en door:
- Ondertussen rustig uit te ademen door met de lippen lichtjes op elkaar geperst de lucht uit de mond te laten ontsnappen;
- Rustig via de neus in te ademen en via de mond weer uit;
- Te neuriën.
- Wanneer het zachtjes mee drukken met de buikspieren onvoldoende is, kunt u extra druk geven door met de hand onder de navel licht mee te drukken.
- Als u denkt dat de blaas leeg is: kantel het bekken nog een paar maal voor- en achterover en van links naar rechts.
Ontspan de bekkenbodem weer en druk zachtjes mee met de buikspieren om de laatste urine uit de blaas te laten lopen. Zo wordt de blaas optimaal geleegd.
- Als u klaar bent met plassen, span dan de bekkenbodem even krachtig aan om nadruppelen te voorkomen.

Volume van de neoblaas
De nieuwe blaas moet nog toenemen in capaciteit, waardoor u mogelijk in het begin vaker moet plassen. Probeer de tijd tussen de plasmomenten in steeds wat meer op te rekken, zodat het volume van de neoblaas toeneemt. U dient de neoblaas niet voller te laten worden dan ongeveer 400ml-500ml. In de periode kort na de operatie is het meestal moeilijk om te voelen wanneer u deze hoeveelheid heeft bereikt. Hierom wordt de eerste weken geadviseerd deze porties urine bij te houden. Op deze manier kunnen de stomaverpleegkundige en uroloog met u kijken hoe het trainen van de neoblaas (dat wil zeggen de bekkenbodemspieren en het volume van de neoblaas) gaat. U houdt een mictiedagboek (bijlage 2) bij welke de stomaverpleegkundige met u evalueert. Dit dagboek houdt u 1 dag in de week bij, op andere dagen kunt u direct in het toilet plassen.
Residu
De hoeveelheid urine die achterblijft in de neoblaas nadat u heeft geplast noemen we het residu. Afhankelijk van hoe groot dit residu is wordt door de stomaverpleegkundige met u afgesproken hoe vaak u zichzelf moet katheteriseren. Het katheteriseren voert u uit nadat u geplast heeft. Was en droog uw handen altijd goed voordat u zichzelf katheteriseert. U kunt op onderstaand overzicht zien hoe vaak u zichzelf moet katheteriseren:
Hoeveelheid residu | Frequentie katheteriseren |
Minder dan 100 ml | 1x per week tot 6 weken na de operatie. Hierna standaard 1x per maand |
100-200 ml | 1x per dag |
200-300 ml | 2x per dag |
Groter dan 300 ml | In overleg met de stomaverpleegkundige |
Dit overzicht is een richtlijn, er kunnen bij u andere frequenties voor katheteriseren aangehouden worden in overleg met de stomaverpleegkundige of uroloog (bepaalde factoren maken soms dat u vaker moet katheteriseren).
Als er bij u sprake is van een residu van 100 ml of minder dan mag 6 weken na de operatie het katheteriseren afgebouwd worden tot 1x per maand (op een moment van de dag welke u goed uitkomt, na het plassen). U katheteriseert zich dan nog wel 1x per maand ter controle, omdat u zelf niet goed kunt aanvoelen of u goed uitplast. Indien er dan sprake is van een toegenomen residu (meer dan 100ml) kunt u overleggen met de stomaverpleegkundige wat te doen. Als het plassen een keer hélemaal niet lukt kunt u zichzelf katheteriseren. Komt dit vaker voor neem dan contact op met de uroloog of stomaverpleegkundige.
Incontinentie
Het afsluitmechanisme van de blaas bestaat uit een inwendige- en uitwendige sluitspier. Het inwendige deel is deels of volledig verwijderd gedurende de operatie. Om deze reden functioneert de inwendige sluitspier niet meer naar behoren. De uitwendige sluitspier is de bekkenbodem. De bekkenbodem is een gewone spier die u bewust kunt aan- en ontspannen. Hierdoor is het mogelijk dat u na de operatie, wanneer de urinekatheter is verwijderd, urine verliest op momenten dat de blaas gevuld is en er extra druk op de blaas komt. Extra druk ontstaat bijvoorbeeld bij opstaan, bukken, hoesten of niezen. De kans op urineverlies is bij mannen waar de prostaat ook verwijderd is wat groter. Om het urineverlies zo beperkt mogelijk te houden, kunt u de bekkenbodem aanspannen. U spant dan de bekkenbodem aan voordat de drukverhoging ontstaat en ontspant pas weer als de druk van de blaas af is. Direct na het verwijderen van de katheter heeft u hoogstwaarschijnlijk veel urineverlies. Dit urineverlies vermindert meestal in de eerste maanden na de operatie. Tijdens de nacht kunt u grotere hoeveelheden urine verliezen, omdat de bekkenbodem dan ontspannen is. Bij de meeste mensen gaat dit in de loop van de tijd over, een aantal blijft altijd ’s nachts urine verliezen. Op tijd een wekker zetten om de incontinentie voor te zijn kan helpen (maximaal 2x per nacht, u heeft uw nachtrust ook nodig voor een goed herstel).
De stomaverpleegkundige regelt incontinentiemateriaal voor u bij een medisch speciaalzaak als u wordt ontslagen uit het ziekenhuis. Incontinentiemateriaal zit het beste als u goed aansluitend ondergoed draagt. Bij grotere inleggers vouwt u deze voor gebruik in de lengte dubbel, zodat de anti-lekrand omhoog gaat staan. Bij incontinentieverband gemaakt voor mannen draagt u het brede deel van het verband aan de voorzijde.
Om een goede controle over de bekkenbodem te krijgen kunt u oefeningen doen. Deze oefeningen vindt u in bijlage 1. Om goede controle over de bekkenbodem te krijgen is fysiotherapeutische begeleiding voor- en na de operatie mogelijk om u wegwijs te maken bij de oefentherapie.

Vrouwelijk bekken

Mannelijk bekken
Voorafgaand aan de poliafspraak
Wij vragen u voorafgaand aan de controle afspraak bij de uroloog, stomaverpleegkundige en bekkenfysiotherapeut, 6 weken na de operatie, een mictiedagboek bij te houden. U houdt dit mictiedagboek gedurende één dag in de week bij. Dit overzicht neemt u mee naar uw afspraak.
Als u 1x per week ter controle katheteriseert kunt u de tabel in bijlage 3 bijhouden. Neem dit overzicht dan ook mee naar uw afspraak.
Overige adviezen
Voor een goede nier-, blaas- en ontlasting functie is het belangrijk voldoende vocht binnen te krijgen. Dit gebeurt zowel met vast als met vloeibaar voedsel. Een dorstgevoel is een teken dat er te weinig vocht aanwezig is. Dat moet in ieder geval worden voorkomen. U hebt dagelijks zo’n 1,5 liter vocht nodig om voldoende urine te produceren. Als u meer transpireert dan normaal, bijvoorbeeld bij warm weer of sporten, dient u meer te drinken. Probeer na 20.00 uur in de avond niet meer teveel te drinken, omdat dit van invloed is op de mate van urineproductie in de nacht.
Doordat de neoblaas is gemaakt van darmweefsel is er altijd wat slijm en vlokken in de urine aanwezig. Meestal kunt u de slijm en vlokken gewoon goed uitplassen. Als u vermoedt dat de slijm en vlokken verstopping veroorzaken kunt u, tijdens het katheteriseren met een bijgeleverde spuit met water, de neoblaas spoelen.
Stomaverpleegkundige
U kunt de stomaverpleegkundige raadplegen bij:
- Vragen over het plassen;
- Vragen over het ongewilde urineverlies;
- Vragen over opvangmaterialen;
- Vragen over het katheteriseren;
- Vragen over de urine;
- Vragen over het herstel, werkhervatting, sport, seksualiteit, vakantie etc.
Als u de stomaverpleegkundige persoonlijk wilt spreken kunt u terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Alleen in zeer dringende situaties kunt u buiten de spreekuur tijden bellen via ons algemene telefoonnummer.
Afspraak maken
Voor het maken van een afspraak met de stomaverpleegkundige kunt u van maandag tot en vrijdag contact opnemen met ons algemene telefoonnummer.
Bekkenfysiotherapie
Het kan zo zijn dat u enkele maanden na de operatie nog steeds urine verliest en dat u moeite heeft met de controle door middel van het aanspannen van de bekkenbodem. Het is mogelijk begeleiding te krijgen van een bekkenfysiotherapeut die gespecialiseerd is in bekkenbodemtherapie. Via de bekkenfysiotherapeut in het AVL kan u verwezen worden naar een gespecialiseerd bekkenfysiotherapeut in uw woonplaats.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.