Diabetes mellitus (suikerziekte)

Veroorzaakt door medicatie

Wat is diabetes mellitus?

Diabetes mellitus wordt ook wel suikerziekte genoemd. In deze patiënteninformatie wordt verder de term ‘diabetes’ gebruikt. Het is een ziekte waarbij het lichaam de bloedsuiker (glucose) niet meer zelf kan regelen. Glucose is een belangrijke brandstof voor het lichaam. Normaal zorgt insuline ervoor dat de bloedsuiker niet te hoog en niet te laag wordt. Insuline is een hormoon. Het zorgt ervoor dat glucose uit het bloed in de cellen kan worden opgenomen.

Verschillende vormen van diabetes

Er zijn verschillende vormen van diabetes:

  • Diabetes type 1: het lichaam maakt geen insuline of te weinig insuline.
  • Diabetes type 2: het lichaam reageert minder goed op insuline of maakt te weinig insuline aan.
  • Medicatie-geïnduceerde diabetes: diabetes die ontstaat door bepaalde medicijnen. Deze vorm kan tijdelijk zijn.

Deze patiëntenfolder geeft informatie over de medicatie-geïnduceerde diabetes.

Diabetes door medicatie

In het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) zien we regelmatig dat patiënten (tijdelijk) diabetes krijgen door hun kankerbehandeling. Dit noemen we medicatie-geïnduceerde diabetes. Niet iedereen krijgt dit. Per persoon kan verschillen hoe ernstig het is en hoe lang het duurt.

Hieronder leest u hoe diabetes kan ontstaan bij verschillende soorten behandelingen.

Diabetes door corticosteroïden
Corticosteroïden worden vaak gebruikt bij kankerbehandelingen. Bijvoorbeeld om misselijkheid te verminderen, allergische reacties te voorkomen of ontstekingen te remmen.

Corticosteroïden kunnen de bloedsuiker verhogen doordat zij:

  • De aanmaak van glucose in de lever verhogen.
  • Het lichaam minder gevoelig maken voor insuline (insulineresistentie).
  • De afgifte van insuline door de alvleesklier kunnen verminderen.

Steroïden zorgen vaak niet voor een hoge bloedsuiker als u nuchter bent (u heeft nog niet gegeten). De bloedsuiker stijgt meestal een paar uur na het innemen van de steroïden. Gebruikt u de steroïden in de ochtend? Dan stijgt de bloedsuiker vaak aan het einde van de middag of in de avond.

Deze vorm van diabetes is vaak tijdelijk. Wanneer de steroïden worden afgebouwd of gestopt, kan de bloedsuiker weer normaal worden. Dit verschilt per persoon. Soms blijft behandeling nodig, soms niet.

Diabetes door chemotherapie

Sommige vormen van chemotherapie kunnen de bloedsuiker verhogen. Dit kan komen door:

  • Tijdelijke schade aan de alvleesklier, waardoor er minder insuline wordt aangemaakt.
  • Stress in het lichaam door de behandeling. Of door bijwerkingen van de behandeling zoals infecties of misselijkheid.
  • Verminderde zin in eten of onregelmatig eten. Dit kan schommelingen in de bloedsuiker geven.
  • Vaak wordt chemotherapie samen gegeven met corticosteroïden. Daardoor wordt het risico op een verhoogde bloedsuiker groter.

Diabetes door chemotherapie is meestal tijdelijk. Goede controle is belangrijk om klachten en complicaties te voorkomen.

Diabetes door immunotherapie

Immunotherapie helpt het afweersysteem om kankercellen aan te vallen. Soms kan het afweersysteem ook gezonde organen aanvallen. Bijvoorbeeld de alvleesklier. Dit komt maar zelden voor.

Hierdoor kan:

  • De insulineproductie plotseling sterk afnemen.
  • Soms een vorm van diabetes ontstaan die lijkt op diabetes type 1.

Deze vorm van diabetes kan blijvend zijn. Hij ontstaat soms plotseling, met snel hoge bloedsuikerwaarden.

Te hoge of te lage bloedsuiker (hyper en hypo)

Bij een hyper is de bloedsuiker te hoog. U kunt last krijgen van:

  • Veel dorst
  • Vaak moeten plassen
  • Vermoeidheid
  • Wazig zien
  • Droge mond
  • Misselijkheid

Wat kunt u doen?

  • Meet uw bloedsuiker volgens afspraak.
  • Blijf voldoende drinken (water of thee zonder suiker).
  • Volg het behandeladvies dat u heeft gekregen.

Bij een hypo is de bloedsuiker te laag. U kunt last krijgen van:

  • trillen of beven
  • zweten
  • honger
  • duizeligheid
  • hartkloppingen
  • wazig zien
  • verwardheid

Wat moet u doen bij een hypo?

  • Neem direct snelle suikers. Bijvoorbeeld druivensuikertabletten, een glas gewone frisdrank of een glas vruchtensap.
  • Meet na 15 minuten opnieuw uw bloedsuiker. Is de bloedsuiker nog te laag? Neem dan opnieuw snelle suikers.
  • Eet daarna iets met langzame koolhydraten, zoals een boterham of cracker.
  • Neem contact op met uw huisarts als uw bloedsuiker vaak te hoog of te laag is.

Behandeling

Het doel van de behandeling is om de bloedsuiker zo goed mogelijk onder controle te houden. Dit helpt om klachten te verminderen en complicaties te voorkomen. De behandeling wordt afgestemd op uw persoonlijke situatie, uw kankerbehandeling en de oorzaak van de diabetes.

De behandeling kan bestaan uit:

  • Aanpassingen in voeding. Bijvoorbeeld regelmatig eten en het beperken van suikerhoudende producten.
  • Tabletten die de bloedsuiker verlagen.
  • Insuline, tijdelijk of voor langere tijd.

U krijgt instructies mee over de behandeling die voor u geldt.

Bij diabetes door medicatie is de behandeling vaak tijdelijk. Wanneer de medicatie die de diabetes veroorzaakt, wordt verlaagd of gestopt, kan ook de diabetesbehandeling worden aangepast of soms helemaal worden gestopt.

Zelf bloedsuiker prikken

Het kan nodig zijn dat u zelf thuis uw bloedsuiker meet. Zelf meten helpt om:

  • Inzicht te krijgen in uw bloedsuikerwaarden.
  • Te zien hoe uw lichaam reageert op medicatie, voeding en beweging.
  • De behandeling goed af te stemmen.

Hoe gaat bloedsuiker meten?

U meet uw bloedsuiker met een vingerprik en een bloedsuikermeter of sensor. Meestal meet u:

  • Voor de maaltijd
  • Soms na de maaltijd
  • Op vaste momenten van de dag, bijvoorbeeld in de ochtend of avond.

Stappenplan: zelf bloedsuiker meten

U meet uw bloedsuiker met een vingerprik en een bloedsuikermeter of sensor.

Wat heeft u nodig?

  • Bloedsuikermeter of sensor
  • Teststrips (bij een vingerprik)
  • Prikpen met lancet
  • Eventueel een dagboek of app

Zo meet u uw bloedsuiker:

  • Was uw handen met water en zeep en droog ze goed af.
  • Plaats een teststrip in de bloedsuikermeter.
  • Zet de prikpen op de zijkant van uw vingertop.
  • Prik in uw vinger en knijp voorzichtig tot er een druppel bloed verschijnt.
  • Houd de druppel bloed tegen de teststrip.
  • Lees de waarde af op de meter.
  • Noteer de uitslag of sla deze op in de app.
  • Gooi het lancet veilig weg in een naaldencontainer.

Belangrijk:

  • Meet op de afgesproken tijden.
  • Gebruik elke keer een nieuw lancet.
  • Neem contact op met uw huisarts bij herhaaldelijk hoge of lage bloedsuikers.

Insuline spuiten

Soms is het nodig om insuline te gebruiken om uw bloedsuiker te regelen.

Wat heeft u nodig?

  • Insulinepen
  • Insulinepatroon of wegwerppen
  • Nieuwe naald
  • Naaldencontainer

Zo spuit u insuline:

  • Was uw handen.
  • Controleer de insuline (juiste soort, juiste dosis, houdbaarheidsdatum).
  • Bevestig een nieuwe naald op de insulinepen.
  • Verwijder de beschermkapjes van de naald.
  • Stel de juiste dosis in.
  • Kies een injectieplaats, bijvoorbeeld de buik of het bovenbeen.
  • Prik de naald loodrecht in de huid.
  • Druk de knop volledig in en tel langzaam tot 10.
  • Haal de naald uit de huid.
  • Verwijder de naald en gooi deze weg in de naaldencontainer.

Wissel de injectieplaats af zodat u niet steeds op dezelfde plek spuit. Dit voorkomt verhardingen van de huid en zorgt voor een betere opname van insuline

Nazorg

Als u het ziekenhuis verlaat met een behandeling voor de diabetes, wordt deze behandeling door de huisarts vervolgd. De overdracht naar de huisarts wordt door het ziekenhuis geregeld.

Wanneer moet u contact opnemen met de huisarts?

  • Bij herhaaldelijk hoge of lage bloedsuikers
  • Bij plotselinge klachten
  • Bij twijfel over meten of spuiten

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload