Diagnostische laparoscopie
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Het is goed om u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over een diagnostische laparoscopie. Diagnostische = om te onderzoeken en laparoscopie = in de buik kijken.
1. De ingreep
Een diagnostische laparoscopie (kijkoperatie in de buik) is een onderzoek waarmee de buikholte en de organen die erin liggen worden geïnspecteerd. De chirurg maakt drie tot zes kleine sneetjes in de buikwand. Hierdoor worden dunne buisjes ingebracht. Door deze buisjes wordt de buikholte gevuld met koolzuurgas. Hierdoor ontstaat ruimte in de buikholte, waardoor de buikwand van de inwendige organen wordt gescheiden. De chirurg heeft nu voldoende ruimte en zicht om door middel van chirurgische instrumenten, die door de buisjes worden geleid, de operatie uit te voeren. Na afloop van de kijkoperatie worden de sneetjes gehecht met oplosbare hechtingen.
Tijdens de kijkoperatie beoordeelt de chirurg of er sprake is van uitzaaiingen in de buikholte en op het buikvlies. Daarbij wordt beoordeeld in welke mate deze uitzaaiingen in de buikholte zijn verspreid. Dit bepaalt mede het beleid voor de verdere behandeling. Indien nodig wordt er tijdens de operatie weefsel afgenomen (biopt). Het weggenomen stukje weefsel (biopt) gaat naar de afdeling Pathologie voor onderzoek.
De operatie kan tussen de dertig en zestig minuten duren. Het herstel duurt ongeveer twee weken.
Mogelijke complicaties
Hoewel het weinig voorkomt, is er een kleine kans op complicaties bij een diagnostische laparoscopie.
- Er kunnen tijdens de operatie organen of weefsels beschadigd raken, zoals de urinewegen of de darmen. Soms is dit pas merkbaar na de operatie. Hierdoor duurt het herstel langer, maar de beschadigingen zijn goed te behandelen.
- Soms ontstaat er een nabloeding in de buikwand. Dit wordt meestal door het lichaam zelf gestopt, maar bij een ernstige nabloeding kan een tweede operatie nodig zijn.
- Er is een klein risico op het ontstaan van een infectie aan de wondjes.
- Er is een kleine kans op trombose.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt vijf tot tien werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek op de polikliniek. Bij ontslag krijgt u hiervoor een afspraak mee.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk.
De chirurg of verpleegkundig specialist informeert u hierover.
Voor de ingreep die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:
- Laboratoriumonderzoek
- CT-scan thorax/abdomen
- MRI- abdomen
Poliklinische voorbereiding
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en bespreekt het behandelplan met u. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Daaronder valt onder andere het verrichten van lichamelijk onderzoek, het aanvragen van onderzoeken, het opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de na-controle. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie, om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik? Dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Voeding
Kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert, kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd, terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door de locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor.
Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van Kanker.nl en de website www.voedingenkankerinfo.nl
Als de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk contact met u op.
Dag van opname
Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de afdeling. U kunt zich melden bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
- Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt ondersteuning en begeleiding.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
- De chirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep.
- De diëtiste adviseert u zo nodig over voeding. In sommige gevallen geeft zij een sondevoedingsadvies door aan de verpleegkundige.
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u dit inhouden.
Als u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u voor de ingreep een tablet zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. Aan het eind van de middag bespreekt de chirurg zijn bevindingen van de diagnostische laparoscopie met u.
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in - en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Na de diagnostische laparoscopie kunt u schouderpijn ervaren. Dit wordt veroorzaakt door het koolzuurgas dat tijdens de operatie in de buikholte wordt gebracht en het middenrif irriteert. Deze irritatie aan het middenrif geeft via een zenuw, pijn in de schouder. Het koolzuurgas wordt geleidelijk opgenomen door het lichaam en uitgeademd via de longen. De pijn is de dag na de operatie waarschijnlijk over.
De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De wonden zijn onderhuids gehecht en er hoeven geen hechtingen te worden verwijderd. De wonden kunnen nog wat vocht nalekken. De wonden hoeven niet afgedekt te worden met verbandmateriaal, behalve wanneer er te veel vocht lekt uit de wonden.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Soms kan het gevoel ook verminderd blijven.
Mobiele en fysieke activiteit
Vanaf de dag na de ingreep mag u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Als u zich goed voelt kunt u weer starten met eten en drinken. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn. Het is voor het herstel belangrijk dat u wel voldoende en eiwitrijk eet. Indien nodig kan u hiervoor ondersteuning krijgen van de dietiste.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- Goede pijnbestrijding;
- Ademhalingsoefeningen;
- Het ophoesten van slijm;
- Halfzittende houding in bed;
- Niet te roken.
Wisselend verloop
Als u na een dag weer thuis bent uit het ziekenhuis, zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundig specialist kan u ondersteuning bieden bij vragen. Op de laatste bladzijde van deze folder vindt u de contactgegevens.
Daarnaast kunt u terecht bij de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundig specialist kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer één dag het ziekenhuis verlaten.
U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00-10.30 uur het ziekenhuis. Dit in verband met de planning van patiënten die na u opgenomen worden.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg en een telefonische afspraak met de verpleegkundig specialist. De chirurg zal uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
De wonden zijn onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden.
U hoeft de wonden geen speciale verzorging te geven. Als de wonden gesloten zijn, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wonden dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wonden wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wonden;
- Er komt pus uit de wonden;
- U heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundig specialist. Buiten kantooruren neemt u contact op met het centrale nummer van het ziekenhuis. Telefoonnummers staan op de laatste pagina van deze folder.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren tot dit weer normaal is.
Voeding
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert, kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u een afspraak maken bij een van onze diëtisten op de polikliniek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau. Na de behandeling kunt u desgewenst meedoen aan een revalidatieprogramma.
Wilt u graag individueel advies of wilt u meer informatie over het volgen van een revalidatieprogramma, dan kunt u contact opnemen met de fysiotherapeuten of informatie vragen bij het Centrum Patiënteninformatie.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit, Seksualiteit en Kanker
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het AVL kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Ook bestaat de mogelijkheid bij seksuele functiestoornissen zoals erectiestoornissen of pijn bij vrijen een afspraak te maken bij de uroloog of gynaecoloog via de afdeling Poliplanning.
Meer informatie kunt u lezen in de folder Intimiteit, Seksualiteit en Kanker. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundigen en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met kanker, en weten veel over het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Andere problemen die aan de behandeling gerelateerd zijn.
Neemt u bij voorkeur tijdens kantooruren contact op met uw verpleegkundig specialist via de contactgegevens of via ons algemene telefoonnummer.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.