Chemotherapie
Behandeling met eribuline (Halaven®)
Inleiding
Uw arts heeft met u besproken dat u een behandeling met chemotherapie krijgt.
In deze folder vindt u informatie over:
- Het behandelschema
- Informatie over de bijwerkingen van chemotherapie
- Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis
- Meer informatie
Uw arts en verpleegkundige(n) geven u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan iemand mee te nemen die u steunt en met u meeluistert tijdens de gesprekken.
Deze folder is een aanvulling op de mondelinge informatie. U kunt thuis alles nog eens rustig nalezen.
1. Het behandelschema
De kuur wordt in een 3-wekelijks schema gegeven op dag 1 en 8. Dag 15 hoeft u dus niet naar het ziekenhuis te komen. Iedere kuur kan in principe op de dagbehandeling gegeven worden.
Onderzoeken tijdens de kuur:
Voor elke kuur van start kan gaan wordt uw bloed gecontroleerd. Afhankelijk van deze uitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld. Op de start dag (dag1) van de kuur heeft u een afspraak met uw oncoloog. Daarin wordt de voortgang van de kuur en eventuele klachten besproken en eventueel worden aanpassingen gedaan aan de kuur of de medicatie daar omheen.
Behandelschema cytostatica
Cytos-tatica | Toedien-ingswijze | Dag van toedie-ning | Tijdstip van toedie-ning | Hoeveel-heid vloeistof bij infuus | Inloopsnelheid bij infuus |
Eribuline | Via infuus | Dag 1 en 8 | N.v.t. | 100 ml | 5 minuten |
2. Informatie over de bijwerkingen van chemotherapie
Door de chemotherapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere mensen weinig. Het optreden van bijwerkingen -en de mate waarin- zegt niets over het effect van de chemotherapiekuur op de ziekte. U ontvangt onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan. Bespreek altijd alle bijwerkingen of klachten met uw internist, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
De volgende bijwerkingen of veranderingen kunnen optreden bij uw kuur.
Bijwerkingen aan het beenmerg
Het gebruik van Eribuline heeft invloed op het beenmerg. In het beenmerg worden de voorlopers van onze bloedcellen gemaakt. Om deze invloed voor elke kuur te beoordelen, is het nodig dat er op de kuur dag een bloedafname plaatsvindt. De aanwezigheid van bloedplaatjes en/of afweercellen kan namelijk onder druk staan.
Bloedplaatjes zijn nodig bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, moet u uw internist, verpleegkundig specialist of verpleegkundige waarschuwen.
Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt regelmatig uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur wordt aangepast of dat de kuur een aantal dagen wordt uitgesteld.
Darmen
Cytostatica kunnen het slijmvlies van de darmen irriteren. Daardoor kunt u last krijgen van verstopping of van diarree. Hieronder staan een aantal punten waar u zelf rekening mee kunt houden wanneer u last krijgt van verstopping of diarree. Bespreek uw klachten altijd met uw internist, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. Soms krijgt u preventief medicatie om verstopping tegen te gaan.
U heeft last van verstopping als u minder dan eenmaal in de drie dagen ontlasting heeft of als de ontlasting hard is en de stoelgang pijnlijk is. Bij verstopping kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 1,5 - 2 liter vocht per 24 uur.
- Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding.
- Zorg voor voldoende beweging.
- Neem magnesiumoxide-tabletten in volgens voorschrift van uw internist.
- Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw internist of huisarts.
U heeft last van diarree als u vier tot zes keer per dag waterdunne ontlasting heeft. Bij deze klacht kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 1,5 - 2 liter vocht per 24 uur.
- Gebruik extra bouillon en/of tomatensoep.
- Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
- Heeft u langer dan 24 uur diarree en misselijkheid waardoor u niet kunt eten of drinken, neem dan contact op met uw internist of huisarts.
Hoofdpijn
Door de chemotherapiekuur of anti-misselijkheidsmedicatie die u krijgt, kunt u last krijgen van hoofdpijn. Dit kan gepaard gaan met een overgevoeligheid voor prikkels zoals licht en geluid.
- vermijd een prikkelrijke omgeving, zorg voor een rustige, eventuele verduisterde ruimte;
- probeer met koude kompressen de hoofdpijn te verlichten;
- gebruik paracetamol.
Schade aan het zenuwstelsel
Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel waardoor u last kunt krijgen van:
- een doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen;
- spierzwakte in armen of benen.
Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf niets doen om deze klachten tegen te gaan. Wel is het van belang de klachten aan uw internist te melden. De internist kan op basis daarvan de behandeling eventueel aanpassen.
Hand-voetsyndroom
Het hand-voetsyndroom is een huidreactie die in principe over het hele lichaam voor kan komen, maar meestal aan de handen en voeten optreedt. De meest voorkomende klachten zijn:
- roodheid;
- jeuk;
- pijn of gevoeligheid;
- zwelling;
- schilferen of vervellen van de huid.
Bij de meeste mensen zijn de symptomen mild van aard en verdwijnen binnen één of twee weken. In sommige gevallen zijn de symptomen ernstiger. Als u last krijgt van het hand-voetsyndroom kunt u zelf rekening houden met onderstaande punten:
- draag loszittende, comfortabele kleding en schoenen;
- vermijd blootstelling aan heet water;
- vermijd druk op de handpalmen of voetzolen, niet wringen, geen zware dingen dragen of langdurig staan of lopen;
- het gebruik van koelzalf kan de klacht verlichten.
Misselijkheid en braken
Deze kuur geeft geen of weinig klachten van misselijkheid. Mochten deze klachten toch op de voorgrond treden kunt u dit bij uw internist aangeven. Er wordt dan een medicijn voorgeschreven die de misselijkheid tegengaat.
Mondslijmvliesontsteking
De cytostatica kan het mondslijmvlies beschadigen. Daardoor kunnen er problemen ontstaan bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel.
Een goede mondverzorging tijdens de chemotherapiekuur is daarom belangrijk. U kunt al veel problemen voorkomen door na het eten de mond te spoelen met zout water.
Als u klachten heeft in de mond kan dit het verloop van uw behandeling met chemotherapie beïnvloeden. Daarom dient u deze klachten altijd te melden bij uw internist, longarts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Mondslijmvliesklachten kunnen op verschillende manieren tot uiting komen. Dit verschilt per persoon. U kunt last krijgen van de volgende klachten:
- droge mond;
- smaakverlies;
- gevoelige of pijnlijke mond;
- infecties;
- snel bloedend tandvlees.
U kunt de meeste van deze bijwerkingen zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks uw mond, zodat u uw klachten op tijd kunt aangeven.
Vermoeidheid
U zult merken dat u tijdens en na de chemotherapiekuur minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven. Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
- Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten.
- Als familie of vrienden hulp aanbieden, accepteer deze hulp dan. Zo kunt u zelf meer tijd en energie overhouden voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
- Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
- Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw internist, longarts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Haaruitval
Eribuline veroorzaakt haaruitval. Dit kan variëren tussen dunner wordend haar tot volledige haaruitval. Het haar komt terug als gestopt wordt met de behandeling. U kunt met uw behandelend arts en verpleegkundigen op de Dagbehandeling bespreken of u de toediening van Eribuline met hoofdhuidkoeling wilt laten verlopen om haaruitval te verminderen. Dit lukt niet altijd, daarom krijgt u voor het starten met Eribuline een machtiging voor een pruik aanvraag mee. Meer informatie kunt u vinden in de aparte folder die we over haaruitval hebben gemaakt.
3. Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis
Het kan zijn dat er situaties ontstaan waardoor het noodzakelijk is om direct of op korte termijn een zorgverlener in het ziekenhuis te waarschuwen.
Bij de volgende klachten moet u direct uw internist, longarts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige waarschuwen:
- blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich heeft gestoten;
- wanneer een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt;
- koorts boven 38,5 0C, met of zonder koude rillingen;
- verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.
Wanneer onderstaande klachten langer dan 24 uur aanhouden, moet u direct uw internist, longarts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige waarschuwen:
- bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (drie tot vier keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken;
- diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken;
- langer dan vier dagen geen ontlasting;
- bloed in de ontlasting of urine;
- verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid;
- kortademigheid;
- pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken;
- een pijnlijk, branderig gevoel bij het plassen;
- tintelingen of een verdoofd gevoel in uw vingertoppen en/of tenen;
- elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.