Excisie sarcoom en thierschplastiek

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over het verwijderen van een sarcoom, waarbij de wond wordt gesloten met behulp van een gedeelte van uw eigen huid (thierschplastiek). De volgende onderwerpen worden behandeld:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.

Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw telefonische afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren. Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

Tijdens de ingreep wordt de tumor met een marge gezond weefsel verwijderd. Omdat de grootte en de plaats van de tumor erg kunnen verschillen is er geen algemene beschrijving van de ingreep te geven.

Met behulp van een speciaal apparaat wordt een dunne laag van de huid van uw bovenbeen geschaafd. Dit stukje huid (thierschplastiek) wordt uitgerekt waardoor de oppervlakte vergroot wordt. Dit wordt op de wond geplaatst en aangedrukt door middel van een spons.

De duur van de ingreep kan variëren tussen de één en drie uur. De gemiddelde duur is ongeveer negentig minuten.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking, een nabloeding en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans dat de thierschplastiek niet goed aanslaat. Dit in het bijzonder wanneer het wondgebied van tevoren is bestraald. Het gezonde weefsel heeft dan minder weerstand om een ontsteking te lijf te gaan. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóór dat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek of telefonisch. Er wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.

2. De periode voor de ingreep

U wordt twee weken voordat de operatie plaats vindt gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg heeft u hierover geïnformeerd.

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen. De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog instrueert u over uw medicijngebruik.

Dag van opname

Afhankelijk van wat er met u is afgesproken wordt u één dag voor de ingreep óf op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:

  • De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. Tevens hoort u van hem of haar op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek.

Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw behandelend specialist.

  • De chirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de medisch specialist. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.

Operatiedag

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. Voor de operatie krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend. Ook krijgt u soms, afhankelijk van de locatie en de grootte van de tumor, een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraal katheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de operatie pijnbestrijding.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat. Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De chirurg komt regelmatig bij u langs.

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich doorgaans in de hand of arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd;
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep;
  • In sommige gevallen een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraal katheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot vijf dagen;
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine;
  • Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd. Dit is gemiddeld na twee tot vijf dagen.

Pijn

Met name de wond van de donorplaats (de plaats waar de huid is verwijderd voor bedekking van de wond) kan een branderige pijn veroorzaken. Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Dit is van belang voor uw herstel. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.

De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt pijnmedicatie via de epiduraalkatheter of via tabletten en/of zetpillen.

Misselijkheid

Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. Om ervoor te zorgen dat de thierschplastiek (donorhuid) zich hecht aan de wond, moet de wond zoveel mogelijk rust krijgen. De spons, die op de donorhuid zit, zorgt ervoor dat de huid goed op de wond aansluit. De spons blijft doorgaans een week zitten. Daarna zal deze door de chirurg verwijderd worden en wordt bekeken of de huid aan de wond gehecht is en de wondgenezing goed op gang is. De arts bepaalt hoe de wond verbonden zal worden en zal u vertellen in welke mate de wond belast mag worden. Op de plek waar de donorhuid verwijderd is, zit een wondverband. Het wondverband blijft net zolang zitten totdat het verband verzadigd is met wondvocht. Op deze manier geneest de wond het snelst.

Dit verband mag niet nat worden. U mag dus niet douchen.

Het gevoel van de huid rondom het litteken kan veranderd zijn door beschadiging van huidzenuwen. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. De chirurg bepaalt aan de hand van uw individuele situatie wanneer de hechtingen verwijderd mogen worden en of deze op de polikliniek of door de huisarts verwijderd moeten worden.

Mobiliteit en fysieke activiteit

De mate waarin u mag bewegen is afhankelijk van de plaats en grootte van de wond. De arts geeft hierover een voorschrift na de operatie. Indien de wond op uw been zit heeft u bedrust om de wondgenezing zoveel mogelijk te bevorderen. Als het wondverband verwijderd is door de arts bepaalt hij in welke mate u weer mag bewegen.

Stoelgang

Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Gebruik van vezelrijke voeding en een ruime vochtinname bevordert de darmwerking. Als het nodig is, schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het van belang dat uw voeding voldoende calorieën, eiwitten en vitaminen bevat. Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer drie tot 6 dagen het ziekenhuis verlaten. Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts. De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg. Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u een aantal adviezen meegeven:

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maag-beschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 tot 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.

Donorsite

Het verband (Mepilex) op de donorplaats kan maximaal vijf dagen blijven zitten. Indien het eerder verzadigd is, moet deze vervangen worden. Het verband mag niet nat worden, u kunt er dus niet mee onder de douche. Ongeveer acht dagen na de operatie kunt u de wond beoordelen. Is deze nog niet gesloten dan kunt u een Mepitel over de donorplaats aanbrengen met daaroverheen een gaasje. Mepitel is een siliconenverband dat niet verkleeft aan de wond.

Verschoon elke dag het gaasje. Het Mepitelverband mag twee á drie dagen op de wond blijven zitten. U mag er mee onder de douche. Indien het Mepitelverband eraf valt, moet u een nieuwe aanbrengen.

Als de wond droog is hoeft er geen verband meer op.

Houdt u de huid nog enkele weken soepel met bodylotion. Als u twijfelt neem dan contact op met de wondverpleegkundige.

Thierschplastiek

Als het huidtransplantaat mooi is ingegroeid, is het beter voor de genezing er geen verband op aan te brengen. De huid is daar nog kwetsbaar. Ter bescherming van het schuren van lakens of kleding kunt u een droog verband aanbrengen op het transplantaat. Indien het verband verkleefd is aan de wond maak het dan nat onder de douche. Trek nooit het verband eraf. Het huidje kan dan beschadigen. Dep het daarna voorzichtig droog en laat de wond zoveel mogelijk zonder verband.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • U heeft toenemende pijn aan de wond;
  • Er komt pus uit de wond;
  • U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundige, verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.

Stoelgang

In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Voeding

Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.

Vermoeidheid en activiteit

U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.

Voeding

Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Seksualiteit en intimiteit

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijke verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Revalidatie

Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.

U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener. Meer informatie vind u in de folder ‘ Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
  • Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle krijgen is;
  • Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
  • Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met de polikliniek. Buiten kantooruren neemt u contact op met het centrale nummer van het ziekenhuis.

Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur van de verpleegkundige poli, de Wond-, stoma-en continentieverpleegkundige en de verpleegkundige poli sarcoom. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

In geval van spoed kunt u ook buiten het spreekuur tussen 8.00-17.00 uur terecht.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload