Excisie sarcoom

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze informatie goed door te lezen. Als u na het lezen van deze informatie vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met de verpleegkundige op de polikliniek tijdens het telefonisch spreekuur (telefoonnummer: zie laatste pagina). Het is kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan wordt beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

1. De ingreep

Tijdens de ingreep wordt de tumor met een marge gezond weefsel verwijderd. Omdat de grootte en de plaats van de tumor erg kunnen verschillen, is er geen algemene beschrijving van de ingreep te geven. De duur van de ingreep kan variëren tussen de één en drie uur. De gemiddelde duur is ongeveer negentig minuten.

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een algemeen operatierisico zoals trombose (een stolsel in het bloedvat), een nabloeding en longontsteking. De belangrijkste complicatie bij deze ingreep is wondinfectie. Dit geldt in het bijzonder wanneer het wondgebied van tevoren is bestraald. Het gezonde weefsel heeft dan minder weerstand om een ontsteking te lijf te gaan. Hieronder worden de meest voorkomende complicaties genoemd:

  • Opengaan van de wond;
  • Nabloeding;
  • Abcesvorming.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek. Er wordt hiervoor bij uw ontslag een afspraak met u gemaakt.

2. De periode voor de ingreep

U wordt twee weken voordat de operatie plaats vindt gebeld door de afdeling Opname. Zij geven u de operatiedatum door. U krijgt tevens meer informatie over hoe laat en waar u zich in het ziekenhuis moet melden en over de verdere procedure.

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg heeft u hierover geïnformeerd.

Poliklinische voorbereiding: medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog instrueert u over uw medicijngebruik.

Dag van opname

Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage.

Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.

Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:

  • De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. Hij of zij bespreekt met u de door anesthesioloog voorgeschreven slaap- en premedicatie. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van u situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw behandelend specialist. 
  • De chirurg spreekt U meestal vlak voor de ingreep op de operatiekamer om met u na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep. Op dat moment worden ook nog een aantal controlevragen met U doorgenomen.

Voorbereiding op de dag van opname door u

De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de operatie krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend. Afhankelijk van de locatie en de grootte van de tumor krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraal katheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de operatie pijnbestrijding.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw behandelend specialist over het verloop van uw herstel. Uw specialist komt regelmatig bij u langs.

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich doorgaans in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
  • Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd. Dit is gemiddeld na twee tot vijf dagen.
  • Afhankelijk van uw situatie een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot zes dagen.
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt. Dit is gemiddeld na drie tot zes dagen.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Dit is van belang voor uw herstel. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. En in- en uit bed te komen. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt pijnmedicatie via de epiduraalkatheter of via tabletten en/of zetpillen.

Misselijkheid

Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en bij operaties aan de ledematen het verband, waarmee de wond is verbonden. Na een paar dagen wordt het verband verwijderd. De chirurg bepaalt aan de hand van uw individuele situatie of en zoja, wanneer de hechtingen verwijderd mogen worden en of deze op de polikliniek of door de huisarts verwijderd moeten worden. Indien de wond onderhuids is gehecht, hoeven er geen hechtingen te worden verwijderd.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

Mobiliteit en fysieke activiteit

De mate waarin u mag bewegen is afhankelijk van de plaats en grootte van de wond. De arts geeft hierover een voorschrift na de operatie. Indien de wond op uw been zit heeft u soms ook bedrust om de wondgenezing zoveel mogelijk te bevorderen. We streven naar meestal na zo snel mogelijk weer mobiel worden. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden.

Stoelgang

Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Vezelrijke voeding en een ruime vochtinname bevorderen de darmwerking.

Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het van belang dat uw voeding voldoende calorieën, eiwitten en vitaminen bevat.

Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.

Ademhaling

Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:

  • Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
  • Goede pijnbestrijding;
  • Ademhalingsoefeningen;
  • Het ophoesten van slijm;
  • Halfzittende houding in bed;
  • Niet te roken

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u hulp krijgen van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.

4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van de locatie en de grootte van de wond, uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer twee tot zes dagen het ziekenhuis verlaten. U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis (tenzij u behandeld wordt in dagbehandeling of als er nog zorgactiviteiten moeten plaatsvinden). Het is aan u om vervoer te regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of elders.

Als u ten gevolge van de ingreep thuis zorg nodig heeft, dan zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden. Mocht u huishoudelijke hulp willen dan moet u dit aanvragen bij uw eigen gemeente.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg. Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten. U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts of op de poli, afhankelijk van het voorschrift van de chirurg. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd. De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen. Dep de wond na afloop droog.

Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond.

Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met de huisarts of het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig en rood, warm of gezwollen;
  • U heeft toenemende pijn aan de wond;
  • Er komt pus uit de wond;
  • U heeft temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius.

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundige, verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.

Stoelgang

In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Voeding

Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.

Vermoeidheid

U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Activiteit

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).

De volgende voorschriften gelden alleen als u een buikoperatie heeft ondergaan:

U mag geen buikspieroefeningen doen. De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen. Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Seksualiteit en intimiteit

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijke verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met de polikliniek. Buiten kantooruren neemt u contact op met het centrale nummer van het ziekenhuis.

Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur van de verpleegkundige poli, de Wond-, stoma-en continentieverpleegkundige en de verpleegkundige poli sarcoom. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

In geval van spoed kunt u ook buiten het spreekuur tussen 8.00-17.00 uur terecht.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload