FLOT
Klinisch of poliklinisch
Inleiding
Uw arts heeft met u besproken dat u een behandeling met chemotherapie zult krijgen.
In dit document vindt u informatie over:
- De behandeling
- Informatie over de bijwerkingen van chemotherapie
- Na de behandeling
- Wanneer moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis
- Bereikbaarheid en telefoonnummers
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de behandeling. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat u zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.
Deze informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie die u gekregen heeft. U kunt thuis alles nog eens rustig nalezen.
Bijlage: maatregelen thuis tijdens en na de behandeling met chemotherapie
1. De behandeling
De medicamenten die toegediend worden zijn:
Medicament | Dag | Toedieningswijze | Tijdsduur |
Docetaxel | Dag 1 | Infuus | 1 uur |
Oxaliplatin | Dag 1 | Infuus | 2 uur |
Folinezuur | Dag 1 | Infuus | 15 minuten |
5-FU | Dag 1 | Infuus | 24 uur continu * |
*In het ziekenhuis of poliklinisch via een elastomeerpomp / folfusor en een PICC of armpoort.
De volgende kuur start 2 weken na kuur 1 (2 wekelijks).
Toediening:
- Deze kuur wordt klinisch (tijdens een opname in het ziekenhuis) of poliklinisch gegeven. Uw bloed wordt regelmatig gecontroleerd. Afhankelijk van de uitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.
- Voor de poliklinische toediening van de cytostatica wordt een infuus aangebracht via een PICC of armpoort. Ook de folfusor wordt aangesloten op de PICC of armpoort. Op dag 2 wordt de kuur beëindigd en wordt de folfusor afgekoppeld.
Specifieke maatregelen:
- Tijdens de 1e en 2e toediening van de docetaxel zullen regelmatig pols en bloeddruk controles gedaan worden voor het geval de overgevoeligheidsreactie toch optreedt.
- Het wordt afgeraden om 24 uur voor en na de toediening van deze kuur visolie te gebruiken. Het eten van vette vis is wel toegestaan.
Het behandelschema
Er is met u besproken op welke afdeling en op welk tijdstip u verwacht wordt. U kunt uw afspraak controleren in uw digitale patiëntenportaal MijnAVL.
2. Informatie over de bijwerkingen van chemotherapie
Door de chemotherapie kunnen bijwerkingen optreden. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, andere mensen weinig. Het optreden van bijwerkingen en de mate waarin, zegt niets over het effect van de chemotherapiekuur op de ziekte. Bespreek altijd alle bijwerkingen of klachten met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. U ontvangt onderstaande informatie, zodat u bij eventuele bijwerkingen weet hoe u er het beste mee om kunt gaan.
Bijwerkingen aan het beenmerg
In het beenmerg worden rode bloedcellen (erytrocyten), witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) gemaakt. Cytostatica remmen de aanmaak van deze cellen, waardoor er tijdelijk te weinig bloedcellen aanwezig zijn.
Bloedarmoede
Rode bloedcellen zorgen ervoor dat de ingeademde zuurstof door het hele lichaam wordt vervoerd. Een verminderd aantal rode bloedcellen veroorzaakt bloedarmoede. Hierdoor kunt u extra vermoeid zijn. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
Extra vitaminen en/of ijzertabletten hebben meestal geen invloed op het herstel van het beenmerg.
Leukopenie
Witte bloedcellen beschermen u tegen infecties. Door een verminderd aantal witte bloedlichaampjes heeft u een verhoogd risico op infectie. Als u koorts krijgt (temperatuur 38,5 graden of hoger), waarschuw dan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Trombocytopenie
Bloedplaatjes zijn nodig bij de bloedstolling. Een verminderd aantal bloedplaatjes geeft een verhoogd risico op blauwe plekken, bloedneuzen, bloedend tandvlees en een verhevigde menstruatie. Bij het ontstaan van blauwe plekken en/of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, waarschuw dan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Het aantal bloedcellen is bepalend voor het al dan niet doorgaan van de behandeling. Daarom wordt regelmatig uw bloed gecontroleerd. Als de bloedwaarden afwijkend zijn, kan het voorkomen dat de dosering van de kuur wordt aangepast of dat de kuur een aantal dagen wordt uitgesteld.
Darmen
Cytostatica kunnen het slijmvlies van de darmen irriteren. Daardoor kunt u last krijgen van verstopping of van diarree. Ook de medicatie die u tegen de misselijkheid krijgt, zoals granisetron en/of aprepitant kan obstipatie veroorzaken. Bespreek uw klachten altijd met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige. Soms krijgt u preventief medicatie om verstopping tegen te gaan.
Verstopping
U heeft last van verstopping als u minder dan eenmaal in de drie dagen ontlasting heeft of als de ontlasting hard is en de stoelgang pijnlijk is. Bij verstopping kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
- Vraag de diëtiste om advies over vezelrijke voeding.
- Zorg voor voldoende beweging.
- Neem de macrogolzakjes in volgens voorschrift van uw internist.
Heeft u langer dan vier dagen geen ontlasting gehad, neem dan contact op met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Diarree
U heeft last van aanhoudende diarree als u vier tot zes keer per dag waterdunne ontlasting heeft. Bij deze klacht kunt u de volgende adviezen opvolgen:
- Zorg dat u voldoende blijft drinken of sondevoeding blijft gebruiken. Streef naar minimaal 2 liter vocht per 24 uur.
- Gebruik extra bouillon en/of (tomaten)soep.
- Eet regelmatig kleine maaltijden en vermijd laxerende en gasvormende producten, zoals kool, prei, ui, specerijen en citrusfruit.
- Heeft u langer dan 24 uur diarree en misselijkheid waardoor u niet kunt eten of drinken, neem dan contact op met uw behandelend arts of huisarts.
Grieperig gevoel
Door de chemotherapiekuur kunt u een grieperig gevoel krijgen. Dit kan gepaard gaan met de volgende klachten: algehele malaise, koorts, hoofdpijn, spierpijn en pijn in de botten. Het begint enige uren na de toediening van de cytostatica en houdt meestal niet langer dan één tot twee dagen aan.
Na overleg met uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kunt u een paracetamol nemen ter bestrijding van de hoofdpijn, spierpijn en pijn in de botten.
Haaruitval
De chemotherapiekuur die u krijgt, veroorzaakt haaruitval. Dit begint ongeveer drie tot vier weken na de start van de chemotherapiekuur. De hoofdhuid kan ook gevoelig of zelfs pijnlijk worden. Niet alleen uw hoofdhaar, maar ook overige lichaamsbeharing kan uitvallen. In alle gevallen is de haaruitval tijdelijk. U kunt overwegen een haarwerk te nemen. Een pet, hoed, sjaal of muts kunnen een goed alternatief of een goede afwisseling zijn. Een deel van de kosten voor een haarwerk wordt vergoed door de zorgverzekeraar. U heeft hiervoor een machtiging nodig. Deze kan de verpleegkundige voor u uitschrijven.
In het Centrum Patiënteninformatie kunt u meer informatie krijgen over haaruitval en hoofdbedekking. Hier vindt u ook informatie over de workshop uiterlijke verzorging van de Stichting Look Good Feel Better.
Hoofdhuidkoeling
Om haaruitval eventueel te verminderen of te voorkomen, kan hoofdhuidkoeling worden aangeboden. Door tijdens de toediening van chemotherapie de hoofdhuid te koelen, ontstaat bloedvatvernauwing in de hoofdhuid, waardoor er minder aanbod van chemotherapie bij de haarwortel komt. Haaruitval zal niet altijd volledig voorkomen kunnen worden, ook de conditie van het haar kan achteruit gaan of het kan dunner worden. De verpleegkundig kan u vertellen hoeveel kans u heeft op haarbehoud bij hoofdhuidkoeling. Als u gebruik maakt van de hoofdhuidkoeler bent u op de dag van de chemotherapie ongeveer twee uur langer op de dagbehandeling.
Advies: Indien u hierin geïnteresseerd bent, is het belangrijk dit in een vroeg stadium aan te geven aan de arts of verpleegkundig specialist, nog voor start van de eerste kuur.
Handvoetsyndroom
- Tijdens gebruik van 5FU kunnen de handpalmen en voetzolen pijnlijk worden en rood (Handvoetsyndroom).
- Vermijd het dragen van knellende schoenen.
- Vermijd langdurige druk op handpalmen of voetzolen (bijvoorbeeld langer dan een uur zware tassen dragen, langer dan twee uur lopen zonder pauze, zeer langdurig staan.
- Indien het mild is en optreedt na afloop van de kuur, arts melden als u aan de volgende kuur moet beginnen.
- Voedende zalf en crème kan verlichting geven van de klachten.
Huid
Om een droge huid, uitslag of jeuk als gevolg van de chemotherapiekuur zoveel mogelijk te voorkomen, adviseren wij u rekening te houden met de volgende punten:
- Draag geen knellende kleding en liefst kleding gemaakt van natuurlijke stoffen.
- Gebruik liever geen zeep tijdens het baden of douchen en gebruik bij voorkeur lauwwarm water. U kunt in plaats van zeep, bad- of douche-olie gebruiken.
- Smeer de huid dagelijks in met een hydraterende en ongeparfumeerde lotion of crème.
- Probeer felle zon te vermijden. Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger).
- Geef jeukklachten aan bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige; u krijgt dan een koelzalf tegen de jeuk.
Huidverkleuring
Klachten bij verkleuring kunnen zijn:
- het ontstaan van donkere vlekjes door extra pigment in de huid;
- donkere verkleuring van de bloedvaten waar het infuus in heeft gezeten;
- donkerder worden van de handlijnen en nagels.
Deze afwijkingen kunnen maanden zichtbaar zijn, maar verdwijnen meestal weer.
Probeer felle zon te vermijden. Gebruik altijd een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor (factor 30 of hoger).
Reactie op insteekopening van het infuus
Door de chemotherapiekuur kan op de plaats van de insteekopening van het infuus een ongewenste zwelling, roodheid, irritatie van het bloedvat of verkleuring van de huid ontstaan.
Interactie met andere medicatie:
- Overleg over het gebruik van medicatie en/of voedingssupplementen met uw behandelend arts.
- Als u incidenteel een pijnstiller wilt gebruiken, neem dan bij voorkeur paracetamol. Bij regelmatige of langdurige pijnklachten overleggen met uw arts.
Menstruatiestoornis
Cytostatica kunnen veranderingen teweegbrengen in het patroon van de menstruatie. Dit wisselt van ‘een keer overslaan’ tot het geheel verdwijnen van de menstruatie. Het kan zijn dat u vervroegd in de overgang komt met alle klachten die daarbij passen.
Na het beëindigen van de chemotherapie kan de menstruatie terugkomen. Indien bovenstaande klachten zich voordoen, kunt u hierover informatie krijgen van uw verpleegkundig specialist.
Misselijkheid en braken
Na toediening van de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van misselijkheid. De ernst en duur van de misselijkheid hangt af van de soort en dosis cytostatica die u krijgt. De gevoeligheid voor deze bijwerking varieert per persoon.
Misselijkheid is moeilijk te behandelen maar goed te voorkomen. Daarom is het belangrijk om medicatie tegen misselijkheid op de dag van de kuur in te nemen. U krijgt voorafgaand aan het toedienen van de chemotherapiekuur medicatie voorgeschreven om misselijkheid en braken te voorkomen.
Vraag voor meer informatie naar de folder ‘Medicijnen tegen misselijkheid’ bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Mondslijmvliesontsteking
De cytostatica kan het mondslijmvlies beschadigen. Daardoor kunnen er problemen ontstaan bij de tanden, het tandvlees, het zachte en harde gehemelte, het wangslijmvlies, de tong, de lippen en het speeksel.
Een goede mondverzorging tijdens de chemotherapiekuur is daarom belangrijk. U kunt al veel problemen voorkomen door uw mond 6 tot 10 keer per dag te spoelen met zout water.
De zoutoplossing kun u zelf maken. Los 1 afgestreken eetlepel zout (= 9 gram) op in één liter lauw (evt. gekookt) water. Indien u misselijk wordt van deze zoutoplossing, maakt u dan een oplossing van één liter lauw water waarin u één theelepel zout met één theelepel bakpoeder (natriumbicarbonaat) oplost. Maak iedere dag een verse oplossing. Verwijder indien van toepassing bij het spoelen uw gebitsprothese(n).
Als u klachten heeft in de mond kan dit het verloop van uw behandeling met chemotherapie beïnvloeden. Daarom dient u deze klachten altijd te melden bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Mondslijmvliesklachten kunnen op verschillende manieren tot uiting komen. Dit verschilt per persoon. U kunt last krijgen van de volgende klachten:
- droge mond;
- smaakverlies;
- gevoelige of pijnlijke mond;
- infecties;
- snel bloedend tandvlees.
U kunt de meeste van deze bijwerkingen zelf zien of voelen. Bekijk en inspecteer daarom dagelijks uw mond, zodat u tijdig uw klachten kunt aangeven.
Vraag voor meer informatie naar de folder ‘Mondverzorging’ bij uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Nagelafwijkingen
Door de chemotherapiekuur kan de groei van de nagels worden vertraagd of verstoord. De nagels kunnen de volgende veranderingen vertonen:
- afname groei;
- splijten, breken of loslaten;
- droger, brozer of zachter worden;
- witte lijnen op nagelbed.
De veranderingen ontstaan heel geleidelijk en verdwijnen meestal ook weer langzaam na de behandeling. Deze bijwerkingen zijn niet altijd te voorkomen, maar u kunt wel zelf rekening houden met de volgende punten:
- Houd vinger- en teennagels kort. Goede nagelverzorging voorkomt infecties.
- Het vijlen van de nagels kan het beste in één richting gebeuren, omdat bij het heen-en-weer-vijlen de nagels kunnen splijten.
- Het gebruik van kunstnagels wordt afgeraden, omdat de lijm de nagels kan beschadigen.
- U kunt wel speciale nagelverhardende nagellak gebruiken.
- U mag geen acetonhoudende nagellakremover gebruiken.
- U kunt ook pleisters om de nagels plakken om te helpen voorkomen dat uw nagels voortdurend blijven haken. Zorg dat het plakkende deel van de pleister niet op de nagel komt en vervang de pleister dagelijks.
Ogen
Door uitdroging van uw oogslijmvlies kunnen uw ogen gaan irriteren. U merkt dit aan rode, pijnlijke of tranende ogen. Dit gaat vanzelf weer over. Tijdens de behandeling adviseren wij u rekening te houden met de volgende punten:
- Het dragen van contactlenzen wordt afgeraden.
- Lees met voldoende achtergrondverlichting en neem voldoende afstand van de televisie.
- Gun uw ogen rust door ze regelmatig voor korte tijd te sluiten.
- Vraag eventueel aan uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige oogdruppels als u last heeft van droge ogen.
Overgevoeligheid of allergische reactie tijdens toediening
Cytostatica en/of de vloeistof waarin deze worden opgelost, leiden soms tot een allergische reactie. Een allergische reactie begint vaak met:
- roodheid en huiduitslag, soms ook jeuk over het hele lichaam;
- verwijding van de bloedvaten.
Een allergische reactie treedt meestal op tijdens de toediening. Als dit gebeurt, kunnen de volgende verschijnselen optreden:
- bleekheid of juist roodheid;
- gezwollen oogleden en een opgezet gezicht;
- beklemmend gevoel op de borst;
- duizeligheid en bloeddrukdaling;
- rillen;
- misselijkheid en darmkrampen;
- kortademigheid;
- prikkelingen in neus
- gevoel van onrust
- rugpijn.
De klachten verdwijnen na het beëindigen van de chemotherapiekuur. Wanneer u tijdens de toediening last krijgt van één of meer van de bovenstaande verschijnselen, meld dit dan meteen aan de verpleegkundige. Bij deze klachten wordt de toediening tijdelijk onderbroken of gestopt en u krijgt indien nodig medicijnen toegediend om de verschijnselen te bestrijden. Als u thuis ook last heeft gehad van een van deze klachten meld dit dan aan de verpleegkundige bij opname voor de volgende kuur.
Schade aan het zenuwstelsel
Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel waardoor u last kunt krijgen van:
- een doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen in de keelholte of op het gelaat;
- spierzwakte in armen of benen.
Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf niets doen om deze klachten tegen te gaan. Het is van belang dat u deze klachten in een vroeg stadium meldt. De arts kan op basis daarvan de behandeling eventueel aanpassen.
Seksualiteit
Veel mensen ervaren een grote behoefte aan lichamelijke warmte, tederheid en intimiteit maar hebben tijdens de chemotherapiekuur minder zin in seksueel contact. Dit kan mede worden veroorzaakt door een aantal lichamelijke klachten als gevolg van de chemotherapiekuur, zoals een drogere vagina.
Als deze klacht zich voordoet, kunt u tijdens seksueel contact een glijmiddel gebruiken. Aarzel niet om problemen op het gebied van seksualiteit te bespreken met uw specialist of verpleegkundige. U kunt in het Antoni van Leeuwenhoek terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Meer informatie en het boekje ‘80 vragen over kanker en seksualiteit’ vindt u bij het Centrum Patiënteninformatie.
Smaakverandering
Door de chemotherapiekuur kunt u last krijgen van smaakverandering of smaakvermindering. Smaakverandering of - vermindering kan leiden tot verminderde eetlust.
- Wanneer u voldoende drinkt, minimaal 2 liter per dag, voorkomt u uitdroging en treedt een vieze smaak minder snel op. Bovendien zorgt u er zo ook voor dat de nieren alle afvalstoffen kunnen afvoeren.
- Voeding die u eerst aangenaam vond, smaakt nu misschien niet meer. En voeding die u normaal gesproken niet aangenaam vond, smaakt u nu misschien juist wel. Experimenteer zoveel mogelijk met voeding om uit te vinden welke voeding het beste bij uw veranderde smaak past.
- Als u weinig smaak heeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
Vermoeidheid
U zult merken dat u tijdens en na de chemotherapiekuur minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en meer moeite heeft met concentreren. De oorzaken van vermoeidheid bij kanker en chemotherapie zijn complex en kunnen ook niet altijd worden achterhaald.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven. Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag. Bouw rustmomenten in.
- Maak onderscheid tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Stel prioriteiten.
- Als familie of vrienden hulp aanbieden, accepteer deze hulp dan. Zo kunt u zelf meer tijd en energie overhouden voor de dingen die u leuk of belangrijk vindt.
- Probeer uw conditie op peil te houden door in beweging te blijven. Wandelen is bij uitstek een geschikte activiteit. Hoe beter uw lichamelijke conditie, hoe minder snel u moe bent en hoe sneller u herstelt als u moe bent.
- Heeft u last van vermoeidheid, bespreek dit dan met uw behandeld arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige.
Vruchtbaarheid
Chemotherapie kan zorgen voor blijvende onvruchtbaarheid. Vraag uw internist eventueel naar mogelijkheden om uw sperma in te vriezen of uw eicellen te bewaren.
Daarnaast kan cytostatica bij een zwangerschap aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor vrouwelijke en mannelijke patiënten om, tijdens en een bepaalde tijd na de behandeling met chemotherapie, anticonceptie te gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en de duur waarvoor ze gelden met uw behandelend arts. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Als u het vermoeden hebt dat u zwanger bent, breng uw arts dan direct op de hoogte.
3. Na de behandeling
Als de chemotherapiekuur is afgerond, blijft u nog een periode onder controle. Afhankelijk van de soort kanker en de behandeling die u hebt gehad, kan dat vijf jaar, tien jaar of uw hele verdere leven zijn. Uw arts bespreekt met u wanneer en hoe lang u terugkomt in de polikliniek voor controle en welke onderzoeken er tijdens de controle worden uitgevoerd. Laat u goed voorlichten waarop u wordt onderzocht, vraag wanneer u de uitslag krijgt en op welke manier.
Als u zich tussentijds onzeker voelt of ongerust maakt over een bepaalde klacht of lichamelijk verschijnsel en bang bent dat de kanker is teruggekomen, neem dan contact met ons op.
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Meer informatie over revalidatie en werkhervatting kunt u krijgen bij ons Centrum Patiënteninformatie.
Klachten
Na het beëindigen van de chemotherapiekuur kunt u nog met veel klachten als gevolg van de behandeling met chemotherapie zitten. Sommige klachten zijn tijdelijk en zullen heel geleidelijk verminderen. Andere klachten kunnen permanent zijn. Bespreek het met uw behandeld arts als u hierover meer informatie wilt hebben.
Lange termijnklachten
Naarmate u meer last heeft van een klacht, zal de impact op de kwaliteit van uw leven groter zijn. Ook na de behandeling willen wij samen met u proberen deze klachten te verhelpen, tot een minimum te beperken of deze in te passen in uw leven.
Concentratieverlies
Het komt voor dat de concentratie achteruit is gegaan na behandeling van kanker. De oorzaak hiervan is niet helemaal duidelijk. Er zijn verschillende factoren van invloed, chemotherapie kan een medeoorzaak zijn. Er wordt onderzoek gedaan naar de oorzaken en hoe hiermee om te gaan. Voor informatie hierover kunt u terecht bij het Centrum Patienteninformatie.
Droge mond/slijmvorming
U kunt langere tijd na de behandeling last houden van een droge(re) mond. Door een veranderde samenstelling of lagere productie van speeksel kunt u meer moeite hebben met spreken en slikken.
Schade aan het zenuwstelsel
Cytostatica kunnen schade toebrengen aan het zenuwstelsel waardoor u last kunt krijgen van:
- een doof, slapend, tintelend of branderig gevoel in de vingertoppen, vingers en/of tenen;
- spierzwakte in armen of benen.
Deze klachten kunnen dagen tot weken na de aanvang van de chemotherapie optreden. De klachten verdwijnen meestal na enkele maanden, maar kunnen ook blijvend zijn. U kunt zelf niets doen om deze klachten tegen te gaan. Het is wel van belang de klachten aan uw behandelend arts te melden. De arts kan op basis daarvan de behandeling eventueel aanpassen.
Vermoeidheid
Bij een deel van de patiënten veroorzaakt chemotherapie op langere termijn vermoeidheid. Waardoor dit komt, is onbekend. Dit lijkt moeilijk te beïnvloeden of te behandelen. Veel rusten blijkt niet te helpen, maar conditieverbetering wel. Hoe beter de lichamelijke conditie is dankzij activiteiten in de buitenlucht, hoe beter iemand bestand is tegen de vermoeidheid. Vraag informatie aan de verpleegkundige over de verschillende revalidatieprogramma’s voor kankerpatiënten.
4. Wanneer moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis
Het kan zijn dat er situaties ontstaan waardoor het noodzakelijk is om direct of op korte termijn een zorgverlener in het ziekenhuis te waarschuwen.
Bij de volgende klachten dient u direct uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige te waarschuwen.
- blauwe plekken, zonder dat u bent gevallen of zich heeft gestoten;
- wanneer een bloedneus of het bloeden van een wondje langer dan een half uur aanhoudt;
- koorts boven 38,5 graden, met of zonder koude rillingen;
- verminderd gevoel, verminderde kracht of tinteling in armen of benen.
Wanneer onderstaande klachten langer dan 24 uur aanhouden, dient u direct uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige te waarschuwen.
- bij aanhoudende misselijkheid en/of braken (drie tot vier keer per dag), ondanks het gebruik van medicijnen tegen misselijkheid en/of braken;
- diarree (vier tot zes keer per dag en waterdun) die langer duurt dan 24 uur, gepaard met misselijkheid, waardoor u ook niet kunt eten of drinken;
- langer dan vier dagen geen ontlasting;
- hevige menstruatie;
- bloed in de ontlasting of urine;
- verschijnselen die kunnen duiden op bloedarmoede, zoals vermoeidheid, hartkloppingen en duizeligheid;
- kortademigheid;
- pijnlijke plekjes in uw mond en moeite met slikken, waardoor u niet kunt eten of drinken;
- een pijnlijk, branderig gevoel bij het plassen;
- elk nieuw verschijnsel waarvan u vermoedt dat het in verband staat met uw behandeling.
De bereikbaarheid van de zorgverleners vindt u in de tabel in hoofdstuk 5.
5. Bereikbaarheid en telefoonnummers
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd.
Indien u contact met ons opneemt, houdt u dan uw patiëntgegevens bij de hand.







Interessante websites
Ondergenoemde websites kunnen voor u relevante informatie bevatten.
www.avl.nl
www.kwf.nl
www.kanker.nl
www.diagnose-kanker.nl
www.lookgoodfeelbetter.nl
oktober 2024
Bijlage: maatregelen tijdens en na de behandeling met chemotherapie
Hieronder vindt u adviezen over beschermende maatregelen in de thuissituatie na de chemotherapiekuur. Resten van de cytostatica die u toegediend heeft gekregen, kunnen tot ongeveer ……….dagen na het toedienen van de kuur in uw lichaam aanwezig zijn.
Binnen die periode worden ze in het lichaam afgebroken en in geringe hoeveelheden afgevoerd via de uitscheidingsproducten: urine, ontlasting, wondvocht, transpiratie, speeksel en braaksel.
Omdat u thuis slechts korte tijd in aanraking komt met cytostatica(resten), zijn de risico’s voor u en uw naasten heel klein. Het is toch belangrijk uw familie en de bij u betrokken hulpverleners, van bijvoorbeeld de thuiszorgorganisatie, te melden dat u behandeld wordt met cytostatica en hen op de hoogte te stellen van onderstaande maatregelen. Met het opvolgen van deze maatregelen kunt u de risico’s tot een minimum beperken en hoeft u zich niet nodeloos ongerust te maken.
Naam cytostaticum | Het aantal dagen na de laatste toediening dat er nog resten van dit cytostaticum in uw uitscheidingsproducten zitten |
dagen | |
dagen | |
dagen |
Wegwerphandschoenen
Bij contact met urine, ontlasting en braaksel adviseren wij degenen die de patiënt verzorgen/helpen, om wegwerphandschoenen te dragen. Dit geldt ook voor schoonmaakwerkzaamheden rond uitscheidingsproducten en contact met wasgoed.
- Toilet en was-/badgelegenheid kunt u tenminste één keer per week en na braken schoonmaken met een gewone zeepoplossing (allesreiniger).
- Indien de vloer of de vloerbedekking bevuild is met braaksel, urine of andere lichaamsvloeistoffen kunt u deze schoonmaken met een gewone zeepoplossing.
Wasgoed
Voor wasgoed dat in aanraking is gekomen met urine, ontlasting, braaksel of ernstige transpiratie adviseren wij de volgende stappen:
- Verzamel het wasgoed in een aparte, goed afsluitbare plastic zak.
- Gebruik eerst een koud spoelprogramma voor alleen de zichtbaar ‘besmette’ kleding of beddengoed, dus geen ander wasgoed toevoegen.
- Daarna een wasprogramma (inclusief een voorwas) dat geschikt is voor het materiaal. Hierbij mag u ander wasgoed toevoegen.
Urine en ontlasting
- Ook mannen moeten zittend urineren, dit veroorzaakt minder spatten.
- Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met gesloten deksel.
- Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier.
- Was de handen na toiletgebruik.
- Als de patiënt een blaaskatheter heeft, adviseren wij u dagelijks de opvangzak te verwisselen. De opvangzak kunt u (in verband met mogelijke lekkage) in een dubbele plastic zak doen en daarna met het huisvuil weggooien.
- Een urinaal of ondersteek spoelt u na gebruik, eerst om met koud water. Vervolgens reinigt u deze met een gewone zeepoplossing.
- Alle uitscheidingsproducten kunnen via het riool worden afgevoerd.
Braaksel
De maatregelen bij het omgaan met braaksel zijn hetzelfde als bij ontlasting en urine. Leg een handdoek of wegwerponderlegger op uw kussen als u misselijk bent of denkt te zullen braken.
- Braaksel mag u weggooien in het toilet.
- Verwijder eventuele druppels op de bril, deppend en met droog toiletpapier.
- Spoel het toilet na gebruik tweemaal door met het deksel dicht.
- Maak bij braken, indien mogelijk, gebruik van het toilet. Als dit niet mogelijk is, gebruik dan zoveel mogelijk wegwerpmateriaal. Denk hierbij aan een plastic draagtas in een emmer. Gooi de draagtas wel direct na gebruik weg in een aparte, dubbele plastic vuilniszak om lekkage te voorkomen.
- Was de handen na het braken en/of het opruimen van het braaksel.
Afval
Afvalmaterialen zoals bijvoorbeeld luiers, incontinentiemateriaal, bakjes met braaksel of stomamateriaal kunt u verzamelen in een plastic zak. Doe daar nog een extra plastic zak omheen om het risico op lekken te voorkomen. Gooi het vervolgens weg met het huisvuil.
Overige gebruikte materialen
Voor gebruik van bestek, serviesgoed en andere gebruiksartikelen hoeft u geen speciale maatregelen te nemen.
Intimiteit en seksualiteit
Veel vragen gaan over intiem contact, zoals knuffelen of het geven van een zoen. Zover men weet, leidt dit niet tot schadelijke effecten. U hoeft intimiteit en lichamelijk contact niet te mijden.Het is niet bekend of, en in welke mate cytostatica opgenomen worden in het sperma of het slijmvlies van de vagina. Gebruik daarom, gedurende de risicoperiode, bij het vrijen een condoom.
Voorkomen van zwangerschap
Cytostatica kunnen aangeboren afwijkingen veroorzaken. Het is daarom raadzaam voor zowel vrouwelijke als mannelijke patiënten om tijdens en na de behandeling met chemotherapie anticonceptie te gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. Bespreek de anticonceptiemaatregelen en hoelang deze toegepast moeten worden met uw behandelend arts. Over het algemeen is het advies minstens een periode van een half jaar aan te houden. Als u het vermoeden hebt dat u zwanger bent, breng dan direct uw behandelend arts op de hoogte.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.