fysiotherapie na een perfusie aan de arm

Inhoudsopgave

  • Inleiding
  • De voorbereiding op uw operatie
  • Oefeningen na de operatie
  • Ademhalingsoefeningen
  • Adviezen
  • Oedeem
  • Ontslag

Inleiding

Deze folder gaat over fysiotherapie na een perfusie aan de arm,eventueel in combinatie met het verwijderen van de lymfeklieren uit de oksel. Na deze ingreep is het om de volgende redenen belangrijk dat u zo snel mogelijk start met mobiliseren en specifieke oefeningen:

  1. Na een perfusie kan er, op basis van oedeemvorming en/of spierverkorting, een bewegingsbeperking van de vingers, pols, elleboog en/of schouder ontstaan.
  2. Oefenen/bewegen kan helpen om de beweeglijkheid van de arm te onderhouden of te verbeteren.
  3. Ter preventie van complicaties aan de luchtwegen en longen. Een goede ventilatie van de longen middels ademhalingsoefeningen is belangrijk.
  4. Ter bestrijding van lymfoedeem. Wanneer u op de langere termijn lymfoedeem in uw arm krijgt, kunt u met bepaalde oefeningen de afvoer van het vocht bevorderen.

Specifieke oefeningen voor bovenstaande vindt u verderop. Daarnaast vindt u in deze folder informatie ter voorbereiding op uw operatie.

De voorbereiding op uw operatie

Een goede lichamelijke conditie voorafgaand aan uw operatie is van groot belang. Het kan bijdragen aan een sneller en gemakkelijker herstel. Daarnaast maakt het de kans op complicaties kleiner.

Zowel uw behandeling als de ziekte zelf kunnen aanleiding geven tot conditieverlies en langdurige vermoeidheid. Bewegen heeft hier een positieve invloed op. Wij raden u aan om lichamelijk actief te worden of te blijven tijdens de periode dat u moet wachten voor de operatie. Een goede conditie bereikt u door gezonde voeding te gebruiken en voldoende te bewegen.

Beweging

Het advies is om minimaal te voldoen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Deze norm houdt in: matig of zwaar intensieve inspanning minimaal 150 minuten per week, verspreid over diverse dagen, 2x per week spierversterkende oefeningen en voorkom veel stilzitten.

Matig intensief bewegen: dit zijn activiteiten waarbij u het na een tijdje een beetje warm krijgt en uw hartslag iets omhoog gaat. Tijdens het bewegen moet u nog een gesprek kunnen voeren.

Voorbeelden zijn stevig wandelen (5 km per uur), fietsen (16 km per uur), zwemmen, krachttraining of zware klussen zoals de auto wassen of de tuin harken.

Intensief bewegen: uw hartslag gaat nog verder omhoog, u gaat waarschijnlijk transpireren, raakt buiten adem en praten wordt lastig. Voorbeelden zijn aerobics, hardlopen, wielrennen, cardiotraining op bijvoorbeeld de crosstrainer of roeimachine.

Hiernaast is het advies om minimaal 2x per week spierversterkende oefeningen te doen.

Oefeningen die u bijvoorbeeld zou kunnen doen:

1) Squat bij een stoel

Sta rechtop met een stoel achter u. Buig uw knieën, duw uw billen naar achter en leun met uw lichaam naar voren. Kom zo dicht mogelijk bij de stoel zonder te gaan zitten. Let op dat u uw rug continue recht houdt. Herhaal de oefening.




2) Step-up op de trap

Ga voor de trap staan, met uw gezicht richting de trap. Stap met een been op de eerste traptreden en zet de andere erbij. Stap vervolgens weer terug naar achter. Herhaal 8-12 keer met hetzelfde been en wissel vervolgens.



3) Bruggetje

Ga op uw rug liggen met de knieën gebogen. Til uw bekken omhoog en houdt de armen en schouders op de grond. Span de buikspieren tijdens de oefening aan door uw navel een beetje in te trekken. Houdt deze stand voor een aantal seconden vast. Herhaal de oefening.



4) Biceps
Sta rechtop met een gewichtje (of flesje water) in elke hand. Houdt uw ellebogen dichtbij uw bovenlichaam. Breng de gewichtjes naar boven richting uw schouders door de biceps aan te spannen. Laat vervolgens de gewichtjes langzaam en gecontroleerd weer zakken tot de beginpositie en herhaal.

5) Opdrukken tegen de muur

Ga voor een muur staan met de tenen 30 cm of meer van de muur vandaan. Plaats uw handpalmen tegen de muur op schouderbreedte. Buig uw ellebogen en laat uw borst naar de muur zakken. Zorg ervoor dat uw lichaam in een rechte lijn blijft. Strek vervolgens de armen weer en herhaal.

Intensiteit per oefening:

2 series van 8-12 herhalingen.

Doe geen oefeningen die pijn doen of als u twijfelt of u de oefening mag doen.

Starten met bewegen

Het startpunt van lichamelijke activiteit vóór de operatie is voor iedereen anders. Probeer de lichamelijke activiteit op te bouwen naar 30 minuten.

Start altijd met een warming-up van 5 minuten om uw hart en spieren voor te bereiden. Daarnaast is het raadzaam af te sluiten met een cooling-down.

Tips om te starten met bewegen:

  • Doe iets wat u leuk vindt
  • Vraag iemand om met u mee te doen, doe het samen
  • Zoek een vast moment en maak een plan
  • Zorg dat het veilig is. Bent u wankel ter been of onzeker zorg dan voor steun van een hulpmiddel of train onder begeleiding.

Indien het u niet goed lukt om te beginnen met bewegen of wanneer u vragen heeft, kunt u contact opnemen met een fysiotherapeut bij u in de buurt. Zij kunnen u zowel voor als na de operatie begeleiden. U kunt een oncologisch gespecialiseerde fysiotherapeut bij u in de buurt vinden op www.onconet.nu.

Voeding

Net als voldoende bewegen, draagt ook de juiste voeding bij aan een goede conditie en het goed fysiek functioneren van uw lichaam.

Streef naar een stabiel gewicht en wanneer u onbedoeld bent afgevallen of afvalt, is het raadzaam u voeding te optimaliseren met uitzicht op de behandeling.

Onbedoeld gewichtsverlies is vaak een belangrijk teken van (dreigende) ondervoeding. Ook wanneer u overgewicht heeft, kunt u ondervoed raken. Wanneer u onbedoeld afvalt, verliest u behalve vetweefsel ook spierweefsel, wat nadelig is voor uw conditie en fysiek functioneren hierbij heeft u tevens een verhoogde kans op infecties, genezen wonden minder snel, heeft u meer kans op complicaties van de behandeling en herstelt u trager.

Om ondervoeding te voorkomen of te behandelen heeft u een voedingspatroon nodig dat rijk is aan energie en eiwitten. Met een zogenaamde ‘energie- en eiwitrijke voeding’ wordt nagestreefd om verder gewichtsverlies te voorkomen.

Nuttig bij voorkeur een maaltijd met eiwitten rondom een inspanning/sportactiviteit.

Energie is een brandstof die we nodig hebben bij alles wat we doen. Ook wanneer u niet of nauwelijks in beweging bent heeft uw lichaam energie nodig. De hoeveelheid energie in een voedingsmiddel wordt uitgedrukt in kilocalorieën (kcal).

Eiwit is een bouwstof die nodig is voor de opbouw, onderhoud en herstel van lichaamsweefsel zoals spieren en organen. Het is belangrijk dat uw voeding voldoende eiwitten bevat om spiermassaverlies te voorkomen.

Eiwitten zitten voornamelijk in:

Melk- en melkproducten, sojayoghurt en sojamelk, vlees(waren), vis, vleesvervangers; (soja, Quorn, tofu, tempeh), bonen (peulvruchten: witte/bruine bonen, linzen, kapucijners), ei, kaas, smeerkaas en noten.

Algemene tips en trucs:

  • Probeer elke twee á drie uur iets te eten. Meestal worden zes tot acht kleinere maaltijden beter verdragen dan drie grote maaltijden.
  • Probeer vaste eettijden aan te houden.
  • Rust even voor de maaltijd om te voorkomen dat u te vermoeid bent om te eten.
  • Gebruik volvette varianten en producten zoals volle melk, volle yoghurt of 48+ kaas. Vermijd magere of lightproducten.
  • Gebruik producten die rijk zijn aan eiwit (zie eerdere opsomming).
  • Besmeer uw brood met margarine of roomboter in plaats van halvarine. Dieetmargarine bevat evenveel energie als roomboter en twee keer zoveel energie als halvarine.
  • Kies als broodbeleg hartig beleg zoals (buitenlandse) kaas, vleeswaren, ei, humus, pindakaas, notenpasta, krabsalade, tonijnsalade of vleessalade. Verminder zoet beleg, dit levert wel energie, maar geen eiwit.
  • Beleg uw brood met dubbel beleg.
  • Als brood u tegenstaat, gebruikt u dan pap gemaakt van volle melk. Voeg een (extra) schep suiker of klontje boter toe voor meer energie. Of neem eens volle yoghurt met muesli of granola.
  • Wanneer u drinkt, drinkt u dan bij voorkeur volle zuivelproducten (bevat zowel eiwit als energie) of anders vruchtensap of limonade (bevat geen eiwit, maar wel energie).
  • Wanneer u graag soep eet, kiest u dan voor gebonden soep waarin vlees, vis, kip en/of room verwerkt is. Bouillon levert alleen water en zout en nauwelijks energie en eiwit op.
  • Neem tussen de hoofdmaaltijden tussendoortjes, zoals: zuivel (karnemelk, melk, yoghurtdrank, chocolademelk, milkshake, vla, roomyoghurt, kwark, pudding), snoepreep, puddingbroodje, pannenkoek, gebonden soep, blokjes kaas of vleeswaren/worst uit het vuistje, cracker met paté, (Franse) kaassoorten, smeerkaas, eiersalade, krabsalade, tonijnsalade, lekkerbekje, haring, paling, makreel, saucijzenbroodje, kaasbroodje, worstenbroodje, noten, chips, kaassouffle, bitterballen, hamburger, loempia, saté.
  • Neem geen grote hoeveelheden rauwkost. Deze producten geven snel een vol gevoel en leveren nauwelijks energie of eiwit.
  • Ook als u diabetes, overgewicht of hart- en vaatziekten heeft, is het advies om tijdelijk te kiezen voor volle en energierijke producten. Extra glucosecontrole bij diabetes is gewenst. Overleg eventueel met uw diabetesverpleegkundige.

Oefeningen na de operatie

Voer de oefeningen binnen de pijngrens uit. Probeer niet te veren, maar zoek rustig uw grens op. De belastbaarheid van uw arm/hand is afhankelijk van de reactie het oefenen/bewegen. Reactie kan zijn: dikker en strakker gevoel, roder of toename van pijn. Bij reactie is het advies om het aantal herhalingen te verminderen.

Streef ernaar de oefeningen 3 keer per dag (ochtend, middag en avond) uit te voeren. Herhaal iedere oefening 10 keer.

Oefeningen vingers

Oefening 1: Vingers buigen en strekken

Maak een vuist door de vingers te buigen (niet knijpen) en strek de vingers vervolgens weer volledig.



Oefening 2: Oefening duim

Raak met het topje van uw duim één voor één de overige vingertoppen aan, beginnend bij de wijsvinger. Indien u bij de pink bent, glijdt dan zover mogelijk met de duim via de pink naar beneden.




Oefening 3: Vingers spreiden en sluiten

Ga zitten bij een tafel en leg de handen en onderarmen plat op de tafel, met de handpalm naar beneden. Spreid de vingers, houdt even vast, en beweeg de vingers weer terug.


Oefening 4: Vingers optillen

Ga zitten bij een tafel en leg de handen en onderarmen plat op de tafel, met de handpalm naar beneden. Til één voor één de vingers een klein stukje op.


Oefeningen pols

Oefening 1: Buigen en strekken van de pols

Beweeg uw pols op en neer. Gebruik eventueel uw gezonde hand om te helpen met buigen en strekken.


Oefening 2: Pols zijwaarts bewegen.

Ga zitten bij een tafel en leg de handen en onderarmen plat op de tafel, met de handpalm naar beneden. Beweeg de pols met een zijwaarts beweging zo ver mogelijk naar binnen en naar buiten.


Oefening 3: Draaien

Houd de elleboog in 90 graden gebogen tegen uw lichaam aan. Draai de pols zodat de handpalm naar boven wijst. Houdt deze positie enkele seconden vast. Draai nu de andere kant op zodat de handrug naar boven wijst en houdt enkele seconden vast.

Oefening elleboog

Oefening 1: Buigen en strekken van de elleboog Ondersteun uw geopereerde arm met de andere arm. Breng de hand van de geopereerde zijde richting de schouder waardoor de elleboog buigt. Probeer vervolgens de elleboog volledig te strekken.



Oefeningen schouder

Oefening 1: Rondjes draaien met de schouders

Ga rechtop in een stoel zitten. Laat de armen ontspannen hangen en draai rondjes met de schouders. Van voor naar achter en van achter naar voren.

Oefening 2: Pendelen

Steun met uw niet geopereerde hand op een vast punt. Laat uw geopereerde arm ontspannen hangen. Draai vanuit deze positie rondjes met uw arm. Probeer het rondje rustig wat groter te maken.

Ademhalingsoefeningen

Het liggen en het ‘minder actief’ zijn na de operatie kunnen een negatieve invloed hebben op de ademhaling. Hierdoor kan deze wat oppervlakkiger zijn. U ademt, vaak onbewust, minder diep in en de ademhaling vindt hoger plaats. Hierdoor ventileren de longen niet voldoende. Er kan dan slijm in de longen achterblijven dat tot vervelende complicaties kan leiden.

Om de ventilatie van de longen te optimaliseren en slijm zo goed mogelijk op te hoesten zijn onderstaande ademhalingsoefeningen van belang. Ook is een zo snel mogelijke ‘mobilisatie’ belangrijk om problemen met onder andere de luchtwegen en longen te voorkomen.

Herhaal de volgende oefeningen ‘ieder wakker uur’.

Bij voorkeur in een rechtop zittende houding.

Rustige buikademhaling 5x

  • Ga ontspannen zitten of liggen.
  • Leg de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen (opbollen).
  • Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken.

Diepe inademing met vasthouden 5x

  • Ga ontspannen zitten of liggen.
  • Leg de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen (opbollen).
  • Houd uw adem 2 tot 3 seconden vast (niet persen).
  • Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken.

Huffen 3x

  • Adem normaal in.
  • Open de mond en de keel en adem in 1x kort en krachtig uit.
  • Let erop dat uw keel goed open is en dat de kracht uit uw buik komt.
  • Huffen is alsof u de glazen van een bril of een spiegel wilt laten beslaan.

Hoesten

  • Probeer zo krachtig mogelijk te hoesten.
  • Hierbij kunt u zo nodig tegendruk geven met uw handen of een klein (hoest)kussentje.

Op uw tablet kunt u ook een video van bovenstaande ademhalingsoefeningen vinden.

Ga naar het Antoni van Leeuwenhoek logo.

Druk op de knop ‘info’, de video staat onder ‘informatie over opname’.

Adviezen

Liggen en zitten

Ondersteun uw geopereerde arm liggend in bed en zittend in de stoel door middel van een kussen.

Lopen

Probeer meerdere keren per dag een stukje te lopen en breidt de afstand steeds wat verder uit. Indien nodig zal de verpleegkundige u hierin begeleiden.

Houdt tijdens het lopen de arm altijd hoog door bijvoorbeeld de infuuspaal hoog vast te pakken. Indien u geen infuuspaal meer heeft pak dan bijvoorbeeld de kraag van uw trui aan de andere zijde of plaats de hand in uw broekzak. Gebruik liever geen mitella of sling om druk op de huid te voorkomen.

Opbouwen

De arts zal u vertellen in welke mate u uw arm mag gebruiken. De belastbaarheid van uw arm is afhankelijk van de reactie op de activiteit gedurende de dag. Indien de arm geen reactie (toename van zwelling, pijn, roodheid) geeft kan u de oefeningen en het gebruik van de arm rustig uitbreiden. De fysiotherapeut ondersteunt en adviseert u hierbij. Bij reactie is het advies om de arm meer rust en ondersteuning te geven.

Traplopen

Indien nodig, zal voor het ontslag het traplopen met u worden geoefend.

Oedeem/seroom

Na de perfusie kan de gehele arm reageren met het vasthouden van vocht. Dat komt deels door de ingreep, maar ook doordat u minder beweegt. Dit vocht verdwijnt zodra uw vochtbalans beter is hersteld.

Voorkom te veel wondvocht

Kort na de operatie is het herstel van de wond een belangrijk onderdeel. Direct na de operatie wordt er een drain in het operatiegebied geplaatst om wondvocht, ook wel seroom genoemd, op te vangen. Dit wordt ook wel postoperatief vocht genoemd. Het wondgebied heeft dit vocht nodig om te herstellen, maar te veel aanmaak kan vertraging in herstel geven.

Na 3 dagen wordt de drain verwijderd en moet het lichaam het overtollige vocht zelf gaan afvoeren. Dat kan, bij vertraagde afvoer en te veel aanmaak, tot een verdikking in het operatiegebied leiden. Er lijkt een relatie te bestaan tussen (intensief) bewegen en de aanmaak van seroom. Daarom is ons advies om de eerste 2 weken niet te intensief te bewegen ter hoogte van de wond. Functioneel bewegen, bijvoorbeeld koffiezetten en naar het toilet gaan of een kleine wandeling is aan te raden, zolang de wond dit goed verdraagt. Wondherstel duurt minimaal 6 weken.

Preventie en signalering van lymfoedeem na okselklierdissectie

Soms wordt er voor gekozen om tijdens de perfusie ook lymfeklieren te verwijderden.

Bij verwijdering van enkele klieren is het lichaam meestal in staat om het afvoersysteem zelf weer in balans te brengen. Bij een uitgebreide operatie kan naast de perfusie een groot pakket lymfklieren in de oksel worden verwijderd. In dat geval geven we u een extra folder mee met informatie m.b.t. het voorkomen en signaleren van lymfoedeem (“Preventie lymfoedeem na een okselklierdissectie”).

Het ontstaan van lymfoedeem komt gelukkig niet bij iedereen voor. Als het ontstaat, zien we dit vooral enkele maanden na de ingreep opkomen en dit kan in een deel van de arm, de gehele arm en/of in de oksel beslaan. Het blijft van belang dat u alert bent op signalen van een beginnend lymfoedeem. Signalen kunnen zijn: knellende kleding/schoenen, zichtbare zwelling, gevoel van zwaarte van de arm en/of spanning op de huid. Bij roodheid, koorts, pijn en zwelling is er sprake van een ontsteking en dient u direct een arts te raadplegen.

De fysiotherapeut kan u adviezen geven om de kans op seroom/oedeem te reduceren. U kunt in ieder geval beginnen met de ademhalingsoefeningen uit deze folder. Deze oefeningen hebben een positieve invloed op de vochtafvoer.

Ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is belangrijk een goede balans te vinden zodat u de arm niet overbelast, maar ook niet onder belast. Blijf de eerste periode de arm tijdens het lopen ondersteunen door de kraag van uw jas vast te pakken of de hand in uw broek zak te steken.

Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie, eventuele complicaties en voor- of nabehandeling.

Sporten kunt u na 6-8 weken weer geleidelijk aan opbouwen. Start pas met sporten indien u uw algemene dagelijkse activiteiten (douchen, aankleden, traplopen, wandelen etc.) kan uitvoeren zonder klachten of reactie. U zult zelf uw grenzen moeten leren kennen en stellen. Houdt hierbij goed rekening met symptomen als zwelling, roodheid, warmte en pijn. Overleg met uw (huis)arts indien u twijfelt of u kunt beginnen met sporten.

Na ontslag uit het ziekenhuis is langdurige oefentherapie van belang, omdat fibrosering (ontstaan van littekenweefsel) in de regel lang doorwerkt.

Het is belangrijk de voorgeschreven oefeningen met regelmaat te blijven doen om de gewrichten soepel te houden en verkorting van spieren te voorkomen.

Bij het ontslag zal de fysiotherapeut beoordelen of verdere fysiotherapeutische begeleiding in de thuissituatie van belang is.

Dit is afhankelijk van het herstel, uw algemene dagelijkse activiteiten en uw hulpvraag.

Vragen

Met vragen kunt u terecht bij de afdeling fysiotherapie via het algemene telefoonnummer 020 512 9111.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload