Fysiotherapie

na verwijdering

van de okselklieren

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Inhoudsopgave

  • Inleiding
  • Lymfe, lymfevaten en lymfeklieren: de anatomie in het kort
  • Seroom en wondgenezing (na de eerste periode van de operatie)
  • Voorlichting over lymfoedeem en individueel consult
  • Oefeningen na de operatie
  • Ontstaan van lymfoedeem in de arm
  • Oefeningen bij een beginnend lymfoedeem
  • Praktische informatie

Inleiding

Deze folder gaat over fysiotherapie na een operatie waarbij ook de lymfeklieren uit de oksel zijn weggenomen.

Deze folder is aanvullend op de mondelinge voorlichting en de videolink die u is toegestuurd.

Na deze ingreep is het om de volgende drie redenen belangrijk dat u snel uw arm weer goed kunt bewegen:

  1. Bij radiotherapie (=bestraling) is het nodig dat u uw arm in een bepaalde houding kunt houden (de radiotherapeut bespreekt met u om welke houding het voor u gaat);
  2. Om schouderklachten te voorkomen. Angst voor pijn aan het geopereerde gebied kan ertoe leiden dat u de arm minder gebruikt. Dit kan op den duur schouderklachten veroorzaken.
  3. Ter bestrijding van lymfoedeem. Wanneer u lymfoedeem in uw arm krijgt, kunt u met bepaalde oefeningen de afvoer van het vocht bevorderen. Deze oefeningen vindt u verderop in deze brochure.

Na het verwijderen van de lymfeklieren (ook wel lymfknopen genoemd), bestaat er een risico op het ontwikkelen van seroom (korte termijn) en lymfoedeem (lange termijn). In deze folder vindt u uitleg over het lymfestelsel, de mogelijke korte en lange termijn gevolgen van het verwijderen van de lymfklieren in de oksel en adviezen om de kans op het vormen van seroom en/of lymfoedeem te verkleinen.

Lymfe, lymfevaten en lymfeklieren. De anatomie in het kort

Uw lichaam heeft twee vaatsystemen: de bloedcirculatie en het lymfestelsel. De bloedcirculatie is, zoals het woord al aangeeft, een circulair systeem met slagaders naar de weefsels toe en aders terug richting het hart. Het hart pompt dit rond. Niet al het vocht in het weefsel gaat via de bloedbaan weer terug naar het hart. Dit vocht wordt vanuit het weefsel meegenomen door het lymfestelsel. Het lymfestelsel, bestaande uit kleine lymfevaten, begint overal ergens in ons weefsel en brengt het weefselvocht (ook wel lymfe genoemd) via grotere verzamelende vaten naar de lymfeklieren. Via klepjes in de vaatjes wordt het verder omhoog geleid en uiteindelijk terug naar de bloedcirculatie. Deze overgang van het lymfestelsel naar de bloedbaan bevindt zich ter hoogte van het sleutelbeen. De bloedcirculatie stroomt door de pompfunctie van het hart, maar de lymfe stroomt door externe invloeden zoals ademhaling- en spierpompen en hoog leggen (zoals bij liggen).

De lymfe bestaat onder andere uit vocht en grotere cellen: de eiwitten. Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen voor ons lichaam. Dit is de reden dat de lymfe terugkomt in onze bloedbaan. Op deze wijze kan ons lichaam de eiwitten hergebruiken. De lymfe passeert minimaal 1 lymfeklier. De lymfeklieren fungeren als zuiveringsstations; ze maken ziekteverwekkers onschadelijk en zijn onderdeel van ons afweersysteem. De lymfeknopen in de oksel noemen we okselklieren. Het afvoergebied van de okselklieren voor het lymfe is de gehele bovenste kwadrant: schouder, schouderblad, flank, borst en arm/hand.

Seroom en wondgenezing (na de eerste periode van de operatie)

Na het verwijderen van de okselklieren kan er seroom, ook wel wondvocht genoemd, ontstaan in het wondgebied. Dit is eiwitrijk vocht dat zich ophoopt in de wondholte. De wondholte ontstaat omdat de chirurg tijdens de operatie weefsel weghaalt uit het lichaam. Iedere wondholte vult zich in meer of mindere mate na de operatie met seroom. Om deze reden wordt er direct na de operatie een drain in de wond geplaatst. Het seroom wordt afgevoerd via de drain en komt in een fles. Wanneer de drain is verwijderd heeft het lichaam tijd nodig om zelf het seroom te gaan afvoeren. Seroom wordt net als lymfe afgevoerd via het lymfestelsel. Het is belangrijk om niet te veel seroom te ontwikkelen, dit om de wondgenezing te ondersteunen. Te veel seroom hindert namelijk de wondgenezing. Het is per persoon verschillend hoeveel seroom je lichaam aanmaakt. Het is dus lastig te voorspellen. Uit onderzoek blijkt wel dat de seroomproductie in relatie staat met de hoeveelheid lichamelijke activiteit. Als u veel doet is er meer seroomvorming. Bewegen is echter wel goed voor uw herstel. Advies is dus om gepast te bewegen en de seroomproductie in het wondgebied goed in de gaten te houden.

Tips om seroomvorming te verminderen;

- De eerste twee weken staat herstel van de wond op de voorgrond. Het is belangrijk om rustige activiteiten te doen. U mag direct na de operatie beginnen met de oefeningen uit deze folder.

- De wondgenezingsperiode duurt minimaal 6 weken! Voorkom piekbelasting. Piekbelasting zorgt ervoor dat uw bloeddruk omhoog gaat en dat zorgt er op zijn beurt weer voor dat het seroom toeneemt. Een voorbeeld is zwaar tillen: boodschappen. Dus ook geen boodschappen dragen aan de niet geopereerde zijde!

- Adem ieder wakker uur minimaal 2 minuten diep in en uit, en adem zoveel mogelijk naar de buik. Met deze pompbewegingen van de ademhaling en de spieren stimuleert het lymfestelsel meer vocht op te nemen en af te voeren.

Wanneer er dusdanige seroomvorming is dat het dagelijks functioneren wordt belemmerd, is het verstandig om contact op te nemen met de wondverpleegkundige. De wondverpleegkundige beoordeelt of er eventueel een actie nodig is.

Voorlichting over lymfoedeem en individueel consult

Enkele dagen na de operatie krijgt u een telefonisch consult door een fysiotherapeut. We vragen aan u hoe uw herstel thuis gaat.

Als het goed is heeft u van de verpleegkundige deze folder ontvangen, op papier of via MijnAVL. We bespreken deze folder met u. We vragen u onder andere hoe het oefenen gaat.

Als u meer wilt weten over de oefeningen en over het functioneren van het lymfesysteem, mailen wij u twee videolinken met deze informatie.

We maken een afspraak met u voor een individueel consult bij ons op de polikliniek. Tijdens dit individueel consult beoordeelt de fysiotherapeut uw herstel door middel van een beweegonderzoek van uw schouder. Vanzelfsprekend is er ook gelegenheid tijdens dit consult om vragen te beantwoorden.

Oefeningen na de operatie

Het is belangrijk dat u:

  • alle oefeningen uitvoert binnen de pijngrens;
  • tijdens het oefenen rustig doorademt;
  • alle oefeningen uitvoert zonder te veren;
  • bij voorkeur voor een spiegel oefent, zodat u kunt controleren of u de oefeningen op de juiste manier uitvoert;
  • niet meer dan twee keer per dag oefent;
  • iedere oefening vijf keer herhaalt;
  • u kunt mee oefenen met de video;
  • Als u naast de okselklierdissectie een reconstructie van uw borst heeft gekregen of een andere extra operatie waarbij u beweegadviezen heeft gekregen van uw arts moet u daar rekening mee houden. Deze oefeningen zijn bestemd voor patiënten met alléén een okselklierdissectie.

1. Ontspanningsoefeningen

Uitgangshouding: Staand voor een tafel met uw hand op de tafel terwijl u uw andere arm ontspannen laat hangen.

Zwaai uw arm ontspannen naar voren en naar achteren. Let op dat u niet te grote bewegingen maakt en uw schouders laag houdt. Zwaai met ontspannen arm cirkels met de klok mee en tegen de klok in.

2. Oefeningen voor de nek

Uitgangshouding: Rechtop zittend. Laat uw armen rusten op de armleuning van uw stoel.

Buig langzaam uw hoofd voorover en weer terug.

Afbeelding3Beweeg het linkeroor richting linker

schouder totdat u spanning voelt.

Blijf twee ademhalingen in deze positie en ga weer terug naar de uitgangspositie. Doe hetzelfde met de rechterkant.


Afbeelding4Draai het hoofd langzaam zo ver mogelijk naar rechts. Draai weer terug en doe hetzelfde naar links.

3. Oefeningen voor de schouder

Uitgangshouding: rechtop zittend. Laat uw armen ontspannen langs het lichaam hangen.

Afbeelding5

Trek uw schouders op. Voel de spanning in uw nek en schouderspieren. Laat daarna uw schouders zakken.

Afbeelding5Beweeg uw schoudertoppen naar voren en daarna naar achteren.

Afbeelding7Beweeg uw schouders omhoog, naar achteren en naar beneden en naar voren in een rollende beweging. Doe dit ook in omgekeerde richting.

4. Oefeningen voor schouder en arm

Uitgangshouding: rechtop zittend of liggend op de rug met de benen gebogen en de voeten plat op de grond.

Afbeelding8Vouw uw handen in elkaar en beweeg uw armen zo ver mogelijk omhoog en zo ver mogelijk door naar achteren.

.

Afbeelding13Ga met uw gezicht naar de muur staan en plaats uw voeten ongeveer 15 cm van de muur. ‘Wandel’ met uw vingers omhoog tegen de muur. Doe dit zo hoog mogelijk en weer terug.

Algemeen advies:

Let op uw houding. Voorkom te lang achtereen in een voorovergebogen houding zitten.

Hierna vindt u algemene informatie over lymfoedeem in de arm waarvan de okselklieren zijn verwijderd. We gaan dan in op vragen als: hoe ontstaat het? Wat zijn de risicofactoren en wat kunt u zelf doen om het risico op lymfoedeem zo klein mogelijk te maken? Na de algemene uitleg volgen oefeningen die u kunt doen bij beginnend lymfoedeem.

Ontstaan van lymfoedeem in de arm

Wanneer de okselklieren verwijderd zijn, kan lymfe uit het bovenste kwadrant minder goed worden afgevoerd. Het bovenste kwadrant is: de schouder, arm, bovenrug, flank en borst. Hierdoor is er een verhoogd risico op het ontstaan van lymfoedeem. Lymfoedeem is eiwitrijk vocht dat zich tussen de weefselcellen bevindt. Meestal betreft het zwelling in de arm, ook wel oedeemarm genoemd. Het oedeem ontstaat doordat er meer lymfevocht wordt geproduceerd dan er wordt afgevoerd. In het eerste jaar na de operatie kan het lichaam nieuwe lymfevaatjes vormen om de afvoer van lymfe van uw arm te verbeteren. Uw lichaam kan echter geen nieuwe lymfeklieren vormen. Hierdoor is het risico op het ontstaan van lymfoedeem aanwezig voor de rest van uw leven. Of en wanneer het lymfoedeem ontstaat is per persoon verschillend. Als het ontstaat, dan is dit meestal na een aantal maanden na de operatie. Het lymfoedeem ontstaat meestal heel geleidelijk. Dit maakt het belangrijk om het lymfoedeem te herkennen zodat u weet welke stappen u kunt ondernemen om het te verminderen. Als dit niet lukt, laat u dan verwijzen door uw huisarts naar een oedeemtherapeut bij u in de buurt.

Signalen van beginnend lymfoedeem

Er kan sprake zijn van beginnend lymfoedeem als uw arm:

  • Zwaar, gespannen of moe aanvoelt;
  • Roodheid en/of warm aanvoelt;
  • Zwelling, zoals dikkere vingers waardoor ringen strak gaan zitten. Een afdruk van de tafelrand in de onderarm of een strakker zittende mouw.

Risicofactoren en preventie van lymfoedeem

Risico op huidbeschadiging: doordat het afweersysteem via het lymfestelsel in het bovenste kwadrant vertraagd is kunnen bacteriën via huidwondjes binnendringen en kan er eerder een ontsteking ontstaan.

Adviezen huidverzorging;

  • Verzorg uw huid met een goede (vette) crème/olie om uw huid soepel te houden.
  • Voorkom insectenbeten door gebruik van lange (pyjama)broeken, een klamboe en/of een anti-muggenmiddel te gebruiken en krab eventuele jeukbultjes niet open.
  • Kijk uit met scheren en gebruik in plaats van een scheermesje bijvoorbeeld een ontharingscrème.
  • Vermijd (bloed) prikken aan het aangedane arm.
  • Zorg voor goede zonnebescherming in de zon, gebruik bij voorkeur een Sun block en blijf zoveel mogelijk in de schaduw.

Loopt u toch een wond(je) op:

  • Spoel de wond onder de stromende kraan uit.
  • Ontsmet de wond met een desinfecterend middel.
  • Dek de wond zo nodig af met een pleister of verband.
  • Houd de wond in de gaten op goed herstel.
  • Neem (direct) contact op met de huisarts als u ontstekingsverschijnselen krijgt zoals; koorts, vlekkerige roodheid die zich uitbreidt, warmte, pijn en zwelling.
  • Bespreek met uw huisarts of u antibiotica mee moet nemen op een verre reis.

Overbelasting

Door te veel of te lang te bewegen en te zwaar of te lang te tillen ontstaan in de spieren veel afvalstoffen. Hierdoor wordt meer lymfe aangemaakt dan het lichaam kan afvoeren. Overbelasting voorkomt u bijvoorbeeld door:

  • evenwicht te zoeken tussen rust en inspanning: las pauzes in en verdeel lichamelijk werk gelijkmatig over de dag;
  • uw arm niet steeds omlaag laten hangen (bij lange wandelingen);
  • lichte activiteiten, waarbij u lang in dezelfde houding zit (achter de computer of schrijvend aan tafel) regelmatig te onderbreken;
  • langdurig en/of zwaar tillen te vermijden;
  • uw arm of schouderregio niet te intensief te laten masseren.

Onderbelasting

Als u de arm weinig beweegt of ontziet doordat u angstig bent of pijn hebt, beperkt dit de afvoer door een verminderde spierpomp. Blijf normaal bewegen en licht sporten om onderbelasting te voorkomen.

Temperatuur

De hoeveelheid lymfe neemt toe bij grote temperatuurverschillen of langdurig verblijf in extreme koude of warmte.

Zo blijft uw arm ‘op temperatuur’, bijvoorbeeld door:

  • voorzichtig te zijn met heet douchen en baden, saunabezoek en langdurig zonnebaden;
  • infrarood sauna of andere stralingswarmte te vermijden;
  • geen kruiken, ‘kersenpit’, rode lamp of warme of koude pakkingen op uw arm te gebruiken;
  • overmatige inspanning bij warm weer te vermijden. Las pauzes in als u tijdens warm weer moet werken en doe af en toe arm– en schouderoefeningen om de spierpomp aan te zetten;
  • belemmering van de lymfestroom kunt u bijvoorbeeld voorkomen door geen bloeddruk te laten meten aan de geopereerde arm;
  • draag prettig zittende kleding;

Oefeningen bij een beginnend lymfoedeem

Als uw arm beginnend lymfoedeem vertoont en de zwelling neemt niet toe, dan kunt u zelf:

  • uw hand en arm hoog leggen door deze op de leuning of kussen te laten rusten
  • In deze positie; hoog leggen van uw arm, afwisselend een vuist maken en de hand ontspannen of oefening 11 doen
  • als u gaat slapen uw arm en hand op een kussen leggen;
  • de ‘oefeningen bij lymfoedeem’ uit dit boekje doen.

Als het lymfoedeem na 14 dagen nog aanwezig is, of niet afneemt met bovenstaande adviezen, neem dan contact op met uw behandelend arts of huisarts. Laat u verwijzen naar een oedeemtherapeut bij u in de buurt.

Oefeningen bij een beginnend lymfoedeem

Deze oefeningen kunt u zelf thuis uitvoeren.

Doe dat in een rustig tempo en las rustmomenten in (1 tel vasthouden, 3 tot 5 vijf tellen rust).

Doe elke oefening 5 keer achter elkaar.

Oefen 1 keer per dag (in de ochtend).

Oefening 1

Afbeelding14Uitgangshouding: liggend op de rug met uw benen gebogen en uw voeten plat op de grond. Plaats één hand op de buik. Adem diep en rustig door uw neus in naar uw buik. Adem langzaam door uw mond uit en druk met uw hand op uw buik (of druk uw onderrug tegen de grond).

Afbeelding15Oefening 2

Uitgangshouding: rechtop zittend met de voeten plat op de grond, uw handen rusten op uw benen. Ontspan uw schouders en draai uw hoofd naar links. Houd dit één tel vast, draai uw hoofd weer naar het midden en ontspan.
Herhaal hetzelfde voor rechts.

Afbeelding16Oefening 3

Uitgangshouding: rechtop zittend met uw kin horizontaal. Kijk rustig naar boven, niet te ver en hou dit één tel vast. Kijk weer terug naar het midden en ontspan. Doe hetzelfde naar beneden.

Afbeelding17Oefening 4

Uitgangshouding: rechtop zittend met uw kin horizontaal. Buig uw hoofd rustig opzij naar 1 schouder, terwijl u naar voren blijft kijken.

Houd dit één tel vast en beweeg weer terug naar het midden en ontspan. Doe hetzelfde naar de andere kant.

Afbeelding18

Oefening 5

Uitgangshouding: rechtop zittend.

Trek uw schouders op, houd één tel vast en ontspan.

Afbeelding19Oefening 6

Uitgangshouding: rechtop zittend met uw handen gevouwen voor uw borst, armen gebogen en ontspannen schouders. Duw uw handen tegen elkaar en ontspan. Trek uw handen uit elkaar, houd uw handen gevouwen en ontspan.

Afbeelding20Oefening 7

Uitgangshouding: rechtop zittend met uw handen op uw schouders waarbij uw ellebogen naar voren wijzen. Maak met uw ellebogen rustig een cirkel achterwaarts.

Afbeelding21Oefening 8

Uitgangshouding: rechtop zittend of rechtop staand met uw benen iets uit elkaar. Handen op de schouder.

Beweeg uw rechterarm omhoog tot uw

elleboog gestrekt is. Houd één tel vast en beweeg uw arm terug. Doe hetzelfde met de andere arm.

Afbeelding22Oefening 9

Uitgangshouding: rechtop zittend op een stoel of liggend op de rug met de benen gebogen en de voeten op de grond. Leg de handen op uw hoofd. Beweeg uw ellebogen naar elkaar, houd 1 tel vast en ontspan. Breng nu uw ellebogen uit elkaar, houd één tel vast en ontspan.

Oefening 10

Afbeelding23Uitgangshouding: liggend op de rug met uw benen gebogen en uw voeten plat op de grond.

Trek een knie op naar uw borst en leg uw handen er omheen. Druk nu het bovenbeen tegen uw buik/borst, houd 1 tel vast en zet daarna uw voet weer op de grond en ontspan. Doe hetzelfde met uw andere been.

Afbeelding24Oefening 11

Ontspan uw handen, spreid alle vingers, houd één tel vast en ontspan. Maak vervolgens een vuist, houd één tel vast en ontspan. U kunt deze oefening ook doen met een zachte spons of bal.

Afbeelding25Oefening 12

Eindig de oefensessie met de buikademhaling van oefening 1.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload