Halsklierdissectie

in het AVL
Informatie voor huisartsen

Een halsklierdissectie is een chirurgische ingreep waarbij lymfeklieren uit verschillende niveaus van de hals verwijderd worden. Deze operatie is geïndiceerd wanneer er in de hals metastasen zijn gevonden van een carcinoom in het hoofd-halsgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een radicale halsklierdissectie waarbij alle lymfeklieren in de hals (niveau 1 t/m 5) verwijderd worden en een selectieve halsklierdissectie waarbij een beperkt aantal niveaus wordt verwijderd. Dit vindt plaats bij beperkte metastasering.

Preklinisch

Uw patiënt krijgt bericht over de geplande operatiedatum in het Antoni van Leeuwenhoek. Wij vragen de patiënt om de huisarts op de hoogte te stellen van de geplande operatiedatum. Tevens adviseren wij de patiënt om steeds met een naaste of een mantelzorger aanwezig te zijn bij de informatie en instructiegesprekken. De preoperatieve informatie gaat in op het mogelijk optreden van de volgende complicaties:

  • Bloedingen en infecties;
  • Zenuwletsel;
  • Arteria carotis schade;
  • Chyluslekkage.

Verder gaat de informatie over het belang van adequate pijnstilling, vroege mobilisatie, verzorging van drain en wond alsmede de lange termijn gevolgen van een halsklierdissectie (zoals nek-, schouder-, litteken- en pijnklachten).

Klinisch

De opnameduur is afhankelijk van de halsklierdissectie. Bij een selectieve halsklierdissectie gaat de patiënt na 1 nacht opname met ontslag. Bij een gemodificeerde of radicale halsklierdissectie gaat de patiënt op dag 2 na de operatie naar huis. De patiënt wordt in principe op de operatiedag opgenomen. Postoperatief heeft de patiënt één of twee wonddrain(s) in de hals.

Uw patiënt krijgt instructie over het observeren en verzorgen van de drain in de thuissituatie. Deze instructie wordt ook op schrift meegegeven. De drain wordt verwijderd bij een productie van

minder dan 15 ml per 8 uur. De drain wordt verwijderd op de poli door de hoofd halsverpleegkundige. De halswond kan met verschillende hechttechnieken zijn gesloten. Meestal zijn het oplosbare hechtingen. Deze hechtingen lossen vanzelf op, maar dit kan lang duren. Soms wordt de wond gesloten met krammetjes of niet-oplosbare hechtingen. Het kan zijn dat de patiënt hiervoor bij u komt. In principe worden de hechtingen of krammetjes 8 dagen na de ingreep verwijderd. Is uw patiënt in het verleden bestraald geweest, dan is dit 10 dagen.

U ontvangt een voorlopige ontslagbrief. Wanneer de PA-uitslag bekend is, ontvangt u de definitieve ontslagbrief. Hierin staat naast de PA-uitslag ook de overwegingen voor eventuele aanvullende therapie.

Postklinisch

Pijn na de operatie wordt veroorzaakt door de wond, de aanwezig-heid van de drain of door de houding van het hoofd tijdens de operatie.

Met onderstaande pijnmedicatie gaat de patiënt met ontslag:

Schema pijnmedicatie

Drie- tot viermaal daags paracetamol 1000 mg. Driemaal daags Ibuprofen 400 mg, in combinatie met pantoprazol éénmaal daags

40 mg.

Bij pijnklachten zal de patiënt u mogelijk benaderen. Indien de pijn onvoldoende is bestreden, raden wij tramadol twee- tot driemaal daags 50 mg aan naast de paracetamol en de Ibuprofen.

Bouw pijnmedicatie langzaam af. Verminder en stop eerst de Ibuprofen en pantoprazol. Bouw vervolgens de paracetamol drie- tot viermaal daags 1000 mg af. Geadviseerd wordt het opbouwen van de dagelijkse activiteiten en conditie te laten prevaleren boven het afbouwen van pijnmedicatie.

Toenemende pijn na de operatie kan wijzen op een complicatie. Dit moet in ieder geval door de huisarts of hoofd-halschirurg worden uitgesloten. De meest voorkomende complicatie na een halsklierdissectie is wondinfectie, gekenmerkt door koorts, roodheid van het wondgebied, pijn van de wond, soms uitvloed van pus, haperend herstel en ziektegevoel. Drainage van grote hoeveelheden melkachtig vocht via de drain kan wijzen op chyluslekkage en is reden voor opname.

De tiende dag postoperatief volgt een poliklinisch consult bij de hoofd-halschirurg. De PA-uitslag wordt besproken met een eventueel advies voor nabehandeling. Tevens heeft de patiënt een poliklinisch consult bij de fysiotherapeut om onderzoek te verrichten naar mogelijke zenuwuitval naar aanleiding van de operatie. Bij zenuwuitval geeft de fysiotherapeut adviezen hoe ermee om te gaan.

Mobilisatieadvies:

  • bij het lopen de arm ondersteunen zodat de schouder niet afhangt;
  • Arm en schouder gebruiken tot aan de pijngrens;
  • Niet tillen.

Contact met het ziekenhuis

Als u vragen heeft over behandeling en beleid, neem dan contact op met één van de volgende disciplines via het algemene telefoonnummer 020 512 9111

  • Bij vragen over de medische behandeling:
    hoofd-halschirurg
  • Bij vragen over dagelijkse activiteiten, wond en pijn:
    hoofd-halsverpleegkundige (bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 10.00 tot 10.30 uur en 13.30-14.00 uur)
  • Bij vragen rondom zenuwuitval:
    fysiotherapeut

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload