Halsklierdissectie
Verwijderen van (een deel van) de lymfeklieren in de hals
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek . In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Bijlage 1 : Schematische weergave halsklieren
Bijlage 2 : Mogelijke complicaties na een halsklierdissectie
Bijlage 3 : Draininstructie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleid, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over een halsklierdissectie.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor het verwijderen van (een deel van) de lymfeklieren in de hals. Deze ingreep wordt halsklierdissectie of nekdissectie genoemd.
Bij een halsklierdissectie worden lymfeklieren met het omliggend vetweefsel uit de hals weggehaald. Er bestaan verschillende types halsklierdissectie, waarbij in meerdere of mindere mate klieren worden verwijderd en andere structuren wel of niet kunnen worden gespaard.
Afhankelijk van de uitgebreidheid duurt de operatie twee tot drie uur en vindt plaats onder algehele narcose. Soms wordt een halsklierdissectie ook gecombineerd met verwijdering van een tumor van de mond-keelholte, schildklier, huid of speekselklieren.
Halskliermetastasen
Kanker in het hoofd-halsgebied ontstaat meestal in het slijmvlies van de mond- of keelholte. Deze kwaadaardige tumoren worden plaveiselcelcarcinomen genoemd. Als deze tumoren uitzaaien, gebeurt dat meestal via de lymfebanen. Andere typen tumoren van huid, speekselklieren en schildklier kunnen ook uitzaaiingen in de hals geven, maar zijn zeldzamer.
In bijlage 1 ziet u een tekening die de lymfeklieren in de hals schematisch weergeeft.
Uitzaaiingen in de hals zijn goed operatief te behandelen, maar de kans op genezing kan er uiteindelijk wel door worden beïnvloed. Vele factoren zijn daarop van invloed, zoals de grootte, aantal, groeiwijze, enz.
Mogelijke complicaties
Zoals bij elke operatie is er sprake van enig risico. De kans op het optreden van complicaties zullen door de hoofd-halschirurg mondeling worden toegelicht.
De eventuele complicaties kunnen zijn:
- wondinfectie;
- nabloeding;
- Gevoelsuitval van gebieden in hals en rond oor, soms permanent
- Pijn klachten in de hals door zenuwuiteinden onder de huid of afhangende schouder
- tijdelijke of permanente zenuwuitval van de schouder en mondhoek;
- Meer zeldzaam: beschadiging van andere zenuwen van bv de mond en tong
- lymfevocht lekkage (chylus).
Meer informatie over deze complicaties leest u in bijlage 2.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt door de hoofd-halschirurg op de polikliniek met u besproken. Hij zal ook vertellen of er een nabehandeling (bijvoorbeeld radiotherapie, met of zonder chemotherapie) nodig is.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is een aantal onderzoeken noodzakelijk. Uw hoofd-halschirurg heeft u hierover geïnformeerd.
De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:
- cytologische punctie i.v.m. weefselonderzoek;
- MRI-scan hoofd-halsgebied (uitbreiding van het tumorproces en de halsuitzaaiing);
- echografie van de hals met eventueel cytologische punctie (opsporing van niet voelbare lymfeklieren);
- PET-CT scan
- longfoto (uitsluiten van een tweede tumor of uitzaaiingen); OPG kaakfoto
- algemeen bloedonderzoek;
- eventueel ECG;
- eventueel longfunctie.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
- De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werkster, psychiatrisch verpleegkundige) inschakelen.
- De fysiotherapeut zal u informeren over het functioneren van alle spieren en houding van uw hoofd, arm en schouder na de ingreep. De halsklieroperatie kan gevolgen hebben voor de bewegingen van uw nek en schouder. Voor de operatie zal de fysiotherapeut u op de polikliniek daarover voorlichten. Verschillen in functioneren kunnen zo na de operatie sneller worden herkend. De fysiotherapeut helpt u verder bij het verbeteren, herstellen of behouden van het lichamelijk functioneren. Het is belangrijk dat u voor de ingreep al start met oefeningen met uw ademhaling en spieren. De fysiotherapeut zal u de instructies geven.
De Stoppen met Roken poli
Het merendeel van de tumoren in het hoofd-halsgebied is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door alcohol en tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met alcohol en tabak vergroten veel patiënten met hoofd-halstumoren zelf hun kans op genezing.
Stoppen met roken en alcohol verkleint namelijk de kans op terugkeer van de tumor op dezelfde plek of het ontstaan van een nieuwe tumor elders in mond of keel. Ook neemt de kans op complicaties af. Het voorkomen van nieuwe tumoren is belangrijk, omdat deze vaak moeilijker zijn te behandelen. Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Dag van ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De verpleegkundige coördineert de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding gedurende uw verblijf op de afdeling.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met de hoofd-halschirurg.
Voor de ingreep
U kunt zich ’s morgens wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
De hoofd-halschirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. Dit kan ook nog plaatsvinden op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.
Vlak voor de ingreep worden controles uitgevoerd volgens de ‘time out procedure’. U wordt geïdentificeerd aan de hand van uw polsbandje, en aan u wordt gevraagd welke ingreep u zult ondergaan en aan welke zijde. U krijgt een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend.
Pijnbestrijding tijdens de operatie
Een goede pijnbestrijding bij een operatie bevordert het herstel en bespoedigt de revalidatie. De anesthesioloog begint daarom al tijdens de narcose met maatregelen, die de pijnbestrijding na de operatie vergemakkelijken. Een van de maatregelen is het lokaal (plaatselijk) verdoven van de zenuwen in het zenuwrijke halsgebied. Dit is meestal mogelijk. Deze verdoving wordt gezet met een injectie via een kleine naald wanneer u onder narcose bent. U merkt daar niets van.
De lokale verdovingsvloeistof verspreidt zich in de hals rondom de zenuwen. De zenuwen zijn dan als het ware “voorverdoofd”. Hierdoor worden minder pijnklachten ervaren na de operatie en kan de pijn met eenvoudiger middelen worden bestreden. De voordelen voor u zijn:
- u bent sneller weer op de been;
- u heeft het infuus minder lang nodig;
- u heeft minder injecties voor de pijn nodig;
- u heeft minder last van bijwerkingen.
Het gebied dat verdoofd zal worden is een groot deel van uw hals, uw achterhoofd en de schouder. Na de operatie kan een deel van de huid gevoelloos zijn. Dit kan een gevolg zijn van het moeten opofferen van enkele zenuwen om de lymfeklieren goed te verwijderen of het kan een restwerking zijn van de lokale verdoving. Wanneer het een gevolg is van de restwerking van de lang werkende lokale verdoving dan verdwijnt de gevoelloosheid binnen 24 uur.
Wanneer na 24 uur nog steeds een doof gevoel in de hals aanwezig is, is dit het gevolg van de noodzakelijke maatregelen om de lymfeklieren goed te verwijderen.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. De verpleegkundigen van de verpleegetage komen u ophalen.
Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de hoofd-halschirurg over het verloop van uw herstel. De hoofd-halschirurg komt na de operatie later op de dag bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus is in een ader in de arm ingebracht. Zodra u voldoende drinkt en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste uren na de ingreep.
- Eén of meerdere wonddrains in het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. De wonddrains dragen bij aan de wondgenezing. Zij zijn bedoeld om vocht uit de wond weg te zuigen en om de huid weer op de onderlaag te laten verkleven. De insteekopening van de drain wordt dagelijks geïnspecteerd door de verpleegkundige. Tevens wordt de drainproductie drie maal per 24 uur gemeten en genoteerd. De drains worden verwijderd als de productie van wondvocht minder dan 15 ml per 8 uur is. Bij een selectieve halsklierdissectie gaat u de eerste dag, na de operatie naar huis, ook als de drain nog niet verwijderd is. Bij een gemodificeerde of radicale halsklierdissectie, gaat u de tweede dag na de operatie, naar huis, met of zonder drain U krijgt instructies hoe u thuis de drain kunt verzorgen
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te bewegen en te mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.
De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt op vaste tijden tabletten en/of zetpillen tegen de pijn. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. Er zijn verschillende hechttechnieken, maar de wond wordt meestal met (onderhuidse) hechtingen of krammetjes gesloten. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden.
Maar soms wordt de wond gesloten met hechtingen of krammetjes, die wel verwijderd moeten worden. De hechtingen worden dan acht-tien dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald, worden de hechtingen na tien dagen verwijderd.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd, het gebied voelt verdoofd aan. Dit dove gevoel kan nog lang aanhouden, het is moeilijk te voorspellen in hoeverre het gevoel van de huid zich volledig herstelt. Soms kan zich ook een overgevoeligheid van de huid ontwikkelen.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Voor het goed functioneren van hart en longen is het van belang om op de dag van de operatie al te starten met bewegen door uit bed te komen. Indien nodig kan de verpleegkundige u hierbij helpen. Wanneer u met regelmaat beweegt, stimuleert u ook de bloedcirculatie, waardoor trombose kan worden voorkomen. Trombose (het optreden van een stolsel in de bloedvaten) is een complicatie die na een operatie kan ontstaan als gevolg van te weinig beweging. Probeert u de dag na de operatie zeker viermaal uit bed te komen en tweemaal een wandeling over de verpleegafdeling te maken.
Houding in bed
In bed kunt u het beste half zittend liggen en slapen. Ook is het goed uw arm aan de geopereerde zijde op een kussen te leggen. Hierdoor liggen uw schouder en arm in een betere houding. Dit is belangrijk voor de spieren in uw schouder en hals, voor de doorbloeding en de afvloed van het wondvocht.
Als de wonddrain(s) verwijderd zijn, hoeft u uw arm niet meer op een kussen te leggen.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
U kunt weer normaal eten en drinken. Er zijn voor u geen beperkingen in wat u eet of drinkt. Uw eetlust kan wel verminderd zijn. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat uw voeding voldoende calorieën, vitamines en eiwitten bevat.
Als de halsklierdissectie in combinatie met een andere ingreep aan mond- en/of keelholte is uitgevoerd gelden andere voorschriften.
Uiterlijk en functiebeperking
Uw gezicht kan er na de ingreep anders uit zien door zwelling. De zwelling in uw gelaat aan de geopereerde zijde ontstaat doordat de afvloed van lymfevocht stagneert. Het lymfevocht moet nu een andere weg zoeken. Na enkele weken zult u merken dat uw gezicht minder gezwollen is.
Als u rechtop zit en halfzittend slaapt, kunt u ernstige toename van zwelling in uw gezicht beperken. Ook door regelmatig uit bed te komen kunt u dit bereiken.
Soms wordt tijdelijk prednison voorgeschreven om de blijvende zwelling tegen te gaan.
Als u zich voor de eerste keer weer in de spiegel ziet, kan het veranderde uiterlijk door de zwelling tegenvallen, vooral wanneer de oogleden daar ook in betrokken zijn Het is voor het verwerken en accepteren van deze veranderingen belangrijk hierover te praten met uw familie en/of verpleegkundige. Een maatschappelijk werkster kan u hierbij ook ondersteunen.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u bij deze wisselende stemmingen ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.
4. Het ontslag
Afhankelijk van de soort ingreep mag u de eerste (selectieve halsklierdissectie) of de tweede dag (gemodificeerde of radicale halsklierdissectie) na de operatie met ontslag, mits u voldoet aan de volgende voorwaarden:
- uw pijn is onder controle;
- u kunt de drain zelfstandig verzorgen;
- uw wond geneest goed.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u wilt, met uw naaste(n). Tijdens het gesprek wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg. Hij bespreekt met u de PA uitslag en eventueel de vervolgbehandeling (radiotherapie). U krijgt hiervoor dan vervolgafspraken bij de radiotherapeut.
Bij ontslag uit het ziekenhuis wordt ook een poliklinische afspraak gemaakt bij de fysiotherapeut. Tijdens dit consult zal de fysiotherapeut beoordelen of er sprake is van functieverlies. Tevens wordt besproken of u klachten of beperkingen ervaart bij de dagelijkse handelingen. Indien nodig wordt er samen met u een behandelplan opgesteld. Dit kan bestaan uit advies en lichte oefeningen die u zelf kunt doen. In dat geval wordt alleen een controle afspraak gemaakt. Het kan ook zijn dat u onder begeleiding moet oefenen. Dan zal met u besproken worden waar u de behandeling het beste kunt krijgen (in het Antoni van Leeuwenhoekof bij een fysiotherapeut in uw eigen woonplaats). De oefeningen zullen gericht zijn op het verbeteren en op het zo veel mogelijk voorkomen van klachten en beperkingen in het dagelijks bestaan. (zie verder: “Uiterlijk en functiebeperking”)
figuur 1: de monnikskapspier
Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld over de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
Periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en goed kunt bewegen.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Meestal wordt de wond gesloten met (onderhuidse) oplosbare hechtingen. Als er niet-oplosbare hechtingen of krammetjes gebruikt zijn, kunnen die na acht of tien dagen verwijderd worden door de huisarts of de hoofd-halsverpleegkundige. Let op, als u in het verleden bestraald bent op het operatiegebied, dan mogen de hechtingen pas na tien dagen verwijderd worden. U mag de hechtingen bij de huisarts laten verwijderen, maar ook op de verpleegkundige poli hoofdhals van het AVL.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. U kunt douchen en/of in bad gaan, dep de wond na afloop droog.
Drains
U zult waarschijnlijk met drains naar huis gaan. U krijgt instructies mee hoe u thuis de drains kunt verzorgen. Alle informatie staat ook beschreven in bijlage 3, blz. 18.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken
Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag.
Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Uiterlijk en functiebeperking
Door de operatiewond kunt u in het begin beperkingen ervaren bij het bewegen van uw nek en schouder. Met behulp van lichte oefeningen kunt u het herstel van de beweeglijkheid bevorderen. De fysiotherapeut zal u hierover adviezen geven.
Omdat bij de operatie zenuwuitval kan ontstaan, is het mogelijk dat er kracht- of functieverlies optreedt van de monnikskapspier (een van de schouderspieren; zie figuur 1). Hierdoor kunt u mogelijk uw arm minder goed heffen. Ook zou u hierdoor beperkingen kunnen ervaren met het reiken naar voorwerpen boven ooghoogte en het dragen van voorwerpen. De mate van krachtsverlies en de kans op herstel hangt af van de aard en de uitgebreidheid van de operatie.
Als de zenuwvoorziening naar de monnikskapspier moest worden verwijderd is het belangrijk dat u met de fysiotherapeut oefeningen doet om de omgevende spieren te versterken en de functie op te vangen.
Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of veranderd uiterlijk om te gaan. Ook is het confronterend andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. In het AVL is er een revalidatieprogramma voor patiënten met ernstige fysieke of vermoeidheidsklachten na de behandeling. Vraag om mondelinge informatie en de folder, tijdens uw opname in het ziekenhuis, als u geïnteresseerd bent.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en/of met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, een psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer.
Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via:
- www.ikn.nl / organisatie van de zorg / regionaal / continuïteitsbezoek
- www.careforcancer.nl
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- problemen met de wond(en);
- tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
- temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
- Via MijnAVL.nl kunt u afspraken en uitslagen ook inzien.
Neemt u bij voorkeur contact met de hoofd-halsverpleegkundige tijdens het telefonisch spreekuur via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Bijlage 1: Schematische weergave halsklieren
In de hals zijn vele tientallen halsklieren aanwezig. Deze worden onderverdeeld in verschillende gebieden (levels). De hoofd-halschirurg kan u vertellen welke klieren bij u verwijderd worden.
Bijlage 2: Mogelijke complicaties na een halsklierdissectie
Zoals tijdens en na iedere operatie, kunnen ook ten gevolge van een halsklierdissectie complicaties optreden. Uw arts zal met u de specifieke risico’s bespreken.
Bloedingen en infecties
Er is kans op wondinfectie, abces (pusvorming) en nabloeding. Over het algemeen kunnen deze complicaties verholpen worden, waarbij soms een tweede operatie noodzakelijk is. Zeldzaam kan door een infectie of nabloeding een genezingsstoornis optreden waardoor de huid niet goed meer geneest. Ook dan is een her-operatie meestal noodzakelijk.
Zenuw letsel
Tijdens de ingreep kunnen zenuwen in de hals beschadigd raken. Dit kan soms niet worden voorkomen, bijvoorbeeld wanneer de tumor niet veilig losgemaakt kan worden van een zenuw en deze dan doelbewust moet worden opgeofferd. Het kan, zeldzaam, uiteraard ook onbedoeld gebeuren. De kans op zo’n beschadiging en uitval van zenuwen is over het algemeen gering bij kleinere halsklier uitzaaiingen doch groter wanneer de tumor groter is en zenuwen infiltreert. Ook kunnen zenuwen tijdelijk uitval vertonen die zich geleidelijk herstelt na drie weken tot maximaal een jaar na de ingreep.
Belangrijke zenuwen die beschadigd kunnen worden zijn:
- De nervus Accessorius: de zenuw van de schouder. Beschadiging kan aanleiding geven tot krachtsverlies bij het heffen van de arm en een afhangende schouder met soms pijn in het gewricht. Verstijving moet worden voorkomen door fysiotherapie. Schade aan deze zenuw is een van de meest voorkomende complicaties.
- De nervus Hypoglossus: de zenuw die de bewegingen van de tong verzorgt en ook een deel van de slikspieren. Wanneer deze aan een kant uitvalt, ontstaan er meestel geen problemen met articulatie en slikken.
- De nervus Lingualis: de zenuw die het gevoel en de smaak in de mond verzorgt. Eenzijdige uitval heeft beperkte gevolgen.
- De nervus Vagus (en recurrens): deze zenuw verzorgt de beweeglijkheid van de stembanden en gevoel in keel. Bij uitval ontstaat meestal heesheid en soms slikproblemen). Het risico is groter bij schildklieroperaties.
- De nervus Phrenicus. Deze zenuw verzorgt het middenrif en bij uitval kunnen er dus (meest geringe) problemen met de ademhaling ontstaan. Gelukkig zijn er meerdere andere zenuwen die deze functie grotendeels kunnen overnemen.
- De nervus Facialis. Door vrijleggen van de onderste takken van deze zenuw bij een halsklierdissectie kan tijdelijk een scheve mond ontstaan. Bij doornemen van de zenuw is dit permanent, doch vooral zichtbaar bij lachen en spreken. In rust blijft het gelaat symmetrisch (gelijk).
- Gevoelszenuwen van de cervicale plexus. Tijdens de operatie worden vrijwel altijd enkele gevoelszenuwen doorgesneden. Het gevolg hiervan is dat de huid van de hals en het oor deels ongevoelig worden. Deels trekt dit bij. Soms ontstaan er echter ook net hypergevoelige plekken op de plaats waar de zenuw is doorgesneden, wat erg lastig en onplezierig kan zijn bij aanraking.
- De grensstreng: deze zenuw zal zelden beschadigd worden waardoor er een grote pupil en een hangend ooglid ontstaat. (syndroom van Horner)
- Hoogst zelden kunnen ook zenuwen beschadigd worden, die van belang zijn voor het bewegen van de arm.
Arteria Carotis schade
Beschadiging van de bloedvaten komt weinig voor en kan over het algemeen verholpen worden tijdens de operatie. Als de tumor in de grote halsslagader (carotis) groeit kan de operatie echter wel een risico geven op een herseninfarct. Over het algemeen wordt er niet geopereerd wanneer dit risico als te groot wordt ingeschat. Wel kan er in zeldzame gevallen door manipulatie van de halsslagader een stolsel of kalkplak van de vaatwand losschieten en een herseninfarct veroorzaken. De kans hierop is echter zeer gering.
Chylus lekkage
In de hals loopt een groot lymfevat, dat tijdens de operatie kan worden beschadigd. Hierdoor kan er lymfevocht (chylus) gaan lekken. U krijgt dan een speciaal dieet of intraveneuze voeding en in zeldzame gevallen zal een tweede ingreep noodzakelijk zijn om de lekkage op te heffen. Deze ingreep kan meestal door de radioloog onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd (embolisatie). Uw opname kan door deze complicatie aanzienlijk verlengd worden en bij ernstige chylus lekkage kan uw conditie achteruit gaan.
Bijlage 3: Draininstructie na halsklierdissectie
U bent geopereerd en heeft een drain gekregen.
Een drain draagt bij aan de wondgenezing door het wondvocht uit de wond af te zuigen. U gaat met de drain naar huis. In deze bijlage vindt u informatie over de werking en de verzorging van de drain.
De werking van een redonse drainpot
De redonse drainpot is een vacuümpot. De pot bevat geen lucht, waardoor deze wondvocht afzuigt. Wanneer de groene harmonicadop van de pot volledig naar beneden staat, is de pot vacuüm. Staat de groene harmonicadop omhoog, dan is het vacuüm van de pot af en moet de pot vervangen worden.
Dagelijkse controle van drain en drainpot
- U dient 3 x op een dag de productie van de drain te noteren. Zet de pot op een vlakke ondergrond. Teken iedere ochtend, op ongeveer dezelfde tijd (6 uur, 14 uur en 22 uur), een streepje met de datum en tijdstip op de inhoudskolom van de pot. Schrijf vervolgens de hoeveelheid wondvocht van de afgelopen 8 uur in de tabel op bladzijde 19.
- De groene harmonicadop van de pot moet naar beneden blijven. Controleer de dop driemaal per dag, ‘s morgens, ’s middags en ’s avonds.
- De pleister waarmee de drain aan uw huid is bevestigd, moet goed vastzitten. Als dit niet zo is, vervangt u de pleister.
- Controleer het wondvocht op kleur (rood, lichtrood, rose of gelig zijn normale kleuren) en op hoeveelheid. Als er meer dan 150 ml wondvocht in twee uur tijd afloopt, neem dan contact op met de hoofd-halsverpleegkundige. Buiten kantooruren en in het weekend belt u het algemene nummer van het Antoni van Leeuwenhoek en vraagt u naar het Weekend-, Avond- en Nachthoofd (WAN-hoofd).
Het verwisselen van de drainpot
Wanneer er meer dan 150 ml in de pot zit of wanneer de pot van het vacuüm af is, wisselt u deze als volgt:
- Was uw handen.
- Zet de pot op tafel en sluit de klemmen op de slang en pot.
- Haal de nieuwe pot uit de verpakking en zet deze naast de oude pot.
- Draai het aansluitpunt los, raak het aansluitpunt niet aan, anders is het systeem niet meer steriel. Heeft u het aansluitpunt wel aangeraakt, maak het dan schoon met een gaasje met chloorhexidine.
- Draai vervolgens het aansluitpunt van de slang vast op de nieuwe pot en zet beide klemmen weer open.
Wat te doen als:
1. De groene harmonicadop omhoog staat, (MAX)
- Als de groene harmonicadop omhoog staat, is het vacuüm van de pot af.
- Controleer de drainslang: zit deze nog geheel aaneengesloten dan verwisselt u de drainpot. Als de slang is losgeschoten, ga dan naar punt 2.
- Verwissel de drainpot. Wanneer de dop weer omhoog schiet, neem dan contact op met de hoofd-halsverpleegkundige.
2. De drainslang losschiet bij het dunne gedeelte van de slang
Zowel de drainpot als de drainslang moeten vervangen worden.
- Draai de schone drainslang op de nieuwe pot zonder het aansluitpunt aan te raken.
- Zet zowel de klem op de slang als op de drainpot dicht.
- Maak een schaar schoon met een gaasje met chloorhexidine.
- Knip aan het einde van de slang ‘drie trapjes’ af.
- Maak de uiteinden van de dunne slang en drainpotslang schoon met een in chloorhexidine gedrenkt gaasje en schuif ze in elkaar.
- Zet de klemmen van de slang en drainpot weer open.
3. De insteekplaats rond de drain in het lichaam ziet rood of vies
- Maak deze schoon met een gaasje met chloorhexidine. Wanneer de roodheid rondom de insteekplaats verergert, kunt u een ontsteking hebben. Neem dan contact op met de hoofd-halsverpleegkundige of de huisarts.
Bij de volgende problemen neemt u contact op met de hoofd-halsverpleegkundige:
- Bij lekkage van wondvocht uit de insteekplaats van de drain.
- Een rood, dik en/of gespannen wondgebied.
- Als het vocht in de drain een ‘melkachtige’ kleur heeft.
- Temperatuur boven de 38,5 graden Celsius.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met het Weekend-, Avond- en Nachthoofd (WAN hoofd).
Wanneer mag de drain verwijderd worden?
De drain wordt verwijderd als de productie minder is dan 15 ml in de laatste 8 uur.
De hoofd-halsverpleegkundige verwijdert de drain. U belt voor het maken van een afspraak.
Beperkingen thuis
In het algemeen geldt dat u met de drain alle bewegingen mag maken die geen pijn doen, ofwel bewegen binnen de ’pijngrens’. Daarnaast moet u er rekening mee houden dat u geen zwaar huishoudelijk werk doet, niet zwaar tilt en niet gaat sporten.
Wat u verder moet weten over de drain
- U mag met een drain douchen.
- Bij wisseling van de drainpot, dient u de hoeveelheid wondvocht van die dag te noteren. De volgende ochtend telt u het op bij de productie van de rest van de dag.
- Volle drainpotten moet u afsluiten met het klemmetje en weggooien bij het huisvuil.
- Heeft u meerdere drains, houdt dan bij het verwisselen van de potten dezelfde nummering aan.
Tabel om de draininhoud te noteren
Datum | Tijdstip | Drain 1 productie | Drain 2 productie |
6 uur | |||
14 uur | |||
22 uur | |||
6 uur | |||
14 uur | |||
22 uur | |||
6 uur | |||
14 uur | |||
22 uur | |||
6 uur | |||
14 uur | |||
22 uur | |||
6 uur | |||
14 uur | |||
22 uur | |||
6 uur | |||
14 uur | |||
22 uur | |||
6 uur | |||
14 uur | |||
22 uur |
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.
