Herstelprogramma na leverchirurgie
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De operatie
- De periode voor de operatie
- De periode na de operatie
- Activiteiten en schematisch overzicht van uw opname
- Het ontslag
- Meer informatie
Bijlage: ademhalingsoefeningen
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.
Wij verzoeken u deze informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw belafspraak met de verpleegkundige, en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere medewerkers dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
U neemt deel aan een herstelprogramma. Het doel van dit programma is om ervoor te zorgen dat u beter herstelt na de operatie met minder complicaties. Hierdoor bent u eerder in staat het ziekenhuis te verlaten en uw leven te hervatten. Van u wordt verwacht dat u vrijwel direct na de operatie start met drinken, eten en mobiliseren. Deze extra inspanning leidt tot een beter en sneller herstel.
In dit document vindt u informatie over het verwijderen van een deel van de lever en het herstelprogramma na deze operatie.
1. De operatie
Bij u zal een leveroperatie plaatsvinden omdat er uitzaaiingen in de lever zijn geconstateerd. De lever is het grootste orgaan in het lichaam en is verantwoordelijk voor meer dan vierhonderd functies. Na een gedeeltelijke verwijdering van de lever is deze, in tegenstelling tot andere organen, weer in staat om te groeien tot de oorspronkelijke grootte. Als de operatie zonder problemen verloopt, is het resterende deel van de lever goed in staat de functies van de lever uit te voeren. Hoe groter het deel is dat verwijderd wordt, des te meer tijd heeft de lever nodig om zich te herstellen. Meestal is na zes weken het herstel vrijwel volledig bereikt.
Tijdens de operatie wordt een snede gemaakt net onder de ribbenboog, waarna de ribben iets opzij worden geduwd. Er is dan goed zicht op de lever. De chirurg gaat op zoek naar de uitzaaiingen in de lever. Tijdens de operatie worden de uitzaaiingen verwijderd, of wordt een deel van de lever verwijderd waarin de uitzaaiingen zich bevinden.
Uitzaaiingen kunnen door de chirurg weggesneden worden of ze kunnen door verhitting vernietigd worden. Verhitting vindt plaats door een behandeling die RFA (Radio Frequente Ablatie) of MWA (Microwave Ablatie) genoemd wordt. Op de polikliniek is door de chirurg met u besproken welke methode bij u wordt toegepast.
Radio Frequente Ablatie (RFA)
Met een RFA-behandeling wordt een naald die verbonden is met een stroomgenerator in de uitzaaiing gebracht. Door de elektrische wisselstroom die wordt toegediend ontstaat verhitting, waardoor de tumorcellen worden vernietigd.
Microwave Ablatie (MWA)
Met de MWA-behandeling wordt een naald in de uitzaaiing geprikt die microgolven uitzendt. Deze microgolven brengen watermoleculen in beweging, waardoor de tumorcellen worden verhit en uiteindelijk worden vernietigd.
De operatie kan tussen de twee en vijf uur duren. Uw arts kan in onderstaande afbeeldingen uw persoonlijke situatie toelichten.


Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. De lever is een sterk doorbloed orgaan. Daarom is er een risico op bloeding en nabloeding. Lekkage van galvocht, ontsteking in het wondbed van de lever en verminderde leverfunctie behoren tot de specifieke complicaties. Meer algemene complicaties zijn een longontsteking, blaasontsteking, wondinfectie, maag-darminfectie, trombose (stolsel in de aders, vaak van benen en longen) en het vertraagd op gang komen van de darmen. De risico’s op een complicatie zijn verhoogd als u lijdt aan andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik en ondervoeding vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis met u en uw naasten besproken. Als u naar huis gaat vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek. Hiervoor wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.
2. De periode voor de operatie
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de operatie is een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg of verpleegkundig specialist zal u hierover informeren.
Poliklinische voorbereiding
Op de polikliniek spreekt u verschillende zorgverleners:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de operatie kunt u aan hem of haar stellen.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig geprotocolleerde medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert, waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten. U ziet de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek ook weer terug.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt de informatiefolder ’Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen, is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De (bel)afspraak met de verpleegkundige dient ter voorbereiding op de opname. De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door.
- Ook heeft u gelegenheid om vragen te stellen en zo nodig wordt aanvullende informatie gegeven. De verpleegkundige kan in overleg met u andere zorgverleners (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen en u vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- Afhankelijk van de grootte van de ingreep en uw conditie ziet u voorafgaand aan de ingreep de fysiotherapeut. Deze geeft u informatie over het mobiliseren na de operatie en ademhalingsoefeningen om een longontsteking te voorkomen.
- Als u voorafgaand aan de operatie veel bent afgevallen, wordt u verwezen naar de diëtist. Zij kan u adviezen geven om te zorgen dat u voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. Eventueel kan er ook bijvoeding worden voorgeschreven.
De Stoppen met Roken poli
Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken vóór de operatie, om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De rookstopcoaches van de Stoppen met Roken polikliniek van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met eventueel alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Voorbereiding thuis; voeding en beweging
Kanker kan veel van uw lichaam vragen. Wanneer u lichamelijk in een goede conditie bent, kunt u de behandeling doorgaans goed aan en verloopt het herstel meestal voorspoedig. Het risico op complicaties wordt daarnaast kleiner. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. In de wachttijd tot de operatie kunt u uzelf trainen door bijvoorbeeld dagelijks een uur te gaan wandelen of fietsen. Daarnaast is het belangrijk dat uw voedingstoestand goed is. U kunt hieraan meewerken door gevarieerd te blijven eten. Als gevarieerd eten door omstandigheden niet lukt, of als u ongewenste gewichtsveranderingen ervaart, kunt u dit aangeven bij de verpleegkundig specialist. In overleg met u wordt dan een consult bij de diëtist aangevraagd. Zie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding.
Eten en drinken vlak voor de operatie
Om uw herstel na de operatie te bespoedigen vragen we u om op de dag vóór de operatie twee koolhydraatrijke drankjes te nemen. Zie hiervoor verder Hoofdstuk 4. Wanneer u opgenomen bent zullen wij de drankjes verstrekken. De drankjes die u de dag voor de operatie thuis drinkt dient u zelf aan te schaffen.
Opname
Afhankelijk van wat er met u is afgesproken wordt u één dag voor de ingreep óf op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt ondersteuning en begeleiding. De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven en vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
Op de dag van de operatie kunt u zich (thuis) wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een medicijn, zodat u zich beter kunt ontspannen.
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidings-ruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding. Voor de afvloed van urine krijgt u een blaaskatheter ingebracht. Via een kapje over uw neus en mond krijgt u zuurstof toegediend, terwijl de anesthesioloog de narcosemiddelen toedient via het infuus.
3. De periode na de operatie
Na de operatie blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de afdeling gaat. Indien noodzakelijk, verblijft u een dag op de Intensive Care, waar de anesthesioloog verantwoordelijk is voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de chirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegafdeling.
Als u op de afdeling bent kunt u direct onder begeleiding van een verpleegkundige uit bed komen. De verpleegkundige zal u stimuleren om dit te doen. Het snel weer uit bed komen en weer oplopen bevordert het herstel en voorkomt complicaties. Hoe eerder u kan drinken, eten en uit bed bent, hoe sneller het herstel vaak verloopt en hoe eerder u bent teruggekeerd op het niveau van vóór de operatie.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De chirurg komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen en/of in de hals bevinden.
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is in principe na drie tot vier dagen.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt.
- In sommige gevallen: een voedingssonde via de neus en de maag in de dunne darm voor het toedienen van sondevoeding (dit is de sonde die voor de operatie door de verpleegkundige is ingebracht). Zodra u in staat bent voldoende te eten en drinken, wordt de voedingssonde verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in - en uit bed te komen. Tijdens een leveroperatie zijn de ribben wat opzij geduwd, waardoor er een kneuzing van de ribben ontstaat. Dit kan tot zes weken na de operatie aanhouden. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. Meestal wordt de wond onderhuids gehecht. In dat geval hoeven er geen hechtingen te worden verwijderd. Als er niet onderhuids is gehecht, worden de hechtingen 14 dagen na de operatie verwijderd.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. Het gebied onder het ribbenboogslitteken kan deels ongevoelig blijven, ook op langere termijn. Houd hiermee rekening en pas op voor verbrandingen als u bijvoorbeeld een warme kruik op uw buik wilt leggen.
Mobiele en fysieke activiteit
Al op de dag van de operatie gaat u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
In het volgende hoofdstuk staat precies beschreven welke lichamelijke activiteiten per dag van u verwacht worden. U zult merken dat de activiteiten die voor de operatie vanzelfsprekend waren, nu mogelijk veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden. U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk driemaal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit kan gepaard gaan met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Als u zich goed voelt, kunt u op de dag van de operatie weer starten met eten en drinken. In het volgende hoofdstuk kunt u lezen wat u aanvullend op uw normale dieet krijgt aangeboden. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn. Dit kan gedurende langere tijd zo blijven. Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het belangrijk dat uw voeding voldoende calorieën, vitaminen en eiwitten bevat. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- Goede pijnbestrijding;
- Ademhalingsoefeningen (zie de bijlage voor de omschrijving van de oefeningen);
- Het ophoesten van slijm;
- Halfzittende houding in bed;
- Niet te roken.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Activiteiten en schematisch overzicht van uw opname
Uit het voorgaande zal het u duidelijk zijn geworden dat u zelf een belangrijke bijdrage kunt leveren aan uw herstel. Om u hierin te stimuleren worden hieronder een aantal doelen gesteld waarop op u zich kunt richten gedurende de opname. Het kan door omstandigheden voorkomen dat het u niet lukt om volgens dit schema te herstellen. In dat geval kan er uiteraard afgeweken worden van dit schema.
De dag voor de operatie
- U mag gewoon eten en drinken
- U drinkt vandaag twee koolhydraatrijke drankjes
- Geschikte koolhydraatrijke drankjes zijn alle heldere alcoholvrije dranken die per 100 ml. minimaal 12.4 gram koolhydraten bevat. Voorbeelden zijn:
- Appelsap of sinaasappelsap zonder vruchtvlees (4 glazen van 150 ml)
- Druivensap zonder vruchtvlees (2 glazen van 150 ml)
- Zoete limonade van siroop (70 ml siroop aangelengd met 330 ml water)
De dag van de operatie
- Als u na de operatie voor twaalf uur terug bent op de afdeling wordt er van u verwacht dat u twee keer 15-90 minuten naast het bed op de stoel zit, als u na 16 uur terug bent op de afdeling is dit één keer 15-90 minuten.
- Als u terug bent op de afdeling kunt u een normaal dieet aanhouden. Daarnaast wordt u gestimuleerd om twee flesjes nutridrink protein te drinken (eiwitrijke drank).
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn. U krijgt een lijstje waarop u bijhoudt hoeveel u drinkt.
De eerste dag na de operatie
- Er wordt van u verwacht dat u zich zittend wast en uw eigen kleding aantrekt (zo nodig met hulp voor de infuuslijnen en rug).
- Er wordt van u verwacht dat u drie keer per dag twee uur op een stoel zit en drie keer per dag een rondje over de afdeling loopt.
- U drinkt weer twee flesjes nutridrink protein verdeeld over de dag.
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn. U houdt op een lijstje bij hoeveel u drinkt.
- Als drinken goed gaat wordt het infuus gestopt. Het naaldje blijft nog wel zitten, totdat de epiduraalkatheter wordt verwijderd.
De tweede dag na de operatie
- U verzorgt uzelf onder de douche of aan de wastafel en trekt uw kleding aan.
- U bent verdeeld over de dag acht uur uit bed, daarvan loopt u vier keer een rondje over de afdeling.
- U eet zoals u thuis gewend bent.
- Uw vochtinname moet na de operatie minimaal 1500 ml per 24 uur zijn. U houdt op een lijstje bij hoeveel u drinkt.
- De verpleegkundige zal met u de thuissituatie bespreken en inventariseren of u na uw ontslag thuiszorg nodig heeft.
De derde dag na de operatie
- U gaat zelfstandig onder de douche en trekt uw eigen kleding aan.
- U bent verdeeld over de dag acht uur uit bed, eet aan tafel en u loopt vier keer een rondje over de afdeling.
- U eet zoals u thuis gewend bent.
- De epidurale pijnstilling wordt in principe ’s ochtends gestopt. Pijnstilling krijgt u vanaf nu (alleen) in tabletvorm.
- De epiduraalkatheter wordt verwijderd als de pijnstilling onder controle blijkt met tabletten.
- Uw blaaskatheter en het infuus worden verwijderd nadat de epiduraalkatheter is verwijderd.
- De verpleegkundige maakt met u een afspraak voor een ontslaggesprek.
De vierde dag na de operatie
- U gaat zelfstandig onder de douche en trekt uw eigen kleding aan.
- U eet zoals u thuis gewend bent.
- U krijgt een ontslaggesprek met de verpleegkundige.
- U krijgt poli afspraken, recepten en een actueel medicatieoverzicht mee van de verpleegkundige.
- U gaat met ontslag.
Indien bij u een grotere leveroperatie heeft plaatsgevonden, gaat u na ongeveer vijf tot zeven dagen na de operatie met ontslag.
5. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer vier tot zeven dagen het ziekenhuis verlaten. Op de dag van ontslag verlaat u in principe tussen 10.00 uur en 10.30 uur het ziekenhuis.
Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Bij voorkeur is hierbij een naaste aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg en een belafspraak bij de verpleegkundig specialist ongeveer vier dagen na ontslag. De chirurg zal uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
Periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook al ervaart u weinig pijnklachten, het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.
U kunt het volgende schema volgen:
- Indien u Ibuprofen gebruikt: verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf paracetamol drie tot vier maal daags als basis gebruiken in de dosering zoals u tijdens uw opname gebruikte (500 of 1000 mg). Paracetamol kunt u afbouwen door eerst de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Meestal is de wond onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. Indien er bij u wel sprake is van hechtingen en deze tijdens de ziekenhuisopname nog niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige vertelt u wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- onbegrepen toenemende pijn;
- de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- u heeft toenemende pijn aan de wond;
- er komt pus uit de wond;
- u heeft temperatuursverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundig specialist via het centrale nummer van het ziekenhuis. Buiten kantooruren vraagt u dan naar het dienstdoende Weekend- avond- nachthoofd. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 6 beschreven.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie bent, kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag.
Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Vermoeidheid en activiteit
U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Na de behandeling kunt u desgewenst meedoen aan een revalidatieprogramma. Wilt u graag individueel advies of wilt u meer informatie over het volgen van een revalidatieprogramma dan kunt u dit aangeven aan de verpleegkundige of informatie vragen in het Centrum Patiënteninformatie. Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn). De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Intimiteit, Seksualiteit en Kanker
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven. Meer informatie kunt u lezen in de folder Intimiteit, Seksualiteit en Kanker. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.
Concentratie
Door de operatie, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
U kunt een continuïteitsbezoek aanvragen bij de thuiszorg organisatie in uw regio of via Care for Cancer www.careforcancer.nl. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius.
- Aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen.
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is.
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren, met de verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren vraagt u naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd.
6. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Bijlage: Ademhalingsoefeningen
Het is de bedoeling dat u zelf elk uur ademhalingsoefeningen doet als u wakker bent.
Begin een minuut met een rustige buikademhaling en daarna vijfmaal een diepe inademing. Na de ademhalingsoefeningen gaat u een paar maal huffen en hoesten (zie onderstaande toelichting).
Rustige buikademhaling
Ga ontspannen zitten of liggen. Leg de handen losjes op de buik en adem rustig in, het liefst door de neus. Voel de buik tijdens de inademing naar de handen toe bewegen. Adem daarna uit door de mond waarbij u de buik voelt terugzakken. Doe dit in uw eigen tempo en ademdiepte.
Diepe inademing
Ga goed rechtop zitten. Houd de handen op de buik en adem langzaam zo diep mogelijk in, liefst door de neus. Als eerste voelt u de buik uitzetten, daarna komt de borstkas naar voren en wordt breder. Houd de adem twee tellen vast, niet persen maar als het ware in blijven ademen. Adem daarna rustig uit door de mond.
Huffen
Adem normaal in. Open de mond en de keel en adem krachtig uit door de buik snel in te trekken. Let erop dat uw keel goed open is en dat de kracht uit uw buik komt.
Hoesten
Goed hoesten doet u door diep in te ademen en in een keer alle lucht krachtig uit te hoesten.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.