het verwijderen van de prostaat

Zorgpad RALP: Robot geassisteerde Laparoscopische Prostatectomie

Inleiding

In verband met een operatie wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  1. De operatie
  2. De periode voor de operatie
  3. De periode na de operatie
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie

Bijlage 1: Werking van de bekkenbodem na verwijdering van de prostaat – instructies en oefeningen

Bijlage 2: Herstel van seksuele functies na het verwijderen van de prostaat

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de operatie en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.

Het kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan in dit document wordt beschreven. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken want het team dat u begeleidt (zoals onze artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten e.a.) informeert u altijd volledig over uw specifieke situatie. Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie en kunt u gebruiken als naslagwerk.

Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met zorgverleners.

U heeft een kwaadaardige prostaattumor (prostaatkanker). Uw uroloog en verpleegkundig specialist hebben met u de verschillende behandelopties besproken. U heeft voor een operatie gekozen. Deze operatie wordt een radicale prostatectomie genoemd. Voor deze operatie werken wij samen in Prostaatkankernetwerk Nederland met een aantal andere ziekenhuizen (lees meer over het Prostaatkankernetwerk Nederland achter in deze brochure). De operatie wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde uroloog met de Da Vinci operatierobot.

1. De ingreep

De prostaat wordt verwijderd door een gespecialiseerde uroloog met behulp van de Da Vinci operatierobot. Het is afhankelijk van de planning welke uroloog u opereert. Als u een voorkeur voor een bepaalde uroloog heeft, heeft u dit op de polikliniek al aangeven.

De operatie gebeurt via een paar kleine gaatjes in de buik. De uroloog bedient de operatierobot met een soort joystick. De robot heeft een aantal robotarmen waaraan kleine operatie-instrumenten zitten. Ook heeft de robot een kleine camera waarmee de uroloog in de buikholte kan kijken. Via de gaatjes worden de buisjes met een camera en de operatie-instrumenten ingebracht. De uroloog opereert via een beeldscherm. Door te opereren met de robot kan de uroloog de operatie heel precies uitvoeren. Bovendien heeft u een kleinere wond en minder bloedverlies. Daardoor herstelt u sneller.

De uroloog verwijdert de prostaat, de zaadblaasjes en soms ook de lymfeklieren in de omgeving van de prostaat. Of dat laatste noodzakelijk is bespreekt uw behandelaar met u. Nadat de prostaat verwijderd is wordt een nieuwe verbinding gemaakt tussen de blaas en de plasbuis. De operatie duurt tussen de 1,5 en 2,5 uur. Dit is afhankelijk van het wel of niet verwijderen van de lymfeklieren.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er is altijd kans op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze operatie is daarnaast kans op een aantal andere complicaties. De meest voorkomende of meest ingrijpende zijn:

  • Ongewild urineverlies. Dit kan de eerste weken na de operatie fors zijn. In het algemeen heeft 6 maanden na de ingreep meer dan 60% van de patiënten er geen last meer van.
  • Dat percentage stijgt tijdens het eerste jaar na de operatie.
  • Vóór de ingreep maken we een MRI-scan van de prostaat. Daarmee kunnen we een inschatting maken van de kans op herstel (over het urineverlies) 6 maanden na de operatie.
  • Problemen met de erectie. Of u na de operatie een normale erectie kunt krijgen hangt af van verschillende factoren: of u normale erecties had vóór de operatie, uw leeftijd, het stadium van de tumor en of het mogelijk is de zenuwen te sparen bij de operatie. De uroloog maakt een inschatting van de kans op erectiebehoud en bespreekt dit met u.
  • Opengaan van een wondje
  • Nabloeding
  • Lekkage van de aanhechting van de blaas aan de plasbuis
  • Langzaam op gang komen van de darmen
  • Ophoping van lymfevocht ( = lymfoedeem) in de buik, bij de penis en de balzak kort na de operatie (indien de lymfeklieren verwijderd zijn). Meestal trekt dit na een paar weken weg. Een enkeling heeft een doof gevoel aan een been, of blijvend last van ophoping van lymfevocht in een been
  • Urineweginfectie
  • Abcesvorming

Er zijn ook andere complicaties mogelijk, maar die komen zo zelden voor dat ze hier niet worden benoemd.

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de operatie wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. De uitslag van dit onderzoek zal aan u worden medegedeeld door de verpleegkundig specialist op de dag dat u weer in het ziekenhuis komt voor het verwijderen van de katheter (zie hoofdstuk 4).

2. De periode voor de operatie

Poliklinische voorbereiding: medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De uroloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.

Het verslavende effect van nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.

Voeding

Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn.

Dit laatste kan bijvoorbeeld door de locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling, veroorzaakt door de tumor.

Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.

Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl

Opnamedatum

Zodra de operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande datum telefonisch of schriftelijk via de mail contact met u op.

Dag van opname

Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende het verblijf op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.

Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:

  • de afdelingsarts:
  • stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek
  • bezoekt u dagelijks tijdens de opname om op de hoogte te blijven van uw situatie en u over het medische beleid te informeren
  • heeft nauw contact met uw uroloog
  • de verpleegkundige:
  • informeert u over de operatie en de periode in het ziekenhuis, neemt met u de verpleegkundige gegevens door
  • bespreekt de klachten en symptomen
  • kan (in overleg met u) aanvullende zorgverleners inschakelen, zoals een diëtist en maatschappelijk werker
  • coördineert de verpleegkundige zorg tijdens uw verblijf op de afdeling
  • biedt u ondersteuning en begeleiding
    • vertelt u welke slaappillen en andere medicijnen door de anesthesioloog zijn voorgeschreven en vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

Voorbereiding op de operatie

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. Het scheren van het operatiegebied is niet nodig. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthe­sioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.

Naar de operatiekamer

De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.

De uroloog komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft.

3. De periode na de operatie

Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat. De uroloog komt bij u langs.

Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de behandelend specialist over het verloop van uw herstel.

Soms krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm). Fraxiparine voorkomt stolselvorming in de bloedvaten (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de operatie heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in de ader van een arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicijnen via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig kort na de operatie.
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De katheter moet ongeveer 7-14 dagen na de operatie blijven zitten om de nieuwe verbinding tussen de plasbuis en de blaas te laten genezen.
  • Soms een wonddrain in het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht of bloed. Afhankelijk van de hoeveelheid vocht wordt deze verwijderd. Deze wordt doorgaans de dag na de operatie verwijderd.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en om in en uit bed te komen. De pijnbestrijding kan via een infuus worden toegediend of met medicijnen die u zelf moet innemen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u twee tot driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.

Misselijkheid

Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de operatie zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft.

De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De buikwond wordt onderhuids gehecht, de hechtingen lossen vanzelf op.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de operatie vaak veranderd. Dit kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel. Als er een drain geplaatst is, kan er lymfevocht uit de insteekplek komen. Meestal wordt een klein opvangzakje opgeplakt door de verpleegkundige voordat u naar huis gaat. Deze kan verwijderd worden als er geen vocht meer uitkomt.

Mobiliteit en fysieke activiteit

Vanaf de dag na de ingreep gaat u zoveel mogelijk uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. De dag na de operatie mag u naar huis.

Stoelgang

Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit kan gepaard gaan met misselijkheid en krampen. Soms is de ontlasting in het begin erg hard of juist heel dun; dit is normaal en heeft meestal niets met uw voeding te maken. Bij ontslag krijgt u een recept met medicijnen die de stoelgang op gang brengt.

Plassen

De periode na de operatie heeft u een blaaskatheter. Deze houdt u tenminste zeven dagen. Tijdens de opname leert u van de verpleegkundige hoe u de katheter verzorgt. Bij ontslag krijgt u een pakket mee met materiaal om de katheter te verzorgen en een folder waarin u alle informatie kunt terug lezen. U wordt aangemeld bij een firma (Medireva) waar u materiaal kunt bijbestellen.

Voeding

Na de operatie mag u alles eten en drinken. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn, dit zal snel weer herstellen.

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.

4. Het ontslag

De verwachting is dat u na 1 dag het ziekenhuis kunt verlaten.

U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis. Het is aan u om vervoer te regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of elders.

Als u ten gevolge van de ingreep thuis zorg nodig heeft zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste.

Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een belafspraak mee bij de verpleegkundig specialist voor ongeveer 4 dagen na de ingreep. Schrijf vragen die u hebt op voor de belafspraak. Bij dringende vragen (maandag t/m vrijdag tussen 9 en 11 uur) kunt u contact opnemen tijdens het telefonisch spreekuur met de verpleegkundig specialist. Zie hoofdstuk 5 voor de contactgegevens. Bij klachten zoals koorts of een verstopte blaaskatheter kunt u 24 uur per dag bellen.

Na 1 tot 2 weken komt u terug in het ziekenhuis bij de verpleegkundig specialist voor het verwijderen van de urinekatheter. U krijgt dan ook de uitslag van het weefselonderzoek wat door de patholoog is verricht. Via een brief zal uw huisarts op de hoogte worden gesteld van de operatie. Hier kan enige tijd overheen gaan.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

Hechtingen hoeven niet te worden verwijderd. U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen.
  • U heeft toenemende pijn aan de wond.
  • Er komt pus uit de wond.
  • U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de polikliniek of de wondverpleegkundige. Buiten kantooruren neemt u contact op met het centrale nummer van het ziekenhuis. Bereikbaarheid staat in hoofdstuk 5 beschreven.

Stoelgang

In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren tot dit weer normaal is.

Hygiëne

De normale hygiënische verzorging die u gewend bent is nu ook toegestaan.

De urinekatheter

U gaat met een urinekatheter naar huis. U krijgt materialen mee en instructies over hoe u moet omgaan met de katheter. Mocht de katheter om welke reden dan ook niet meer goed op zijn plaats zitten of er uit zijn gevallen dan moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis. Een nieuwe katheter mag pas worden ingebracht nadat er contact is geweest met het ziekenhuis.

Het kan zijn dat u een gevoel krijgt dat u moet plassen terwijl u nog een katheter heeft. Controleer het volgende:

  • Loopt er dan nog voldoende urine in de zak? Indien dit het geval is heeft u mogelijk een blaaskramp. Als u vaak last van blaaskrampen heeft mag u hierover contact opnemen met het ziekenhuis
  • Loopt er geen urine in de zak, dan kan het zijn dat een bloedstolsel de katheter heeft verstopt. Neem dan contact op met het ziekenhuis, ook bij het gevoel van een volle blaas!
  • Bij een probleem mag de katheter niet gewisseld worden zonder overleg met het Antoni van Leeuwenhoek.
  • Het kan voorkomen dat er bloed langs de katheter komt, bijvoorbeeld na het persen voor de stoelgang. Ook kan er dan bloed in de urinezak komen. Hier hoeft u zich geen zorgen over te maken. Eén vingerhoedje bloed maakt de urine namelijk al flink rood.

Verwijderen van de urinekatheter (met of zonder foto van de blaas (cystogram)

  • De katheter wordt meestal 1 tot 2 weken na de operatie verwijderd. De uroloog geeft aan of de katheter verwijderd mag worden met of zonder cystogram (foto van de blaas).
  • Als er een cystogram nodig is dan krijgt u een afspraak op de röntgenafdeling. Daar wordt met behulp van contrastvloeistof gecontroleerd of er geen sprake is van urinelekkage (dus of de verbinding tussen de plasbuis en de blaas weer goed aan elkaar gegroeid is).
  • Als de verbinding goed hersteld is wordt de urinekatheter verwijderd door de verpleegkundig specialist, op de poli.
  • Mocht er toch sprake zijn van urinelekkage dan krijgt u uitleg over de vervolgstappen.
  • Na het verwijderen van de katheter bent u een paar uur in het ziekenhuis. U moet 2 keer goed kunnen uitplassen voor u naar huis mag.
  • Neem incontinentiemateriaal mee op de dag van het verwijderen van de katheter. Dit zit in het pakket dat u bij ontslag gekregen hebt. Neem voor de zekerheid ook een setje schone kleding mee.
  • Op deze dag (met of zonder cystogram) zult u ook de uitslag van het weefselonderzoek krijgen.

Het ophouden van urine met de bekkenbodemspieren

Het trainen van de bekkenbodemspieren (zie bijlage 1) kunt u doen voordat u geopereerd bent, en nadat de blaaskatheter is verwijderd. Als u een blaaskatheter heeft mag u de oefeningen niet doen. Meestal duurt het weken tot maanden voordat u na de operatie de urine weer goed op kunt houden. Gebruik incontinentiemateriaal om ongewild urineverlies op te vangen. Indien u geen controle heeft over de blaas nadat de katheter verwijderd is, kan het zinvol zijn om een verwijzing te krijgen naar een geregistreerd bekkenbodem fysiotherapeut. Neem hierover contact op met de verpleegkundig specialist urologie tijdens het telefonisch spreekuur.

Vochtophoping (lymfoedeem)

Indien tijdens de operatie ook de lymfeklieren zijn verwijderd, kan u kort na de operatie klachten van lymfoedeem (vochtophoping) krijgen. Lymfoedeem is een aandoening waarbij zich een abnormale hoeveelheid lymfevocht ophoopt in het gebied van de operatie. Het lymfoedeem kan zich uitbreiden naar andere lichaamsdelen zoals de balzak, de liezen en de benen. Lymfoedeem kan klachten geven van een drukkend gevoel, pijn of tintelingen door de zwelling en beperkingen in bewegingen door zwelling en/of pijn.

Meestal verdwijnt het lymfoedeem spontaan. Wandelen kan helpen om het eerder te laten verdwijnen. Daarnaast kan het helpen om strak ondergoed, een strakke zwembroek of steunkousen te dragen.

Voeding

U hoeft geen dieet te volgen, maar vezelrijke voeding is goed om verstopping van de darm te voorkomen. Het is belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag.

Vermoeidheid

U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de operatie en de narcose. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.

Activiteit

De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen (niet zwaarder dan 5 kilo). Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen).

Probeer uit te ademen bij drukverhogende momenten zoals opstaan en bukken. Uitademen zorgt voor minder druk in de buik, en daardoor ook voor mogelijk minder urineverlies.

Vanaf vier weken na het verwijderen van de katheter mag u weer gaan fietsen. Het kan wel onprettig aanvoelen om op een zadel te zitten. Indien u merkt dat u daarna bloed in de urine heeft, is het verstandig om het fietsen even te beperken. Gaat het dan weer goed, dan kunt u het fietsen weer uitbreiden.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en seksualiteit

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken nadat de katheter is verwijderd. Door de operatie kunnen de zenuwen die zorgen voor een normale erectie beschadigd zijn. Een zaadlozing zal niet meer mogelijk zijn doordat de prostaat en de zaadblaasjes zijn verwijderd. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de verpleegkundig specialist of de uroloog. Zij zullen zelf ook initiatief nemen om dit onderwerp met u bespreken. Indien u dit wilt zullen zij u verwijzen naar de Polikliniek Seksualiteit en Kanker. Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.

Concentratie

Door medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houd hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl

U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • geen urineproductie uit blaaskatheter;
  • uitvallen van de blaaskatheter;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

5. Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuur.

Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

Prostaatkankernetwerk Nederland

Amsterdam UMC, Andros Mannenkliniek, Antoni van Leeuwenhoek, Dijklander Ziekenhuis, Noordwest Ziekenhuisgroep, OLVG, Rode Kruis Ziekenhuis, Spaarne Gasthuis, Zaans medisch Centrum, Ziekenhuis St Jansdal en Ziekenhuis Amstelland werken nauw samen op het gebied van de oncologische prostaatchirurgie.

Het bundelen van kennis en expertise op dit gebied zorgt voor betere behandelresultaten voor de patiënt. Zowel voor het behandelen van de kanker zelf als voor ingrijpende risico’s, zoals incontinentie en potentiestoornissen na de operatie. Door het centraliseren van de prostaatoperatie op 1 locatie doen urologen meer ervaring op, wat de behandelresultaten voor de patiënt ten goede komt. Ook het gezamenlijk bespreken van behandelplannen, continu delen van kennis en kunde en de bundeling van krachten ten aanzien van onderzoek zijn een belangrijke meerwaarde in de zorg voor patiënten met prostaatkanker. De uitgangspunten van het netwerk sluiten sterk aan bij de visie van de patiëntenorganisatie www.prostaatkankerstichting.nl

Bijlage 1. Bekkenbodemoefeningen en adviezen rondom een prostaatoperatie

Bekijk de film met uitleg over de bekkenbodem via onderstaande QR code of via https://youtu.be/vkVQT6gBGr0

Wat verandert er na verwijdering van de prostaat?

Tijdens de operatie wordt de prostaat verwijderd. De plasbuis loopt gedeeltelijk door de prostaat en wordt tijdens de operatie opnieuw vastgemaakt aan de blaas. Door deze nieuwe verbinding is er kans op urineverlies. Een veel voorkomende vorm van urineverlies na verwijdering van de prostaat noemen we ‘stress-urine-incontinentie’. Dit betekent kleine scheutjes urineverlies op momenten dat de druk in de buik en op de blaas toeneemt en de bekkenbodemspieren deze druk niet kunnen opvangen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij hoesten en niezen, maar ook bij tillen, bukken of opstaan uit de stoel.

De stress-urine-incontinentie kan door verminderen van buikdruk en goed en regelmatig oefenen van de bekkenbodemspieren worden behandeld.

Figuur 1: Links/boven: voor verwijdering van de prostaat. Rechts/onder: na verwijdering van de prostaat.

Waarom bekkenbodemoefeningen?

De bekkenbodemspieren bevinden zich als een hangmat onder in het bekken tussen het schaambeen, de zitbeenknobbels en het stuitje. Bij een man lopen er twee uitgangen door de bekkenbodemspieren: de anus en de plasbuis. Als u de bekkenbodemspieren aanspant voelt u dat de anus naar binnen trekt en dat uw penis/plasbuis intrekt of verkort.

Door de bekkenbodemspieren te trainen, leert u meer controle te krijgen over de spieren rondom de blaashals en de plasbuis. Meestal zijn de bekkenbodemspieren niet verzwakt en is het doel niet om deze spieren sterker te maken, maar juist de timing en de aansturing te verbeteren.

De volgende oefeningen kunt u voor en na de operatie doen om de functie van de bekkenbodemspieren te verbeteren. Let op: Na de operatie mag u de bekkenbodemoefeningen pas doen als de urinekatheter is verwijderd.

Oefening 1:

Om kennis te kunnen maken met de bekkenbodemspieren is diepe buikademhaling een goede start.

  • Zorg dat u ontspannen ligt of zit; leg uw handen op uw onderbuik en adem ontspannen naar de onderbuik en uw handen toe.
  • Voel dat de buik opbolt bij inademen en weer terugveert bij de uitademing. De bekkenbodem beweegt tijdens diepe buikademhaling ook mee: Bij inademen daalt de bekkenbodem en bij uitademen veert de bekkenbodem weer terug. Dit is een hele kleine beweging.

Oefening 2:

  • Span de bekkenbodem in één keer krachtig aan, houd 1 seconde vast en ontspan daarna weer. Aanspannen van de bekkenbodemspieren = intrekken anus/plasbuis.
  • Doe dit tien keer achter elkaar in 3 series. Probeer goed het verschil te voelen tussen aan-en ontspannen. Om urineverlies te voorkomen is aanspannen belangrijk maar om goed te kunnen plassen is ontspannen juist weer belangrijk.
  • Doe deze oefening 2x/ daags: 3 series met 10 herhalen.

 

Oefening 3:

  • Span de bekkenbodem aan op halve kracht (50%) en houd de spanning minimaal 3 seconden vast. Probeer tijdens het vasthouden de spanning niet langzaam te laten afnemen, maar blijf aanspannen.
  • Wanneer 3 seconden aanspannen goed lukt, kunt u dit uitbreiden naar 10 seconden.
  • Doe deze oefening 2 maal daags met 3 herhalingen.

Voor alle oefeningen geldt: Let erop dat u tijdens de oefeningen uw adem niet vasthoudt maar rustig blijft doorademen. Het is belangrijk dat de bekkenbodemspieren in rust ‘ontspannen’ zijn. Een te hoge basisspanning van de bekkenbodemspieren kan namelijk juist ook voor urineverlies zorgen.

U kunt oefenen in verschillende houdingen: liggend, zittend of staand. Daarnaast kunt u proberen om tijdens een beweging uw bekkenbodem aangespannen te houden, bijvoorbeeld tijdens hoesten, tillen of het opstaan uit een stoel. Op deze momenten komt er extra druk op de blaas die door de bekkenbodemspieren opgevangen moet worden.

Toiletadviezen - plassen:

Het is van belang om de periode direct na de operatie de buikdruk zo laag mogelijk te houden voor optimaal wondherstel. Dit houdt in dat persen bij plassen/poepen zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Denk hierbij ook aan een gezond voedingspatroon: vezelrijke voeding en voldoende drinken zorgen voor soepele ontlasting.

  • Begin voor het plassen met het ontspannen van de bekkenbodemspieren. Ga in een goede houding zitten of staan; met beide voeten plat op de grond. Kantel het bekken wat naar voren, zodat de blaas boven de plasbuis komt te liggen (figuur 2).
  • Neem de tijd, het kan even duren voordat de blaas leeg is.
  • Probeer tijdens het plassen zo min mogelijk mee te persen, dit kan de plasbuis soms zelfs een beetje dicht drukken. Laat de urine zoveel mogelijk vanzelf stromen. Dit kunt u doen door zo goed mogelijk te ontspannen en door:
  • Ondertussen rustig uit te ademen door met de lippen lichtjes op elkaar geperst de lucht uit de mond te laten ontsnappen;
    • Rustig via de neus in te ademen en via de mond weer uit;
    • Te neuriën
  • Voorkom “stippeltjes of streepjes plassen”. Dit is geen goede oefening en kan leiden tot het achterblijven van urine in de blaas.

De bronafbeelding bekijken

Figuur 2: Toilethouding plassen.

Nadruppelen:

Na de prostaatverwijdering kunt u merken dat u na het plassen toch nog wat urine verliest of ‘nadruppelt’. Dit kan veroorzaakt worden door achterblijven van urine in de plasbuis na het plassen. Om dit hinderlijke nadruppelen tegen te gaan, kunt u na het plassen uw bekken voor-/achterover kantelen (rug hol/bol maken) en de plasbuis leegstrijken (figuur 3).

Figuur 3: Leegstrijken van de plasbuis.

Bekkenfysiotherapie

Het is aanbevolen om voor de operatie al een afspraak te maken bij een erkende bekkenfysiotherapeut. Na de operatie is er tot 2 jaar na de prostaatverwijdering nog veel natuurlijk herstel mogelijk waarbij het meeste herstel plaats vindt in de eerste 6 maanden tot 1 jaar. Wanneer u na de operatie moeite hebt met het aansturen van de bekkenbodemspieren en er aanhoudende stress-urine-incontinentie is kunt u contact opnemen met een erkende bekkenfysiotherapeut. De bekkenfysiotherapeut kan dan meer uitleg geven over het leren opvangen van druk op de blaas tijdens het bewegen en de aansturing van de bekkenbodemspieren.

Hoe vindt u een erkende bekkenfysiotherapeut?

Via www.defysiotherapeut.com kunt u zoeken naar een erkende bekkenfysiotherapeut bij u in de buurt. Ga naar het kopje ‘vindt de juiste fysiotherapeut bij u in de buurt’, vul uw postcode of plaats in en kies vervolgens bij ‘specialisme’ voor ‘bekkenfysiotherapeut’. Als u een verwijzing nodig heeft, kunt u contact opnemen met uw verpleegkundig specialist of uroloog.

Bijlage 2. Herstel van seksuele functies na het verwijderen van de prostaat

Algemeen

Een van de bijwerkingen van het verwijderen van de prostaat zijn erectiestoornissen. Dit kan betekenen dat de erectie moeilijker spontaan ontstaat, sneller verdwijnt of helemaal niet optreedt. Dit is soms van tijdelijke aard maar kan ook permanent zijn.

Herstel van de erectie kan soms lang op zich laten wachten, en is meestal niet volledig. Indien er spontaan herstel van de erectie plaatsvindt, dan zal dat binnen een half jaar al (deels) te merken zijn. Herstel kan zich echter nog wel tot langer dan een jaar na de operatie voordoen. Patiënten die voor de operatie seksueel actief waren en dit na de operatie weer willen oppakken, doen er goed aan hier tijdig aandacht aan te besteden (zie paragraaf ‘Seksuele revalidatie’).

Zenuwbanen en prostaatverwijdering

Om een erectie te kunnen krijgen zijn zenuwbanen en bloedvoorziening belangrijk. De zenuwbanen bevinden zich aan beide zijdes van de prostaat. Bij het verwijderen van de prostaat is het niet altijd medisch verantwoord, gezien het risico op achterblijven van kankercellen, om beide zenuwbanen die de erectie mogelijk maken, te sparen. Regelmatig kan dat slechts aan één kant plaatsvinden, maar soms is ook dat niet medisch verantwoord. Het komt ook voor dat zowel links als rechts slechts een gedeelte van de zenuwbanen kan worden gespaard.

Indien er totaal of gedeeltelijk zenuwsparend geopereerd is, zal er vrijwel altijd een periode van herstel nodig zijn voordat de erecties weer van redelijke kwaliteit zijn. Zelfs bij goed herstel van erecties, zal de stijfheid minder zijn dan voor de operatie en zal er meer stimulatie nodig zijn om de penis stijf te krijgen en te houden. De manier van vrijen zal dus mogelijk moeten worden aangepast, zelfs als er herstel is opgetreden. Na de operatie kan de penis soms ook iets korter worden.

Er zal geen zaadlozing meer plaatsvinden. Het zaadvocht wordt oorspronkelijk geproduceerd door de prostaat en zaadblaasjes, en gemengd met het zaad vanuit de teelballen. Omdat bij de operatie zowel de prostaat als de zaadblaasjes worden verwijderd zal er geen zaadvocht meer vrijkomen als u klaarkomt. Een orgasme is wel mogelijk; dit kan de eerste maanden echter wel wat pijnlijk zijn en deze kan blijvend minder intens zijn dan voorheen. Bij een deel van de mannen is er enig urineverlies tijdens het klaarkomen, wat meestal binnen een half jaar spontaan verbetert.

Erecties na de prostaatverwijdering

Uit ervaringen in ons ziekenhuis is gebleken dat het herstel van de erectie wordt beïnvloedt door verschillende factoren. Zaken die een herstel van de erectie bevorderen zijn:

  • seksuele activiteit voor de operatie zonder erectiestoornissen;
  • leeftijd jonger dan 60 jaar;
  • volledige zenuwsparing bij de operatie.

Bestraling na de operatie of hormonale therapie hebben een negatieve invloed op het herstel van de erectie. Op individueel niveau kan gekeken worden wat het specifieke risico is op het ontwikkelen van erectiestoornissen en het te verwachten herstel daarvan. Ook aandoeningen zoals ernstige hart- en vaatziekte of diabetes hebben ook een negatieve invloed op de erectie.

Seksuele revalidatie

Vanaf zes tot twaalf weken na de prostaatverwijdering wordt aanbevolen om seksueel actief te zijn, zowel individueel of in relatie met uw eventuele partner. Erotische en seksuele handelingen zonder daar geslachtsgemeenschap op te laten volgen is niet voor iedereen vanzelfsprekend, maar kunnen in deze periode wel nuttig zijn. Het is goed om daar met de eventuele partner over te spreken, ook al moet daar soms weerstand voor worden overwonnen. Als dat tot misverstanden leidt of zelfs aanleiding tot conflicten geeft, kan het prettig zijn daar een hulpverlener bij te betrekken.

Er is onderzoek gedaan naar seksuele revalidatie na het verwijderen van de prostaat. Hierbij zijn medicatie zoals Tadalafil (Cialis) of Sildenafil (Viagra), toediening van medicijnen in de penis (intra caverneuze injectie) en een vacuüm pomp onderzocht. De injectie en de vacuümpomp kunnen ook zonder dat er zenuwen gespaard zijn werken.

Indien gewenst kan uw behandelaar u hierbij adviseren. Ook kunt u terecht op de polikliniek seksualiteit en kanker.

Medicatie en hulpmiddelen worden in principe niet vergoed door de zorgverzekeraar ondanks goede medische redenen. Wij zullen u begeleiden in het maken van de juiste keuzes en vragen hieromtrent beantwoorden.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload