Verwijderen huidtumor in hoofd-halsgebied
Inleiding
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over het verwijderen van een huidtumor van uw behaarde hoofd, uw hals of gezicht.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor het verwijderen van een huidtumor in uw gezicht, hals of op uw hoofd. Afhankelijk van de grootte en plaats van de huidtumor zijn er de volgende vier mogelijkheden:
- De wond wordt gesloten met hechtingen. Als de wond genezen is zal er alleen een litteken over blijven. De operatie duurt een half tot een uur.
- De wond wordt gesloten met een huidtransplantaat. Een huidtransplantaat (Thierschplastiek) is een dun laagje huid, dat van uw bovenbeen gehaald wordt en getransplanteerd wordt naar de wond op uw hoofd of in uw gezicht. De wond met het huidtransplantaat heeft een langere tijd nodig om volledig te genezen. Het kan een zichtbare verminking blijven. De operatie duurt een tot anderhalf uur.
- De wond wordt gesloten met een huidplastiek, een zogenaamde full-thickness craft. Hiervoor wordt een stukje huid met onderliggend weefsel van elders, bijvoorbeeld van uit uw hals of achter het oor gehaald en getransplanteerd naar de wond op uw hoofd of in uw gezicht. De beide wonden worden gehecht. De operatie duurt een uur. De wond wordt opengelaten. Alvorens de wond te sluiten wil de hoofd-halschirurg weten of de snijranden vrij zijn van tumorcellen. Het weefsel wordt hiervoor door de patholoog anatoom onderzocht. De wond kan daarna gesloten worden tijdens een tweede kortdurende operatie. Soms is dit niet nodig en groeit de wond spontaan dicht in twee tot vier weken.
N.B. bij een melanoom en Merkelcel carcinoom kan er een schildwachtklier onderzoek gedaan worden. Hierover krijgt u aparte informatie.
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Nabloeding;
- Verstoorde wondgenezing;
- Afstoting Thierschplastiek.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden en het gebruik van bloedverdunners vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt door de hoofd-halschirurg op de polikliniek met u besproken, u krijgt hiervoor een afspraak mee.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep is een aantal onderzoeken noodzakelijk. De arts heeft u hierover geïnformeerd.
De volgende diagnostische onderzoeken kunnen worden uitgevoerd:
- bioptie i.v.m. weefselonderzoek;
- Echografie en punctie hals;
- MRI scan of PET-CT scan;
- Algemeen bloedonderzoek;
- Klinische foto;
- longfoto of CT.scan longen;
- Eventueel ECG;
- Eventueel longfunctie.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor de medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
- De hoofdhalsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Tijdens het laatste bezoek aan de polikliniek heeft u een aantal formulieren meegekregen: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze formulieren geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om de twee formulieren in te vullen en mee te nemen naar dit poliklinische gesprek.
De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines inschakelen (zoals diëtiste, maatschappelijk werkster, psychiatrisch verpleegkundige). De HHV zal u ook vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
Dag van opname
Op de dag van de ingreep wordt u opgenomen in het ziekenhuis. U meldt zich bij de receptie in de centrale hal. Eén van de gastvrouwen of -heren brengt u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname ontmoet u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige op de polikliniek heeft met u het opnamegesprek gevoerd. Als u nog vragen heeft naar aanleiding van dit gesprek kunt u deze met de verpleegkundige op de afdeling bespreken. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medisch beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met de hoofd-halschirurg.
Voor de ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
U kunt zich ‘s morgens wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep medicatie om te ontspannen en als pijnmedicatie. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer. De hoofd-halschirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. Dit kan ook nog plaatsvinden op het operatiecomplex vlak voordat u naar de operatiekamer gaat.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor medicatie voor de narcose wordt toegediend.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegetage gaat. Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw behandelend specialist over het verloop van uw herstel. De hoofd-halschirurg komt tweemaal per week bij u langs.
Infuus
U heeft een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich in een ader in de arm. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt op vaste tijden tabletten en/of zetpillen tegen de pijn. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond(-en) en verbindt deze zo nodig. De hechtingen worden acht dagen na de operatie verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bestraald bent, worden de hechtingen na tien dagen verwijderd. Soms wordt de wond onderhuids gehecht. De hechtingen lossen dan vanzelf op en hoeven niet verwijderd te worden. Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd, het gebied voelt verdoofd aan. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.
Wond met huidplastiek en donorsite
Als er een stukje huid getransplanteerd is, dan wordt deze huid meestal van uw bovenbeen afgenomen. De wond op uw been is de donorsite, een soort schaafwond. De wond met de getransplanteerde huid wordt afgedekt met een ‘sponspakketje’. Dit sponspakketje mag niet nat worden, dus u mag hiermee niet onder de douche. Het sponspakketje/verband wordt vijf tot zeven dagen na de operatie verwijderd. De nieuwe huid ligt dan al vast maar heeft wel langere tijd nodig om aan te groeien en een stevige dikte te bereiken. U kunt de wond en huidtransplantaat nu wel weer douchen met een zachte waterstraal. De donorsite op uw bovenbeen kan de eerste dagen pijnlijk zijn. Genezing duurt tien tot veertien dagen, er wordt speciaal verband gebruikt dat enkele dagen kan blijven zitten.
Het verband zal wondvocht opnemen, hierdoor geneest de wond het snelst. Het verband wordt verwisseld na vijf dagen of als het te veel wondvocht bevat. Het verband mag niet nat worden door water, u kunt er dus niet mee onder de douche. De verpleegkundige vertelt u hier meer over.
Mobiliteit en fysieke activiteit
’s Avonds na de ingreep kunt u al uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
U kunt weer normaal eten en drinken.
Uiterlijk en functiebeperking
Als u de wond op uw hoofd of in uw gezicht voor de eerste keer in de spiegel ziet, kunt u schrikken van uw veranderde uiterlijk. Het is voor het verwerken en accepteren van deze verminking belangrijk hierover te praten met uw partner/familie en de verpleegkundige. Een maatschappelijk werkster kan u hierbij ook ondersteunen.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden. Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. U kunt na ongeveer een of twee dagen het ziekenhuis verlaten.
Wanneer u thuis zorg nodig heeft (in de vorm verpleging of verzorging) brengt de verpleegkundige u in contact met de transferverpleegkundige. De transferverpleegkundige bespreekt met u welke zorg u thuis nodig heeft en vraagt dit voor u aan.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de hoofd-halschirurg en eventueel bij de hoofdhalsverpleegkundige (HHV). Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld over de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u normaal kunt functioneren. U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond, open of gesloten.
De hechtingen kunnen op de polikliniek of door uw huisarts verwijderd worden. De verpleegkundige zal u vertellen wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd. U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond voorzichtig droog.
Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de thuiszorg geregeld.
Wond met huidplastiek
Als het huidtransplantaat is ingegroeid is het beter voor de genezing er geen verband meer op aan te brengen, laat de wond zoveel mogelijk open aan de lucht De nieuwe huid is nog dun en kwetsbaar. Ter bescherming van het schuren van lakens of kleding kunt u een droog verband aanbrengen. U kunt de wond elke dag douchen met een zachte straal, en tweemaal daags dun insmeren met bodylotion, hierdoor blijft de huid zacht en soepel, en kan verder herstellen.
Als het huidtransplantaat nog niet is gesloten, dan brengt u Mepitel-one verband aan met daaroverheen een gaasje.
- Het gaasje over het Mepitel-one verband moet u iedere dag verschonen;
- Het Mepitel-one verband is een siliconenverband dat niet aan de wond verkleeft, het kan twee tot drie dagen blijven zitten, u mag hier wel mee douchen;
- Als het Mepitel-one verband eraf valt en de wond is nog niet helemaal droog, dan kunt u een nieuw Mepitel-one verband op de wond aanbrengen;
- Als het verband aan de wond is verkleefd mag u het er nooit aftrekken, dan beschadigen de nieuwe huidcellen. Maak het verband nat onder de douche zodat het loslaat en dep de wond voorzichtig droog.
Donorsite
- Op de donorplaats zit Mepilexverband, dit verband mag maximaal vijf dagen blijven zitten;
- Na vijf dagen moet het verband vervangen worden door een nieuw Mepilexverband;
- Wanneer het Mepilexverband binnen de vijf dagen is verzadigd (het kan dan geen vocht meer opnemen) moet het ook eerder worden vervangen door een nieuw Mepilexverband;
- Het Mepilexverband mag niet nat worden, u mag dus niet douchen;
- Na ongeveer achtdagen moet de wond worden beoordeeld, het verband mag worden verwijderd;
- Als de wond gesloten en droog is hoeft er geen verband meer op en kunt u de huid soepel houden met een vette bodylotion of huidcreme;
- Als de wond nog niet gesloten is dan brengt u Mepitel-one verband over de donorplaats aan met daaroverheen een gaasje; het gaasje over het Mepitel-one verband moet u iedere dag verschonen;
- Het Mepitel-one verband is een siliconenverband dat niet aan de wond verkleeft, dit kan twee tot drie dagen blijven zitten, u mag hier wel mee douchen;
- Als het Mepitel-one verband eraf valt en de wond is nog niet helemaal droog, dan moet u een nieuw Mepitel-one verband op de wond aanbrengen.
Bij vragen of twijfel kunt u contact opnemen met de wondverpleegkundige. Telefoonnummer en bereikbaarheid, zie hoofdstuk 5.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
U hoeft geen dieet te volgen, tenzij anders is afgesproken. Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag. Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Uiterlijk en functiebeperking
Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of veranderd uiterlijk om te gaan. Ook is het confronterend andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. Zwemmen mag bij gesloten wonden (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn). Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via:
- www.ikn.nl /organisatie van de zorg/ regionaal/continuïteitsbezoek.
- www.careforcancer.nl
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Problemen met de wond(en);
- Tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
- Temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met de HHV-polikliniek via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.