Chirurgische behandeling thorax- en longmaligniteiten in het Antoni van Leeuwenhoek
Huisartseninformatie
Op de polikliniek van het Antoni van Leeuwenhoek is bij uw patiënt een afwijking van de long of thorax geconstateerd. Evaluatie van de behandelingsmogelijkheden vond plaats in een multidisciplinair team. Er is besloten dat operatieve verwijdering van deze afwijking (eventueel na voorbehandeling) geïndiceerd is.
Pre- klinisch
Er wordt gewerkt in een multidisciplinair thoraxoncologie team (chirurgen, longartsen, radiotherapeuten, radiologen, nucleair geneeskundigen, pathologen, fysiotherapeuten en oncologieverpleegkundigen). Voor de geplande operatie zijn een aantal voorbereidingen nodig. Bij planning van de operatie wordt rekening gehouden met het voltooien van het preoperatieve onderzoek en de eventuele chemo- of radiotherapeutische voorbehandeling.
Als de patiënt aangemeld is voor een operatie, ontvangt hij of zij telefonisch bericht van de afdeling opname met informatie over de planning van de operatie. Wij vragen aan de patiënt om de huisarts op de hoogte te stellen van de geplande operatiedatum. Tevens adviseren wij uw patiënt om steeds een familielid of een mantelzorger aanwezig te laten zijn bij de informatie- en instructiegesprekken.
Voorafgaande aan de opname krijgt uw patiënt van de chirurg, de anesthesioloog, de verpleegkundige en de fysiotherapeut uitleg over de behandeling en de procedures rondom de behandeling. Deze multidisciplinaire mondelinge uitleg wordt ondersteund met schriftelijke patiënteninformatie over het gehele behandelingstraject inclusief herstelfase. In het algemeen zal de operatieve benadering een thoracotomie betreffen, soms wordt er gekozen voor een thoracoscopische benadering of een sternotomie. In alle gevallen spitst de informatie preoperatief zich toe op het voorkomen van postoperatieve luchtweginfecties, dat wil zeggen adequate pijnstilling en vroege mobilisatie.
Klinisch
De te verwachten opnameduur voor thorax- en longoperaties in het Antoni van Leeuwenhoek is tussen de vijf en tien dagen. Direct na de operatie verblijft de patiënt enkele uren op de verkoeverkamer en gaat daarna naar de afdeling. Indien nodig verblijft hij of zij één dag op de Intensive Care, afhankelijk van het type operatie en de uitgangsconditie.
De eerste dagen na de operatie heeft de patiënt een thoraxdrain, een epidurale katheter voor pijnstilling, een urine katheter, een infuus en eventueel zuurstof. De patiënt kan normale voeding gebruiken en alleen zo nodig wordt bijvoeding gegeven met een voedingssonde. Het streven is om drains te verwijderen na drie tot vier dagen en vervolgens ook de epidurale pijnstilling te stoppen en te vervangen door orale pijnmedicatie. Vanaf de eerste postoperatieve dag is er veel aandacht voor het mobiliseren. Aan patiënten wordt geadviseerd om actief mee te werken door zo spoedig mogelijk weer te gaan lopen. De fysiotherapeut en de verpleegkundige begeleiden een patiënt hierbij en geven ook adviezen bij het uitbreiden van de dagelijkse activiteiten. De patiënt wordt in een ontslaggesprek door oncologieverpleegkundige en fysiotherapeut voorbereid op de tijd na ontslag.
Middels een digitale ontslagbrief wordt u op de hoogte gebracht van de behandeling die de patiënt in het ziekenhuis heeft ondergaan. Hierin staat de definitieve PA-uitslag evenals de overwegingen voor eventuele adjuvante behandeling.
Post-klinisch
Wanneer alle slangen verwijderd zijn, pijn onder controle is en de patiënt de dagelijkse activiteiten weer zelf kan ondernemen, kan de verdere revalidatie thuis plaatsvinden. Gedurende de eerste weken tot maanden zal het overgrote deel van de patiënten nog pijnmedicatie gebruiken.
Schema pijnmedicatie:
- Drie tot vier keer daags Paracetamol 1000 mg;
- Drie keer daags Ibuprofen 50 mg in combinatie met Pantozol een keer daags 40 mg;
- Twee keer daags Morfine retard 10 mg met zo nodig Morfinesulfaat 10 mg.
Het afbouwen van de pijnmedicatie gaat onder begeleiding van de verpleegkundig specialist pijn, de patiënt heeft tien dagen na ontslag een belafspraak. De patiënt krijgt het advies om de pijnmedicatie langzaam af te bouwen. Bij vermindering van de pijnmedicatie altijd tenminste 24 uur evalueren voordat de volgende stap genomen wordt. Verminder en stop eerst Morfine retard, daarna de Ibuprofen en Pantozol. Bouw vervolgens de paracetamol drie tot vier keer 1000 mg af. Geadviseerd wordt het opbouwen van de conditie te laten prevaleren boven het afbouwen van pijnmedicatie.
Toenemende pijn na de operatie kan een symptoom zijn van een complicatie. Die moet in ieder geval door de huisarts of de chirurg worden uitgesloten. De meest voorkomende complicatie is luchtweginfectie, gekenmerkt door koorts (> 38,5°Celsius), haperend herstel, ziektegevoel, ophoesten van vies sputum of juist retentie van slijm. Wondinfecties na thoracotomie zijn zeldzaam. Wel treedt na spiersparende procedures nogal eens seroom-vorming op tussen de spierlagen (zwelling/vochtophoping zonder roodheid en koorts). Als een complicatie van de operatie als oorzaak van aanhoudende pijnklachten is uitgesloten en de pijn met gewone pijnstillers niet voldoende onder controle is, zal de pijnarts ingeschakeld worden. Meestal is er sprake van een postoperatieve neuralgie (post-thoracotomiepijn).
De meeste patiënten kunnen hun conditie zelf weer opbouwen door te gaan wandelen, fietsen of zwemmen. Het volgende eerste advies wordt hierin gegeven: Begin met ongeveer vijf minuten wandelen en probeer dit uit te breiden totdat u minimaal een half uur per dag kunt wandelen in een normaal tempo, eventueel verspreid over de dag tweemaal een kwartier wandelen. Zorg voor een goede verdeling van activiteiten over de dag en bouw rustpunten in. Als het nodig is, zal de fysiotherapeut bij ontslag uit het ziekenhuis een overdracht voor fysiotherapie meegeven zodat thuis onder begeleiding verder geoefend kan worden. Vaak is dat niet nodig en kan met bovenstaande adviezen heel goed zelf aan het herstel gewerkt worden. In een fysiotherapeutisch poliklinisch consult na ongeveer zes weken wordt het verloop van de conditieopbouw met de patiënt besproken.
Contact met het ziekenhuis
Alle zorgverleners zijn telefonisch te bereiken via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111.
Bij vragen over:
- De medische behandeling kunt u contact opnemen met een specialist.
- Opname, behandeling, dagelijkse activiteiten en de wond kunt u contact opnemen met een poliklinische oncologieverpleegkundige (iedere maandag en donderdag).
- Conditieopbouw kunt u contact opnemen met een fysiotherapeut.
- Pijnmedicatie kunt u contact opnemen met de verpleegkundig specialist pijn.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.