Hysterectomie

(baarmoederverwijdering)

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

1. De ingreep

2. De periode voor de ingreep

3. De periode na de ingreep

4. Het ontslag

5. Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen.

Het kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan in dit document wordt beschreven. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken want het team dat u begeleidt (zoals onze artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten e.a.) informeert u altijd volledig over uw specifieke situatie. Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie en kunt u gebruiken als naslagwerk.

Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met zorgverleners.

De ingreep

Deze schriftelijke brochure geeft u informatie over het verwijderen van de baarmoeder. Bij deze operatie wordt de baarmoeder met de baarmoederhals verwijderd. Deze operatie kan open, laparoscopisch of met een robot plaatsvinden. Indien er een radicale hysterectomie (Wertheim procedure) wordt gedaan, wordt ook het bovenste deel van de vagina verwijderd, het omringende steunweefsel van de baarmoeder en een deel van de lymfeklieren in het bekken worden verwijderd. (zie afbeelding 1).


Afbeelding 1

Tijdens de operatie maakt de gynaecoloog vijf kleine incisies van 1 à 2 cm of een grotere snede van uw navel naar schaambot. (afbeelding 2 en 3) De gehele baarmoeder en op indicatie het bovenste deel van de vagina, het omringende steunweefsel en de bekkenklieren worden verwijderd, afhankelijk van het feit of u nog menstrueert, uw leeftijd en de aard van de aandoening. In geval van baarmoederhalskanker hoeven de eierstokken veelal niet te worden verwijderd. Bij eierstokkanker of baarmoederkanker worden in de regel ook de eierstokken en eileiders meegenomen. De baarmoeder wordt door de vagina verwijderd. Als de baarmoeder te groot is wordt een kleine bikinisnede gemaakt om de baarmoeder, eileiders en eierstokken veilig te kunnen verwijderen. De ruimte die voor de operatie in de buikholte ontstaat (ongeveer zo groot als een vuist) wordt vanzelf opgevuld door uw darmen. Een enkele keer komt het voor dat het niet lukt om de ingreep robot/laparoscopisch uit te voeren, in dat geval wordt de operatie via het openen van de buik uitgevoerd.

C:\Users\l.boog\Desktop\robot wertheim.png Openbuikoperatie (laparotomie)

Afbeelding 2 Afbeelding 3

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Daarnaast bestaat bij een ingreep ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

In sommige gevallen ontstaat een onnatuurlijke doorgang (fistel), waardoor urine of ontlasting naar de vagina kan gaan lekken. Een complicatie kan zich soms na ontslag manifesteren. Daarom moet u in geval van koorts of toename buikpijn na ontslag direct contact met ons opnemen (zie hoofdstuk 5).

De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd als u bekend bent met andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. Bij ontslag krijgt u een belafspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk.

De chirurg of verpleegkundig specialist zal u hierover informeren.

Poliklinische voorbereiding

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De gynaecoloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de chirurg. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.

Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.

Voeding

Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor.

Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl

Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.

Dag van opname

Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. Als u voor half 9 komt legt de receptionist uit waar u naar toe moet. Na half 9 brengt eén van de gastvrouwen of -heren u naar de afdeling. U kunt zich melden bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige opgehaald.

Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende het verblijf op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.

Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:

  • De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
  • De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw gynaecoloog.

Voorbereiding op de dag van opname door u

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.

Naar de operatiekamer of behandelruimte

De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding.

Afhankelijk van de plaats van de epiduraal katheter wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine. De gynaecoloog komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft.

De periode na de ingreep

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm en/of onder het sleutelbeen en/of in de hals bevinden.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
  • Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit gebeurt op de dag na de operatie.
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt.
  • Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd.
  • Een sonde via de neus in de maag voor de afvloed van maagsappen. Deze wordt in principe de dag na de ingreep verwijderd.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10

Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen zijn in principe oplosbaar en anders mag u deze op dag 8 laten verwijderen door de huisarts.

Mobiele en fysieke activiteit

U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu extra inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag.

Bij terugkomst op de verpleegafdeling mag u direct uit bed voor toiletbezoek en op de stoel naast uw bed zitten. Vanaf de dag na de ingreep gaat u zoveel mogelijk uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Door de wond en de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. Het streven is om u zo snel mogelijk drie maal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.

Stoelgang

Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

Als u zich goed voelt kunt u weer starten met eten en drinken.

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij de CKvL werken deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met de CKvL.

4. Het ontslag

De verwachting is dat u na 2 dagen in geval van laparoscopisch/robot ingreep en 5-6 dagen na een open ingreep, het ziekenhuis kunt verlaten.

U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis (tenzij u behandeld wordt in dagbehandeling of als er nog zorgactiviteiten moeten plaatsvinden). Het is aan u om vervoer te regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of elders.

Als u ten gevolge van de ingreep thuis zorg nodig heeft, dan zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Bij voorkeur is hierbij een naaste aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een belafspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek. Ook krijgt u een afspraak voor een poliklinisch bezoek bij de gynaecoloog of verpleegkundig specialist 6 weken na de behandeling.

Via een brief zal uw huisarts op de hoogte worden gesteld van de operatie en het verloop van de ziekenhuisopname. Hier kan enige tijd overheen gaan.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot vier maal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee maal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De hechtingen zijn in principe oplosbaar en anders mag u deze op dag 8 laten verwijderen door de huisarts

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.

Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor uw ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.

Leefregels

  • gebruik van eigen bad na twee à drie weken bij normale afvloed, tot zes weken na de operatie geen gebruik van badzout en zeep;
  • geen geslachtsgemeenschap, geen tampons gebruiken tot het eerste bezoek aan de polikliniek.
  • U dient er rekening mee te houden dat vaginaal bloedverlies kan optreden door het oplossen van de hechtingen.

Lymfeoedeem

De lymfe uit het lichaam wordt afgevoerd via de lymfeklieren. Als lymfeklieren zijn verwijderd, bijvoorbeeld door de operatie en/of beschadigd door bestraling, dan kan dit problemen geven voor de afvoer. Hierdoor kan een opeenstapeling van vocht ontstaan: lymfoedeem.

Lymfoedeem kan direct na de behandeling optreden, maar ook pas jaren later.

Signalen van lymfoedeem kunnen zijn:

  • toename van omvang schaamstreek en/of been/benen;
  • lokaal moe;
  • zwaar gevoel.

Behandeling is dan soms nodig door een erkende oedeemtherapeut (www.nvfl.nl).

Behandeling kan bestaan uit adviezen, oefentherapie, manuele lymfedrainage (massage) en/of steunkousen/panty.

Lymfoedeem kan je proberen te voorkomen door te blijven bewegen. Draag geen knellende kleding zoals kniekousjes en strakke broeken. Lymfoedeem kan verergeren door een infectie als gevolg van een wondje. Wees voorzichtig met extreem warmte en koude, bijvoorbeeld sauna, hete douche en ijscompressen.

Lymfekliestelsel

https://www.kanker.nl/uploads/image_element/content/4304/Lymfestelsel-vrouw-met-tekst.jpg

Stoelgang

In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is. Dit komt doordat tijdens de operatie weefsel rondom het laatste stuk van de darm wordt weggenomen. Hierbij kunnen enkele zenuwen worden beschadigd. De ervaring leert dat dit, wanneer u eenmaal thuis bent, steeds beter gaat. Voldoende beweging en vezelrijk voedsel kunnen helpen om de darmen actiever te maken.

Plassen

Hoewel de ingreep een zenuwsparende ingreep is, kunnen er zenuwen beschadigd worden die de blaasspier ‘besturen’, waardoor het plassen kan veranderen. Als gevolg van de operatie voelt u niet meer de ‘normale’ aandrang om te plassen. Ook kan het zijn dat u moeite heeft de blaas helemaal leeg te plassen. Soms moet u ‘op de klok’ gaan plassen, dat betekent om de twee uur naar het toilet gaan. Soms helpt het om, vanaf het moment dat de urinekatheter verwijderd wordt, oefeningen te doen met de spieren van uw bekkenbodem, hiervoor wordt eventueel een fysiotherapeut ingeschakeld. Als op het moment van ontslag de blaas nog niet goed werkt, gaat u met de blaaskatheter naar huis. Met de gynaecoloog wordt afgesproken hoe lang de blaaskatheter dan nog in blijft. Soms wordt ook besloten dat u zelf een aantal keer per dag de blaas leeg maakt door een blaaskatheter in te brengen.

Voeding

Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.

Vermoeidheid en activiteit

U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau. Het post operatieve herstel wordt bepaald door de grootte van de wond. Na minimaal invasieve chirurgie gaat het herstel vlotter.

De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn).

Revalidatie

Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.

U kunt aan een revalidatie programma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener.

Meer informatie vind u in de folder ‘ Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

In de meeste gevallen vergoedt de zorgverzekeraar het revalidatietraject. Soms moet u echter een eigen bijdrage betalen. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit, seksualiteit en kanker

Na de operatie kan de beleving van seksualiteit veranderd zijn. Sommige vrouwen doen er langer over om seksueel opgewonden te raken, de prikkeling onder in de buik is afgenomen of verdwenen. Ook het strelen van de borsten leidt soms tot minder opwinding dan voor de operatie. Bij veel vrouwen verandert het klaarkomen (orgasme). Dat geldt vooral voor vrouwen die bij het orgasme altijd hevige samentrekkingen van en rond de baarmoeder voelden. Sommige vrouwen ervaren het wegvallen van dit gevoel alleen vlak na de operatie, voor anderen is het een blijvend gemis. Soms komt het gevoel van samentrekkingen gewoon terug, ondanks de operatie. Voor vrouwen die het orgasme vooral in de buurt van de clitoris en de binnenkant van de vagina voelden, zal het klaarkomen niet veel veranderen. Er zijn geen medische bezwaren tegen het voelen van seksuele opwinding en het krijgen van een orgasme.

Geslachtsgemeenschap wordt afgeraden totdat de gynaecoloog heeft bekeken of de top van de vagina goed is genezen en of u geen last meer heeft van het litteken van de buik. Dit is meestal zes tot acht weken na de operatie.

Het kan zijn dat de vagina minder vochtig wordt bij seksuele opwinding, waardoor geslachtsgemeenschap stroever verloopt of pijnlijk is. Dit kan worden verholpen door het gebruik van glijmiddel. Aanpassing aan de nieuwe situatie kan moeilijk zijn, zowel voor uzelf als voor uw eventuele partner. Aarzelt u niet om dit te bespreken met uw arts, ook al vindt u het misschien vervelend om dit onderwerp ter sprake te brengen.

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Ook bestaat de mogelijkheid bij seksuele functiestoornissen zoals erectiestoornissen, pijn bij vrijen een afspraak te maken bij de uroloog of gynaecoloog via de Afdeling Planning Polikliniek.

Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.

Hormoonhuishouding

Voor vrouwen die nog niet in de overgang waren, betekent verwijdering van de baarmoeder dat er een einde komt aan de menstruatie. Als de eierstokken bij de operatie gespaard zijn gebleven, kunt u echter wel de gevoelens houden die bij de menstruele cyclus horen, zoals gespannen borsten, stemmingsveranderingen of hoofdpijn. Als uw eierstokken wel verwijderd zijn, betekent de ingreep dat u plotseling in de overgang komt.

Dit is vaak een moeilijk te verwerken situatie in een periode dat al zoveel van uw emotionele en psychische draagkracht wordt gevraagd. Overgangsklachten zijn niet bij iedereen hetzelfde en kunnen erg wisselend zijn.

De meest voorkomende klachten zijn opvliegers en (tijdelijke)veranderingen van uw stemming of humeur. Omdat de kans op botontkalking kan toenemen, worden normale lichaamsbeweging en een gevarieerd dieet geadviseerd. Hormoonvervangende medicijnen worden in overleg met uw arts voorgeschreven.

Zwangerschap

Doordat de baarmoeder is verwijderd is het niet meer mogelijk zwanger te worden.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorg organisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

5. Meer informatie

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload