Informatie over antistollingsmiddelen

U ontvangt deze folder omdat uw arts of verpleegkundig specialist u een antistollingsmiddel of -middelen heeft voorgeschreven.

In deze folder leest u:

  • Welke medicijnen u gebruikt
  • Waarom u ze nodig heeft
  • Hoe u ze moet innemen
  • Waar u op moet letten

Op bladzijde 9 en 10 vindt u een door uw arts of verpleegkundig specialist ingevuld formulier. Daarin staat welke medicatie u voorgeschreven is, waarom het voorgeschreven is en hoe lang u het moet gebruiken. Bewaar dit goed. Het is belangrijk om altijd te zeggen dat u een antistollingsmiddel gebruikt voordat u een onderzoek of behandeling krijgt.

Wat zijn antistollingsmiddelen?

Antistollingsmiddelen zijn medicijnen die de stolling van het bloed verminderen of vertragen. Ze worden ook wel bloedverdunners genoemd. Dit is eigenlijk niet de juiste benaming. Het bloed wordt niet dunner, het stolt minder snel.

Iedereen kent het stollen van het bloed bij een uitwendige wond. In een ader, slagader of in het hart kunnen ook zonder uitwendige verwonding stolsels ontstaan. Dit kan bijvoorbeeld bij aderverkalking, bij onvoldoende in beweging zijn of bij ritmeproblemen van het hart. Antistollingsmiddelen gaan stolselvorming tegen, voorkomen uitbreiding en verminderen zo de kans op het losschieten van een stolsel. Zo kunnen ze onder andere een hartinfarct, herseninfarct of longembolie voorkomen.

Met antistollingsmiddelen probeert uw arts de juiste balans te vinden: het bloed mag niet te veel stollen want daardoor kan trombose ontstaan. Het mag ook niet te weinig stollen, omdat dat kan leiden tot bloedingen.

Antistollingsmiddelen worden voorgeschreven:

  • Bij een trombose(been) of etalagebenen
  • Bij een longembolie
  • Bij een hartritmestoornis, zoals boezem- of atriumfibrilleren
  • Bij bedlegerige mensen (bijvoorbeeld rondom een operatie)
  • Bij een (instabiele) angina pectoris (hartkramp)
  • Na een hart- of herseninfarct
  • Na een dotter- en/of stentbehandeling
  • Na het plaatsen van een kunsthartklep/ biologische hartklep
  • Bij een erfelijke stollingsstoornis

Soorten antistollingsmiddelen

Voor een goede stolling van het bloed zijn verschillende onderdelen nodig, zoals bloedplaatjes en bepaalde eiwitten (stollingsfactoren). De hierna genoemde antistollingsmiddelen werken doordat ze één van deze onderdelen remmen. Daardoor stolt uw bloed minder snel.

Er zijn verschillende soorten antistolling:

  • Trombocytenaggregatieremmers (ook wel plaatjesremmers):
  • Deze tabletten zorgen ervoor dat de bloedplaatjes, die een rol hebben in de stolling van het bloed, minder snel samenkleven. Voorbeelden van deze tabletten zijn acetylsalicylzuur (Aspirine/ Ascal), clopidogrel (Plavix), ticagrelor (Brilique), prasugrel en persantin (Dipyridamol). Deze tabletten worden vaak voorgeschreven ter voorkoming van, of na een arteriële trombose (hartinfarct, herseninfarct) of bij vaatlijden van de benen (etalagebenen).
  • Directe orale anticoagulantia (ook wel DOAC):
  • Een DOAC heeft een remmend effect op één van de stollingseiwitten in het bloed. Het voordeel van deze tabletten is dat er dagelijks een vaste dosering wordt ingenomen, en de bloedstolling stabieler blijft. In het AVL wordt vaak rivaroxaban (Xarelto®) of apixaban (Eliquis®) voorgeschreven. Deze medicijnen kunnen bijvoorbeeld worden voorgeschreven bij een trombosebeen, longembolie of hartritmestoornissen.
  • Vitamine K antagonisten (VKA’s):
  • VKA’s remmen vitamine K, waardoor er in de lever minder stollingseiwitten worden gemaakt. Zo wordt voorkomen dat er bloedstolsels ontstaan of dat bestaande stolsels groter worden. Voorbeelden van VKA’s zijn acenocoumarol (Sintrom®) en fenprocoumon (Marcoumar®). Dit zijn tabletten waarbij de dosis per persoon en per dag kan verschillen. De werking wordt beïnvloed door bepaalde factoren in de gezondheid van de patiënt. De trombosedienst coördineert de dosering van deze medicatie. De dikte van het bloed moet in de gaten gehouden worden middels controle van de INR (stollingstijd van het bloed). Dit kan eventueel ook zelf aangeleerd worden. In het begin moet dit vaak, zelfs wekelijks, gecontroleerd worden. VKA’s zijn niet meer de eerste keuze bij veel hart- en vaatziekten, maar blijven belangrijk bij mechanische hartkleppen, ernstige nierproblemen of bijzondere medische omstandigheden.
  • Laag moleculair gewicht heparine (ook wel LMWH):
  • LMWH versterkt een natuurlijke stof in het lichaam, antitrombine, waardoor het bloed minder snel stolt en bloedstolsels worden voorkomen. Deze vorm van antistolling wordt in spuitjes gegeven. In het AVL wordt meestal Fraxiparine of Tinzaparine voorgeschreven. Dit is een dosering van eenmaal of tweemaal per dag een spuitje in de buik of het bovenbeen. Deze spuitjes zijn goed zelf toe te dienen. Daarnaast worden deze spuitjes ook standaard toegediend rondom een operatie, om de kans op een trombose(been) of longembolie te verkleinen. Deze medicatie wordt ook regelmatig gebruikt ter overbrugging van een vitamine K antagonist rondom een operatie of ingreep.

Duur behandeling

Hoelang u antistollingsmiddelen moet gebruiken, verschilt per persoon. Dit hangt af van de reden waarom u het middel krijgt en van uw persoonlijke situatie. Soms heeft de arts of verpleegkundig specialist de antistolling voor een bepaalde periode voorgeschreven, bijvoorbeeld zes maanden. In andere gevallen kan het nodig zijn dat u de medicijnen voor onbepaalde tijd of zelfs levenslang blijft gebruiken.

Mogelijke bijwerkingen

De belangrijkste bijwerking is een verhoogde kans op bloedingen.

Let op:

  • Onverklaarbare blauwe plekken
  • Neus- of tandvleesbloedingen
  • Bloed in urine of ontlasting
  • Ongebruikelijk hevige of langdurige menstruatie
  • Ernstige of plotselinge hoofdpijn
  • Neem contact op met uw huisarts als u een van deze klachten krijgt.

Veilig gebruik van uw antistollingsmiddelen:

  • Neem uw antistollingsmedicijnen elke dag op hetzelfde tijdstip. Alleen dan werken ze goed.
  • Sla geen dosis over. Bent u toch een keer vergeten? Vraag de trombosedienst of uw apotheker wat u het beste kunt doen.
  • Zie ook www.apotheek.nl
  • Stop nooit zelf met het gebruik van uw antistollingsmiddel.
  • Vertel uw (tand)arts of andere zorgverlener altijd dat u antistollingsmiddelen gebruikt. Dit is extra belangrijk als u een operatie of ingreep krijgt.

Leefregels met antistollingsmiddelen

Voeding

  • Eet gevarieerd en probeer uw normale eetpatroon zoveel mogelijk aan te houden.
  • Vitamine K beïnvloedt sommige antistollingsmiddelen zoals acenocoumarol en fenprocoumon. U hoeft groenten zoals spinazie, boerenkool of broccoli niet te vermijden, maar probeer regelmatig dezelfde hoeveelheid te eten.
  • Sommige medicijnen moeten bij eten worden ingenomen. Bijvoorbeeld rivaroxaban (Xarelto®): altijd bij een maaltijd voor een goede werking. Andere middelen zoals apixaban, dabigatran en edoxaban kunnen met of zonder eten worden ingenomen.

Sporten

  • Sporten en bewegen is heel goed voor u, maar vermijd blessuregevoelige sporten zoals bijvoorbeeld contactsporten (voetbal, rugby, boksen, judo, paardrijden en skiën etc.). Dit soort sporten hebben een verhoogde kans op bloedingen.
  • Diepzeeduiken wordt afgeraden. Op 5 meter diepte is er meer risico op oog- en oorbloedingen.
  • Bergbeklimmen boven de 2500 meter is niet veilig. De kans op een bloeding of een stolsel is dan hoger.
  • Wees alert bij verwondingen en harde stoot- of valpartijen, vooral aan uw hoofd. Neem bij bloedingen of ernstig letsel altijd direct contact op met uw huisarts.

Combinatie met andere medicijnen

  • Gebruik niet op eigen initiatief pijnstillers zoals aspirine, ibuprofen, naproxen en diclofenac. Dit zijn NSAID’s of ontstekingsremmers. Deze pijnstillers geven een hoger bloedingsrisico.
  • Medicatie tegen schimmel met micanozol (zoals Daktarin) kunt u niet gebruiken bij acenocoumarol of fenprocoumon. Het kan namelijk de INR-waarde verhogen en een bloeding veroorzaken.
  • Ook moet u oppassen met vitamines en kruiden, zoals Sint-janskruid. Dit kan de werking van het antistollingsmiddel beinvloeden.

Saunabezoek

  • De eerste twee maanden na het begin van uw antistollingsbehandeling wordt een saunabezoek afgeraden. Uw bloedvaten zijn dan erg gevoelig voor het verschil in temperatuur. Na die eerste 2 maanden kunt u beter niet in een sauna gaan die heel warm is.

Beperk uw alcoholgebruik

  • Door alcohol duurt het langer voordat uw bloed stolt. Samen met de bloedverdunner duurt het nog langer. U kunt dus beter niet te veel alcohol drinken. Drink maximaal 1 glas alcohol per dag en niet iedere dag.

Vakantie

  • Zorg er altijd voor dat u genoeg medicijnen bij u heeft als u op vakantie gaat. Neem een actuele medicijnlijst mee, eventueel in het Engels. Deze kunt u opvragen bij de trombosedienst of de apotheek. Mocht er iets gebeuren op vakantie, vertel de hulpverleners dat u antistollingsmedicijnen gebruikt en laat de medicijnlijst zien.

Zwangerschap

Niet alle antistollingsmiddelen zijn veilig in de zwangerschap. Bespreek een zwangerschapswens altijd eerst met uw behandelend arts. Uw arts kan u adviseren over het gebruik van antistollingsmedicijnen die veilig zijn in de zwangerschap en u mogelijk alvast overzetten op andere medicijnen.

Meer informatie

Hier kunt u ook gratis een persoonlijke Antistollingspas aanvragen met de belangrijkste gegevens.

Persoonlijke informatie antistollingsmiddel

Bij u is het volgende antistollingsmiddel voorgeschreven:

o Fraxiparine

o Tinzaparine

o Apixaban

o Rivaroxaban

o Acetylsalicylzuur / Ascal

o Anders: …………………………………………………..

Bij u is het middel voorgeschreven omdat:

o U een operatie ondergaat en tijdelijk ter preventie van trombose een antistollingsmiddel moet gebruiken

o U een trombosebeen en/of longembolie heeft

o U een operatie aan uw vaten heeft ondergaan

o Bij u een hartritmestoornis is geconstateerd

o U een hartinfarct of een herseninfarct heeft doorgemaakt

o Anders: ………………………………………………….

U gebruikt het middel volgens het voorschrift:

…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

U wordt verwezen voor het verdere vervolg van deze medicijnen naar:

o Uw huisarts

o Een cardioloog

o Een neuroloog

o U heeft geen verwijzing nodig

Als u vragen heeft over het gebruik van het voorgeschreven antistollingsmiddel of algemene vragen heeft over antistolling, kunt u contact opnemen met de verpleegkundig specialist van het stollingsteam van het Antoni van Leeuwenhoek.

Anna Atsma, verpleegkundig specialist stolling

E-mail: stollingvs@nki.nl

Telefoonnummer: 020 512 9111

Bereikbaar op dinsdag, donderdag en vrijdag van 9:00 tot 13:00 uur

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload