Irinotecan
Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven heeft.
In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd. In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.
1. Het verloop van de kuur
Het medicament dat toegediend wordt, is:
Medicamenten | Kleur | Dag | Toedieningswijze | Tijdsduur | |
Irinotecan | helder | 1 | Via infuusnaald | +/- 90 minuten |
1 x per 3 weken wordt deze kuur gegeven
Toediening:
- Deze kuur wordt op de dagbehandeling gegeven
- Voorafgaand aan de toediening op de dagbehandeling krijgt u een prikje in de bovenarm om de meest voorkomende bijwerkingen tegen te gaan. Ook krijgt een via het infuus nog een extra medicijn om de misselijkheid tegen te gaan.
- Voor iedere kuur moet uw bloed worden gecontroleerd. Afhankelijk van de uitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.
- Voor de toediening van de cytostatica wordt een infuus ingebracht.
Specifieke maatregelen:
- Indien u Irinotecan toegediend krijgt wordt u geadviseerd om vanaf 24 uur voor toediening tot 24 uur na beëindiging van deze chemotherapie geen vette vis (haring, bokking, makreel, zalm, sardientjes en ansjovis), visoliesupplementen of producten die verrijkt zijn met omega-3-vetzuren te gebruiken. Deze producten zorgen voor een hoog gehalte aan bepaalde vetzuren in uw bloed en zou ervoor kunnen zorgen dat de chemotherapie minder werkzaam is. Het volledig voedingsadvies is te lezen op de website van ‘Voeding en kanker info’ (www.voedingenkankerinfo.nl). Gebruik de zoekterm ‘vette vis’ om de informatie te vinden.
2. Bijwerkingen
De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen. Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven voorkomen. De meest bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet. De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niet te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.
- Misselijkheid en braken
- Smaakverandering
- Invloed op de werking van het beenmerg
- Irritatie en/ of ontsteking van het mondslijmvlies
- Haaruitval
- Vermoeidheid/ verminderde energie
- Invloed op de seksualiteit
- Menstruatiestoornissen*
- Droge huid
- Verminderde spermaproductie
- Irritatie van de ogen
- Diarree
- Ontsteking op de plaats van het infuus*
- Spierkrampen*
- Allergische reactie*
Bijwerkingen vermeld met een * komen zelden voor.
- Geven de bijwerkingen aan
- Geven de adviezen aan
1. Misselijkheid en braken
- Door o.a. irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken
- Medicijnen tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts hierom.
- Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
- Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
- Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
- Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de "schade" tussen de kuren in.
- Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
- Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
- Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
- Vraag zo nodig advies van een diëtist.
- Er bestaat een informatiefolder over medicatie tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.
Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.
- Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
- Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
- Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
- Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of Ginger-ale.
- Drink koffie en thee liever met melk.
2. Smaakverandering
- Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
- Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
- Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
3. Invloed op de werking van het beenmerg
- Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
- Verminderd aantal bloedplaatjes (thrombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
- Verminderd aantal rode bloedlichaampjes(erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
- Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is tijdelijk.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts > 38,5 o C of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u uw arts of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
- In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
4. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
- U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
- U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
- U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
- Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
- Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
- Spoel uw mond 4 tot 6 maal per dag met zout water ( 1 theelepel op 250 cc water).
- Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
- Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
- Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
- Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
- Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
- Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
- Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.
5. Haaruitval
- Haaruitval begint na 3 - 6 weken. Dit kan gepaard gaan met een gevoelige hoofdhuid.
- Behalve het hoofdhaar kan overige lichaamsbeharing ook uitvallen.
- U kunt overwegen een pruik aan te schaffen. Bij de verpleegkundige kunt u dan een machtiging voor vergoeding krijgen en een adressenlijst van kappers die pruiken verzorgen.
- Het is aan te raden voordat de haaruitval begint naar desbetreffende kapper te gaan zodat hij/zij uw eigen model ziet.
- In het boek ‘Look Good…Feel Better’ staan adviezen over uiterlijke verzorging mbt bijvoorbeeld sjaals, pruiken en make-up.
6. Vermoeidheid/ verminderde energie
- U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
- Houd hier rekening mee in uw dagelijks leven; neem voldoende tijd om te rusten.
7. Invloed op de seksualiteit
- Ook tijdens een cytostaticakuur blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
- Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
- Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
- Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.
8. Menstruatiestoornissen
- Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven
- Kan gepaard gaan met overgangsklachten
- Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen
9. Droge huid
- Droge, schilferige huid, soms met rode, jeukerige plekjes. Er kunnen ook kloofjes ontstaan aan de handen en soms ook aan de voeten.
- Was de huid voorzichtig, alleen met water, en dep deze droog.
- Draag geen schurende kleding, vermijd direct zonlicht of erge kou.
- Gebruik een vette crème.
- Bij de volgende kuur melden aan de arts.
10. Verminderde spermaproductie
- Er bestaat een mogelijkheid tot invriezen van sperma.
- Dit moet gedaan worden voordat de eerste kuur gegeven wordt.
- Na beëindiging van de kuren kan de spermaproductie zich weer herstellen
11. Irritatie van de ogen
- De ogen kunnen tranen of juist heel droog en branderig zijn.
- Oogdruppels, vraag uw arts hiernaar.
- Lensdragers kunnen beter een bril dragen om de kans op irritatie te verminderen.
- In zeldzame gevallen kan het traanvocht door de Adriamycine roodverkleurd zijn waardoor de lenzen ook kunnen verkleuren. Draag de dag van toediening en de dag erna in ieder geval een bril.
12. Diarree*
‘Vroege’ diarree
- Irinotecan kan diarree veroorzaken. Er zijn twee soorten diarree die zich onderscheiden naar het tijdstip waarop zij optreden. ‘Vroege’ diarree begint binnen een dag na start van het infuus.
- De vroege diarree kan gepaard gaan met de volgende verschijnselen: zweten, buikkrampen, waterige ogen, wazig zien, duizeligheid, lage bloeddruk, een ziek gevoel en speekselvloed.
- De bijwerkingen zijn van voorbijgaande aard en zullen verminderen met de aanwijzingen en de geneesmiddelen die uw behandelend arts u zal geven.
- Het is belangrijk dat u de volgende instructies opvolgt.
- Wanneer u last krijgt van vroege diarree dient u onmiddellijk contact op te nemen met uw behandelend arts of verpleegkundige. Zij zullen u adviseren over een passende behandeling.
- Meld alle bij u voorkomende verschijnselen aan uw arts.
- Begin niet met de geneesmiddelen die uw arts heeft voorgeschreven voor de ‘late’ diarree.
‘Late’ diarree
- De ‘late’ diarree begint méér dan 24 uur na het infuus. Indien de late diarree optreedt is dit vaak rond de vijfde dag na start van de behandeling.
- Wanneer u last krijgt van late diarree dient u zo snel mogelijk met de gepaste behandeling te beginnen en uw behandelend arts en /of verpleegkundige te waarschuwen.
- De behandeling van diarree bestaat uit het innemen van loperamide (imodium®). Zodra er dunne ontlasting optreedt begint u met het innemen van 1 capsule van 2 mg loperamide en vervolgens elke 2 uur 1 capsule. Zet dit voort tot 12 uur na de laatste vloeibare ontlasting. Wijzig het schema alleen in overleg met uw behandelend arts. De totale tijd dat u loperamide mag gebruiken is maximaal 48 uur (dus maximaal 24 capsules verdeeld over 48 uur)
- Mocht de diarree ondanks de behandeling met loperamide langer aanhouden dan 48 uur, dan moet u op dat moment weer contact opnemen met uw behandelend arts. Deze zal dan beslissen of u met een antibioticumkuur moet starten.
- Om het vochtverlies dat gepaard gaat met diarree op te vangen dient u veel (± 2 liter/dag) te drinken, bij voorkeur bouillon, ORS (oral rehydration salt), maar ook thee, koffie, water, etc. Waarschuw uw behandelend arts direct wanneer u niet of weinig kunt drinken of uw medicijnen niet in kunt nemen.
- Bij het verlaten van het ziekenhuis dient een recept loperamide en een antibioticum in uw bezit te zijn.
13. Ontsteking of zwelling op de plaats van het infuus
- U kunt op de plek een koud, nat kompres aanbrengen.
14. Spierkrampen
- Meldt dit aan de arts of de verpleegkundige.
15. Allergische huidreactie
- Meldt dit aan uw arts of verpleegkundige.
Wanneer waarschuwen:
In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:
- Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
- Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
- Bij koorts > 38,5 o C
3. Waar kunt u met uw vragen terecht
Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen.
U kunt hiermee terecht bij:
- Uw behandelend arts;
- De verpleegkundige op de afdeling;
- De verpleegkundige op de Dagbehandeling;
- Het Centrum Patiënteninformatie.
Bij het CKvL (Centrum voor Kwaliteit van Leven) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht met vragen over:
- De situatie waarin u zich bevindt;
- Uw ziekte en/of behandeling;
- Hoe het thuis nu moet;
- De mogelijkheid van inschakeling van een gezinshulp of een wijkverpleegkundige;
- Of als u gewoon eens wilt praten.
Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.
Aanvullende informatie
De KWF folder over chemotherapie en het boekje ’107 vragen over cytostatica’ is verkrijgbaar in het Centrum Patienteninformatie.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.