VAI-kuur
U gaat starten met een behandeling met cytostatica. Deze informatie is bedoeld als aanvulling op de informatie die uw arts en verpleegkundige u al gegeven heeft.
In het eerste gedeelte wordt u het verloop van de kuur uitgelegd.
In het tweede gedeelte vindt u informatie over mogelijke bijwerkingen en adviezen en in het derde gedeelte instanties/personen waar u met uw vragen terecht kunt.
Het verloop van de kuur
De medicamenten die toegediend worden, zijn:
Medicamenten | Kleur | Dag | Toedieningswijze | Tijdsduur |
Vincristine | wit | 1 | infuus | ± 5 min |
Ifosfamide | wit | 1 + 2 | infuus | 3 uur |
Actinomycine² | geel | 1 + 2 | infuus | ± 5 min |
Toediening:
- Voor deze kuur wordt u opgenomen in het ziekenhuis.
- Voor elke kuur van start kan gaan worden uw bloed en urine gecontroleerd. Afhankelijk van deze uitslag wordt bepaald of de kuur gegeven kan worden of moet worden uitgesteld.
- Voor de toediening van de medicijnen wordt een infuus ingebracht.
- Indien u na het beëindigen van de kuur niet of nauwelijks misselijk bent, wordt het infuus verwijderd. In principe kunt u dan met ontslag.
Specifieke maatregelen:
- Voor- en na de toediening van de cytostatica krijgt u grote hoeveelheden vocht toegediend via het infuus. Dit is noodzakelijk om de nadelige invloed van de Ifosfamide op de blaas en nieren te voorkomen.
- Bovendien wordt Mesna toegevoegd aan de Ifosfamide en aan de naspoelvloeistof (gedurende 24 uur na de laatste cytostaticatoediening) om de bijwerking van Ifosfamide op de blaas en nieren te voorkomen.
- Op de dagen van de Ifosfamide toediening is het van belang dat u goed urineert.
- Om te controleren of u niet teveel vocht vasthoudt wordt u drie keer per dag gewogen. Zonodig krijgt u via het infuus medicijnen om te extra vocht uit te scheiden.
II. Bijwerkingen
De bijwerkingen die het meest bij deze kuur voorkomen zullen nader worden toegelicht en voorzien van adviezen. Allereerst moet worden benadrukt dat de genoemde bijwerkingen kunnen maar niet hoeven voorkomen. De meeste bijwerkingen zijn van tijdelijke aard. Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen vrijwel niet.
De mate waarin bijwerkingen optreden heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. De genoemde adviezen zijn slechts richtlijnen en geen pasklare oplossingen.
- misselijkheid en braken;
- smaakverandering;
- invloed op de werking van het beenmerg;
- vermoeidheid / verminderde energie;
- irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies;
- haaruitval;
- invloed op de seksualiteit;
- menstruatiestoornissen;
- verminderde spermaproductie;
- invloed op blaas en nieren;
- tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en tenen;*
- obstipatie;
- irritatie van de ogen;
- Geven de bijwerkingen aan
- Geven de adviezen aan
1. Misselijkheid en braken
- Door o.a. irritatie van het maagslijmvlies ontstaat misselijkheid en braken.
- Medicijnen tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts hierom.
- Probeer zelf uit waar u wel tegen kunt en waar niet. Dit kan voor iedereen anders zijn.
- Gebruik regelmatig lichte kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
- Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent, zelfs 's nachts als u wakker bent.
- Forceer uzelf niet tot eten, maar haal de ‘schade’ tussen de kuren in.
- Bepaalde geuren kunnen misselijkheid verergeren.
- Zorg voor een frisse kamer en frisse lucht.
- Probeer in elk geval per dag 1,5 liter vocht te drinken.
- Vraag zonodig advies van een diëtist.
- Er bestaat een informatiefolder over medicatie tegen misselijkheid en braken, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.
2. Voedingsadviezen vanuit ervaringen van patiënten.
- Laat de maag langzaam wennen aan vaster voedsel.
- Niet met een lege maag opstaan of naar bed gaan.
- Warme gerechten kunnen tegenstaan. Een alternatief is bijv. een koude maaltijdsalade. Deze smaakt vaak beter en is even "gezond".
- Gebruik koude koolzuurhoudende dranken, met name Cola of Ginger-ale.
- Drink koffie en thee liever met melk.
3. Smaakverandering
- Smaakverandering kan leiden tot verminderde eetlust.
- Hier is weinig tegen te doen. Probeer veel verschillende producten uit.
- Als u weinig proeft, is het extra belangrijk dat het eten er aantrekkelijk uitziet.
4. Invloed op de werking van het beenmerg
- Verminderd aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) geeft verhoogde kans op infecties.
- Verminderd aantal bloedplaatjes (trombocyten) geeft verhoogde kans op blauwe plekken, een bloedneus en bloedend tandvlees.
- Verminderd aantal rode bloedlichaampjes (erytrocyten) geeft kans op bloedarmoede.
- Deze remming van aanmaak van bloedlichaampjes door het beenmerg is van tijdelijke aard.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken of het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus, bij koorts > 38,5 ° C of snel duizelig worden (sterretjes zien) waarschuwt u uw arts of dienstdoende arts in het Antoni van Leeuwenhoek.
- In het algemeen heeft het gebruik van extra vitaminen en/of ijzertabletten geen invloed op het herstel van het beenmerg.
5. Vermoeidheid / verminderde energie
- U kunt merken dat u tijdens deze behandeling minder energie heeft, sneller vermoeid raakt en emotioneel kunt zijn.
- Blijf met regelmaat bewegen, eventueel onder begeleiding van een fysiotherapeut, om uw conditie op peil te houden en afbraak van spieren te beperken. Uit onderzoek is gebleken dat dit u helpt om beter door de kuren heen te komen.
6. Irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies
- U kunt hierdoor een erge droge mond hebben of juist een overmatige speekselproductie.
- U kunt hierdoor last hebben van taai slijm in uw mond.
- U kunt hierdoor last krijgen van wondjes in uw mond.
- Goede mondhygiëne is belangrijk bij het voorkomen en behandelen van irritatie en/of ontsteking van het mondslijmvlies.
- Poets regelmatig uw gebit met een zachte tandenborstel.
- Spoel uw mond vier tot zes maal per dag met zout water ( 1 theelepel op 250 cc water).
- Vet regelmatig uw lippen in, dan ontstaan er minder snel kloofjes.
- Gebruik bij een droge mond een zuurtje of kauwgom.
- Meld bij een bezoek aan de tandarts dat u met cytostatica wordt behandeld.
- Overleg bij koortsuitslag op uw lip met uw huisarts. Voorkom uitbreiding.
- Bij een pijnlijke mond met wit beslag waarschuwt u uw huisarts.
- Een waterijsje is prettig bij een droge of pijnlijke mond.
- Er bestaat een informatiefolder over mondverzorging, vraag uw arts of verpleegkundige hierom.
7. Haaruitval
- Haaruitval begint na ongeveer drie - zes weken. Dit kan gepaard gaan met een gevoelige hoofdhuid.
- Behalve het hoofdhaar kan overige lichaamsbeharing ook uitvallen.
- Overweegt u een pruik aan te schaffen, dan kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar over de mogelijkheden en voorwaarden voor een vergoeding.
- Het is aan te raden voordat de haaruitval begint naar desbetreffende kapper te gaan zodat hij/zij uw eigen model ziet.
- In de folder Haaruitval bij chemotherapie van het Antoni van Leeuwenhoek kunt u meer informatie vinden over pruiken, sjaals etc..
- In het Antoni van Leeuwenhoek worden regelmatig workshops Look Good…Feel Better gegeven, waaraan u kunt deelnemen.
8. Invloed op de seksualiteit
- Ook tijdens een cytostaticakuur blijft geslachtsgemeenschap mogelijk. Als gevolg van de bijwerkingen kunt u echter minder of geen zin hebben in vrijen of geslachtsgemeenschap.
- Door de irritatie van het slijmvlies van de vagina kan geslachtsgemeenschap een branderig gevoel geven of pijnlijk zijn.
- Het gebruik van een glijmiddel kan een oplossing zijn.
- Tijdens een behandeling met chemotherapie is een goede vorm van anticonceptie noodzakelijk.
9. Menstruatiestoornissen
- Dit wisselt van “een keer overslaan” tot wegblijven.
- Kan gepaard gaan met overgangsklachten.
- Na het einde van de behandeling kan de menstruatie terugkomen.
10. Verminderde spermaproductie
- Er bestaat een mogelijkheid tot invriezen van sperma.
- Dit moet gedaan worden voordat de eerste kuur gegeven wordt.
- Na beëindiging van de kuren kan de spermaproductie zich weer herstellen.
11. Invloed op blaas en nieren
- Door irritatie van het blaasslijmvlies kan het urineren pijnlijk zijn of in frequentie toenemen.
- Zie ook specifieke maatregelen.
- Het is belangrijk thuis voldoende te drinken.
- Drink daarom 1,5 tot 2 liter per dag. Hieronder wordt ook verstaan yoghurt, vla, ijs, soep, etc.
- Eén of twee glazen bier of wijn kan geen kwaad.
- Neem contact op met de arts als u niet voldoende kan drinken.
- Wanneer het urineren pijnlijk is kan het soms helpen om tijdens en na het urineren te spoelen met lauw water.
- Meldt de blaasklachten bij een volgend ziekenhuisbezoek.
12. Tintelingen en doof gevoel in vingertoppen en tenen*
- Melden bij een volgend ziekenhuisbezoek.
13. Obstipatie t.g.v. de Vincristine
- Overleg met uw arts als u denkt dat uw ontlasting veel minder vaak komt dan u gewend bent.
- Overleg met uw arts als u meer dan twee dagen geen ontlasting heeft gehad.
- Vraag uw arts om laxantia.
- Drink minstens 1,5 liter per dag.
- Probeer elke dag te bewegen in de vorm van bv. lopen.
14. Irritatie van de ogen
- De ogen kunnen tranen of juist heel droog en branderig zijn.
- Oogdruppels, vraag uw arts hiernaar.
- Lensdragers kunnen beter een bril dragen om de kans op irritatie te verminderen.
15. Wanneer waarschuwen:
In principe neemt u contact op met uw specialist of dienstdoende arts:
- Bij aanhoudende misselijkheid en/of braken ondanks het gebruik van medicijnen hiertegen.
- Bij het spontaan ontstaan van blauwe plekken.
- Bij het regelmatig voorkomen van een moeilijk te stelpen bloedneus.
- Bij koorts hoger dan 38,5 ° Celsius.
16. Interactie met andere medicatie:
- Overleg over het gebruik van medicatie en/of voedingssupplementen met uw behandelend arts.
- Als u incidenteel een pijnstiller wilt gebruiken, neem dan bij voorkeur paracetamol. Bij regelmatige of langdurige pijnklachten overleggen met uw arts.
Waar kunt u met uw vragen terecht?
Hebt u naar aanleiding van deze informatie nog vragen, blijf daar dan niet mee lopen.
U kunt hiermee terecht bij:
- uw behandelend arts;
- de verpleegkundige op de afdeling of dagverpleging;
- Centrum Patiënteninformatie.
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL) kunnen u of de mensen uit uw omgeving terecht als er behoefte is aan begeleiding rondom:
- uw ziekte en/of behandeling;
- ondersteuning in uw thuissituatie;
- de mogelijkheid van inschakeling van een wijkverpleegkundige;
- of als u eens wilt praten over de invloed van de ziekte op uw leven.
Meer informatie
De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111.
Aanvullende informatie
KWF-folder over chemotherapie en het boekje ‘107 vragen over cytostatica’ zijn verkrijgbaar in het Centrum Patiënteninformatie.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.