Laparotomie
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij moedigen u en uw naasten aan om deze informatie goed door te lezen, zodat uw herstel zo min mogelijk belemmerd wordt door onzekerheid en zorgen. Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw opname. Bij vragen kunt u bellen met de verpleegkundige tijdens het telefonisch spreekuur.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over een laparotomie.
1. De ingreep
Tijdens de ingreep worden via een snede in de buik de inwendige organen en het omliggend weefsel onderzocht. Indien mogelijk wordt de tumor verwijderd. De ingreep duurt ongeveer anderhalf tot vier uur.
Mogelijke complicaties
- Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking, nabloeding en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Opengaan van de wond;
- Het niet op gang komen van de darmen;
- Darmwand beschadiging bij losmaken van eventueel aanwezige verklevingen.
Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt zo mogelijk tijdens uw opname in het ziekenhuis, met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek of poliklinisch. Er wordt dan bij uw ontslag een afspraak gemaakt.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg heeft u hierover geïnformeerd.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog geeft u instructie over uw medicijngebruik. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de medisch specialist. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
- De (bel)afspraak met de verpleegkundige op de polikliniek dient ter voorbereiding op de opname. De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. Ook heeft u gelegenheid om vragen te stellen en zo nodig wordt aanvullende informatiegegeven. De verpleegkundige kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen en u vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
Voeding
Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder “Tijdens kanker. Goed eten en omgaan met klachten” van WKOF en de website www.wkof.nl
Opname en Operatieplanning
Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/ operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op.
Dag van opname
Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Als u op de dag van de operatie komt, wordt u ontvangen op de opnamekamer. Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.
Als u wordt opgenomen spreekt u de volgende medewerkers:
- De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige anamnese door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw behandelend specialist.
- De fysiotherapeut geeft u instructie over ademhalingsoefeningen om problemen met de longen na de operatie te voorkomen. Na de ingreep begeleidt de fysiotherapeut u bij het mobiliseren en de ademhalingsoefeningen
- De chirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep, vaak ziet u de chirurg vlak voor de operatie.
Voorbereiding op operatiedag door u
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de operatie een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidings-ruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Naar de operatiekamer of behandelruimte
De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de operatie krijgt u een infuus waardoor de narcose wordt toegediend. Ook krijgt u een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de operatie pijnbestrijding. Afhankelijk van de plaats van de epiduraalkatheter wordt er een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.
Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en met de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met uw behandelend specialist over het verloop van uw herstel. Uw specialist komt regelmatig bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus bevindt zich doorgaans in een ader in de hand of arm en/of onder het sleutelbeen of in de hals. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd;
- Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep;
- Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot vijf dagen;
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd zodra de medicatie via de epiduraalkatheter is gestopt. Dit is gemiddeld na drie tot vijf dagen;
- Een of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt deze verwijderd. Dit is gemiddeld na twee tot vijf dagen;
- Een sonde via de neus in de maag voor de afvloed van maagsappen. Deze wordt in principe de dag na de operatie verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
Naast pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.
Misselijkheid
Misselijkheid na de operatie komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wond en verbindt deze zo nodig. Als de wond middels een onderhuidse hechting is gesloten, hoeft deze niet meer verwijderd te worden. De uitwendige hechtingen van de wond of krammetjes worden 14 dagen na de ingreep verwijderd, tenzij er eerder ook bestraling van het littekengebied heeft plaatsgevonden. Dan worden de hechtingen vaak pas na drie weken verwijderd.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Vanaf de eerste dag na de ingreep gaat u uit bed. Dit is heel belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen.
Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden. U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk driemaal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
Stoelgang
Na de operatie functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Gebruik van vezelrijke voeding en een ruime vochtinname bevordert de darmwerking. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
Afhankelijk van het herstel van de maag en de darmen, uw klachten en het op gang komen van de stoelgang start u met drinken en eten. De afdelingsarts spreekt af wat u mag drinken en eten. Voor uw herstel en een optimale wondgenezing is het van belang dat uw voeding voldoende calorieën, eiwitten en vitaminen bevat. Uw eetlust kan de eerste periode na de operatie verminderd zijn. Dit kan gedurende enige tijd zo blijven. De verpleegkundige kan u indien nodig in contact brengen met de diëtiste.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- Goede pijnbestrijding;
- Ademhalingsoefeningen;
- Het ophoesten van slijm;
- Halfzittende houding in bed;
- Niet te roken.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van de grootte van de ingreep en uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na ongeveer vijf tot 10 dagen het ziekenhuis verlaten.
Mogelijk heeft u na ontslag uit het ziekenhuis nog zorg nodig. Bespreek dit tijdig met uw verpleegkundige en behandelend arts.
Als u ten gevolge van de ingreep thuis zorg nodig heeft, dan zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden. Mocht u huishoudelijke hulp willen dan moet u dit aanvragen bij uw eigen gemeente.
De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg/uroloog/gynaecoloog en eventueel de verpleegkundig specialist. Als u nabehandeld wordt met chemotherapie en/of radiotherapie, dan volgen poliklinische afspraken met de radiotherapeut en internist.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten. U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen;
- U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen;
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 tot 1000 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wond
Indien de hechtingen tijdens de ziekenhuisopname niet zijn verwijderd, kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. De verpleegkundige verteld u wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd.
De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden.
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. Als de wond gesloten is, kunt u douchen en/of in bad gaan. Dep de wond na afloop droog.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- U heeft toenemende pijn aan de wond;
- Er komt pus uit de wond;
- U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
Via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111, kunt u contact opnemen met de polikliniek. Telefoonnummer en bereikbaarheid staan in hoofdstuk 5 beschreven.
Voeding
Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vergen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Activiteit
De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten (u mag bijvoorbeeld geen buikspieroefeningen doen). Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn). Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Revalidatie
Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan.
U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener. Meer informatie vindt u in de folder ‘Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Seksualiteit en intimiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.
De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de operatie kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:
- Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
- Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/ behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond-, of Nachthoofd. Indien u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.