Larynx-
Larynx-farynxextirpatie + gastric pull up
In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:
- De ingreep
- De periode voor de ingreep
- De periode na de ingreep
- Het ontslag
- Meer informatie
Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.
Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven.
Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.
In dit document vindt u informatie over de Larynx-farynxextirpatie, slokdarmresectie en reconstructie m.b.v. de maag, een zogenaamde gastric pull up.
1. De ingreep
U wordt opgenomen voor een larynx-farynxextirpatie en oesofagusresectie. Hierbij wordt het strottenhoofd met de stembanden en de slokdarm verwijderd. De verbinding van de luchtpijp en slokdarm met de keelholte wordt daardoor onderbroken. De luchtpijp wordt voor in de hals ingehecht in de huid, en vormt zo het tracheostoma.
De slokdarm/voedselweg wordt gereconstrueerd met de maag, een zogenaamde gastric pull up. Uw maag wordt tot een buis gemaakt en daarna verplaatst richting de slokdarm en vervolgens aan de bovenzijde direct vastgehecht aan de keelholte. Zo vormt zich een zogenaamde ‘buismaag’.
Toelichting benaming:
- Larynx is het strottenhoofd met stembanden
- Farynx is de keelholte
- Oesofagus is de slokdarm
- Gastric is de maag
Soms zal ook (een deel van) de lymfeklieren in de hals verwijderd worden, dit heet een halsklierdissectie. De lymfeklieren worden verwijderd omdat daarin uitzaaiingen gevonden zijn of omdat er een grote kans bestaat dat er uitzaaiingen aanwezig zijn.
Een stemprothese wordt niet direct geplaatst. Na volledig herstel van alle wonden zal een stemprothese geplaatst worden, dat kan enkele maanden na de operatie zijn. De hoofdhalschirurg bepaalt wanneer dit kan. U krijgt dan de aanvullende informatie.
Er wordt een jejunostomiekatheter ingebracht. Dit is een katheter, die via een kleine opening in uw buik- en darmwand in de dunne darm gelegd wordt. Via de jejunostomie-katheter krijgt u de voeding en medicijnen toegediend. Vaak moet er na de operatie ook bestraald worden. Hierover wordt u tijdig geïnformeerd.
Deze operatie heeft consequenties voor de functies als spreken, slikken, eten en ademhalen. Dit alles heeft invloed op uw zelfbeeld en uw sociale leven. Ook sporten als golf en tennis en huishoudelijk werk als ramen zemen zijn soms moeilijker door de operatie. Zwemmen is meestal niet meer mogelijk. Het gevoel in het operatiegebied kan deels en soms tijdelijk uitvallen. Er ontstaan littekens in de hals en buik. De operatie zal ongeveer zes tot acht uur duren.
Informatie over het strottenhoofd
Het strottenhoofd (larynx) ligt onder de keelholte en vormt de ingang van de luchtpijp. Het strottenhoofd is opgebouwd uit kraakbeen, spierweefsel en slijmvlies. In het strottenhoofd bevinden zich de stembanden. Het strottenhoofd heeft drie functies: stemgeving, slikken en hoesten.
Aan het strottenhoofd worden drie delen onderscheiden (zie afbeelding onder):
- De supraglottis, dit is het gebied boven de stemspleet. Dit gebied bevat verschillende weefsels waaronder de valse stembanden. De valse stembanden
- bestaan uit spier- en vetweefsel. Het strottenklepje (epiglottis) sluit het supraglottis gebied af.
- De glottis of stemspleet. Dit gebied bevindt zich centraal in het strottenhoofd en bevat twee stembanden. De stembanden bestaan uit slijmvlies, spierweefsel en elastisch weefsel.
- De subglottis, dit is het gebied onder de stemspleet en vormt de overgang naar de luchtpijp.
Kanker van het strottenhoofd kan in alle drie gebieden ontstaan, maar het komt het meest voor op of bij de stembanden.
Schematische weergave voor en na een larynxextipatie

Normale situatie Na een larynxextirpatie
Schematische weergave van de veranderingen van de ademhaling en het slikken


Ademhaling voor verwijdering strottenhoofd Ademhaling na verwijdering strottenhoofd


Slikken voor verwijdering strottenhoofd Slikken na verwijdering strottenhoofd
Mogelijke complicaties
Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:
- Nabloeding in hals of buik;
- ademhalingsproblemen;
- infectie of fistelvorming (naadlekkage);
- slikproblemen;
- spraakproblemen.
De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook het continueren van roken en alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.
Het weefselonderzoek
Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt door de hoofdhalschirurg met u besproken. Hij zal ook vertellen wat deze uitslag betekent voor de nabehandeling. De nabehandeling kan radiotherapie (bestraling) of een combinatie van radiotherapie en chemotherapie zijn.
2. De periode voor de ingreep
Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek
Ter voorbereiding op de ingreep zijn er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De hoofdhalschirurg heeft u hierover geïnformeerd.
Ook krijgt u een gesprek met een patiënt die als voorlichter van de patiëntenvereniging met u zal spreken over de operatie en de gevolgen.
Voor de ingreep die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:
- biopsie voor het stellen van de juiste diagnose;
- MRI of CT-scan van het hoofdhalsgebied en de longen, soms ook een CT- of PET-scan;
- echografie van de hals waarbij soms ook een punctie gedaan wordt van verdachte klieren;
- Röntgenfoto’s van de longen; eventueel longfunctie;
- algemeen bloedonderzoek;
- eventueel ECG;
- laryngoscopie, dit is een onderzoek van de keel- en mondholte, hals en bovenste luchtwegen. Het wordt op de operatiekamer uitgevoerd, terwijl u onder narcose bent. Dit onderzoek is nodig om de exacte tumoruitbreiding vast te stellen en andere afwijkingen uit te sluiten. Eventueel kunnen er biopten (weefselmonsters) afgenomen worden voor onderzoek. Daarna kan de juiste behandeling vastgesteld worden. Voor een laryngoscopie wordt u een dag opgenomen. U krijgt dan de patiënteninformatie ‘Laryngoscopie’.
Poliklinische voorbereiding: medewerkers
Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:
- De hoofdhalschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen. De hoofdhalschirurg zal u opereren samen met de oncologisch chirurg die de maag zal opereren.
- De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Indien u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
- De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Tijdens het laatste bezoek aan de polikliniek heeft u een aantal formulieren meegekregen: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze formulieren geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om de twee formulieren in te vullen en mee te nemen naar dit poliklinische gesprek. De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werkster, psychiatrisch verpleegkundige) inschakelen. De HHV zal u ook vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
- De patiëntenbezoeker is een gelarygectomeerde, die vanuit zijn/haar eigen ervaring veel kan vertellen over het leven na een larynxextirpatie. Hij/zij heeft dit zelf ook allemaal meegemaakt, en heeft nu leren leven met deze handicap. De patiëntenbezoeker is opgeleid voor lotgenotencontact en verbonden aan de patiëntenvereniging Hoofd-Hals. De hoofd-halsverpleegkundige zal een afspraak maken met de patiëntenbezoeker om u te bezoeken, bij voorkeur thuis. Uw partner en eventueel kinderen mogen ook aanwezig zijn tijdens dit bezoek.
- De logopedist kan spraak- en slikrevalidatie geven. Zij komt al voor de ingreep met u kennismaken.
- De revalidatiearts kan u informeren over een revalidatieprogramma, dat u na ontslag uit het ziekenhuis kunt volgen.
De Stoppen met Roken poli
Het merendeel van de tumoren in het hoofdhalsgebied is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door alcohol en tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met alcohol en tabak vergroten veel patiënten met hoofdhalstumoren zelf hun kans op genezing. Stoppen met roken en alcohol verkleint de kans op terugkeer van de tumor op dezelfde plek of het ontstaan van een nieuwe tumor elders in mond of keel. Ook neemt de kans op complicaties af. Het voorkomen van het opnieuw ontstaan van tumoren is belangrijk, omdat deze vaak moeilijker zijn te behandelen.
Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.
Dag van opname
Afhankelijk van wat er met u is afgesproken wordt u één dag voor de ingreep óf op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.
Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:
- De verpleegkundige op de polikliniek heeft met u een opnamegesprek gevoerd. Als u vragen heeft naar aanleiding van dit gesprek kunt u deze met de verpleegkundige op de afdeling bespreken. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
- Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.
- De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
- De fysiotherapeut zal u informeren over het functioneren van alle spieren en houding van uw hoofd, arm en schouder na de ingreep. Het is belangrijk dat u voor de ingreep al start met oefeningen met uw ademhaling en spieren. De fysiotherapeut zal u de instructies geven. Problemen als longontsteking en verstijving van de nek en schouder kunnen hierdoor voorkomen worden.
- De hoofd-halschirurg spreekt kort met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep.
Ter voorbereiding op de operatie vindt een aantal handelingen plaats:
- U krijgt de gelegenheid om samen met uw naasten de Intensive Care (IC) te bezoeken om een indruk te krijgen van deze afdeling, waar u direct na de operatie verblijft.
- Voor de nacht krijgt u de medicatie, die door de anesthesioloog is afgesproken.
Voor de ingreep
Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.
U kunt zich ’s morgens wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.
Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidings-ruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.
Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend. Ook krijgt u een epiduraalkatheter. Dit is een hele dun ‘slangetje’, dat tussen twee wervels geprikt en in het wervelkanaal ingebracht wordt. Tijdens de operatie en de dagen erna krijgt u via de epiduraalkatheter pijnmedicatie. Ook wordt een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.
3. De periode na de ingreep
Na de ingreep blijft u minimaal een dag op de Intensive Care, waar de anesthesioloog verantwoordelijk is voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de hoofd-halschirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegetage. Bezoek ontvangen op de Intensive Care is mogelijk. Uw naasten kunnen met de IC-verpleegkundige afspraken maken over het bezoek.
Als u weer terug mag naar de verpleegetage, komen de verpleegkundigen van de afdeling u ophalen. De IC-verpleegkundige is verantwoordelijk voor de overdracht en zal alle informatie met de afdelingsverpleegkundigen doornemen. De eerste dagen na de operatie op de intensive care en de afdeling is een zware periode.
Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de hoofdhalschirurg over het verloop van uw herstel. De hoofd-halschirurg komt tweemaal per week bij u langs.
Fraxiparine
Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).
Katheters, lijnen en drains
Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:
- Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan zich in een ader in de arm of in de voet bevinden. Zodra u voldoende vocht en voeding via de sonde krijgt en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
- Een epiduraalkatheter in uw rug waardoor u pijnmedicatie krijgt toegediend. De medicatie die u via de epiduraalkatheter krijgt wordt afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicatie is gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie tot zes dagen.
- Een slangetje voor de toediening van extra zuurstof via het tracheostoma. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
- Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt na een of twee dagen verwijderd.
- Twee of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. De drains kunnen verwijderd worden als de productie van wondvocht minder dan 15 milliliter per 24 uur is. Dit is gemiddeld na drie tot zes dagen.
- Een sonde via de neus in de maag voor de afvloed van maagsappen. Deze ‘maaghevel’ wordt enkele dagen na de ingreep verwijderd.
- Een voedingssonde via de buik naar de dunne darm (jejunostomiekatheter) voor het toedienen van sondevoeding en medicatie. Deze katheter blijft ten minste tien dagen zitten. Als u weer in staat bent voldoende te eten en drinken, wordt de katheter verwijderd.
Pijn
Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u twee tot drie maal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10.
U krijgt via de epiduraalkatheter en via de voedingssonde pijnmedicatie op vaste tijden toegediend. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.
Misselijkheid
Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.
Wonden
De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wonden en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wonden worden acht dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na tien dagen verwijderd.
Door de reconstructie met de maag is een grote wond gemaakt, die loopt over uw borst en buik. Deze wond is met hechtingen gesloten. Ook deze hechtingen kunnen na acht tot tien dagen worden verwijderd.
Een complicatie die vaak voorkomt is het ontstaan van een fistel. Een fistel is een kanaaltje tussen twee holtes (inwendig) of van een holte naar buiten toe en ontstaat door naadlekkage van de keel. Door een fistel loopt vocht, bijvoorbeeld speeksel of wondvocht. Afhankelijk van de plaats en grootte van de fistel, wordt de behandeling en wondverzorging daarop afgestemd. Dit is een vervelende complicatie maar herstelt vrijwel altijd. Soms is een 2e operatie echter nodig. De wondgenezing en uw herstel duurt hierdoor wel langer.
Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Ook uw oor kan verdoofd aanvoelen. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.
Mondverzorging
U kunt op een normale manier uw tanden poetsen of uw gebitsprothese dragen.
Tracheostoma
Na de ingreep heeft u voorin de hals een tracheostoma, ook wel kortweg ‘stoma’ genoemd. Het tracheostoma is rondom gehecht, hiervoor wordt dik hechtdraad gebruikt.
Het stoma behoeft speciale verzorging en het slijm zal regelmatig weggezogen moeten worden. De verpleegkundige zal het stoma verzorgen en uitzuigen. Ze zal u over de verzorging alle uitleg geven. Als het mogelijk is kunt u meehelpen met deze verzorging, u kunt met een spiegeltje meekijken en handelingen zelf leren uitvoeren. De verpleegkundige zal dit met u bespreken.
Door de ademhaling via het tracheostoma kan veel irritatie ontstaan aan de luchtpijp en longen. U kunt last hebben van slijm, waardoor u vaak moet hoesten. Voor het stoma wordt een speciale pleister met filterdopje geplaatst om bescherming te bieden aan de longen en luchtpijp. Het is een warmte- en vochtwisselaar, die de werking van de neus en keel nabootst door de inademingslucht te zuiveren, te bevochtigen en te verwarmen.

Het tracheostoma met een Sensitive stomapleister en HME.filter.
Soms heeft het tracheostoma de neiging te gaan krimpen. Ook kan er zwelling ontstaan in de weefsels rondom het tracheostoma. Het stoma kan daardoor kleiner wordt, waardoor u benauwdheid ervaart. Dan is het nodig om tijdelijk een larytube (ook wel canule genoemd) in het stoma te plaatsen. Een larytube zorgt ervoor dat het stoma niet te klein wordt en dat u voldoende goed kunt ademen.
Drie soorten larytubes
De verpleegkundige zal u leren hoe u het tracheostoma kunt verzorgen. Zij leert u omgaan met alle materiaal, die daarvoor nodig is. Als u bij de verzorging van het stoma uw partner of iemand van de thuiszorg nodig heeft, zal de verpleegkundige hen informeren.
Communicatie
De eerste weken kunt u niet praten. Alle wonden en het stoma moeten eerst goed kunnen genezen. Het is belangrijk om op te schrijven wat u wilt vragen of zeggen.
Nadat de wonden en stoma genezen zijn en de maaghevel verwijderd is zal de logopediste bij u komen. Zij zal beoordelen welke methode van communicatie voor u het beste zal zijn. Na deze operatie kan soms de electrolarynx tijdelijk gebruikt worden (servox). Pas na het plaatsen van een stemprothese (meestal na twee maanden), kan gestart worden met de spraakrevalidatie.
Mobiliteit en fysieke activiteit
Vanaf de eerste dag na de ingreep gaat u uit bed. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.
Door de aanwezigheid van de wonden en een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid. De eerste dagen zult u alleen op een stoel kunnen zitten. U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Onder begeleiding van de verpleegkundige zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden. Eventueel zal de fysiotherapeut gevraagd worden u te helpen met mobiliseren. U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Het streven is om u zo snel mogelijk driemaal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.
U kunt met een tracheostoma niet ‘onbeschermd’ douchen. Het water kan dan zo uw luchtpijp en longen inlopen, waardoor u het erg benauwd krijgt en flink gaat hoesten. U kunt veilig douchen door het tracheostoma te beschermen met een ‘douchepijpje’. Het is aan te raden in het ziekenhuis al een paar maal met een douchepijpje voor het stoma te douchen, zodat u kunt ervaren hoe dit gaat. De verpleegkundige zal u hierbij helpen en informatie geven.
Houding in bed
In bed kunt u het beste half zittend liggen en slapen. U moet uw hoofd iets gebogen houden en zeker niet overstrekken. Als er bij u ook lymfeklieren verwijderd zijn (neckdissectie) is het goed uw arm aan de geopereerde zijde op een kussen te leggen. Hierdoor liggen uw schouder en arm in een betere houding. Dit is belangrijk voor de spieren in uw schouder en hals, voor de doorbloeding en afvloed van het vocht.
Stoelgang
Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Soms is de ontlasting in het begin erg hard of juist heel dun; dit is normaal en heeft meestal niet met uw voeding te maken. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.
Voeding
U mag de eerste acht tot tien dagen niet eten en drinken. De wond in uw keel en de buismaag moeten schoon blijven en genezen. Via de jejunostomiekatheter krijgt u sondevoeding toegediend. Sondevoeding is vloeibare volwaardige voeding. De diëtiste geeft een sondevoedingsadvies door aan de verpleegkundige.
Na tien dagen wordt er een röntgenfoto van de wondnaad van de buismaag en keelholte gemaakt om te beoordelen of deze goed geheeld is. Dit wordt een slikfoto genoemd. Voor het maken van een slikfoto wordt u verzocht een bekertje met contrastvloeistof (bariumpap) te drinken, hierdoor wordt de inwendige wondnaad zichtbaar op de foto. Als de wond in uw keel en buismaag voldoende genezen is, mag u weer zelf drinken en eten. Als er geen problemen ontstaan mag u vanaf dag 13 zachte/gemalen voeding gebruiken, en vanaf dag 15 normale voeding. De hoeveelheid sondevoeding wordt afgebouwd.
Door de buismaag is er niet meer een natuurlijke afsluiting van de voedselweg naar de keel. Voeding en vloeistoffen, o.a. maagsap, kunnen snel en op onverwachte momenten vanuit de buismaag uw mond inlopen. Dit wordt reflux genoemd, en komt vaak voor bij liggen en bukken. Dit kunt u enigszins voorkomen door tijdens het eten en drinken goed rechtop te zitten. Ook is het aan te raden om na een maaltijd nog gedurende een uur rechtop te blijven zitten of lopen.
Als u weer voldoende kunt eten en drinken, zal de sondevoeding gestopt worden en de jejunostomiekatheter verwijderd worden. De diëtiste zal u informeren over uw voeding.
Uiterlijk en functiebeperking
Uw hals en gezicht zien er na de ingreep anders uit door de wond en het tracheostoma.
Als er bij u ook een neckdissectie is uitgevoerd zal uw gezicht en hals aan de geopereerde zijde gezwollen zijn. De afvloed van lymfevocht is gestagneerd, het lymfevocht moet nu een andere weg zoeken. Na enkele weken zult u merken dat uw gezicht minder gezwollen is.
Als u rechtop zit en halfzittend slaapt, kunt u ernstige toename van zwelling in uw gezicht beperken. Dit kunt u ook bereiken door regelmatig uit bed te komen. Als u zich voor de eerste keer weer in de spiegel ziet, kunt u schrikken van uw veranderde uiterlijk. Het is voor het verwerken en accepteren van deze veranderingen belangrijk hierover te praten met uw familie en/of verpleegkundige. Een maatschappelijk werkster kan u hierbij ook ondersteunen.
Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:
- regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
- goede pijnbestrijding;
- ademhalingsoefeningen;
- consequent gebruik van de HME.filter/pleister (HME is Heat and Moisture Exchanger);
- het ophoesten van slijm;
- halfzittende houding in bed.
Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.
Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.
4. Het ontslag
Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na circa zestien tot achttien dagen het ziekenhuis verlaten.
Wanneer u thuis nog zorg nodig heeft (in de vorm verpleging of verzorging) brengt de verpleegkundige u in contact met de transferverpleegkundige. De transferverpleegkundige bespreekt met u welke zorg u nodig heeft na de ziekenhuisopname en vraagt die zorg voor u aan. De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.
Er is een gericht revalidatieprogramma, waarbij u met professionele begeleiding kunt werken aan het verminderen van de lichamelijke en psychische gevolgen en het verbeteren van uw conditie en kwaliteit van leven. Zie folder ‘Revalidatieprogramma voor hoofd-halskanker-patiënten’. U kunt zich er voor aanmelden en een afspraak laten maken bij de revalidatiearts.
Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij hoofdhalschirurg en hoofdhalsverpleegkundige. Zo nodig krijgt u ook een afspraak met de logopediste, fysiotherapeut, diëtiste en revalidatiearts. Als u nabehandeld wordt met radiotherapie of radiotherapie/chemotherapie, dan volgen poliklinische afspraken met de radiotherapeut en internist. Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.
De periode na het ontslag
Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.
Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.
Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten en bewegen.
U kunt het volgende schema volgen:
- Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
- Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.
Wonden
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven.
Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wonden dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:
- de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
- u heeft toenemende pijn aan de wond;
- er komt pus uit de wond;
- u heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de HHV-polikliniek via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111. Telefoonnummer en bereikbaarheid staan in hoofdstuk 5 genoemd.
Tracheostoma
Het is van essentieel belang dat u uw tracheostoma thuis zorgvuldig blijft verzorgen, minimaal vier maal daags. U krijgt hierover van de verpleegkundige ook schriftelijke informatie.
Voor de verzorging van het tracheostoma heeft u thuis materiaal nodig. Alle materialen zullen door een facilitair bedrijf thuis geleverd worden en door uw zorgverzekeraar vergoed worden. De verpleegkundige zal dit voor u coördineren en u hierover informeren.
U krijgt een pakket met voldoende materiaal voor de eerste dagen mee naar huis. U bestelt zelf bij het facilitair bedrijf weer nieuwe materialen, als u die nodig heeft.
Communicatie
Als het spreken op het moment van ontslag nog niet gaat, zal de logopediste u poliklinisch hulp kunnen bieden. Mogelijk kan zij u hulpmiddelen aanraden, waarmee u wel kunt communiceren met uw naasten. In een later stadium, na enkele maanden, zal de hoofdhalschirurg kunnen besluiten een stemprothese te plaatsen. Een stemprothese is een siliconen rubberen knopje, die door het weefsel tussen luchtpijp en buismaag ingebracht wordt. Met een stemprothese kunt u leren spreken, de logopediste geeft u de spraakles.
Als de stemprothese geplaatst kan worden, ontvangt u hierover aanvullende informatie.
Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.
Voeding
Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het kan zijn dat u nog niet alles kunt eten, en aangewezen bent op vloeibare of gepureerde voeding. De diëtiste zal u hierover informeren. Zij kan u adviseren om caloriedranken te gebruiken, zij zal dan een aanvraag voor de vergoeding naar uw verzekering sturen.
U kunt last hebben van reflux, het terugkomen van maaginhoud naar de mond toe. Denkt u er dan aan om tijdens en een uur na de maaltijd rechtop te zitten of lopen. U kunt ook ervaren dat u veel sneller een verzadigd gevoel heeft en hierdoor niet een volledige maaltijd kunt gebruiken. Probeer dan de maaltijd over een langere periode te spreiden, of meerdere keren een kleine maaltijd te gebruiken.
Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ tot 2 liter per dag.
Als u vragen heeft over voeding of u heeft last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.
Uiterlijk en functiebeperking
Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of veranderd uiterlijk om te gaan. Ook is het confronterend andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).
Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.
Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U zult de eerste tijd niet intensief kunnen sporten of zwaar huishoudelijk werk doen. Zwemmen is niet mogelijk met een tracheostoma zonder hulpmiddel. Patiëntenvereniging Hoofd-Hals kan u hierover informeren. Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.
Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.
Intimiteit en seksualiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.
Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.
Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, een psychiatrisch verpleegkundige en creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met het omgaan met kanker. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden en bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.
Continuïteitsbezoek
U kunt een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek vraagt u aan via:
- www.ikn.nl -> organisatie van de zorg -> regionaal -> continuïteitsbezoek
- www.careforcancer.nl
Contact met het ziekenhuis
Neem contact op met het ziekenhuis bij onderstaande lichamelijke problemen:
- problemen met de wond(en);
- tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
- aanhoudende misselijkheid, braken, niet kunnen eten, meer dan 2 kilo per week afvallen;
- temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
- aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
- benauwdheid en hoesten;
- andere aan de behandeling gerelateerde problemen.
Neemt u bij voorkeur contact op met de polikliniek via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.
5. Meer informatie
Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.
Praktische informatie
Contact
Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.
Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.
Centrum Patiënteninformatie
Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.
Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie
Centrum voor Kwaliteit van Leven
Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.
Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven
Route & adres
U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.