Larynx

Larynxextirpatie en PM-lap

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In deze folder vindt u informatie over:

  1. De ingreep
  2. De periode voor de ingreep
  3. De periode na de ingreep
  4. Het ontslag
  5. Meer informatie

Het doel van deze folder is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.

Het is goed u te realiseren dat uw persoonlijke situatie anders kan zijn dan beschreven. Het team van artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten, logopedisten en andere disciplines dat u begeleidt, geeft u specifieke informatie over uw situatie. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met een zorgverlener. Deze schriftelijke informatie dient als aanvulling op de mondelinge informatie en als naslagwerk.

In deze folder vindt u informatie over de larynxextirpatie en reconstructie door middel van een huid-spierlap, een zogenaamde PM-lap.

1. De ingreep

U wordt opgenomen voor een larynxextirpatie, ook wel laryngectomie genoemd. Hierbij wordt het strottenhoofd (larynx) met de stembanden verwijderd. De verbinding van de luchtpijp en slokdarm met de keelholte wordt daardoor onderbroken. De luchtpijp wordt vóór in de hals ingehecht in de huid, en vormt zo het tracheostoma. De slokdarm wordt direct verbonden met de keelholte. Ook wordt een stemprothese geplaatst.

Soms zullen ook de lymfeklieren in de hals of een deel ervan verwijderd worden. Dit heet een halsklierdissectie. De lymfeklieren worden verwijderd omdat daarin uitzaaiingen gevonden zijn of omdat er een grote kans bestaat dat er uitzaaiingen aanwezig zijn.

Er wordt een reconstructie met een huid-spierlap van de borst uitgevoerd. Dit heet een PM-lap (Pectoralis Major). Een PM-lap wordt gebruikt om de wond goed te kunnen sluiten als er veel slijmvlies verwijderd is of er veel kans is op fistelvorming (zie verderop bij ‘wond’).

De Pectoralis Major is de grote borstspier. De spier wordt met de huid en een bloedvat losgemaakt en getransplanteerd naar het wondgebied in uw hals of keel. De wond op uw borst wordt gesloten met hechtingen.

Deze operatie heeft consequenties voor functies als spreken, slikken en ademhalen. Dit alles heeft invloed op uw zelfbeeld en uw sociale leven. Sporten als golf en tennis en huishoudelijk werk als ramen zemen zijn vaak lastiger of onmogelijk door de PM-lap reconstructie.

Het gevoel in het operatiegebied kan deels en soms tijdelijk uitvallen. Er ontstaan littekens in de hals en borst. De operatie zal ongeveer vier tot zes uur duren.

Informatie over het strottenhoofd

Het strottenhoofd (larynx) ligt onder de keelholte en vormt de ingang van de luchtpijp. Het strottenhoofd is opgebouwd uit kraakbeen, spierweefsel en slijmvlies. In het strottenhoofd bevinden zich de stembanden. Het strottenhoofd heeft drie functies: stemgeving, slikken en hoesten.

Aan het strottenhoofd worden drie delen onderscheiden (zie afbeelding volgende bladzijde):

  1. De supraglottis: dit is het gebied boven de stemspleet. Dit gebied bevat verschillende weefsels waaronder de valse stembanden. De valse stembanden bestaan uit spier- en vetweefsel. Het strottenklepje (epiglottis) sluit de larynx af van de slokdarm.
  2. De glottis of stemspleet. Dit gebied bevindt zich centraal in het strottenhoofd en bevat twee stembanden. De stembanden bestaan uit slijmvlies, spierweefsel en elastisch weefsel. Bij spreken en hoesten draaien de stembanden naar elkaar toe om de stemspleet te sluiten. Doordat er dan lucht tussen door wordt geperst ontstaat er een trilling: dit is het stemgeluid.
  3. De subglottis: dit is het gebied onder de stemspleet en vormt de overgang naar de luchtpijp (trachea).

Kanker van het strottenhoofd kan in alle drie gebieden ontstaan, maar het komt het meest voor op of bij de stembanden.

Op de volgende bladzijde ziet u op een plaatje waar deze 3 delen zich bevinden.

StemNL_clip_image008[1]

Schematische weergave van de situatie voor en na een larynxextirpatie

normale situatie

tracheostoma

Normale situatie Na een larynxextirpatie

Schematische weergave van de veranderingen van de ademhaling en het slikken

http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/images/strottenhoofdkanker4.jpghttp://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/images/strottenhoofdkanker3.jpg

Ademhaling voor verwijdering strottenhoofd Ademhaling na verwijdering strottenhoofd

http://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/images/strottenhoofdkanker6.jpghttp://www.kwfkankerbestrijding.nl/content/images/strottenhoofdkanker5.jpg

Slikken voor verwijdering strottenhoofd Slikken na verwijdering strottenhoofd

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • Nabloeding;
  • Verstoorde wondgenezing;
  • Ademhalingsproblemen;
  • Infectie of fistelvorming;
  • Slikproblemen;
  • Spraakproblemen;
  • Hypothyreoidie (bij volledige verwijdering schildklier);
  • Hypoparathyreoidie (bij volledige verwijdering schildklier).

De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook het blijven gebruiken van alcohol, blijven roken, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties.

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt door de hoofd-halschirurg met u besproken. Hij zal ook vertellen wat deze uitslag betekent voor de nabehandeling. De nabehandeling kan radiotherapie (bestraling) of een combinatie van radiotherapie en chemotherapie zijn.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep is er een aantal onderzoeken noodzakelijk. De hoofd-halschirurg heeft u hierover geïnformeerd.

Voor de ingreep die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:

  • CT scan van het hoofdhalsgebied en de longen, soms ook een PET-CT scan;
  • Echografie van de hals, waarbij soms ook een punctie gedaan wordt van verdachte klieren;
  • Röntgenfoto’s van de longen; eventueel longfunctie;
  • Algemeen bloedonderzoek;
  • Eventueel ECG;
  • Biopsie via een microlaryngoscopie (MLS) voor het stellen van de juiste diagnose. Dit wordt op de operatiekamer uitgevoerd, terwijl u onder narcose bent. Dit onderzoek is nodig om de exacte tumoruitbreiding vast te stellen en andere afwijkingen uit te sluiten. Daarna kan de juiste behandeling vastgesteld worden. Voor een laryngoscopie wordt u een dag opgenomen. U krijgt dan de patiënteninformatie ‘Laryngoscopie’.

Poliklinische voorbereiding: medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De hoofd-halschirurg is eindverantwoordelijk voor uw medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen. De hoofd-halschirurg zal u opereren.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden. Als u na de ingreep ter observatie op de Intensive Care wordt opgenomen is de anesthesioloog gedurende uw verblijf op de Intensive Care de behandelend arts.
  • De hoofd-halsverpleegkundige (HHV) informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Voor dit gesprek ontvangt u in mijnAVL twee vragenlijsten: de verpleegkundige anamnese en de lastmeter. Deze vragenlijsten geven behalve gegevens als telefoonnummers van uw contactpersoon en uw sociale situatie ook inzicht in uw behoefte aan verpleegkundige zorg tijdens en na de ingreep. Daarom vragen wij u om deze in te vullen voor dit poliklinische gesprek. De HHV neemt met u de verpleegkundige anamnese en lastmeter door. De HHV kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werkster, psychiatrisch verpleegkundige) inschakelen. De HHV zal u ook vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.
  • De patiëntenbezoeker is een gelarygectomeerde, die vanuit zijn/haar eigen ervaring veel kan vertellen over het leven na een larynxextirpatie. Hij/zij heeft dit zelf ook allemaal meegemaakt, en heeft nu leren leven met deze handicap. De patiëntenbezoeker is opgeleid voor lotgenotencontact, en verbonden aan de patiëntenvereniging Hoofd-Hals. De hoofd-halsverpleegkundige zal een afspraak maken met de patiëntenbezoeker om u te bezoeken, bij voorkeur thuis. Uw partner en eventueel kinderen mogen ook aanwezig zijn tijdens dit bezoek.
  • De logopedist kan spraak- en slikrevalidatie geven. Zij komt al voor de ingreep met u kennismaken.
  • De revalidatiearts kan u informeren over een revalidatie-programma, dat u na ontslag uit het ziekenhuis kunt volgen.

De Stoppen met Roken poli

Het merendeel van de tumoren in het hoofd-halsgebied is het gevolg van langdurige, frequente irritatie van de slijmvliezen door alcohol en tabaksrook. Door direct en definitief te stoppen met alcohol en tabak vergroten veel patiënten met hoofd-halstumoren zelf hun kans op genezing.

Stoppen met roken en alcohol verkleint namelijk de kans op terugkeer van de tumor op dezelfde plek of het ontstaan van een nieuwe tumor ergens anders in mond of keel. Ook neemt de kans op complicaties af. Het voorkomen van het opnieuw ontstaan van tumoren is belangrijk, omdat deze vaak moeilijker zijn te behandelen.

Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie.

Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u dit het beste bespreken met uw huisarts.

Dag van opname

Afhankelijk van wat er met u is afgesproken wordt u één dag voor de ingreep òf op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar uw kamer gebracht.

Op de dag van opname spreekt u verschillende medewerkers:

  • De verpleegkundige op de polikliniek heeft met u een opnamegesprek gevoerd. Als u vragen heeft naar aanleiding van dit gesprek kunt u deze met de verpleegkundige op de afdeling bespreken. Gedurende uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding. Ook hoort u van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; dit is een schatting.

Voor de operatie moet u nuchter zijn. In de voorlichtingsbrief van de anesthesioloog staat beschreven vanaf welk tijdstip u niet meer mag eten en drinken.

  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.
  • De fysiotherapeut zal u informeren over het functioneren van alle spieren en houding van uw hoofd, arm en schouder na de ingreep. Het is belangrijk dat u voor de ingreep al start met oefeningen met uw ademhaling en spieren. De fysiotherapeut zal u de instructies geven. Problemen als longontsteking en verstijving van de nek en schouder kunnen hierdoor voorkomen worden.
  • De hoofd-halschirurg spreekt met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep. Zo nodig kan hij/zij de operatie en de gevolgen ervan nogmaals uitleggen.
  • Ter voorbereiding op de operatie vindt een aantal handelingen plaats: u krijgt de gelegenheid om samen met uw naasten de intensive care (IC) te bezoeken om een indruk te krijgen van deze afdeling, waar u direct na de operatie verblijft.
  • Voor de nacht krijgt u de medicatie, die door de anesthesioloog is afgesproken.

Voor de ingreep

U kunt zich ’s morgens was­sen of dou­chen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak moet u verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

Als u dit met de anesthe­sioloog heeft afge­sproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen. De verpleeg­kundi­ge brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatie­kamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicatie voor de narcose wordt toegediend. Er wordt ook een blaaskatheter ingebracht voor de afvloed van urine.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u minimaal één nacht op de intensive care, waar de anesthesioloog verantwoordelijk is voor de medische behandeling en controles. Hij of zij beoordeelt samen met de hoofd-halschirurg wanneer u terug gaat naar de verpleegetage.

Bezoek ontvangen op de intensive care is mogelijk. Uw naasten kunnen met de IC-verpleegkundige afspraken maken over het bezoek.

Als u weer terug mag naar de verpleegetage, komen de verpleegkundigen van de afdeling u ophalen. De IC-verpleegkundige is verantwoordelijk voor de overdracht en zal alle informatie met de afdelingsverpleegkundigen doornemen.

De eerste dagen na de operatie op de intensive care en de afdeling is een zware periode.

Op de verpleegetage komt de afdelingsarts elke dag bij u langs om samen met u en de verpleegkundige de voortgang van uw herstel te bespreken. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de hoofd-halschirurg over het verloop van uw herstel. De hoofd-halschirurg komt tweemaal per week bij u langs.

Fraxiparine

Na de ingreep krijgt u dagelijks een injectie met het middel Fraxiparine (in uw buik, bovenbeen of bovenarm), totdat u met ontslag gaat. Fraxiparine voorkomt een stolsel in een bloedvat (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht- en medicatietoediening. Dit infuus kan in een ader in de arm of in de voet ingebracht zijn. Zodra u voldoende vocht en voeding via de sonde krijgt en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje voor de toediening van extra zuurstof via het tracheostoma. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de ingreep.
  • Een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt na een of twee dagen verwijderd.
  • Twee of meerdere wonddrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. De drains kunnen verwijderd worden als de productie van wondvocht minder dan 15 milliliter per
    24 uur is. Dit is gemiddeld na drie tot zes dagen.
  • Een voedingssonde via de neus naar de maag voor het toedienen van sondevoeding. Zodra u in staat bent voldoende te eten en te drinken, wordt de voedingssonde verwijderd.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en mobiliseren. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft.

De verpleegkundige zal u twee tot drie keer per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt via het infuus en via de voedingssonde pijnmedicatie op vaste tijden toegediend. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleeg-kundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wonden

De verpleegkundige inspecteert dagelijks de wonden. De hoofd-halschirurg controleert ook vaak de wond en het transplantaat in uw hals. Er wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van verband. De hechtingen van de wond worden acht dagen na de ingreep verwijderd. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald, worden de hechtingen na tien dagen verwijderd.

Voor de reconstructie met de grote borstspier, de PM-lap, is een grote wond gemaakt die over uw borst loopt. Ook deze wond is met hechtingen gesloten. Deze hechtingen kunnen ook acht dagen na de ingreep verwijderd worden.

Een complicatie die vaak voorkomt is het ontstaan van een fistel. Dit is een vervelende complicatie maar herstelt altijd. Soms is er wel een her-operatie voor nodig. De wondgenezing en uw herstel duurt hierdoor langer. Een fistel is een kanaaltje tussen twee holtes (inwendig) of van een holte naar buiten toe. Door een fistel loopt vocht, bijvoorbeeld speeksel of wondvocht. Afhankelijk van de plaats en grootte van de fistel, wordt de behandeling en wondverzorging daarop afgestemd.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Ook uw oor kan verdoofd aanvoelen. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

Mondverzorging

U kunt op een normale manier uw tanden poetsen of uw gebitsprothese dragen.

Tracheostoma
Na de ingreep heeft u voorin de hals een tracheostoma, ook wel kortweg ‘stoma’ genoemd. Het tracheostoma is rondom gehecht, hiervoor wordt dik hechtdraad gebruikt.

Het stoma heeft speciale verzorging nodig en het slijm zal regelmatig weggezogen moeten worden. De verpleegkundige zal het stoma verzorgen en uitzuigen. Ze geeft u over de verzorging alle uitleg. Als het mogelijk is kunt u meehelpen met deze verzorging: u kunt met een spiegeltje meekijken en handelingen zelf leren uitvoeren. De verpleegkundige bespreekt dit met u.

Door de ademhaling via het tracheostoma kan irritatie ontstaan aan de luchtpijp en longen. U kunt last hebben van slijm, waardoor u vaak moet hoesten. Voor het stoma wordt een speciale pleister met filterdopje (HME is heat and moist exchanger) geplaatst om bescherming te bieden aan de longen en luchtpijp. Het is een warmte- en vochtwisselaar, die de werking van de neus en keel nabootst door de inademingslucht te zuiveren, te bevochtigen en te verwarmen.

Het stoma met een Sensitive stomapleister en HME-filter.

Soms heeft het tracheostoma de neiging te gaan krimpen. Ook kan er zwelling ontstaan in de weefsels rondom het tracheostoma. Het stoma kan daardoor kleiner worden, waardoor u benauwdheid ervaart. Dan is het nodig om tijdelijk een larytube (ook wel canule genoemd) in het stoma te plaatsen. Een larytube zorgt ervoor dat het stoma niet te klein wordt en dat u voldoende goed kunt ademen.


Drie soorten larytubes

De stemprothese zal ook meerdere keren op een dag gecontroleerd worden op korstjes en slijm. Dit kan weggehaald worden met een pincet. De binnenkant van de stemprothese wordt met een stemprothese-borsteltje schoongemaakt.

De verpleegkundige leert u hoe u het tracheostoma en de stemprothese kunt verzorgen. Zij leert u omgaan met alle materiaal, die daarvoor nodig is. Als u bij de verzorging van het stoma uw partner of iemand van de thuiszorg nodig heeft, zal de verpleegkundige hen informeren

Communicatie

Het trachostoma met stemprothese

Tijdens de operatie wordt tussen de luchtpijp en de slokdarm een stemprothese geplaatst. De stemprothese ziet u aan de bovenkant in het stoma zitten. De eerste veertien dagen kunt u niet praten. Alle wonden en het stoma moeten eerst goed kunnen genezen. Het is belangrijk om op te schrijven wat u wilt vragen of zeggen. Nadat de wonden en stoma genezen zijn en de voedingssonde verwijderd is zal de logopediste bij u komen. Zij helpt u bij het oefenen van een goede verstaanbare spraak met behulp van de stemprothese.

spreken met stemprothesestoma en stemprothese

Stemprothese tussen luchtpijp en slokdarm Spreken met een stemprothese

Mobiliteit en fysieke activiteit

Vanaf de eerste dag na de ingreep gaat u uit bed. Dit is heel belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Door de aanwezigheid van de wonden en een aantal ‘slangen’ wordt u beperkt in uw bewegingsvrijheid. De eerste dagen kunt u alleen op een stoel zitten. U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Onder begeleiding van de verpleegkundige wordt u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig. Eventueel helpt de fysiotherapeut u met mobiliseren.

U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U moet daarom uw energie verdelen over de dag. Het streven is om u zo snel mogelijk drie keer per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.

U kunt met een tracheostoma niet ‘onbeschermd’ douchen. Het water kan dan vrij uw luchtpijp en longen inlopen, waardoor u het erg benauwd krijgt en flink gaat hoesten. U kunt veilig douchen door het tracheostoma te beschermen met een ‘douchepijpje’. Het is aan te raden in het ziekenhuis al een paar keer met een douchepijpje voor het stoma te douchen, zodat u kunt ervaren hoe dit gaat. De verpleegkundige helpt u hierbij geeft hier informatie over.

Houding in bed

In bed kunt u het beste halfzittend liggen en slapen. Als er bij u ook lymfeklieren verwijderd zijn (halsklierdissectie) is het goed uw arm aan de geopereerde zijde op een kussen te leggen. Hierdoor liggen uw schouder en arm in een betere houding. Dit is belangrijk voor de spieren in uw schouder en hals en voor de doorbloeding en afvloed van het vocht.

Stoelgang

Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat vaak gepaard met misselijkheid en krampen. Soms is de ontlasting in het begin erg hard of juist heel dun. Dit is normaal en heeft meestal niet met uw voeding te maken. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Voeding

  • De neusmaagsonde wordt tijdens de operatie ingebracht. U krijgt via de sonde de sondevoeding, water en medicijnen toegediend.
  • Sondevoeding is vloeibare volwaardige voeding. De diëtiste geeft een sondevoedingsadvies door aan de verpleegkundige.
  • U mag de eerste 24 uur niet eten en drinken. Op de tweede dag mag u water drinken, en vanaf de derde dag vloeibare voeding gebruiken.
  • Als u voldoende vloeibare voeding gebruikt, zal de sondevoeding gestopt worden en de neusmaagsonde verwijderd worden.
  • Als er geen problemen ontstaan, mag u vanaf dag 13 zachte/gemalen voeding gebruiken en vanaf dag 15 normale voeding. De diëtiste informeert u over uw voeding.

Uiterlijk en functiebeperking

Uw hals en gezicht zien er na de ingreep anders uit door de wond en het tracheostoma. Als er bij u ook een halsklierdissectie is uitgevoerd is uw gezicht en hals aan de geopereerde zijde gezwollen. De afvloed van lymfevocht is gestagneerd, het lymfevocht moet nu een andere weg zoeken. Na enkele weken is uw gezicht minder gezwollen.

Als u rechtop zit en halfzittend slaapt, kunt u ernstige toename van zwelling in uw gezicht beperken. Ook door regelmatig uit bed te komen kunt u dit bereiken.

Als u zich voor de eerste keer weer in de spiegel ziet, kunt u schrikken van uw veranderde uiterlijk. Het is voor het verwerken en accepteren van deze veranderingen belangrijk hierover te praten met uw familie en/of verpleegkundige. Een maatschappelijk werkster kan u hierbij ook ondersteunen.

Ademhaling
Om de functie van de longen zo optimaal mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:

  • regelmatig uit bed te gaan en te bewegen;
  • goede pijnbestrijding;
  • ademhalingsoefeningen;
  • consequent gebruik van de HME-filter/pleister (HME is heat and moist exchanger)
  • het ophoesten van slijm;
  • halfzittende houding in bed.

Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.


4. Het ontslag

Het moment van ontslag is afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Over het algemeen kunt u na 14 tot 18 dagen het ziekenhuis verlaten.

Wanneer u thuis nog zorg nodig heeft (in de vorm verpleging of verzorging) brengt de verpleegkundige u in contact met de transferverpleegkundige. De transferverpleegkundige bespreekt met u welke zorg u nodig heeft na de ziekenhuisopname en vraagt die zorg voor u aan.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u en, als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Er is een gericht revalidatieprogramma, waarbij u met professionele begeleiding kunt werken aan het verminderen van de lichamelijke en psychische gevolgen en het verbeteren van uw conditie en kwaliteit van leven. Zie folder ‘Revalidatie voor hoofd-halskanker-patiënten’.

U kunt zich hiervoor aanmelden en een afspraak laten maken bij de revalidatiearts.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij hoofd-halschirurg en hoofd-halsverpleegkundige. Zonodig krijgt u ook een afspraak met de logopediste, fysiotherapeut en diëtiste.

Als u nabehandeld wordt met radiotherapie of radiotherapie / chemotherapie, dan volgen poliklinische afspraken met de radiotherapeut en internist.

Uw huisarts wordt op de hoogte gesteld van de ingreep, het verloop van herstel tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven:

Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten en bewegen.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf paracetamol drie tot vier keer per dag 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u twee keer per dag 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wonden hals en borst
U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • de huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • u hebt toenemende pijn aan de wond;
  • er komt pus uit de wond;
  • u hebt temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de HHV-polikliniek. Buiten kantooruren neemt u contact op met het centrale nummer van het ziekenhuis (zie hoofdstuk 5).

Tracheostoma en stemprothese

Het is van essentieel belang dat u uw tracheostoma en de stemprothese thuis zorgvuldig blijft verzorgen, minimaal vier keer per dag. U krijgt hierover van de verpleegkundige ook schriftelijke informatie.

Voor de verzorging van het tracheostoma en de stemprothese heeft u thuis materiaal nodig. Alle materialen zullen door een facilitair bedrijf thuis geleverd worden en door uw zorgverzekeraar worden vergoed. De verpleegkundige coördineert dit voor u en informeert u hierover.

U krijgt een pakket met voldoende materiaal voor de eerste dagen mee naar huis. U bestelt zelf bij het facilitair bedrijf weer nieuwe materialen, als u die nodig heeft.

De stemprothese laat in principe geen vocht of voeding door. De stemprothese is van siliconenrubber gemaakt. Dit materiaal kan onder invloed van voedingsstoffen en speeksel/slijm in kwaliteit achteruit gaan. Het kan zijn dat er dan wat lekkage optreedt van vloeistoffen. U merkt dan dat u gaat hoesten tijdens of na het drinken.

De stemprothese zal dan gewisseld worden voor een nieuwe. Het wisselen van de stemprothese kan door de hoofd-halschirurg of de hoofd-halsverpleegkundige poliklinisch gedaan worden. Hiervoor moet u eerst telefonisch een afspraak maken (zie hoofdstuk 5).

Communicatie

Als het spreken op het moment van ontslag nog niet goed genoeg is, zal de logopediste u poliklinisch hulp kunnen bieden. Zij kan u ook verwijzen naar een logopediste bij u in de buurt.

Stoelgang
In de periode na de ingreep kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de ingreep. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Voeding

Voor uw herstel en wondgenezing is het belangrijk dat u volwaardige voeding gebruikt. Het kan zijn dat u nog niet alles kunt eten, en aangewezen bent op vloeibare of gepureerde voeding. De diëtiste zal u hierover informeren. Zij kan u adviseren om caloriedranken te gebruiken, zij zal dan een aanvraag voor de vergoeding naar uw verzekering sturen.


Het is tevens belangrijk dat u voldoende drinkt: in ieder geval 1½ - 2 liter per dag.

Als u vragen heeft over voeding of u hebt last van ongewenst gewichtsverlies, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Diëtetiek.

Uiterlijk en functiebeperking

Het kan moeilijk zijn om met de beperkingen of veranderd uiterlijk om te gaan. Ook is het confronterend andere mensen te ontmoeten. Hoe moeilijk het waarschijnlijk ook is, het is niet goed contacten met anderen te vermijden. U komt dan steeds verder van de mensen om u heen af te staan, waardoor u zich erg alleen kunt gaan voelen. Blijf praten over de beperkingen en uw gevoelens, probeer bezoek te ontvangen en naar buiten te gaan. U kunt hulp krijgen van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL).

Vermoeidheid
U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring voor de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Activiteit
Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie. U kunt de eerste tijd niet intensief sporten of zwaar huishoudelijk werk doen. Zwemmen is niet mogelijk met een tracheostoma. Patiëntenvereniging Hoofd-Hals kan u hierover informeren.

Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Voor meer informatie over nazorg en revalidatie kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie.

Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en seksualiteit
Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken. De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Seksualiteit en kanker. Zij hebben ervaring in het bespreken van problemen op dit gebied. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking
Bij het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en een psychiatrisch verpleegkundige. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer.

Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via:

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • problemen met de wond(en);
  • tekenen van wondinfectie: roodheid, zwelling, pijn, pus;
  • aanhoudende misselijkheid en braken, niet kunnen eten en meer dan twee kilo per week afvallen;
  • temperatuursverhoging boven de 38,5 graden Celsius;
  • aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • benauwdheid en hoesten;
  • andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek 020 512 9111 contact op met de polikliniek. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

De zorgverleners en afdelingen van het Antoni van Leeuwenhoek zijn telefonisch bereikbaar via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis 020 512 9111. Een aantal van hen heeft telefonische spreekuren. U vindt hun spreekuren op www.avl.nl/spreekuren.

Buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd.


Als u contact opneemt met het ziekenhuis houdt u dan uw patiëntengegevens bij de hand.

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload