Liesklierdissectie Gynaecologie

Verwijderen van lymfeklieren uit de lies

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  1. De ingreep;
  2. De periode voor de operatie;
  3. De periode na de operatie;
  4. Het ontslag;

Bijlage 1 Uitleg lymfekliermetastasen en afbeeldingen

Bijlage 2 Wondcomplicaties

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag. Wij adviseren u en uw naasten om deze informatie goed door te lezen, zodat uw goed voorbereid bent op de ingreep.

Het kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan in dit document wordt beschreven. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken want het team dat u begeleidt (zoals onze artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten e.a.) informeert u altijd volledig over uw specifieke situatie. Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie en kunt u gebruiken als naslagwerk. Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met zorgverleners

Dit document geeft u informatie over de operatieve verwijdering van de lymfeklieren in de lies, ook wel liesklierdissectie genoemd.

1. De ingreep

Bij deze operatie worden de lymfeklieren uit de lies verwijderd in verband met mogelijke uitzaaiingen. De operatie duurt ongeveer één à twee uur. Om de lymfeklieren uit de lies te verwijderen, wordt een snede in uw lies gemaakt. Tijdens de ingreep worden de oppervlakkige en/of de dieper gelegen lymfeklieren met het omliggend vetweefsel uit de lies weggehaald. De gynaecoloog bespreekt met u welke klieren er zullen worden verwijderd. Soms wordt een gedeelte van de bovenbeenspier in de lies geplaatst (sartoriusplastiek). Dit is om de grote bloedvaten die door de lies lopen, te beschermen. Dit gebeurt alleen wanneer de gynaecoloog de kans op wondcomplicaties hoog inschat, of wanneer de kans groot is dat er aanvullende bestraling plaats moet vinden. Tijdens de operatie laat de gynaecoloog één of meerdere wonddrains achter in het wondgebied.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op een bloeding, schade aan bloedvaten of zenuwbanen, trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking of wondinfectie.

Daarnaast bestaat bij deze ingreep ook kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

  • Wondinfectie bij 45% van de patiënten.
  • Opengaan van de wond bij 3%.
  • Wondrand necrose (slechte doorbloeding van de huid in het wondgebied waardoor de huid open kan gaan) bij 15%.
  • Vochtophopingen in de lies (seroom) bij 70%
  • Lymfoedeem: 55% van de patiënten krijgt in meer of mindere mate (tijdelijke) zwelling van het been, ruim de helft van deze patiënten heeft hiervoor een behandeling nodig

De risico’s op een complicatie zijn ook verhoogd bij andere aandoeningen zoals diabetes, hart- en vaatziekten. Ook roken, alcoholgebruik, ondervoeding en bestraling in het verleden vergroten het risico op complicaties. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo klein mogelijk te houden. Meer informatie over deze complicaties leest u in de bijlage.

Het weefselonderzoek

Het weefsel dat tijdens de operatie wordt weggenomen, wordt door de patholoog onderzocht. Het weefselonderzoek duurt zeven tot tien werkdagen. De uitslag wordt, als u nog opgenomen bent, tijdens uw opname in het ziekenhuis met u en uw naasten besproken. Als u ontslagen wordt vóórdat de uitslag van het onderzoek bekend is, dan krijgt u de uitslag op de polikliniek of telefonisch. Daarvoor wordt dan bij ontslag een afspraak gemaakt.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding: diagnostisch onderzoek

Ter voorbereiding op de ingreep zijn een aantal onderzoeken noodzakelijk. De chirurg of verpleegkundig specialist zal u hierover informeren.

Voor de operatie die u ondergaat, kunnen de volgende diagnostische onderzoeken worden uitgevoerd:

  • Bloedonderzoek.
  • Echo van de liezen waarbij er eventueel een punctie verricht kan worden van een mogelijk afwijkende lymfklier in de lies.
  • Longfoto
  • Eventueel een CT-scan van de buik en soms de longen: hierbij wordt met behulp van röntgenonderzoek uw hele buik/longen en de mogelijk afwijkende lymfklieren afgebeeld.

Poliklinische voorbereiding: medewerkers

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De gynaecoloog is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen mag doen. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de gynaecoloog. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht zo nodig een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder “Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie”. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt of juist gestart moeten worden.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie. Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij helpen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u het beste naar uw huisarts.

Voeding

Wanneer u een betere conditie heeft kunt u de behandeling beter aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Heeft u vragen over voeding of heeft u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder “Voeding bij kanker” van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl

Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname/operatie datum telefonisch of schriftelijk (via de mail) contact met u op

Dag van opname

Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist(e) verwijst u naar de verpleegetage. Daar wordt u door een verpleegkundige naar de kamer gebracht.

Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende het verblijf op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen thuis te laten of te laten bewaren door een naaste.

Op de dag van opname spreekt u de volgende medewerkers:

  • De verpleegkundige informeert u over de ingreep en de periode in het ziekenhuis. Hij of zij neemt met u de verpleegkundige vragenlijst door en bespreekt de lastmeter. Hij of zij kan in overleg met u andere hulpverleners (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
  • De verpleegkundige vertelt u welke medicijnen de anesthesioloog heeft voorgeschreven U hoort van de verpleegkundige hoe laat de ingreep is gepland. Let op, dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet met stift een pijl aan de kant die geopereerd moet worden als dit van toepassing is. Dit kan ook op de operatiekamer gedaan worden.
  • De afdelingsarts zal u ook nog wat vragen stellen en zal bij een langere opname iedere dag langs komen om het beleid zo nodig aan te passen. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw gynaecoloog.
  • De gynaecoloog spreekt kort voor de operatie nog met u om na te gaan of u nog vragen heeft over de ingreep.
  • De fysiotherapeut heeft u misschien al een poliklinische afspraak mee gehad, anders komt deze nog langs op de afdeling.

Voorbereiding op de dag van opname door u

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. Wij vragen u uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak moet u verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Als u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken, krijgt u vóór de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen.

Naar de operatiekamer of behandelruimte

De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen worden toegediend. Ook krijgt u soms een zeer dun ‘slangetje’ (epiduraalkatheter) in de rug aangebracht via een ruggenprik. Via dit ‘slangetje’ krijgt u tijdens en na de ingreep pijnbestrijding. Afhankelijk van de plaats van de epiduraalkatheter wordt er een blaaskatheter ingebracht omdat u moeite kunt hebben met plassen.

De operateur controleert nogmaals de te opereren zijde.

3. De periode na de ingreep

Na de operatie blijft u korte tijd op de uitslaapkamer voordat u terug naar de verpleegafdeling gaat. Op de verpleegafdeling komt de afdelingsarts elke dag bij u langs samen met de verpleegkundige om te horen hoe het met u gaat. Tijdens deze visite worden nieuwe afspraken gemaakt. De afdelingsarts spreekt met de gynaecoloog over het verloop van uw herstel. De gynaecoloog komt regelmatig bij u langs.

Na de ingreep krijgt u een injectie met het middel Fraxiparine in uw buik, bovenbeen of bovenarm. Fraxiparine voorkomt stolselvorming in de bloedvaten (trombose).

Katheters, lijnen en drains

Na de operatie heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus voor vocht toediening. Dit infuus bevindt zich in de ader van een arm of hand.
  • Eventueel een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste 24 uur na de operatie.
  • Een epiduraalkatheter. Dit is een dun slangetje in de rug waardoor u pijnstillers krijgt toegediend. De medicijnen die u via de epiduraalkatheter krijgt worden afgebouwd en gestopt op geleide van uw pijnklachten en herstel. Zodra deze medicijnen zijn gestopt, wordt de katheter verwijderd. Dit is gemiddeld na drie dagen.
  • Eventueel een blaaskatheter voor de afvloed van urine. De blaaskatheter wordt verwijderd in overleg met de gynaecoloog.
  • Een of meerdere liesdrains uit het operatiegebied voor de afvloed van wondvocht. Afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht wordt dit verwijderd. Soms gaat u met de drain naar huis. U krijgt hiervoor draininstructie van de verpleegkundige en zo nodig wordt thuiszorg geregeld.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen en in- en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever.

De verpleegkundige zal u driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. Naast eventuele pijnbestrijding via de epiduraalkatheter krijgt u tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond
De verpleegkundige inspecteert dagelijks (met u samen) de wond en verbindt deze zo nodig. De hechtingen van de wond zijn in principe oplosbaar en hoeven niet verwijderd te worden. Mocht dat wel nodig zijn, of de hechtingen mogen pas 10 dagen of langer na de operatie verwijderd worden, kunt u hiervoor uw huisarts vragen. Als u in het verleden in het wondgebied bent bestraald worden de hechtingen na drie weken verwijderd. Indien de wond onderhuids is gehecht, hoeven er geen hechtingen te worden verwijderd.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de operatie vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

Vochtophoping (seroom)

Na het verwijderen van de liesdrain kan er een vochtophoping in het wondgebied ontstaan. Indien dit hard aanvoelt, pijn veroorzaakt of u kunt hierdoor niet goed bewegen, neemt u dan contact op met het Antoni van Leeuwenhoek. Soms is dan een afspraak bij de wondverpleegkundige nodig om het vocht te puncteren. Soms krijgt u een dagboekje mee waarin genoteerd kan worden hoeveel vocht er verwijderd is.

Lymfoedeem
De lymfe uit het lichaam wordt afgevoerd via de lymfeklieren. Als de lymfeklieren zijn verwijderd, door de operatie en/of beschadigd door bestraling, dan kan dit problemen geven voor de afvoer. Hierdoor kan een opeenhoping van vocht ontstaan, dit wordt lymfoedeem genoemd. Dit kan kort na de behandeling optreden, maar soms ook pas jaren later. Er kan sprake zijn van beginnend lymfoedeem als uw been:

  • Zwaar gespannen of moe voelt.
  • Rood is en of warm aanvoelt.
  • Gezwollen is.

Behandeling is dan soms nodig door een erkende oedeemtherapeut (www.nvfl.nl). De behandeling kan bestaan uit adviezen, oefentherapie, manuele lymfedrainage (massage) en of steunkousen. Lymfoedeem kan verergeren door een infectie als gevolg van een wondje. Wees voorzichtig met extreme warmte en koude, bijvoorbeeld sauna, hete douche, en ijscompressen. Plaatselijke zwelling in de eerste weken na de operatie is meestal tijdelijk. Teveel bewegen kan meer wondvocht opleveren. Voor meer informatie is er een folder ‘Preventie lymfoedeem na verwijderen van de liesklieren’ beschikbaar in het Antoni van Leeuwenhoek.

Lichamelijke activiteit

Onder begeleiding van de verpleegkundige en/of fysiotherapeut zult u in de dagen die volgen toenemend zelfstandig worden. U zult steeds vaker en langer uit bed komen. Het streven is om u zo snel mogelijk driemaal per dag op de gang te laten wandelen. Uw familie mag u daarbij ook helpen.

U zult merken dat de activiteiten die voor de ingreep vanzelfsprekend waren, nu veel inspanning kosten. U zult uw energie moeten verdelen over de dag. Door de aanwezigheid van een aantal ‘slangen’ wordt u weliswaar beperkt in uw bewegingsvrijheid, maar al vanaf de eerste dag na de operatie mag u proberen te lopen. Tenzij de plastisch chirurg bedrust heeft voorgeschreven. In dat geval volgen we de aanwijzingen van de plastisch chirurg en mag u een aantal dagen alleen uit bed voor douche en toilet.

Op de dag van de ingreep heeft u bedrust maar mag u wel naar het toilet lopen. De dag na de ingreep streven we ernaar dat u minimaal vier uur op een stoel zit, en indien mogelijk wat rondloopt in de kamer. Dit is zeer belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties zoals trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Voeding

Als u zich goed voelt kunt u weer starten met eten en drinken. Uw eetlust kan de eerste periode na de ingreep verminderd zijn.

Ademhaling

Om de functie van de longen zo goed mogelijk te houden is de zorg voor de ademhaling van groot belang. Een optimale longfunctie wordt onder andere bereikt door:

  • Regelmatig uit bed te gaan en te bewegen (zie mobilisatieschema).
  • Goede pijnbestrijding.
  • Ademhalingsoefeningen.
  • Ophoesten van slijm.
  • Halfzittende houding in bed.
  • Niet te roken.

Stoelgang

Na de ingreep functioneren de maag en darmen tijdelijk minder goed. Hierdoor kunt u misselijk zijn en kan de stoelgang vertraagd zijn. Het duurt een paar dagen voor de maag en de darmen weer op gang komen en u weer ontlasting heeft. Dit gaat soms gepaard met misselijkheid en krampen. Als het nodig is schrijft de afdelingsarts medicijnen voor om de stoelgang op gang te brengen.

Plassen

Na het verwijderen van de blaaskatheter werkt de blaas soms minder goed of kunt u minder goed uitplassen. Het kan noodzakelijk zijn om weer een nieuwe blaaskatheter in te brengen. Houdt u er rekening mee dat u met katheter naar huis mag. U krijgt dan instructie van de verpleegkundige hoe u de katheter thuis moet verzorgen.

Wisselend verloop
Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. Uw verpleegkundige kan u in contact brengen met het CKvL.

4. Het ontslag

De verwachting is dat u na enkele dagen het ziekenhuis kunt verlaten, afhankelijk van de uitgebreidheid van de ingreep en of er bijvoorbeeld ook bij de schaamlippen is geopereerd.

U verlaat op de dag van ontslag tussen 10.00 en 10.30 uur het ziekenhuis. U moet zelf hiervoor vervoer regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of ergens anders.

Als u door de operatie thuis zorg nodig heeft, dan zal dit vanuit het ziekenhuis geregeld worden.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u. Liefst met een bekende van u daarbij aanwezig. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de gynaecoloog en een belafspraak voor de uitslag van het verwijderde weefsel en vervolgbeleid. Als u nabehandeld wordt met radiotherapie en/of chemotherapie, dan volgen poliklinische afspraken met de radiotherapeut en internist. Ook krijgt u een telefonische nacontrole bij de verpleegkundig specialist na 6 weken.

Via een brief zal uw huisarts op de hoogte worden gesteld van de operatie en het verloop van de ziekenhuisopname. Hier kan enige tijd overheen gaan.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme met zowel activiteiten als rustmomenten. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de operatie bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de operatie, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.


Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn
De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Ook als u weinig pijnklachten ervaart, is het verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en met zo min mogelijk pijn kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantozol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 500 mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond
U hoeft de wond niet speciaal te verzorgen. Douchen mag u en als de wond helemaal gesloten is, kunt u in bad gaan of zwemmen. Dep de wond na afloop droog. De verpleegkundige vertelt u wanneer de hechtingen moeten worden verwijderd. Als er hechtingen moeten worden verwijderd kunt u hiervoor een afspraak maken bij uw huisarts. Als de wond nog open is op het moment dat u naar huis gaat, krijgt u voor ontslag uitleg en instructie van de verpleegkundige of wondverpleegkundige over de verzorging van de wond. Indien nodig wordt ondersteuning van de wijkverpleegkundige bij de wondzorg geregeld.

Soms gaat een wond ontsteken. Het is daarom goed om de wond dagelijks te bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen.
  • Toenemende pijn aan de wond.
  • Pus uit de wond.
  • Temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).
  • De zwelling in uw lies zodanig toeneemt, dat er spanning op de huid en wond staat.

Stoelgang
In de periode na de operatie kan de stoelgang anders zijn dan u gewend was voor de operatie. Het kan enige tijd duren totdat dit weer normaal is.

Voeding

Behandeling van kanker kan veel van uw lichaam vragen. Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling vaak beter aan en heeft u minder risico op complicaties. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het houden of opbouwen van uw conditie. Door de ziekte en behandeling is uw behoefte aan energie en eiwitten verhoogd. Heeft u vragen over voeding of heeft u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw behandeling, dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek.

Vermoeidheid en activiteit

U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is daarbij goed uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.

De eerste zes weken mag u niet zwaar tillen. Indien u iets optilt, zorgt u er dan voor dat u dit symmetrisch doet. Deze beperking houdt ook in dat u de eerste zes weken geen zwaar huishoudelijk werk kunt verrichten zoals bijvoorbeeld stofzuigen en ramen lappen.

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie en bevordert de lymfdrainage (afvoeren van het vocht in het been). U kunt de eerste zes weken echter niet intensief sporten. Zwemmen mag bij een gesloten wond (de hechtingen moeten dan wel verwijderd zijn). Om zwelling van uw been te voorkomen, moet u langdurig stilstaan vermijden. Het been kan soms dikker worden of zwaarder aanvoelen als u het been teveel belast. De fysiotherapeut zal u ook adviseren over het weer opbouwen van uw activiteiten na het ontslag.

We adviseren het volgende schema na ontslag uit het ziekenhuis:

1e week

Niet onnodig lopen, alleen in en om huis. Niet lang staan en been horizontaal in rust. Indien er zwelling in de lies ontstaat na activiteiten dan de activiteiten verminderen.

2e week

Zoals 1e week.

Activiteitenpatroon rustig uitbreiden; op geleide van hoe het gaat.

3e tot 6e week

Uitbreiden van de normale dagelijkse handelingen.

Sporten vanaf de 6e week

Dit rustig opbouwen op geleide van de reactie van wond en lymfoedeem. Na het sporten oefeningen doornemen die de spierpomp stimuleren.

Er bestaan verschillende mogelijkheden met betrekking tot revalidatie. Zo nodig zal de fysiotherapeut die met u bespreken. Voor algemene informatie over nazorg en revalidatie kunt u ook terecht bij het Centrum Patiënten informatie in de centrale hal van het ziekenhuis. Wanneer u na ontslag klachten ontwikkelt, krijgt u een afspraak bij de fysiotherapie. Als verdere fysiotherapie behandeling nodig is, zal de fysiotherapeut daarvoor verwijzen naar een geschikte fysiotherapeut bij u in de buurt.

In de folder “Preventie lymfoedeem na verwijdering van de liesklieren” leest u meer over fysiotherapie en lymfoedeem.

Revalidatie

Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. Indien nodig kunt u verwezen worden naar een revalidatie arts in het Antoni van Leeuwenhoek. Revalidatie zelf zal dan bij u in de buurt plaatsvinden.

Werkhervatting
Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is goed om met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit, seksualiteit en kanker

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. In het Antoni van Leeuwenhoek kunt u terecht bij medewerkers die ervaren zijn in het bespreken van problemen op het gebied van intimiteit, seksualiteit en kanker. Bij hen kunt u terecht met al uw vragen en twijfels op dit gebied. Hiervoor kunt u een afspraak maken via het secretariaat van het Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Meer informatie kunt u lezen in de folder ‘Intimiteit, seksualiteit en kanker’. De folder is te verkrijgen op de verpleegafdeling, de polikliniek en het Centrum Patiënteninformatie.

Concentratie
Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werken hulpverleners zoals maatschappelijk werksters, geestelijk verzorgers, psychiatrisch verpleegkundige, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding.

U kunt dan bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.

Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.allerzorg.nl. U kunt op de website van Allerzorg dan contact leggen met Care for Cancer.

Contact met het ziekenhuis

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de wondverpleegkundige of verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer van het Antoni van Leeuwenhoek

020 512 9111. Informatie over de bereikbaarheid van de telefonische spreekuren vindt u op: www.avl.nl/spreekuren.

Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Indien u in het weekend een acuut wondprobleem krijgt neemt u dan vóór 9.00 uur contact op. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

Bijlage 1. Uitleg lymfekliermetastasen en afbeeldingen

Kwaadaardige cellen kunnen losraken van de tumor en zich via lymfebanen of bloedvaten verplaatsen naar andere delen van het lichaam. Deze cellen kunnen zich vervolgens ergens nestelen en uitgroeien tot een uitzaaiing. Als de tumor uitzaait, gebeurt dit vaak via de lymfebanen.

Lymfebanen zijn vaten waardoor helder weefselvocht stroomt, lymfe genaamd. Lymfebanen gaan naar lymfeklieren. Deze liggen in groepen in een lymfeklierstation, zoals in de hals, de oksels en de liezen. Deze klieren spelen een rol bij de afweer en fungeren als een filter voor de kwaadaardige cellen. Een uitzaaiing ontstaat doordat kwaadaardige cellen zich in de klier gaan vermeerderen. Zo’n uitzaaiing ontstaat meestal in de lymfeklieren die het dichtst in de buurt liggen van de plaats van de oorspronkelijke tumor. In bijlage 1 ziet u een schematische weergave van de lymfeklieren.

Het onderzoek naar de aanwezigheid van lymfeklieruitzaaiingen begint op de polikliniek waar de arts of verpleegkundig specialist naar de klieren voelt. Meestal kunnen klieren groter dan een centimeter op die manier worden ontdekt.

Het ontdekken van lymfeklieruitzaaiingen kan op twee manieren gebeuren:

  • U heeft zelf een verdikte lymfeklier gevoeld of de arts of verpleegkundig specialist heeft deze bij het lichamelijk onderzoek gevoeld. Als een ‘verdachte’ klier wordt gevonden, kan deze met een echo worden bekeken en/of met een dunne naald worden aangeprikt.
  • Er wordt op een scan een verdachte lymfklier of lymfklieren gevonden. Vaak wordt de klier vervolgens met een echo bekeken en met een dunne naald aangeprikt. Soms via een CT-scan.

Lymfeklieren bevinden zich:

in de hals (A)

in de oksels (B)

langs de luchtpijp (C)

bij de longen (D)

bij de darmen en achter in de

buikholte (E)

in de bekkenstreek (F)

in de liezen (G)

in de knieholten (niet weergegeven)

Lymfeklieren lies

Bijlage 2. Wondcomplicaties

Bij iedere wond bestaat er een kans op infectie of andere problemen. Door de locatie van uw wond in de lies, is het risico op wondcomplicaties echter groter. Bij mensen die suikerziekte hebben, overgewicht hebben en/of roken is de kans op het krijgen van wondproblemen nog groter. Deze complicaties zijn helaas niet altijd te voorkomen. Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden. Hieronder staat beschreven waar u thuis op moeten letten en wanneer u actie moet ondernemen.

Wondinfectie

De belangrijkste complicatie na verwijdering van de liesklieren is wondinfectie. Inspecteert u daarom de wond iedere dag op infectieverschijnselen. Het kan voorkomen dat de wond thuis nog helder vocht na lekt. Het nalekken van een wond wil lang niet altijd zeggen dat er sprake is van een wondinfectie. Ook kan het zijn dat de zwelling juist in de eerste dagen thuis fors toeneemt of dat er een bloeduitstorting naar de oppervlakte komt. Ook dit is geen reden tot ongerustheid. Bij vurige roodheid, warmte, toename van pijn, verdikking rondom de wond, koorts en/of uittreden van troebel vocht dient u contact op te nemen met uw huisarts of met de wondverpleegkundige van het ziekenhuis.

Vochtophopingen in de lies (seroom)

In het wondgebied komt vochtophoping (seroomvorming) zeer regelmatig voor. Doordat de lymfeklieren zijn verwijderd, zal er een holte ontstaan waar het lymfevocht in eerste instantie naar toe zal gaan. U kunt dit merken doordat het littekengebied opzwelt en de huid soms roder kleurt. Dit is een normaal verschijnsel en niet te voorkomen. U kunt eventueel een steunbroekje (te vinden als “corrigerend broekje met pijpjes”) aanschaffen om wat extra steun te geven aan het wondgebied. Wanneer deze zwelling veel klachten veroorzaakt, kan dit vocht met behulp van een naald worden verwijderd (puncteren). Dit is over het algemeen niet pijnlijk. Dit gebeurt in de polikliniek door de wondverpleegkundige. U moet er rekening mee houden dat het puncteren soms vaker moet gebeuren, soms zelfs één à twee keer per week, tot enkele weken na de operatie. De druk op het litteken kan zo groot worden, dat de wond open kan gaan. Op dat moment kan er veel vocht uit de wond lopen. Daar kunt u van schrikken. De vochtlekkage kunt u opvangen met verbandmiddelen en vervolgens moet u contact opnemen met de wondverpleegkundige van het ziekenhuis (zie lijst telefoonnummers). De wondverpleegkundige zal het wondbeleid vaststellen.

Wondrandnecrose

Wondrandnecrose betekent dat er sprake is van slechte doorbloeding van de huid in het wondgebied. Hierdoor kan de wond open gaan en delen van de huid afsterven. In zo’n geval kan het nodig zijn om de wond te reinigen en de dode huidranden te verwijderen. De wondverpleegkundige draagt zorg voor uw wond, zij werkt hierbij nauw samen met de chirurg.

Opengaan van de wond

De wond kan door verschillende oorzaken opengaan. Als dit gebeurd zal er een grotere wond ontstaan die weer opnieuw moet dichtgroeien. De genezing van de wond is dan moeilijker, soms is het in zo’n geval nodig om de wond te sluiten met een vacuümpomp. Dit is een wondbehandeling waarbij een spons in de wond gebracht wordt die afgedekt wordt met folie. Door middel van een vacuümpomp wordt er een negatieve druk in de wond aangebracht, de wond geneest hierdoor sneller. Deze behandeling kan poliklinisch plaatsvinden. De spons moet regelmatig verwisseld worden, daarom zijn regelmatige bezoeken aan het ziekenhuis noodzakelijk.

Vochtlekkage

Tijdens de operatie laat de chirurg in het lies een drain achter om het lymfevocht af te voeren. Na een aantal dagen neemt het vocht af en kan de drain verwijderd worden. Dit kan soms enkele weken duren. Soms lekt er nog wat vocht via de insteekopening van de drain. Dit kan opgevangen worden met een absorberend verband. Is het verband onvoldoende, dan moet het opgevangen worden met behulp van een fistelzakje. U kunt dan contact opnemen met de wondverpleegkundige.

Lymfoedeem

(zie folder: “Preventie lymfoedeem na verwijdering van de liesklieren”).

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload