Borstamputatie met schildwachtklier

Inleiding

In verband met een ingreep wordt u binnenkort opgenomen in het Antoni van Leeuwenhoek. In dit document vindt u informatie over:

  • De ingreep
  • De periode voor de ingreep
  • De periode na de ingreep
  • Het ontslag
  • Meer informatie

Het doel van dit document is om u en uw naasten te informeren over het te verwachten verloop van de opname, de ingreep en het ontslag.

Wij verzoeken u deze schriftelijke informatie goed door te lezen voorafgaand aan uw afspraak met de verpleegkundige en uw eventuele vragen te noteren.

Het kan zijn dat uw persoonlijke situatie anders is dan in dit document wordt beschreven. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken want het team dat u begeleidt (zoals onze artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, diëtisten e.a.) informeert u altijd volledig over uw specifieke situatie. Deze schriftelijke informatie is een aanvulling op de mondelinge informatie en kunt u gebruiken als naslagwerk.

Wij raden u aan om altijd iemand mee te nemen naar de gesprekken met zorgverleners

In dit document vindt u informatie over het verwijderen van de borst (ablatio) en schildwachtklier.

1. De ingreep

Een ablatio is het volledig wegnemen van de borst. Tijdens de ingreep wordt al het borstklierweefsel verwijderd, ook de tepel en de tepelhof. De borstspier blijft gespaard. Door de ingreep zal de contour van de borst verdwijnen.

Naast het verwijderen van de borst kan er ook een schildwachtklierprocedure worden uitgevoerd. Hieronder vindt u een beschrijving van deze procedure.

Schildwachtklierprocedure

De tumor kan zich uitzaaien naar lymfeklieren. De schildwachtklier, ook wel poortwachtklier of sentinel node genoemd, is de lymfeklier die via een lymfebaan een directe verbinding heeft met de tumor. Als de tumor zich uitzaait via de lymfebanen wordt deze lymfeklier als eerste aangedaan. Het kan gaan om één of meerdere lymfeklieren. De schildwachtklier zit in 90 procent van de gevallen in de oksel en in 10 procent ook op andere plaatsen, bijvoorbeeld naast het borstbeen. Als de schildwachtklier geen tumorcellen bevat, is de kans klein dat de overige lymfeklieren tumorcellen bevatten.

De schildwachtklierprocedure bestaat uit 2 onderdelen.

  • Het opsporen van de klier(en) d.m.v. nucleair geneeskundig onderzoek.
  • Het operatief verwijderen van de klier(en) tijdens de ingreep en onderzoeken op de aanwezigheid van tumorcellen.

De schildwachtklier wordt opgespoord met behulp van een lymfescan. Dit vindt een dag voor de chirurgische ingreep of op de dag van de chirurgische ingreep plaats. U wordt op de afgesproken tijd verwacht op de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof wordt geïnjecteerd in de borst. Na de injectie moet de vloeistof ca 2 uur inwerken. Deze radioactieve vloeistof heeft geen nadelige gevolgen. De vloeistof verspreidt zich via de lymfebanen naar de schildwachtklier(en).Twee uur na de toediening van de vloeistof vinden opnames plaats. Hierbij worden een of meerdere schildwachtklieren afgebeeld. De klier is nu gelokaliseerd en blijft tot de volgende dag radioactief. Hierdoor kan de chirurg de schildwachtklier(en) tijdens de ingreep vinden en verwijderen.

Als op de scan geen schildwachtklier wordt gezien, wordt er eventueel tijdens de ingreep onder narcose gebruik gemaakt van blauwe inkt om de schildwachtklier op te sporen. Hierbij wordt door de chirurg blauwe inkt in de tumor gespoten. De inkt volgt de lymfebanen naar de schildwachtklier en markeert zo de klier die de chirurg moet verwijderen. Door de blauwe inkt kan tot 2 dagen na de ingreep de urine en soms de huid blauw/groen kleuren.

U leest meer over deze procedure in de folder: ‘Schildwachtklierprocedure bij borstkanker’.

De schildwachtklier wordt na de operatie bekeken door de patholoog-anatoom. De uitslag hiervan hoort u tijdens uw afspraak op de polikliniek ongeveer tien dagen na de operatie. Als er tumorcellen zijn gevonden in de schildwachtklier zal de arts met u bespreken welke nabehandeling nodig is. In veel gevallen zal bestraling van de oksel worden voorgesteld, soms kan een tweede operatie nodig zijn waarbij alle lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd (okselklierdissectie).

Het verwijderen van de borst met schildwachtklierprocedure duurt één tot anderhalf uur.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd een risico op trombose (een stolsel in het bloedvat), longontsteking en wondinfectie. Bij deze ingreep bestaat er daarnaast een kans op een aantal andere complicaties. Hieronder worden de meest voorkomende of meest ingrijpende complicaties genoemd:

Complicaties na het verwijderen van de borst:

  • Nabloeding;
  • Seroomvorming (vochtophoping in het wondgebied);
  • Doof gevoel van huid waar borst heeft gezeten.

Complicaties na de Sentinel Node procedure:

  • Doof gevoel in binnenzijde bovenarm;
  • Seroomvorming (vochtophoping in het wondgebied);
  • Lymfoedeem (zeldzaam).

Door een groot aantal maatregelen rondom de ingreep doen wij er alles aan om de risico’s zo beperkt mogelijk te houden.

Het weefselonderzoek

Het tumorweefsel dat tijdens de ingreep wordt weggenomen, wordt door de patholoog-anatoom onderzocht, dit duurt 7 tot 10 werkdagen. U krijgt de uitslag van het onderzoek van de chirurg of verpleegkundig specialist op de polikliniek. Bij ontslag krijgt u hiervoor een afspraak mee.

2. De periode voor de ingreep

Poliklinische voorbereiding

Op de polikliniek spreekt u verschillende medewerkers:

  • De chirurg is eindverantwoordelijk voor uw chirurgische medische behandeling en zal het behandelplan met u bespreken. Vragen over de ingreep kunt u aan hem of haar stellen.
  • De verpleegkundig specialist is een gespecialiseerd verpleegkundige die zelfstandig een aantal medische handelingen in het chirurgische behandeltraject uitvoert. Waaronder het verrichten van lichamelijk onderzoek, aanvragen van onderzoeken, opzetten van een behandelplan, het geven van voorlichting en de nacontrole. U kunt aan de verpleegkundig specialist vragen stellen die u nog heeft na het bezoek aan de medisch specialist. Hij of zij vraagt naar uw medische geschiedenis en uw huidige gezondheid en verricht een algemeen lichamelijk onderzoek. Na dit gesprek is de verpleegkundig specialist uw contactpersoon voor u en uw naasten tot aan de opname in het ziekenhuis. Vervolgens ziet u de verpleegkundig specialist bij een eventuele nacontrole op de polikliniek.
  • De anesthesioloog heeft de regie over de narcose en pijnbestrijding. U ontvangt van hem of haar de informatiefolder ‘Voorbereiding op de operatie en informatie over de anesthesie’. De anesthesioloog vraagt naar uw medicijngebruik en geeft u instructie welke medicijnen er wanneer gestopt moeten worden.
  • De (bel)afspraak met de verpleegkundige op de polikliniek dient ter voorbereiding op de opname. De verpleegkundige neemt met u de verpleegkundige anamnese en de lastmeter door. Ook heeft u gelegenheid om vragen te stellen en zo nodig wordt aanvullende informatiegegeven. De verpleegkundige kan in overleg met u andere disciplines (zoals diëtiste, maatschappelijk werker) inschakelen en u vertellen waar u meer informatie kunt vinden over uw ziekte.

De Stoppen met Roken poli

Na een operatie is er altijd sprake van een wondgebied (inwendig en uitwendig). Uit onderzoek is gebleken dat de wondgenezing veel beter verloopt als u niet rookt. Daarnaast is de kans op het krijgen van een longontsteking groter als u rookt. Daarom is het van groot belang om te stoppen met roken voor de operatie om een zo goed mogelijk beloop van de behandeling te bewerkstelligen.

Het verslavende effect van alcohol en nicotine kan het stoppen moeilijk maken. U kunt het beste stoppen met roken vóór de operatie. De verpleegkundigen van de Stoppen met Roken poli van het Antoni van Leeuwenhoek kunnen u daarbij ondersteunen. Zij bieden u een gespecialiseerd begeleidingstraject, waarbij de nadruk op gewoonteverandering ligt. Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie. Wilt u hulp hebben in verband met uw alcoholgebruik, dan kunt u zich het beste wenden tot uw huisarts.

Voeding

Wanneer u in een goede conditie verkeert kunt u de behandeling doorgaans goed aan en herstelt u sneller. Voeding en beweging spelen een belangrijke rol bij het in stand houden of opbouwen van uw conditie. Uw behoefte aan energie en eiwitten is verhoogd terwijl de inname van voeding door klachten bemoeilijkt kan zijn, bijvoorbeeld door locatie van de tumor en/of ontregeling van de stofwisseling veroorzaakt door de tumor. Heeft u vragen over voeding of ervaart u ongewenste gewichtsveranderingen die samenhangen met uw ziekte dan kunt u bij een van onze diëtisten een afspraak maken op de polikliniek. Zie voor meer informatie de folder ‘Voeding bij kanker’ van KWF Kankerbestrijding en de website www.voedingenkankerinfo.nl

Opname en Operatieplanning

Zodra de opnamedatum en/of operatiedatum bekend is, neemt de afdeling Opname twee weken voor de geplande opname met u op.

Dag van opname

Over het algemeen wordt u op de dag van de ingreep opgenomen in het ziekenhuis, tenzij met u is afgesproken dat u de dag voor de ingreep wordt verwacht. Op de dag van opname meldt u zich bij de receptie in de centrale hal. De receptionist legt uit waar u naar toe moet. U kunt zich melden bij het secretariaat. Daarna wordt u door een verpleegkundige opgehaald en wordt u opgenomen op de opnamekamer

Vanaf de opnamekamer wordt u naar de operatie- of behandelkamer gebracht. Na de operatie komt u terug op een patiëntenkamer elders op de verpleegafdeling. Hier verblijft u in principe gedurende uw opname op de verpleegafdeling. Bagage/ kleding wordt tijdelijk opgeslagen door de verpleegkundige in een locker en krijgt u terug na de operatie. Wij adviseren u waardevolle spullen te laten bewaren door een naaste.

Als u wordt opgenomen spreekt u de volgende medewerkers:

  • De verpleegkundige vertelt u welke slaap- en premedicatie de anesthesioloog heeft voorgeschreven. U hoort van de verpleegkundige op welk tijdstip de ingreep is gepland; let op dit is een geschat tijdstip. De verpleegkundige zet een pijl (met stift) op de te opereren zijde indien dit van toepassing is. Tijdens uw verblijf op de afdeling coördineert de verpleegkundige de zorg en biedt u ondersteuning en begeleiding.
  • De afdelingsarts stelt zich op de hoogte van uw huidige gezondheidstoestand en verricht lichamelijk onderzoek. Tijdens uw opname stelt hij of zij zich dagelijks op de hoogte van uw situatie tijdens de artsenronde en informeert u over het medische beleid. De afdelingsarts staat in nauw contact met uw chirurg.

Op de dag van de ingreep kunt u zich wassen of douchen zoals u gewend bent. U wordt verzocht uw huid niet in te smeren met crème of lotion. U krijgt een operatiehemd en ondergoed van de verpleegkundige. Protheses (zoals een gebit), hulpmiddelen (zoals een bril of lenzen), sieraden, make-up en nagellak dient u te verwijderen voordat u naar de operatiekamer gaat. Als u een hoorapparaat heeft, kunt u deze inhouden.

De anesthesioloog heeft u laten weten tot wanneer u mag eten en drinken. Het is belangrijk dat u zich aan deze afspraken houdt omdat de operatie anders niet door kan gaan. Indien u dit met de anesthesioloog heeft afgesproken krijgt u voor de ingreep een tablet, zodat u zich beter kunt ontspannen

Naar de operatiekamer of behandelruimte

De verpleegkundige brengt u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer. Daar wordt u ontvangen door een medewerker van de operatiekamer.

Voor de ingreep krijgt u een infuus waardoor de medicijnen voor de narcose worden toegediend.

De chirurg komt bij u langs om te informeren of u nog vragen heeft. De operateur controleert nogmaals de te opereren zijde.

3. De periode na de ingreep

Na de ingreep blijft u enige tijd op de uitslaapkamer voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Katheters, lijnen en drains

Na de ingreep heeft u mogelijk een aantal ‘slangen’:

  • Een infuus (dun slangetje in het bloedvat) voor vocht- en medicatietoediening. Zodra u in staat bent voldoende te drinken en geen medicatie via het infuus nodig heeft, wordt het infuus verwijderd.
  • Een slangetje in de neus voor de toediening van extra zuurstof. Meestal is het toedienen van extra zuurstof alleen nodig in de eerste uren na de ingreep.
  • In sommige gevallen wordt ook een wonddrain geplaatst voor de afvloed van wondvocht. Als dit het geval is, zult u een nacht in het ziekenhuis moeten blijven. De drain wordt de dag na de operatie verwijderd voor u met ontslag gaat.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten, te bewegen in bed en uit bed te komen. Als u pijn heeft, is het belangrijk dat u dit aangeeft. Door pijnmedicatie op vaste tijden te gebruiken, wordt er in uw bloed een spiegel van de werkzame stof opgebouwd. Hierdoor is de pijnmedicatie effectiever. De verpleegkundige zal u twee- tot driemaal per dag vragen om uw pijn te omschrijven met een cijfer van 0 tot 10. U krijgt tabletten en/of zetpillen tegen de pijn.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Misselijkheid kan worden veroorzaakt door de narcose en door de ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om misselijkheid tegen te gaan.

Wond

De verpleegkundige inspecteert de wond regelmatig. De wond wordt onderhuids gehecht, er hoeven geen hechtingen te worden verwijderd. De wond is niet afgedekt met verband.

Het gevoel van de huid rondom het litteken is na de ingreep vaak veranderd. Dit gevoel kan nog lang aanhouden, maar herstelt zich over het algemeen wel.

Voeding

Als u zich goed voelt kunt u weer starten met eten en drinken.

Fysieke activiteiten

Er zijn na het verwijderen van de borst geen specifieke leefregels of bewegingsbeperkingen.

Veranderd uiterlijk

Het kan voor u confronterend zijn om naar u lichaam te kijken waar de borst is verwijderd. Het is voor het verwerken en accepteren van deze verandering belangrijk hierover te praten met uw familie en/of verpleegkundige. Een maatschappelijk werker kan u hierbij ook ondersteunen.

De volgende vijf alinea’s over protheses betreft informatie voor vrouwen:

Prothesevoorlichting

De verpleegkundige zal met u overleggen of u een uitwendige prothese wilt gaan dragen. Er zal dan voor ontslag een tijdelijke prothese worden aangemeten. Deze prothese is bedoeld als overgang naar de definitieve uitwendige siliconenprothese of ter overbrugging tot een reconstructie door de plastisch chirurg.

Tijdelijke uitwendige prothese

De tijdelijke uitwendige prothese is gemaakt van fiberfill. Hierdoor heeft de prothese weinig gewicht. De prothese is verkrijgbaar in verschillende maten. Om de prothese goed te kunnen aanmeten wordt u verzocht een BH zonder beugels mee te nemen bij opname in het ziekenhuis. De verpleegkundige geeft u adviezen over het dragen van deze prothese. Na ongeveer drie maanden is de wond voldoende genezen om een definitieve uitwendige prothese te gaan dragen.

Definitieve uitwendige prothese

De definitieve uitwendige prothese is gemaakt van folie gevuld met siliconen en is zwaarder in gewicht. Er zijn protheses in verschillende modellen, maten en prijsklassen.

Stichting Erkenning Medische Hulpmiddelenzorg : SEMH

Via de website van de stichting SEMH kunt u een prothesespeciaalzaak in uw woonomgeving vinden waar u informatie over de verschillende soorten protheses kunt krijgen. U kunt hier een prothese met de bijbehorende lingerie/badkleding aanschaffen.

Voorlichting over protheses en protheselingerie in het Antoni van Leeuwenhoek

1x per maand is er een informatieochtend in het AVL waarvoor u zich kunt aanmelden.

Aanmelden via: sjokebruinsslot@upcmail.nl of 020-6704880

Machtiging

Tijdens de prothesevoorlichting ontvangt u een machtigingsformulier. Hiermee kunt u na de aanschaf van de definitieve prothese (een deel van) de kosten declareren bij uw zorgverzekeraar. Het te vergoeden bedrag hangt af van uw zorgverzekeraar en van de (aanvullende) verzekering die u heeft. Informeer vooraf bij uw zorgverzekeraar, dan komt u niet voor financiële verrassingen te staan.

Wisselend verloop

Tijdens uw opname zult u merken dat u zich de ene dag beter voelt dan de andere dag. Dit kan zowel op lichamelijk als op emotioneel gebied zijn. De verpleegkundige kan u hierin ondersteuning bieden.

Daarnaast kunt u gebruik maken van de medewerkers van het Centrum voor Kwaliteit van Leven (CKvL). Bij het CKvL werken diverse deskundigen die u en uw naasten psychosociale ondersteuning kunnen bieden. De verpleegkundige kan u hierin adviseren of u kunt zelf contact opnemen met het CKvL.

4. Het ontslag

De verwachting is dat u niet hoeft te overnachten in het ziekenhuis maar dezelfde dag nog naar huis kan. Als er een wonddrain is achtergelaten zult u wel 1 nacht in het ziekenhuis blijven.

U verlaat op de dag van ontslag tussen 16.00u en 20.00u het ziekenhuis. Als u 1 nacht blijft verlaat u het ziekenhuis tussen 10.00-11.00 uur. Het is aan u om vervoer te regelen vanaf het ziekenhuis naar huis of elders.

De verpleegkundige voert een ontslaggesprek met u, en als u dat wilt, uw naaste. Tijdens het gesprek wordt teruggekeken op uw verblijf in het ziekenhuis en wordt u voorbereid op de periode die zal volgen na ontslag.

Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor poliklinische controle bij de chirurg of verpleegkundig specialist. Via een brief zal de chirurg uw huisarts op de hoogte stellen van de ingreep, het verloop tijdens de ziekenhuisopname en de eventuele vervolgbehandeling.

De periode na het ontslag

Na het ontslag uit het ziekenhuis kunt u uw dagelijkse activiteiten weer geleidelijk uitbreiden tot uw normale niveau. Zorg daarbij voor een dagritme waarbij na activiteiten rustmomenten worden ingelast. Het is moeilijk aan te geven wanneer u weer helemaal van de ingreep bent hersteld. Dit hangt af van de grootte en de complexiteit van de ingreep, uw conditie en eventuele voor- of nabehandeling.

Wij willen u graag een aantal adviezen meegeven.

Pijn

De pijnstillers die u tijdens de opname in het ziekenhuis gebruikte, kunt u thuis afbouwen op geleide van uw pijnklachten. Het is verstandig om de pijnstillers zo in te nemen, dat u diep kunt doorademen en nagenoeg pijnvrij kunt hoesten.

U kunt het volgende schema volgen:

  • Verminder en stop eerst de Ibuprofen. U kunt stoppen met het gebruik van Pantoprazol (maagbeschermer) zodra u bent gestopt met Ibuprofen.
  • Blijf Paracetamol drie tot viermaal daags 1000 mg als basis gebruiken. Paracetamol kunt u afbouwen door de middaginname over te slaan. Daarna kunt u tweemaal daags 1000mg innemen en vervolgens stoppen.

Wond

De wond is meestal onderhuids gehecht. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven dus niet verwijderd te worden. De wond is niet afgedekt met verband.

U hoeft de wond geen speciale verzorging te geven. De dag na de ingreep kunt u douchen, maar nog niet in bad gaan. Dep de wond na afloop droog. Als er geen korstjes meer op het litteken zitten, meestal na ongeveer twee weken, is de wond geheel gesloten. U kunt dan ook weer in bad gaan, en eventueel het litteken insmeren en masseren met crème of olie om het litteken wat soepeler te maken. Het gevoel van de huid in het gebied rondom het litteken is na de operatie vaak veranderd door beschadiging van huidzenuwen. Dit kan blijvend zijn.

Soms gaat een wond ontsteken. U moet daarom de wond dagelijks bekijken. Neem contact op met het ziekenhuis als één van onderstaande verschijnselen optreedt:

  • De huid rond de wond wordt vurig rood, warm of gezwollen;
  • U heeft toenemende pijn aan de wond;
  • Er komt pus uit de wond;
  • U heeft temperatuurverhoging (boven 38,5 graden Celsius).

U kunt tijdens kantooruren contact opnemen met de verpleegkundige, verpleegkundig specialist via het algemene telefoonnummer. Buiten kantooruren neemt u contact op met het Wanhoofd (Weekend avond nachthoofd) via het algemene telefoonnummer.

Seroomvorming

Na het verwijderen van de borst kan er een seroomvorming optreden, dit is een ophoping van wondvocht bij het litteken. Zolang de vochtophoping soepel aanvoelt en u er geen last van heeft, is er geen indicatie om het te laten verwijderen. Als er veel spanning op het litteken komt te staan of als u last krijgt van pijn of bewegingsbeperking, kan het nodig zijn dit vocht te laten verwijderen door middel van een punctie. Dit kan worden gedaan door de verpleegkundige op de polikliniek of door uw huisarts. Doordat het wondgebied vrijwel ongevoelig is, wordt dit over het algemeen niet als pijnlijk ervaren.

Seroompunctie

Om een afspraak te maken voor een seroompunctie kunt u bellen tijdens het telefonisch spreekuur van de verpleegkundige. In het weekend en op feestdagen kunt u contact opnemen via het algemene telefoonnummer (zie hoofdstuk 5).

Vermoeidheid

U kunt lange tijd last houden van vermoeidheid. Een verklaring van de vermoeidheid is er niet altijd. Het is een duidelijk signaal van het lichaam dat er een grote rust/slaapbehoefte is. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen.

Vermoeidheid en activiteit

U kunt tijdens en na de behandeling last houden van vermoeidheid. Vermoeidheid wordt veroorzaakt door de behandeling, de ziekte zelf en doordat de conditie afneemt. Het is belangrijk dat u ondanks deze vermoeidheid voldoende blijft bewegen, zodat u in ieder geval uw conditie op peil houdt. Het is zinvol uw energie te verdelen over de activiteiten die voor u van belang zijn en regelmatig rust in te bouwen. Hoeveel beweging goed en gezond is, is afhankelijk van uw startniveau.

Regelmatige lichaamsbeweging is belangrijk voor de opbouw van uw conditie

Revalidatie

Kanker is een ingrijpende ziekte. De gevolgen van deze ziekte en/of behandeling kunnen u in het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken. Veel gehoorde klachten zijn vermoeidheid, conditievermindering, angst en onzekerheid. De revalidatiegeneeskunde van het Antoni van Leeuwenhoek heeft oncologische revalidatieprogramma’s ontwikkeld om u te helpen met deze klachten om te gaan. U kunt aan een revalidatieprogramma deelnemen tijdens de behandeling maar ook als uw behandeling is afgerond. Uw behandelend arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundige kan u hiervoor verwijzen. U kunt dit ook zelf bespreekbaar maken met uw zorgverlener. Meer informatie vind u in de folder ‘ Oncologische revalidatie’ welke u kunt vinden in het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Werkhervatting

Wanneer u weer kunt werken is afhankelijk van de aard van uw werkzaamheden en van uw individuele situatie. Het is zinvol met uw behandelend arts en met uw bedrijfsarts te overleggen wanneer u uw werk kunt hervatten. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij het Centrum Patiënteninformatie in de centrale hal van het ziekenhuis.

Intimiteit en seksualiteit

Er zijn geen medische bezwaren om uw seksuele gewoontes van voor de operatie weer op te pakken.

De diagnose en behandeling van kanker kunnen veel veranderen in uw leven en dat van uw partner. Ook het lichaamsbeeld en de lichaamsbeleving kunnen door de behandeling veranderen. Als u vragen of twijfels heeft op het gebied van intimiteit en seksualiteit kunt u terecht bij de medewerkers van de polikliniek Intimiteit, Seksualiteit en kanker. Deze medewerkers hebben ervaring in het bespreken van problemen rondom intimiteit en seksualiteit en borstkanker. Bij hen kunt u met al uw vragen en twijfels op dit gebied terecht. Voor het maken van een afspraak kunt u contact opnemen met het secretariaat Centrum voor Kwaliteit van Leven.

Concentratie

Door de narcose, medicijngebruik en de emoties rondom de ingreep kunnen uw concentratie, geheugen en beoordelingsvermogen tijdelijk verminderd zijn. Houdt u hiermee rekening als u deelneemt aan het verkeer.

Verwerking

Binnen het Centrum voor Kwaliteit van Leven werkt een scala aan hulpverleners zoals maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers, creatief therapeuten. Zij hebben veel ervaring met, en weten veel over, het omgaan met kanker. Zij helpen u bij het zoeken naar antwoorden op uw vragen. De hulpverleners bieden inzicht en handvatten voor het omgaan met de ziekte, de behandeling en de beperkingen die dat met zich mee kan brengen. Ook tijdens de herstelperiode na een behandeling kunnen zij ondersteuning bieden. Daarnaast kunnen zij bemiddelen en adviseren bij verwijzing naar andere instanties buiten het ziekenhuis.

Continuïteitsbezoek

De mogelijkheid bestaat om een continuïteitsbezoek aan te vragen bij de thuiszorgorganisatie in uw regio of via Care for Cancer. Een wijkverpleegkundige gespecialiseerd in de zorg voor kankerpatiënten, komt op afspraak bij u thuis. Zij neemt uw vragen met u door, geeft praktische adviezen en biedt begeleiding. Een continuïteitsbezoek kunt u aanvragen via de thuiszorgorganisatie in uw woonplaats of via www.careforcancer.nl. U kunt bij uw zorgverzekeraar informeren of de kosten voor Care for Cancer worden vergoed.

Contact met het ziekenhuis

Neem contact op met het ziekenhuis als u binnen de eerste 24 uur onderstaande lichamelijke problemen ervaart:

  • Temperatuursverhoging boven de 38.5 graden Celsius;
  • Aanhoudende pijn in het wondgebied die niet met pijnstillers onder controle te krijgen is;
  • Als er sprake is van een (snel) toenemende zwelling in het wondgebied met eventueel bloedlekkage via de wond;
  • Andere aan de behandeling gerelateerde problemen.

Neemt u bij voorkeur contact op tijdens kantooruren met uw verpleegkundig specialist/ behandelend arts via het algemene nummer 020 512 9111. Voor algemene klachten verzoeken wij u eerst contact op te nemen met de huisarts.

5. Meer informatie

Het AVL is een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat artsen in opleiding tot chirurg betrokken kunnen zijn bij uw operatie om samen met de behandelend chirurg ( een deel van) de operatie te verrichten of de chirurg te assisteren bij uw operatie. Als er een chirurg- in- opleiding bij uw operatie aanwezig is, maakt u hiermee kennis op de operatiekamer voordat de operatie begint.

Voor aanvullende vragen kunt u ook terecht op het telefonisch verpleegkundig spreekuur. U vindt informatie over de bereikbaarheid van de verschillende spreekuren op: www.avl.nl/spreekuren.

juli 2024

Praktische informatie

Contact

Ons algemene nummer is 020 512 9111. Onze telefonisten verbinden u graag door met de juiste afdeling.

Voor dringende zaken buiten kantooruren kunt u vragen naar het Weekend-, Avond- of Nachthoofd. Bel bij medische spoed altijd 112. Voor andere vragen verzoeken wij u te wachten tot de volgende werkdag.

Centrum Patiënteninformatie

Wilt u meer informatie omdat u of een naaste te maken heeft met kanker? Onze medewerkers denken graag met u mee. U kunt bellen of zonder afspraak binnenlopen.

Lees meer over het Centrum Patiënteninformatie

Centrum voor Kwaliteit van Leven

Heeft u behoefte aan professionele steun tijdens en na uw behandeling? Dan kunt u een afspraak maken bij ons centrum via uw behandelaar.

Lees meer over het Centrum voor Kwaliteit van Leven

Route & adres

U vindt meer praktische informatie over uw bezoek, de route & parkeren, onze bezoektijden en voorzieningen en diensten op onze website.

Praktische informatie

onload